Imponeren met cijfers
Priscilla Keeman schreef het artikel ‘Imponeren met cijfers’:
Soms zit het mee, soms zit het tegen.
De deadline van Werf& valt wat mij betreft bijzonder ongelukkig. Het is midden in de zomer- (lees: kinder-)vakantie. Eigenlijk heb ik deze periode vrij gepland. Omdat ik toch mijn steentje bij wil dragen, spreek ik af dat ik een artikel doe dat met wat onderzoekswerk en telefoongesprekken tot stand kan komen. Mijn hoofdredacteur stuurt mij tijdig een briefing met wat ‘leads’. Ik kan aan de slag.
Maar het ‘lot’ beschikt anders. Na wat fanatiek schilderwerk in mijn huis, beland ik bij de dokter: er blijkt meer aan de hand. Voorlopig moet ik even rust houden. Vooruit werken zit er dus niet in en tegen de tijd dat ik het artikel ter hand pak, is de kinderopvang dicht en zitten we een week voor de deadline.
Ik laat me niet ontmoedigen en ga aan de slag met de suggesties die mijn hoofdredacteur heeft gedaan. Twee artikelen die ze noemt, bevatten niet echt relevante informatie voor het artikel. Door naar de website van http://www.drjohnsullivan.nl/. Onder ‘artikelen’ vind ik het kopje HR Metrics. Dit bevat verschillende interessante stukken. Ik besluit om een tweetal artikelen te gebruiken voor Werf&. Tijdens het vergaren van informatie voor een andere opdracht kom ik bovendien nog wat leuke extra gegevens tegen. Ik noteer het een en ander. Eventueel gebruik ik dit later ook.
Van de twee boeken die ik heb ontvangen via mijn hoofdredacteur, besluit ik – na doorbladeren – er één te gebruiken. Dit is het boek van Sullivan en sluit mooi aan op de internetgegevens die ik vond. De ander bevat verouderde gegevens. Het telefoonnummer van de desbetreffende deskundige laat ik voorlopig even links liggen. Een derde boek probeer ik te bestellen. Twee telefoontjes en ja hoor, het is onderweg.
Ondertussen bel ik met de schrijvers er van. Eén krijg ik niet te pakken: ‘hij is er maandag weer’. Met de ander heb ik een leuk en informatief gesprek. Dijkstra vertelt geanimeerd en omringt de cijfers met verhalen uit zijn praktijk. Het onderwerp gaat meer voor me leven. Ik pak het boek van Sullivan ter hand en check de brievenbus om te zien of het boek van Dijkstra al binnen is. Helaas… Ik bel zijn co-auteur Hoekstra, maar die blijkt een dag voor de deadline pas weer binnen te zijn en bovendien die dag een overvolle agenda te hebben. ‘Stuur hem een e-mail’, zegt de secretaresse. En dat doe ik dan maar.
Een dag voor de deadline: ik schrijf en check mijn brievenbus. Weer niets. Ik stuur Dijkstra en Hoekstra mijn artikel ter inzage en vraag Hoekstra om eventuele aanvulling. Zowel Dijkstra als Hoekstra vinden het een ‘prima artikel’ en ‘inhoudelijk juist’. Ik stuur het aan mijn hoofdredacteur. Het boek is nog steeds niet binnen. E-mail: mijn hoofdredacteur reageert op mijn stuk en ze is ‘niet echt enthousiast’. Dat ben ik niet gewend en ik baal er van. Ik bel haar op en overleg met haar over hoe het stuk verbeterd kan worden. We spreken wat wijzigingen door en besluiten een kader toe te voegen. Ik stel het kader op en leg het voor aan Dijkstra. Als de feiten kloppen, stuur ik het door naar de hoofdredactie. Mijn artikel wordt geaccepteerd. De vakantie kan beginnen. Een week later ontvang ik alsnog het bestelde boek.

