Het artikel gaat hieronder verder.
Ik heb heel lang op school gezeten. Zo benoem ik meestal het gegeven dat ik hoogopgeleid ben, ook omdat de term ‘hoogopgeleid’ in de laatste jaren een beetje besmet is geraakt. Het neutraal bedoelde onderscheid tussen mensen op basis van hun ‘hoogst behaalde diploma’ was volgens velen verworden tot een waardeoordeel: hoogopgeleid zou ‘beter’ zijn dan laagopgeleid.
Daarom spreken we vandaag de dag in de publieke discussie over de arbeidsmarkt ook niet meer over hoog- versus laagopgeleiden, maar over ‘praktisch’ en ‘theoretisch’ opgeleiden. Dit nieuwe onderscheid heeft als voordeel dat theoretisch niet altijd beter is dan praktisch. Sterker nog, er zijn hele volksstammen die beweren dat ‘praktisch’ echt veel beter is dan ‘theoretisch’. Daarmee wordt dan ook gesuggereerd dat theoretisch opgeleiden nogal ‘onpraktisch’ zijn, en daar is ook veel voor te zeggen.
Doen of denken?
Het volgen van hoger onderwijs is veel minder gefocust op ‘doen’ dan op ‘denken’. Dus een meerderheid van de jonge mensen komt tegenwoordig uit het onderwijssysteem met het idee dat ze vooral goed over dingen moeten nadenken. Terwijl de werkgevers op de arbeidsmarkt toch vooral dingen ‘te doen’ hebben. Dat is namelijk wat we ‘werk’ noemen.
In de meeste bedrijfstakken is ‘denken’ nooit het primaire proces.
Er is wel een aantal sectoren (universiteiten, onderzoeksinstellingen, overheidsbeleid) waarbij ‘nadenken’ werk is, en ik voel me in die sectoren al bijna 30 jaar enorm thuis. Maar ook in die sectoren moet er wel degelijk ‘gewerkt’ worden, oftewel: wat gedaan worden. Er moet les gegeven worden, nota’s geschreven, onderzoek gedaan, etc. In de meeste bedrijfstakken is ‘denken’ echter nooit het primaire proces. Er moeten tomaten geplukt, gebouwen geverfd, varkens geslacht, pakketten bezorgd, staal geproduceerd, lithografiemachines gebouwd, leningen verstrekt, haar geknipt, patiënten geholpen, ouderen verzorgd, brood gebakken, etc.
Doen én denken
Het ‘doen’ in dat primaire proces kan overigens ook weer niet zónder ‘denken’. Zelfs relatief eenvoudig werk als tomaten plukken doe je makkelijk verkeerd als je er niet goed bij nadenkt, bijvoorbeeld door nog volledig groene tomaten te plukken, die daardoor niet rijp worden en onverkoopbaar zijn. Maar dat denken kan je in de regel prima overlaten aan de doeners in het primaire proces.
Werving en selectie, HR, en ook management en accounting zijn voorbeelden van ‘doe-werk’ dat ondersteunend is aan het primaire proces. Er moeten kandidaten worden gezocht, sollicitatiegesprekken gevoerd, scholing geregeld, mensen worden aangestuurd, facturen uitgestuurd, debiteuren achter de vodden gezeten, etc. Niet altijd wordt dit werk door collega’s uit het primaire proces als ‘ondersteunend’ ervaren. Doeners klagen ook altijd graag over managers, over HR-hobby’s en over de financiële afdeling, vooral wanneer deze hen met (administratieve) taken opzadelen die niet duidelijk bijdragen aan het primaire proces.
Oei, oei, strategen
Dat wordt allemaal nog erger als in het secundaire proces ‘denkers’ worden aangesteld die bijvoorbeeld ‘strategisch adviseur’ of ‘strateeg’ genoemd worden. Vaker wel dan niet is volstrekt onduidelijk wat een dergelijke rol toevoegt aan het primaire proces. Het is weliswaar een goed idee om na te denken hoe een organisatie moet omgaan met veranderingen in de buitenwereld, maar ik heb de indruk dat er tegenwoordig in veel organisaties wel heel veel formatie voor wordt vrijgemaakt. En deze trend wordt mede gevoed door een continue stroom van jongelui uit het hoger onderwijs, die ‘denken’ als de belangrijkste taak zien, en ‘doen’ meer iets voor mensen die niet zo lang en/of succesvol naar school geweest zijn.
En dan gaat het volgens mij op 2 manieren mis. Ten eerste zijn er dus (veel?) te veel mensen in een organisatie bezig met de vraag: ‘hoe het moet’ zonder daarbij echt bij te dragen aan het primaire werk dat moet worden gedaan. En ten tweede lopen al die denkers de doeners zelfs in de weg met goedbedoelde, maar irrelevante adviezen. En de doeners raken daarvan gefrustreerd omdat ze én heel goed weten hoe ze hun werk moeten doen en vaak ook heel goede ideeën hebben over hoe het nog beter kan. Maar naar hun mening wordt zelden gevraagd.
Scheiding op de werkvloer
Op veel werkvloeren is een scheiding te zien tussen de denkende (ondersteunende, managende) mensen en de mensen die het echte werk ‘doen’. Sommige managers denken nog steeds te kunnen managen zonder diepgaande kennis van het primaire proces én laten zich bovendien op dat vlak niet goed bijpraten door hun medewerkers. HR business partners doen lang niet altijd wat de mensen ‘op de vloer’ van ze vragen bij het vervullen van vacatures omdat ‘ze er goed over hebben nagedacht’ en gaan er soms zelfs vanuit dat de werkvloer móet aansluiten bij de door hen bedachte talentstrategie.
De denkers zitten de doeners te vaak in de weg. Dat kan anders.
De denkers zitten de doeners te vaak in de weg. Dat kan anders. Laten we daar eens over nadenken, samen. En het dan beter gaan doen. Daar hebben zowel denkers en doeners profijt van.
Over de auteur

Meer weten?
Bekijk hier het hele programma van Recruitment & Zorg-congres op 21 mei in Utrecht.
Recruitment & ZorgLees ook
- Ronald Dekker: ‘Is het informatieprobleem op de arbeidsmarkt wel op te lossen?’
- ‘Banenverlies voor jongeren door A.I.? Er is nog geen enkele reden tot paniek’
- Dit was de maand in werving: 7 dingen die ons opvielen in december 2025 (met podcast!)
- Waarom we in 2026 afstevenen op ‘Jobs Chaos’ (en nee, dat is geen apocalyps)




