Het artikel gaat hieronder verder.
Hij begon zijn loopbaan zelf achter het bureau van een recruiter. En hij herinnert zich nog goed de dag dat een man binnenkwam die al 3 à 4 jaar thuis zat. ‘Die jongen was gewoon goed. Die moest gewoon een kans krijgen.’ De man kreeg de baan. Later, in de gang, was een blik genoeg. ‘We hoefden eigenlijk niets te zeggen. Dit was gewoon goed.’
‘Recruiters bepalen de toekomst van mensen. Dat mogen ze nooit vergeten.’
Het is precies die herinnering die Roeland van Laer motiveert om nu, als nieuw aangetreden voorzitter van de Recruitercode, zijn schouders eronder te zetten. ‘Recruiters bepalen de toekomst van mensen. Dat mogen ze nooit vergeten.’
Missiewerk in een kantelpunt
Van Laer omschrijft zijn keuze voor het voorzitterschap zonder omhaal als ‘missiewerk’. Niet omdat het recruitmentvak er slecht voor zou staan, maar omdat het precies nu op een kantelpunt staat. A.I. kan selectie uitvoeren. Algoritmes kunnen matchen. Chatbots kunnen afwijzen. Maar móét dat ook? En wie bewaakt dan de menselijke maat? ‘Selectie kun je door een A.I. laten doen. Selectie kun je ook door een mens laten doen. Ik denk dat we juist nu heel erg die menselijke maat moeten bewaken met elkaar.’
‘Ik denk dat we juist nu heel erg die menselijke maat moeten bewaken met elkaar.’
Het is een overtuiging die hij niet alleen voor zichzelf houdt – hij wil haar verankeren in een professionele standaard die het hele vak draagt. De Recruitercode bestaat al even, maar Van Laer is eerlijk over de beperking ervan: het dreigt een vrijwillige code te blijven die weinig verder reikt dan de al-overtuigden. Zijn ambitie is evenwel groter. ‘Niet als papieren gedragscode, maar als praktisch kompas voor dagelijks handelen’, zo noemt hij zijn grote wens.
Herkenbaar kwaliteitslabel
Concreet wil hij toewerken naar certificering: een herkenbaar kwaliteitslabel voor recruiters én voor organisaties die de code actief toepassen. Periodieke herregistratie, bijscholingsmodules over A.I., inclusie en privacy, en zichtbaarheid richting kandidaten. ‘Ik wil dat opdrachtgevers, werkgevers en kandidaten straks een recruiter herkennen die volgens de Recruitercode werkt. Iemand die bewust kiest voor kwaliteit, transparantie en professionaliteit.’
‘Ik wil dat kandidaten straks een recruiter die volgens de Recruitercode werkt kunnen herkennen.’
Van Laer wil de code nadrukkelijk uitbreiden voorbij de recruiters zelf. HR-professionals, lijnmanagers, hiring managers, bureaus: iedereen die invloed heeft op het wervingsproces moet volgens hem weten wat professioneel recruitment inhoudt. ‘Een code heeft pas echt waarde als ook kandidaten en opdrachtgevers weten dat ze recruiters eraan mógen houden.’
A.I. als kans en risico tegelijk
A.I. is voor Van Laer geen bedreiging, maar wel een dossier dat om regie vraagt. Hij wijst op de Europese AI Act, die A.I.-systemen voor werving en selectie classificeert als ‘hoog risico’. Dat betekent dat menselijk toezicht, transparantie en het voorkomen van bias volgens hem geen nice-to-haves zijn, maar verplichtingen. ‘A.I. kan recruitment sneller maken, maar de Recruitercode moet helpen om het ook eerlijk, uitlegbaar en menselijk te houden.’
‘De Recruitercode moet helpen om selectie ook eerlijk, uitlegbaar en menselijk te houden.’
Een van zijn eerste concrete plannen is daarom het opstellen van A.I.-richtlijnen voor recruiters: een praktische aanvulling op de bestaande code met regels over verantwoord gebruik van technologie. Want de toolfabriek draait op volle toeren, en dat verdient controle. ‘Je hebt allerlei elementen die toch ook toezicht nodig hebben. Bias-vrij selecteren, transparantie over procedures – dat zijn geen abstracte begrippen, dat zijn dagelijkse keuzes.”
Bureaus, geld en ethiek
Aan de commerciële kant van het vak kent hij de verhalen over bureaus die cv’s schuiven zonder nadenken, gedreven door plaatsingsbonus en tijdsdruk. Van Laer weegt zijn woorden zorgvuldig. ‘Geld verdienen is natuurlijk niet erg. Maar ook dat moet je op een ethische manier zien te doen.’
‘Naming and shaming, dat moet je wel eerst verdienen.’
Een keurmerk voor bureaus die de code actief toepassen staat op zijn verlanglijst. Maar hij is ook realist: de code heeft nu geen formeel handhavingsmechanisme, en dat bouw je niet in een jaar op. Gevraagd of de Recruitercode niet meer ‘tanden’ moet krijgen – naming and shaming van bureaus en recruiters die de fout ingaan – reageert hij bedachtzaam. ‘Je moet dat wel eerst verdienen. Begin bij een goede basis, zorg dat het een instituut wordt met impact. Dan kun je ook organisaties aanspreken die niet op een goede manier handelen. Maar ik wil het nu nog niet vastmaken.’
Over 2 jaar: meetbaar en gedragen
Wanneer hij tevreden is? Van Laer denkt even na. ‘Als je over 2 jaar veel meer naar een breed gedragen professionele standaard bent gegaan. Dat recruiters, opdrachtgevers én kandidaten de Recruitercode kennen, herkennen en gebruiken als maatstaf voor professioneel handelen.’ Hij wil dat meten ook: in aantal gecertificeerde recruiters bijvoorbeeld, bekendheid onder kandidaten, aantallen casussen en meldingen, partnerschappen met brancheorganisaties.
‘Het zijn mensen, geen stuk papier. Die schuif je niet zomaar in.’
Geen ambities uitspreken en hopen dat ze uitkomen dus, maar jaarlijks laten zien wat er is bereikt. In de hoop dat het zo als een olievlek zich verspreidt. En als hij één hardnekkig gedrag van recruiters morgen zou kunnen verbieden? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. ‘Het klakkeloos cv’s schuiven. Het zijn mensen, geen stuk papier. Die schuif je ook niet zomaar in.’
Lees ook
- Van A.I. tot inclusiever werven: waarom de Recruitercode een opfrisbeurt verdient
- Daar is-ie dan: de Recruitercode. En, wat staat er precies in?