Het artikel gaat hieronder verder.
De uitzendsector wordt geconfronteerd met ‘een stapeling van regelgeving’, constateert corporate finance-dienstverlener Aeternus in zijn jaarlijkse onderzoek naar het wel en wee van de flexbranche. Of het nu de certificeringsplicht van de Wtta is, de VBAR die schijnzelfstandigheid probeert te voorkomen, of aanscherpingen in de uitzend-cao; er komt echt van alles op de sector af. ‘Dit verhoogt de drempel om actief te blijven in de markt en vraagt om professionele processen, robuuste administratie en continue monitoring van arbeidsvoorwaarden’, merkt het adviesbureau wat droogjes op. ‘Met name kleinere spelers ervaren hierdoor veel druk, omdat zij relatief meer tijd en middelen moeten investeren om compliant te blijven.’
‘Met name kleinere spelers zijn veel tijd en middelen kwijt aan compliancy.’
Maar ondanks die constatering zijn het juist níet de allergrootste partijen die bovenaan staan in hun top-25 van flexbedrijven, gebaseerd op 4 financiële prestatie-indicatoren (Ebitda/brutowinst, brutowinst per fte, CARG (groeifactor brutowinst) en Return on Invested Capital). Dan is het niet Randstad of bijvoorbeeld Tempo-Team, OTTO Work Force of Adecco, maar juist de Bender Groep die de toon zet.
Deze Nederlandse detacheerder in het sociaal en ruimtelijk domein, met iets meer dan 1.000 professionals in dienst, scoort met name op het gebied van rendement op geïnvesteerd kapitaal erg hoog, waardoor het organisaties als Kenonz, Pro Industry, Finanxe en WerkTalent achter zich laat. Opvallend: de 2 hoogst genoteerde bedrijven zijn allebei actief in detachering in de publieke sector, kennelijk een branche die minder last heeft van de toenemende marktdruk.
Opvallend: bovenaan staan 2 detacheerders in de publieke sector.
In de vorige editie was House of Talents overigens nog de lijstaanvoerder, maar door het ontbreken van publieke informatie is dat bedrijf dit jaar niet opgenomen in de analyse. In de top 25 is Brunel dit jaar trouwens de grootste partij, al staan zij dan wel helemaal onderaan in die ranking.
Detacheerders scoren beter
In het Top 25 rapport van Aeternus valt sowieso op dat detacheerders gemiddeld beter presteren dan klassieke uitzendbureaus, met name op het gebied van de gemiddelde brutowinst per fte en de ROIC. Wel opvallend is daarentegen dat dit jaar uitzenders eigenlijk voor het eerst hogere marges op hun plaatsingen weten te realiseren dan detacheerders. Daar staat dan wel weer tegenover dat detacheerders dit jaar hogere groeicijfers laten zien dan uitzenders.
Uitzenders boeken dit jaar hogere marges op hun plaatsingen dan detacheerders.
Van de 61 door Aeternus onderzochte partijen zijn er 8 waarbij private equity-investeerders betrokken waren (13%). Zulke flexbedrijven met PE-betrokkenheid laten gemiddeld sterkere financiële ratio’s zien dan organisaties zonder private equity, aldus de onderzoekers. Met name de brutowinstgroei van PE-gesteunde flexbedrijven ligt met 19,4% over de periode 2022 tot 2024 op een hoog niveau. Dit beeld zag het brancheteam van Aeternus vorig jaar ook al terug. Wel liggen de ratio’s over de volle breedte dit jaar iets lager dan in het voorgaande rapport. De onderzoekers verwachten voor 2026 echter dat ‘de rust langzaamaan terugkeert’ en er weer focus kan zijn op commerciële groei, zowel in de werving van arbeidskrachten als in acquisitie van nieuwe opdrachtgevers.
Meer weten?
Benieuwd naar de hele top 25? Of naar andere ontwikkelingen in de branche. Download dan hier het rapport.
Top 25 FlexbrancheLees ook
Beeld boven: site Bender
