In Singapore wordt arbeid niet gezien als een afgeleide van migratiebeleid, maar als een strategische hulpbron voor nationale ontwikkeling. De mens en concreet: zijn of haar vaardigheden, inzetbaarheid en ontwikkelpotentieel staan centraal. Migratie is daar geen risico dat beheerst moet worden, maar een vraagstuk dat actief wordt vormgegeven in dienst van economische veerkracht, innovatie en maatschappelijke stabiliteit. Die visie maakt dat profilering en skills geen administratieve bijzaak zijn, maar het fundament onder beleid.
Profilering en skills zijn in Singapore geen administratieve bijzaak, maar het fundament onder beleid.
Nederland vertrekt vanuit een ander uitgangspunt. Hier verdwijnt de mens tussen systemen die primair zijn ingericht op risicobeheersing, juridische afbakening en institutionele autonomie. Elke organisatie heeft haar eigen definities, data, timing en IT. Het gevolg is een model waarin controle voorafgaat aan ontwikkeling, en waarin mensen zich van loket naar loket bewegen zonder dat iemand het geheel overziet. Het probleem is daarbij niet technologie, die is in Nederland goed, maar governance: wie ontwerpt het systeem, vanuit welk mensbeeld, en met welk doel op de lange termijn?
Ander uitgangspunt
Het Singaporese model laat zien wat er kan gebeuren als je die volgorde omdraait. Vaardigheden, waarden en interesses belangrijker maken dan diploma’s zorgt voor een arbeidsmarkt die sneller kan schakelen. Werkgevers als partners behandelen in plaats van als verdachten, zorgt voor voorspelbaarheid en wederzijds vertrouwen. Data zien als een publieke asset met duidelijke spelregels, baseert beleid op real-time inzicht in plaats van schattingen achteraf. En arbeidsmigratie expliciet positioneren als onderdeel van de arbeidsmarkt, niet als los migratiedossier, laat samenhang ontstaan tussen instroom, inzet, ontwikkeling en doorstroom.

‘Singapore bouwt een economie rond de waarde van mensen.’
De effecten daarvan zijn niet alleen zichtbaar op korte termijn, maar stapelen zich op. Op middellange termijn leidt dit tot betere matching, minder verspilling van talent en hogere arbeidsproductiviteit. Op lange termijn ontstaat een wendbare economie die sneller kan inspelen op technologische en demografische veranderingen, met meer vertrouwen van burgers in de overheid. Singapore bouwt zo een economie rond de waarde van mensen; Nederland probeert juist mensen passend te maken binnen bestaande systemen.
Wie kan dit doen?
Een cruciale (maar vaak onuitgesproken) realiteit is dat dit type verandering niet kan worden gerealiseerd met dezelfde mensen, structuren en logica die het huidige systeem hebben voortgebracht. Eigenaarschap van data en publieke waarden hoort bij de overheid, maar uitvoering vraagt om nieuwe vormen. De 2 routes die nu domineren (óf alles bij de overheid beleggen, óf alles overlaten aan de markt) zijn volgens mij te beperkt gedacht.
‘Een realistisch en toekomstbestendig alternatief ligt juist in een publiek-private tussenlaag.’
Een realistisch en toekomstbestendig alternatief ligt juist in een publiek-private tussenlaag: een nieuwe uitvoeringsvorm waarin overheid, werkgevers en uitvoerende partijen samenwerken rond één geïntegreerd talentdossier en één logica van skills en inzetbaarheid. De overheid blijft eigenaar van data en kaders, maar mandateert de uitvoering aan een aparte entiteit met eigen mensen, governance en IT-architectuur. Niet als klassiek loket, maar als ecosysteem dat de volledige levenscyclus van talent ondersteunt: van instroom tot ontwikkeling en doorstroom.

Niet in één keer
Zo’n model hoeft niet in één keer nationaal te worden uitgerold. Juist door te starten met gerichte pilots regionaal of sectoraal kan Nederland bewijzen dat het anders kan: eenvoudiger, mensgerichter en effectiever. Niet door Singapore te kopiëren, maar door het onderliggende principe serieus te nemen. Door niet over loketten, procedures en bevoegdheden te praten, maar over het mensbeeld dat daaronder ligt. Want juist dát verschil verklaart waarom landen als Singapore structureel andere keuzes maken dan Nederland.
‘De wens voor meer grip op arbeidsmigratie is breed gedeeld.’
De kernvraag is daarmee niet of Nederland grip wil op arbeidsmigratie. Die wens is breed gedeeld. De echte vraag is of we durven te kiezen voor een ander uitgangspunt: van controle naar regie, van loketten naar levenscycli, van migratiebeheer naar talentstrategie. Dat is geen technische keuze, maar een fundamentele. En juist daarin ligt het toekomstig concurrentievermogen van Nederland besloten.
Over de auteur
Ben Wienk is