Het artikel gaat hieronder verder.
Waar Egypte ooit kampte met de 10 Bijbelse plagen, daar kun je nu min of meer hetzelfde zeggen over LinkedIn. Het platform is nog steeds uiterst sterk in de recruitmentmarkt, sterker nog: veel recruiters zouden niet weten wat ze zonder zouden moeten, maar tegelijkertijd kampt het platform met steeds meer uitdagingen, variërend van groot tot klein, en van vervelend tot letterlijk existentieel. We zetten 10 van zulke plagen op een rij.
#1. Talloze spookvacatures
Op 14 juli opende Ken Paxton, procureur-generaal in Texas, een onderzoek naar LinkedIn vanwege de vele zogeheten ghost jobs: vacatures die niet bestaan of waarvoor de werkgever helemaal niet van plan is iemand aan te nemen. Zijn kantoor stuurde een civiele vorderingsbrief om LinkedIn te dwingen documenten, interne communicatie en data vrij te geven over advertentiepraktijken, vacature-verificatie en de Premium-abonnementen. Volgens de aanklacht verdiende LinkedIn in 2025 zo’n 17,8 miljard dollar aan onder meer Premium-abonnementen, terwijl schattingen uitgaan van 20 tot 33% spookvacatures op het platform.
Juridisch gezien draait het om de Texas Deceptive Trade Practices Act: heeft LinkedIn gebruikers misleid door voor betaalde toegang tot ‘legitieme’ vacatures te laten betalen, zonder te vermelden dat een fors deel daarvan niet actief wordt vervuld? LinkedIn zelf houdt vol dat het doel simpel is: mensen aan hun volgende baan helpen. Slecht beheerde of verwarrende vacatures maken een listing nog geen fraude, maar de zaak raakt wel een open zenuw. Zoeken naar werk voelt voor veel mensen al arbitrair en ondoorzichtig – een spookvacature is daarvoor het perfecte symbool. En een directe bedreiging voor het verdienmodel van LinkedIn.
#2. Nepprofielen en deepfake-recruiters
Ook aan de andere kant van de tafel groeit de kans op fraude. Onderzoeksbureau Gartner voorspelt bijvoorbeeld dat in 2028 1 op de 4 kandidaatprofielen wereldwijd nep zal zijn. Generatieve A.I. maakt het mogelijk om in minuten tijd een overtuigend profiel te bouwen: een realistische, volledig gefabriceerde profielfoto, een geloofwaardige loopbaanhistorie en zelfs deepfake-video’s van sollicitatiegesprekken, het is allemaal in een handomdraai gemaakt.
Omgekeerd melden steeds meer kandidaten dat ze benaderd worden door ‘nep-recruiters’: bots die onder een post aanbieden te connecten over een ‘passende vacature’, vaak met het gekloonde profiel van bestaande recruiters bij grote bedrijven. Zulke bots worden gebruikt om persoonsgegevens te ontfutselen, malware te verspreiden via zogenaamde ‘coding challenges‘, of slachtoffers te laten voorschieten voor werkmateriaal dat nooit wordt terugbetaald. De Amerikaanse Federal Trade Commission registreerde in de eerste helft van 2025 al meer dan 60.000 meldingen van vacaturefraude, goed voor bijna 300 miljoen dollar aan schade.
Gartner voorspelt dat in 2028 1 op de 4 kandidaatprofielen wereldwijd nep zal zijn.
Noord-Korea is er zeer actief
Achter een deel van de nepprofielen op LinkedIn zit overigens geen freelance oplichter, maar een staat: Noord-Korea. Microsoft volgt onder de naam ‘Jasper Sleet‘ een grootschalige Noord-Koreaanse operatie waarbij IT’ers zich via gestolen of verzonnen identiteiten laten aannemen bij westerse bedrijven, met als doel salaris te incasseren voor het regime en toegang te krijgen tot bedrijfsnetwerken. Sinds begin 2026 is een nieuwe escalatie zichtbaar: operatives kapen complete, echte LinkedIn-profielen – inclusief geverifieerde werk-e-mails en identiteitsbadges – waardoor hun sollicitaties nauwelijks meer van legitieme te onderscheiden zijn.
Een parallel lopende campagne, ‘Contagious Interview‘ genoemd, lokt kandidaten via nep-vacatures naar een ‘codetest’ die bij uitvoering malware installeert. Wat begon als een probleem voor Amerikaanse techbedrijven, verspreidt zich overigens inmiddels ook naar Europa.
#3. Steeds meer A.I.-slop
Wie veel op LinkedIn vertoeft, zal het opgevallen zijn: de feed raakt steeds meer vervuild met inhoud die volledig door A.I. is gegenereerd: berichten, artikelen en zelfs reacties die geen mens meer heeft geschreven. Gebruikers noemen dit inmiddels ‘A.I.-slop‘. Detectiebedrijf Pangram onderzocht het en trof bij 40 tot 41% van de lange posts op LinkedIn volledig A.I.-gegenereerde tekst aan, waarmee het platform volgens het onderzoek het meest ‘A.I.-verzadigde’ sociale netwerk van allemaal is. Dat ondermijnt precies het kapitaal waarop LinkedIn ooit is gebouwd: geloofwaardige, authentieke expertise van professionals.
Het is inmiddels zo erg, dat LinkedIn zelf aan de bel heeft getrokken. Het bedrijf zag het aantal posts afgelopen jaar met 14% stijgen, en erkende zelf dat dit vooral aan A.I. slop te wijten is. Eind juli kondigde chief product officer Hari Srinivasan dan ook een pakket maatregelen aan. Zo krijgen gebruikers een nieuwe ‘Seems like AI slop‘-knop om verdachte posts te melden, waarna die uit de feed verdwijnen. Nieuwe classificatiemodellen moeten daarnaast A.I.-gegenereerde en andere content van lage kwaliteit herkennen en minder vaak aanbevelen aan mensen buiten iemands eigen netwerk.
LinkedIn schrapt nu zijn eigen enhance-functie, die posts herschreef met A.I.
Makers van wie het werk herhaaldelijk als onecht wordt aangemerkt, krijgen voortaan eerst een privémelding in hun analyseomgeving, voordat publieke rapportages zich opstapelen, zo is de bedoeling. Ook schrapt LinkedIn zijn eigen ‘enhance post‘-functie, die posts herschreef met A.I., en vervangt die door een proofreader die alleen spelling en grammatica corrigeert zonder de eigen stem van de gebruiker te veranderen.
Talloze blokkades
Srinivasan meldt ook dat LinkedIn dagelijks talloze geautomatiseerde reacties blokkeert en miljarden andere automatiseringspogingen – massaal posten, slop-generatie – tegenhoudt. Wat hij niet prijsgeeft: hoeveel meldingen nodig zijn voordat een post automatisch wordt afgestraft, of makers bezwaar kunnen maken tegen een onterechte melding, en hoe betrouwbaar de classificatie in de praktijk is. Tests wezen ooit op een nauwkeurigheid van 94%, maar cijfers over onterecht gemarkeerde, wél door mensen geschreven posts ontbreken – een reëel risico, zeker voor niet-native Engelstalige gebruikers wier schrijfstijl soms op A.I.-tekst lijkt.
#4. De sollicitatietsunami
En dan heeft LinkedIn natuurlijk ook last van waar eigenlijk alle recruiters last van hebben: kandidaten die op grote schaal A.I. inzetten om te solliciteren. Oftewel: tools die vacatures scannen en automatisch honderden sollicitaties versturen, cv’s die met een paar prompts worden volgepropt met de juiste keywords. Volgens data die The New York Times aanhaalde, verwerkte LinkedIn op het hoogtepunt vorig jaar 11.000 sollicitaties per minuut – een stijging van 45% ten opzichte van een jaar eerder. Recruiters verdrinken hierdoor in bijna identieke, A.I.-gepolijste sollicitaties en grijpen op hun beurt naar A.I. om te screenen en te beoordelen.
LinkedIn verwerkte vorig jaar 11.000 sollicitaties per minuut – een stijging van 45% in een jaar.
Het resultaat is een bot-tegen-bot-wedloop waarin snelheid en schaal het overnemen van onderscheidingsvermogen. LinkedIn probeert dit zelf te temperen en te stroomlijnen met de Hiring Assistant voor recruiters en een A.I.-gestuurde match-functie voor Premium-gebruikers, maar het fundamentele probleem verdwijnt daarmee niet: wie herkent straks nog een kandidaat die zich daadwerkelijk heeft verdiept in de rol? Bovendien zijn de eerste resultaten van de Hiring Assistant ook niet overal bepaald lovend ontvangen. Waarom zou LinkedIn hier überhaupt ook betere resultaten halen dan gespecialiseerde platforms en systemen?
#5. Ineenstortend organisch bereik
Voor recruiters en werkgevers die gratis zichtbaarheid zochten, is het feest voorbij. Tussen 2024 en begin 2026 daalde het organische bereik van bedrijfspagina’s op LinkedIn met 60 tot 66%, blijkt uit platformanalyses. Een bedrijfspagina bereikt inmiddels nog maar 1 à 2% van de eigen feed van een gemiddelde gebruiker. De algoritmewijziging is geen storing, maar een bewuste keuze: LinkedIn wil dat organisaties betalen voor advertenties in plaats van gratis bereik op te bouwen via hun bedrijfspagina. Persoonlijke profielen – denk aan recruiters en medewerkers die zelf posten – genereren inmiddels tot 561% meer bereik dan bedrijfspagina’s.
#6. Toenemende datahonger
Sinds 3 november 2025 gebruikt LinkedIn de data van gebruikers in de EU (en Zwitserland) om A.I.-modellen van moederbedrijf Microsoft te trainen, tenzij iemand actief bezwaar maakt. Het gaat om openbare profielgegevens, functietitels, vaardigheden en berichten – soms daterend tot 2003, toen niemand kon vermoeden dat die informatie ooit als A.I.-voer zou dienen. De Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens noemde dat al problematisch: mensen deelden die gegevens destijds in een heel andere context. Opt-out kan dus wel, maar alleen voor toekomstige verwerking; eenmaal gebruikte data verdwijnen nooit meer uit de trainingspijplijn.
Eenmaal gebruikte data verdwijnen nooit meer uit de trainingspijplijn.
De maatregel volgt op een rechtszaak in Californië waarin LinkedIn ervan werd beschuldigd stiekem privéberichten met derden te delen om A.I.-modellen te trainen – een claim die het bedrijf overigens zelf ontkende. Doordat de instelling standaard op ‘aan’ staat en verstopt zit onder ‘Gegevens voor A.I.-verbetering’, merkten veel gebruikers de wijziging pas toen het al te laat was. Het onderliggende probleem: een netwerk dat draait op vertrouwelijke loopbaaninformatie, gebruikt diezelfde informatie nu ook als grondstof voor zijn eigen A.I.-ambities. En dat stuit steeds meer gebruikers tegen de borst.
#7. De concurrentie neemt toe
Ondertussen zit ook de concurrentie natuurlijk niet stil. Volgens branche-onderzoek van iHire gebruikt inmiddels 53,8% van de kandidaten ook nicheplatforms naast LinkedIn, tegen 49,2% een jaar eerder. Recruiters wijken steeds vaker uit naar GitHub, Reddit-community’s, Slack- en Discord-groepen en sectorspecifieke jobboards, simpelweg omdat latente kandidaten dáár zitten en steeds minder reageren op een InMail – de respons daarop schommelt tussen 18 en 25%. Een gemiddelde vacature op LinkedIn trekt inmiddels 250 of meer sollicitanten, van wie er uiteindelijk slechts 4 tot 6 worden uitgenodigd.
Maar de concurrentie komt ook steeds meer ‘uit eigen huis’. Sinds september 2025 werkt OpenAI bijvoorbeeld aan een eigen jobsplatform, aangekondigd door chief executive of applications Fidji Simo. Het OpenAI Jobs Platform wil dit jaar nog A.I. gebruiken om bedrijven en kandidaten te koppelen op basis van skills en aantoonbare A.I.-kennis, in plaats van cv’s en functietitels. Het platform krijgt een apart spoor voor kleine bedrijven en lokale overheden, en wordt gekoppeld aan een certificeringsprogramma – OpenAI Certifications – waarmee OpenAI tegen 2030 10 miljoen Amerikanen wil certificeren.

De symboliek is niet mis: LinkedIn-oprichter Reid Hoffman was zelf een van de eerste investeerders in OpenAI, en Microsoft – eigenaar van LinkedIn – stak intussen zo’n 13 miljard dollar in datzelfde bedrijf. Voor het eerst in twee decennia krijgt LinkedIn dus serieuze concurrentie op zijn kernfunctie, niet van een ander sociaal netwerk, maar van een A.I.-bedrijf dat sollicitatiebegeleiding en cv-optimalisatie via ChatGPT nu al naar zich toetrekt. Mocht het platform aanslaan, dan verliest LinkedIn niet alleen bereik, maar mogelijk ook zijn rol als vanzelfsprekende ontmoetingsplek tussen kandidaat en werkgever.
#8. Steeds meer juridische druk
We noemden al het juridische onderzoek in Texas naar de spookvacatures, maar dat is zeker niet de enige compliance-dreiging waarmee LinkedIn te stellen heeft. Het bedrijf kreeg in 2024 al eens een boete van ruim 310 miljoen euro in Europa vanwege misbruik van gebruikersdata, maar heeft ook verder te maken met tal van rechtszaken, zowel binnen Amerika als daarbuiten. Grote gemene deler in al die zaken: zorgen over privacy en over het gebruik van algoritmes, met name in matching. Een platform dat recruiters actief aanmoedigt zijn A.I.-tools te gebruiken, kan zich niet meer verdedigen dat het hier ‘slechts om een hulpmiddel’ gaat.
Steeds is het patroon: een stille opt-out, geen expliciete opt-in. Dat wordt steeds moeilijker vol te houden.
Bijna elke zaak draait, in de kern, daarnaast om hetzelfde mechanisme: LinkedIn gebruikt gegevens die mensen met een ander doel hebben gedeeld – een sollicitatie, een privébericht, een kijkbeurt, een medische afspraak via een externe site – voor een tweede, niet transparant gecommuniceerd doel, meestal A.I.-training, advertentietargeting of doorverkoop. Steeds is het patroon: een stille opt-out in plaats van expliciete opt-in, en een privacybeleid dat botst met wat gebruikers dachten dat ze deelden toen ze zich aanmelden. Of het bedrijf daar juridisch mee weg blijft komen? Het is steeds meer de vraag.
#9. Veredelde datingsite
En dan zijn er ook nog heel wat andere bedreigingen en plagen voor het platform. Dat steeds meer gebruikers denken het ook als datingsite te kunnen gebruiken (waardoor steeds meer vrouwen hun profiel afschermen), is er daar maar één van. Ook de cringe humble bragging content op het platform laat steeds meer (vooral jonge) mensen afhaken, en zorgt zelfs voor de introductie van het begrip LinkedIn Anxiety. Ook IT’ers en andere gewilde profielen (als technici) zijn er steeds minder te vinden, moe van de recruiters die achter ze aanzitten. In sommige landen, en sommige doelgroepen, is het platform bovendien ook helemaal niet zo dominant.
Het maakt de massale afhankelijkheid die recruiters van het platform hebben er alleen maar verwonderlijker op. Zeker ook omdat het steeds meer een ‘rode oceaan‘ is: waar alle recruiters én steeds meer kandidaten in dezelfde vijver aan het vissen zijn. Terwijl de ‘blauwe oceanen‘ steeds meer buiten het platform blijken te liggen. LinkedIn is nog zeker niet dood, zoals velen online wel beweren, maar van een identiteitscrisis, waarvan anderen spreken, lijkt op z’n minst toch wel sprake. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de recente ontslagronde van 5% van al het personeel bij het bedrijf (terwijl de winst alleen maar verder stijgt).
#10. De stille, forse prijsopdrijving
En zo komen we op de finale plaag. Want terwijl het vertrouwen en de geleverde prestaties dus over de hele linie dalen, stijgt wel de rekening. LinkedIn verhoogde de prijs van Recruiter Corporate – het vlaggenschipproduct voor bureaus en interne recruitmentteams – in 2026 met zo’n 15 tot 20%. Waar een seat voorheen tussen 9.000 en 10.800 dollar per jaar kostte, betalen bureaus nu 10.800 tot 12.960 dollar per seat, zonder dat daar een nieuwe kernfunctionaliteit tegenover staat. Voor een team van 5 recruiters loopt dat op tot 54.000 à 75.000 dollar per jaar, eigenlijk uitsluitend voor toegang tot de database van LinkedIn en het eigen InMail-kanaal.
Voor Recruiter Corporate moet elk bureau een verkoopgesprek aan, waarna het bedrijf per klant een prijs op maat lijkt te bepalen.
Extra wrang: LinkedIn publiceert de tarieven voor Recruiter Corporate nergens. Alleen de instapvariant Recruiter Lite – rond de 170 dollar per maand – staat vermeld; voor de rest moet elk bureau een verkoopgesprek aan. Ook de Premium-abonnementen voor kandidaten en de tarieven voor Sales Navigator gingen afgelopen jaar (fors) omhoog. Voor bureaus die toch al worstelen met dalend organisch bereik en een stortvloed aan A.I.-sollicitaties, komt de jaarlijkse prijsstijging boven op een product dat in hun ogen steeds minder waarmaakt wat het belooft. De vraag is nu alleen nog: wanneer gaan ze daar massaal het meest logische gevolg aan geven?

