Over A.I. en vertrouwen: waarom menselijke screening belangrijker wordt dan ooit

Wie de cijfers ziet, kan niet anders dan verontrust zijn. Het risico van fraude in cv’s, aangestuurd door A.I., beloopt tegenwoordig naar schatting maar liefst 600 miljard dollar (!), met 50% van de kandidaten die nu zegt A.I. te gebruiken bij het zoeken naar een baan, terwijl slechts 36% van de werkgevers denkt adequate fraudedetectietechnologie in huis te hebben. Naar schatting is in 2028 een kwart van de kandidaatprofielen die je als recruiter binnenkrijgt minimaal deels fake. En maar liefst 62% van de hiring managers zegt dat kandidaten beter zijn in het faken van hun identiteit dan dat zij zijn in het detecteren ervan.

Uit: recent Randstad onderzoek

De opkomst van A.I. verandert recruitment fundamenteel, ziet ook iemand als Michel Franken, die recent is gestart als Director New Business EMEA bij DISA (het oude Validata), marktleider in employment screening van kandidaten. ‘Recruiters beschikken nu over krachtige tools om kandidaten te vinden, vacatures te schrijven, sollicitaties te beoordelen en processen te automatiseren’, ziet hij. ‘Maar dezelfde technologie die recruiters helpt, maakt het ook eenvoudiger informatie te manipuleren. Zo ontstaat een nieuwe uitdaging voor werkgevers: hoe weet je nog zeker dat de persoon die je aanneemt daadwerkelijk is wie hij zegt dat hij is?’

Feit van fictie onderscheiden

Ook binnen screening biedt A.I. grote voordelen, schetst hij. Processen kunnen sneller, gegevens efficiënter verwerkt en kandidaten krijgen sneller duidelijkheid. ‘De technologie zal daarom ongetwijfeld een blijvende rol spelen in de toekomst van recruitment. Tegelijk wordt het steeds moeilijker feit van fictie te onderscheiden. Met generatieve A.I. kunnen kandidaten in minuten een professioneel ogend cv opstellen, sollicitatiebrieven schrijven en hun online profiel optimaliseren. Daarnaast maakt nieuwe A.I. het mogelijk documenten te manipuleren, certificaten aan te passen en zelfs deepfake video’s te creëren voor digitale sollicitatiegesprekken.’

Internationaal zijn inmiddels meerdere gevallen bekend waarbij organisaties werden geconfronteerd met vervalste identiteiten, gefingeerde werkervaringen en gemanipuleerde documenten, merkt hij op. ‘Voor recruiters ontstaat daardoor een nieuwe realiteit. Een overtuigend cv of sterk gesprek biedt niet langer automatisch zekerheid dat de onderliggende informatie correct is.’ Dat was eigenlijk altijd al zo, maar wordt nu dus eerder erger dan beter, schetst hij. Terwijl tegelijkertijd de druk vanuit wet- en regelgeving toeneemt. Denk aan de AVG, maar ook aan iets als de EU AI Act, die recruitment als high risk aanmerkt.

‘Organisaties moeten kunnen aantonen hoe ze technologie inzetten en welke gegevens ze verwerken.’

‘Dat betekent dat organisaties moeten kunnen aantonen hoe ze technologie inzetten, welke gegevens ze verwerken, hoe ze mogelijke vooroordelen monitoren en hoe menselijke controle plaatsvindt’, legt Franken uit. ‘De Europese regelgeving stuurt nadrukkelijk aan op menselijke betrokkenheid bij processen die impact hebben op kandidaten en werknemers. Volledig geautomatiseerde besluitvorming zonder betekenisvolle menselijke tussenkomst staat daarmee steeds meer onder druk.’ En dus zijn AI agents volgens hem ook níet de oplossing voor screening, hoe aantrekkelijk ze in eerste instantie misschien ook klinken.

Compliant blijven

‘Screening draait namelijk niet alleen om het verwerken van data. Het draait om interpretatie, proportionaliteit, context en juridische zorgvuldigheid’, zegt hij. ‘Mag je een bepaald gegeven überhaupt verwerken? Is een screening toegestaan binnen de lokale wetgeving? Welke informatie mag je opvragen? Hoe moet je een afwijking interpreteren? Welke rechten heeft de kandidaat? Dat zijn vragen die je niet uitsluitend door algoritmes kunt laten beantwoorden. Sterker nog, veel onderdelen van screening vereisen menselijke beoordeling om compliant te blijven met de huidige privacywetgeving en sectorspecifieke regelgeving.’

‘Als kandidaten vragen hebben, blijkt dat technologie alleen zelden voldoende is.’

Internationale verificaties, referentieonderzoek, interpretatie van juridische verschillen tussen landen, proportionaliteitsafwegingen rondom privacy en compliance: je kunt het echt niet allemaal zomaar aan A.I. overlaten, aldus Franken. ‘Juist deze onderdelen maken screening tot een specialistisch vakgebied waarin menselijke expertise essentieel blijft’, zegt hij dan ook. Net als overigens menselijk contact tijdens het screeningsproces. ‘Kandidaten hebben regelmatig vragen over documenten, privacy, internationale verificaties of de status van hun screening. Juist op die momenten blijkt dat technologie alleen niet voldoende is.’

Liever geen bot

Niemand zit er volgens hem te wachten op een chatbot als er vragen zijn over gevoelige persoonsgegevens, een vertraagde verificatie of een complexe internationale screening. ‘Kandidaten willen geholpen worden door een specialist die hun situatie begrijpt en werkgevers willen kunnen vertrouwen op een deskundige gesprekspartner die verantwoordelijkheid neemt voor het proces, ook als specifieke compliance-eisen gelden. De combinatie van geavanceerde technologie en persoonlijk contact zorgt dat niet alleen de kwaliteit van de screening toeneemt, maar ook de ervaring van zowel kandidaat als opdrachtgever.’

‘Screening vormt vaak een van de eerste ervaringen die een kandidaat met een nieuwe werkgever heeft.’

Michel Franken

Veel werkgevers zien screening nog vaak als een noodzakelijk onderdeel van het aannameproces, misschien zelfs wel een noodzakelijk kwaad. ‘In werkelijkheid vormt het vaak een van de eerste ervaringen die een kandidaat met een nieuwe werkgever heeft’, aldus Franken. ‘Een professionele, transparante en persoonlijke begeleiding draagt daarom direct bij aan het employer brand van een organisatie. Als kandidaten snel antwoord krijgen op vragen, weten wat je van hen verwacht en persoonlijke ondersteuning krijgen als dat nodig is, ontstaat het vertrouwen in het proces, dat tegenwoordig zo essentieel is.’

Screening wordt strategisch 

Waar organisaties screening vroeger nog wel eens zagen als een administratieve controle achteraf, groeit het nu uit tot een strategisch onderdeel van recruitment en risicobeheersing, is Frankens stellige overtuiging. ‘Werkgevers krijgen steeds meer te maken met strengere compliance-eisen, internationale arbeidsmobiliteit en toenemende afhankelijkheid van digitale processen. Daardoor groeit de behoefte aan betrouwbare verificatie van identiteiten, diploma’s, werkervaring en integriteitsaspecten. Niet vanuit wantrouwen, maar juist om vertrouwen te kunnen onderbouwen.’

Maar dan dus wel in een combinatie waarin ’technologie en menselijke expertise elkaar versterken’, zoals hij het uitdrukt. ‘Want juist in een tijdperk waarin A.I. steeds overtuigender wordt, blijft onafhankelijke menselijke verificatie essentieel. Niet alleen voor compliance en kwaliteit, maar dus ook voor de ervaring van kandidaat en opdrachtgever. De realiteit is dat vertrouwen, compliance en kandidaatbeleving niet volledig te automatiseren zijn. Kandidaten willen geen chatbot als het gaat over hun identiteit, diploma’s of persoonsgegevens. Technologie kan processen versnellen, maar uiteindelijk zijn het mensen die vertrouwen creëren.’

‘Kandidaten willen geen chatbot als het gaat over hun identiteit.’

A.I. maakt onderling vertrouwen in het recruitmentproces daarom alleen nóg maar waardevoller, zegt hij. ‘Organisaties moeten niet alleen snel kunnen aannemen, maar vooral verantwoord kunnen aannemen. Dat vraagt om een combinatie van technologie, menselijke expertise, een diep begrip van wet en regelgeving en onafhankelijke verificatie. Juist daar maakt hoogwaardige screening het verschil. Want in een wereld waarin steeds meer informatie kunstmatig kan worden gegenereerd, wordt vertrouwen misschien wel de belangrijkste valuta van recruitment.’

Lees ook

Waarom verzuim tegengaan óók een recruitmenttaak is

Verzuim is momenteel een van de grootste kostenposten van werkgevers, en tegelijkertijd aanjager van schaarste en arbeidsmarkttekorten. Het verzuimpercentage ligt gemiddeld op5,8%, zo’n 16% boven het langdurig jaargemiddelde van 5,0%. Omgerekend gaat het om zo’n 80.000 mensen die nu ziek zijn bóven het gemiddelde, en als zij wel zouden werken veel scherpe randjes en tekorten van de arbeidsmarkt zouden kunnen weghalen, zeker in bijvoorbeeld de zorg en onderwijs.

Elke dag telt 1,4 miljoen mensen die ziek of arbeidsongeschikt zijn en dus niet werken.

En dan staat het reguliere ziekteverzuim van bijna 600.000 verzuimdagen per dag nog los van de ruim 800.000 arbeidsongeschikten in de WIA en Wajong (en ook nog los van de 800.000 mensen in bijstand en WW). Anders gezegd: momenteel zijn elke dag zo’n 1,4 miljoen mensen die tot de beroepsbevolking (kunnen) behoren, ziek. Een grote zorg, aangezien dit aantal groeit én alle partijen op de arbeidsmarkt (werkgevers, werknemers, overheid) dit willen voorkomen. Voormalig premier Ruud Lubbers zei 30 jaar geleden: ‘Nederland is ziek’. Nu zou hij niet meer zeggen ‘Nederland is ziek’, maar zou hij zeggen: ‘Nederland is doodziek’.

Verzuim als businesscase

Uit het Trendrapport Ziekteverzuim & Arbeidsongeschiktheid van verzekeraar NN blijkt dat de jaarlijkse kosten voor werkgevers inmiddels zijn opgelopen tot 29 miljard (en stijgend). Maar de werkelijke kosten zijn natuurlijk hoger door productiviteitsverlies, opportunity costs en de additionele inzet van flexibele arbeid. Elke recruitment- en HR afdeling zou moeten weten welke kosten er gepaard gaan met de inkoop van flex (detachering, uitzenden, zpp), Statement of Work, de inzet van bureaus (W&S, executive search) én op gebied van ziekteverzuim/outplacement en verzuimmanagement.

Er zijn in Nederland al veel bedrijven die meer verzuim- en arbomedewerkers in dienst hebben dan eigen recruiters. Dat geeft te denken. Het werkveld van recruitment evolueert steeds meer in talentmanagement. In de afgelopen jaren hoorde je al vaak ‘behoud is het nieuwe goud’, waarmee retentie en het tegengaan van verloop door onder meer het stimuleren van interne mobiliteit, loopbaan- en carrièreplanning, intern recruitment en intern hunten bij werkgevers die voorop lopen nadrukkelijker in het takenpakket van recruitment kwam te liggen. Tegenwoordig komt verzuimmanagement en -reductie daar steeds meer bij.

Goed verzuimmanagement is – zeker in de flexbranche – van levensbelang geworden.

Goed verzuimmanagement is – zeker in de flexbranche – van levensbelang geworden. De nieuwe uitzend-cao en de Wtta, waarmee de wachtdagen voor uitzendkrachten zijn vervallen, vormen een extra impuls hiervoor. Want elke dag ziek kost nu meteen geld. Het maakt steeds meer dat de bedrijfscontinuïteit onder druk komt te staan als verzuim niet onder controle komt. Alleen een belletje bij ziekmelding, actieve opvolging, participatie van management, intensieve samenwerking met arbodiensten is dan niet genoeg. Er wordt in de branche dan ook breed geïnvesteerd in preventie en verzuimreductie.

Effectieve maatregelen

Verzuimreductie wordt zo steeds meer iets waarmee ook (strategisch) recruiters zich moeten bezighouden. Ik heb hieronder 13 interventies opgeschreven die de moeite waard zijn om te bestuderen, daadwerkelijk gebruikt worden en niet altijd conventioneel zijn. Maar wel vaak zeer effectief.

#1. Doe assessments en referentiechecks

Assessments en referentiechecks vooraf reduceren de kans op een mismatch en daaruit voortvloeiende ongewenste uitval significant. Daarbij gaat het liefst meer om het toetsen van gedrag, aangevuld met competenties/kwaliteiten en cultural fit, dan om het toetsen van skills. Assessments van bijvoorbeeld Selection Lab, Equalture of Testgorilla kunnen hierbij helpen.

#2. Kijk achter de voordeur 

Er zijn bedrijven die niet alleen de sollicitatiegesprekken via Teams (video) en op kantoor houden, maar ook een gesprek houden bij de mensen thuis en/of uitgebreid met mensen gaan eten onder het mom van ‘Als ik geen uur met iemand kan eten, wordt het misschien wel lastig om 3 jaar met iemand samen te werken…’ 

‘Onconventioneel, maar zeer effectief. En waarom niet?’

Letterlijk achter de voordeur van mensen kijken, geeft een van de beste handvatten om te begrijpen waar iemand vandaan komt, van zijn/haar waarden, het ‘systeem’ waarin hij/zij werkt. Zo kun je een vele betere inschatting maken in de match en/of er aanvullende afspraken gemaakt moeten worden. Onconventioneel, maar zeer effectief. En waarom niet?

#3. Stuur op Quality-of-Hire

Nagenoeg alle TA-leaders noemen de Quality of Hire (QoH) als meest belangrijke Recruitment Kengetal. Onderdeel daarvan is of mensen na een jaar (/een paar jaren) er nog zijn en daadwerkelijk beoordeeld kunnen worden op hun performance. In bedrijven waar recruitment stuurt en beoordeeld wordt op de QoH, ligt de performance gemiddeld hoger en het verzuim lager. Daarmee is voorkomen van verzuim een onderdeel van het takenpakket van recruitment. Nadeel is echter dat QoH weliswaar het belangrijkste Recruitment Kengetal is, maar dat het heel vaak niet (goed) wordt gemeten.

 #4. Ga Spartaans managen

Maroeska Bakker, medeoprichter van The Recharge Club, een organisatie die bedrijven helpt next-gen ready te worden, had het op de recente Werf& Inspiration Day over ‘spartaans managen‘. Oftewel: een strenge, resultaatgerichte leiderschapsstijl gebaseerd op discipline, soberheid en toewijding. In de onboarding gaat het dan bijvoorbeeld om het helder en duidelijk communiceren en vastleggen van regels over werktijden, inklokken, pauzes, verzuimmeldingen en dergelijke. Duidelijkheid en consequente handhaving daarvan helpen burnout voorkomen, zeker voor een jongere generatie.

#5. Speel in op laaggeletterdheid

Steeds minder mensen kunnen (goed) lezen. De laaggeletterdheid is groot en al jaren (sterk) groeiend, evenals een goede beheersing van de Nederlandse taal. Door veel meer met video te werken en niet (of minder) met e-mail houd je mensen betrokken bij de organisatie, manage je verwachtingen en reduceer je onzekerheid. Dit geldt eigenlijk voor alle werkniveaus en natuurlijk nog meer als het gaat om uitvoerende beroepen of waar meerdere nationaliteiten op de werkvloer zijn. Inspelen op laaggeletterdheid is een ware verzuimkiller. Steeds meer bedrijven doen dit of faciliteren dit, zoals communicatie met iedereen via Wyzetalk.

#6. Train je hiring managers

Om verzuim te voorkomen en te beperken is de juiste match cruciaal. Daarin is toetsen op gedrag, cultural fit en het goede selectiegesprek een voorwaarde. Getrainde en professionele recruiters doen daarvoor belangrijk werk aan de voordeur van een organisatie (essentieel dat ze daarvoor de juiste recruitmentopleiding hebben gedaan), evenals de hiring managers die veelal het laatste woord hebben. Een hiring manager die getraind is in het voeren van selectiegesprekken, verschilt in output en Quality-of-Hire dag en nacht met iemand die dat niet heeft gehad. Wil je verzuim reduceren, train dan iedereen in het aannameproces hierop.

#7. Kijk naar de menselijke maat

Het goede gesprek. Aandacht voor elkaar. Luisteren, luisteren en luisteren. Uiteraard binnen de kaders van goed(willend) werknemerschap. De beste managers en werkgevers hebben de menselijke maat hoog in het vaandel staan en faciliteren en kiezen hun managers ook uit in het beheersen van deze competentie. Dit zijn de organisaties met nauwelijks ziekteverzuim. De vraag is of managers de tijd krijgen om met menselijke maat te managen zijn, of dat ze meer tijd moeten besteden aan de excelrapportages die ze moeten opleveren?

#8. Voorkomen is altijd beter dan genezen

Een app als Openup geeft heel veel werknemers (en hun familie) direct toegang tot hulp en advies. Daarmee worden problemen voorkomen, voordat ze problemen worden, en reikt de hulp verder dan alleen de werknemers, maar beïnvloedt het het hele systeem, wat vaak de belangrijkste reden is van (langdurig) verzuim. In bijna 70% van het verzuim gaat het (ook) om iets anders dan alleen het ziek zijn van de persoon zelf. Denk bijvoorbeeld aan mantelzorg, ziekteverzuim van kinderen, activiteiten op school. Zou je daar nu werkelijk geen systeem voor kunnen bedenken wat voorkomt dat mensen (onterecht) zich ziek moeten melden?

#9. Werf waar de doelgroep is

Recruitment, maar ook arbeidsmarktcommunicatie, kunnen een significante bijdrage leveren om de juiste mensen binnen te krijgen. Werf dus waar je doelgroep is, niet waar de CpA en CpC het laagste is. If you pay peanuts for recruitment, you get monkeys… De juiste doelgroepinformatie is essentieel. Kanalen waar de kwaliteit én de kosten ondergemiddeld zijn werken niet positief voor de Quality-of-Hire en jagen indirect het verzuim aan. Zet liever in op niche-media (van podcast tot OOH), werk samen met andere werkgevers (en zet alle silver medallists door), werf vanuit je eigen talentpool, en natuurlijk: geef aandacht aan de latente baanzoeker.

Voorbeeld uit Giant voor het aantrekken van latent baanzoekende Controllers

#10. Zet geld slim in

Mensen werken voor een salaris, om de kosten van leven te kunnen betalen. Dat is veruit in de meeste gevallen de belangrijkste reden om te werken. Rondom geld hangen veel kansen om verzuim beter te managen en te voorkomen. Ik noem het maar even ‘salaris-management’. Denk bijvoorbeeld eraan:

    1. Een verzuimbonus in te voeren (ook opgenomen in enkele cao’s)
    2. Loonstroken te gebruiken die iedereen begrijpt
    3. Hulp bij schuldenproblematiek te bieden (buiten het zicht van de manager)
    4. Perspectief op loondoorgroei in de jaren te bieden (perspectief zet mensen in een positieve beweging)
    5. Overwerk (snel) uit te betalen
    6. Salaris continu beschikbaar te maken, via bijvoorbeeld DailyPay.

#11. Geef inzicht in employability

Proactief inzicht geven in de employability, doorgroeimogelijkheden, skills die de organisatie nodig heeft (en waarvoor extra betaald kan worden) en kansen binnen en buiten de organisatie, kan verzuim voorkomen. Mensen perspectief geven in hun werk, in hun toekomstige verdiencapaciteit, toekomst (binnen en buiten de organisatie) en mensen daarin equiperen, maakt én werkgevers én werknemers sterker.

Inzicht geven in kansen binnen en buiten de organisatie kan verzuim voorkomen.

Daarin kan A.I. een belangrijke rol spelen, gekoppeld met bijvoorbeeld de data van Intelligence Group. Denk aan Lola, het A.I.-platform voor re-integratie en loopbaanbegeleiding van HuskyAI, maar ook aan: loopbaan-APK’s, een arbeidsmarktscan, en een employability-jaaropgave (gekoppeld aan de salarisstrook). Stuk voor stuk instrumenten die L&D-professionals, loopbaanbegeleiders, lijnmanagers en HR kunnen inzetten en niet alleen verzuim en een bore- en burnout kunnen tegengaan, maar ook retentie en productiviteit kunnen vergroten.

#12. Bied perspectief

Zie je perspectief, dan kom je in beweging. Zelfs mensen die echt vastzitten nadat ze zijn uitgevallen. Verzuimmanagement is niet alleen (langdurig) verzuim voorkomen, maar ook krachtig herstel bevorderen. Een sessie met een VR-bril kan daarin wonderen verrichten, toont bijvoorbeeld de VRanderkamer aan, niet voor niets de winnaar van de Loopbaanpro-Award van 2024. Met behulp van VR technologie zien mensen hier hun (werk)toekomst en krijgen daarmee hernieuwd perspectief. Op het moment dat je je toekomst (letterlijk) voor je ziet is de stap om ernaartoe te bewegen een stuk kleiner geworden. Zien en ervaren = geloven.

 Sasja Dirkse en Angela Talen van de VRanderkamer, op de recente Werf& Inspiration Day.

#13. Beloon inzetbaarheid

Veel verzuim heeft te maken met situaties in het privéleven van een persoon en de inflexibiliteit van de (het systeem van de) werkgever. Denk aan ‘noodsituaties’ binnen het gezin en familie, van kinderen die ziek zijn, mantelzorg, naar de tandarts gaan, of een oudergesprek. Het gaat hier vaak om kortdurend verzuim, waar mensen veel stress van ervaren en wat een opmaat kan zijn naar langdurig verzuim.

‘Flexibiliteit maakt mensen (én werkgevers) gelukkig en voorkomt verzuim.’

Instrumenten die hierbij kunnen helpen zijn zelfroosteren, het makkelijk kunnen ruilen van diensten, gebruik maken van platform technologie, ‘jokerdagen’ (een dag/moment die je 24 uur of 48 uur van te voren kunt aanvragen). Deze flexibiliteit maakt mensen (én werkgevers) gelukkig en voorkomt verzuim. Hieraan zou je ook een beloningssysteem kunnen koppelen dat flexibiliteit, inzetbaarheid en dergelijke beloont, zoals Cruit dat faciliteert binnen bijvoorbeeld de flexindustrie.

Verdien jezelf terug

Ziek zijn is niet leuk. Verzuim ook niet. Het voorkomen van verzuim, en het systeem zo inrichten om mensen sterker terug te laten komen en te empoweren is wél leuk. Daarin is een opvallend belangrijke, maar onderbelichte taak weggelegd voor recruitment. Sturen op quality-of-hire, de menselijke maat en perspectief zijn daarin basisvoorwaarden. Vaak staan ze niet in het spreadsheet van management, maar de businesscase is zo gemaakt. Met inzet op verzuimreductie verdient recruitment zichzelf vaak meer dan 10 keer terug. Reken het uit en investeer zo meteen in de kwaliteit van recruitment én employer branding.

Lees ook

Is echt nog mínder dan 2% van de vacatures in Europa transparant over het salaris?

Onder meer om de hardnekkige loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten, is vanaf 7 juni dit jaar in de hele Europese Unie de Directive on pay transparency van kracht. De wet die dit ook in Nederland moet regelen, geldt nog niet: Nederland was weer eens te laat begonnen met de voorbereidingen. Maar omdat het om Europese regelgeving gaat, kunnen mensen er al wel een beroep op doen. Kandidaten kunnen dus nu al vóór het eerste sollicitatiegesprek inzicht eisen in het salaris of de salarisschaal van een functie waarop ze solliciteren, en je mag als werkgever ook niet meer vragen naar hun salarisverleden of een huidige loonstrook.

EU is niet voorbereid

Opvallend is hoe weinig de praktijk hierop voorbereid lijkt. Niet alleen in Nederland, trouwens, eigenlijk in de hele Europese Unie. Om een voorbeeld te noemen: volgens een analyse van Mokaru, een Amerikaans platform voor vacaturezoekers, bevat slechts 1,8% (!) van alle Europese vacatures dit jaar een salaris of salarisrange. In de Verenigde Staten is dat 37,4% – ruim 20 keer zoveel. Canada doet het met 39,4% zelfs nog iets beter dan de VS. Binnen Europa is het Verenigd Koninkrijk met 21,5% koploper, maar binnen de EU haalt alleen Ierland bijna 18%. Verder komt geen enkel EU-land boven de 5% uit.

Amerikaanse vacatures zijn 20 keer transparanter dan Europese.

Duitsland, de grootste economie van de unie, blijft steken op 0,7%. Zweden – dat de invoering van de richtlijn helemaal heeft opgeschort – scoort zelfs 0,0%; slechts 1 op de 2.000 geanalyseerde vacatures bevatte hier salarisinformatie. Zo bezien doet Nederland het met 2,8% nog wel redelijk. Dat is bijna evenveel als in Italië, Slowakije, Litouwen en Malta, de enige EU-landen die daadwerkelijk de deadline voor invoering van de richtlijn hadden gehaald. In deze paar landen die dus wel op tijd waren, ligt het aandeel vacatures met salarisinformatie op 2,9% – gemiddeld bijna het dubbele van de 1,6% in landen die vertraging hebben opgelopen.

De richtlijn is er, de data niet

Mokaru keek voor de analyse naar 2,7 miljoen vacatures, die tussen 1 april en 30 juni 2026 zijn geplaatst door ruim 215.000 werkgevers. De data komen rechtstreeks van bedrijfscarrièresites – first-party data uit 46 verschillende ATS-systemen als Workday, Greenhouse en SmartRecruiters, aangevuld met het Europese EURES-netwerk. In Nederland werden op die manier 181.666 vacatures onderzocht, waarbij dus slechts in 5.087 vacatures concrete salarisinformatie werd gevonden. ‘Salarisvermelding’ betekende in de analyse dat de vacature gestructureerde, machinaal leesbare salarisgegevens bevatte (een minimumsalaris of salarisbereik). 

Concurrentie lijkt in Europa voorlopig meer te doen voor loontransparantie dan regelgeving.

Opvallend in het onderzoek is trouwens wel het verschil tussen kantoorbanen en remote functies. In de EU toont 11,5% van de vacatures voor werken op afstand een salaris, tegen 1,6% bij vacatures die op locatie zijn uit te voeren: bijna 7 keer zoveel dus. Werkgevers die internationaal remote personeel werven, concurreren kennelijk op een arbeidsmarkt waar Amerikaanse transparantie inmiddels meer de norm is. In de VS bestaat dat verschil veel minder (39,6% tegen 37,3%), omdat daar wetgeving voor alle vacatures geldt, ongeacht de werklocatie.

De prijs van de stilte

Concurrentie doet in Europa dus voorlopig meer voor loontransparantie dan regelgeving, concludeert Mokaru-oprichter Jente Vandijck, die nog iets opmerkelijks constateert. Want waar in de VS juist de vacatures voor instapfuncties het meest transparant blijken (41,8%), is in Europa het beeld vrijwel omgekeerd: daar is de transparantie juist het laagst bij mid-level functies (1,1%). Dat raakt precies de kandidaten met de minste onderhandelingsruimte – mensen die zich niet kunnen veroorloven om na 4 sollicitatierondes alsnog af te haken omdat het uiteindelijke aanbod te ver tegenvalt, of geen ruimte voor onderhandeling laat.

Vacatures voor werken op afstand geven nu de beste kans op salarisinformatie.

Zolang de richtlijn in de meeste landen nog geen tanden heeft, blijven Europese kandidaten dus grotendeels in het duister onderhandelen. Vacatures voor werken op afstand geven op dit moment de beste kans op salarisinformatie. Ook wie in Italië, Slowakije, Litouwen of Malta solliciteert, kan al een duidelijk beroep doen op het recht op salarisinformatie voorafgaand aan het gesprek – daar is de richtlijn al wet. En voor de rest geldt: wie vooraf zelf marktconforme salarissen opzoekt, staat uiteindelijk sterker aan de onderhandelingstafel, want de vacaturetekst zelf lijkt het antwoord voorlopig dus nog niet te geven.

Lees ook

 

Waarom Lidl in België de salarisstroken van 5 medewerkers op straat gooit

We komen er niet alleen achter dat ze ooit wil trouwen, maar weten nu ook dat Kimberley elke maand daarvoor zo’n 800 euro opzij zet. En dat kan ze ook, met een inkomen van 4.280 euro bruto, als store manager bij een van de Vlaamse vestigingen van Lidl. Winkelbediende Kim kan daar niet aan tippen, met zijn maandloon van 2.167 euro bruto, net zo min als assistant store manager Tamila, die al 10 jaar bij Lidl werkt, en daarmee elke maand 3.188 euro bruto verdient. En dan hebben we bijvoorbeeld ook nog winkelbediende Lendy, die al 5 jaar bij Lidl onder contract staat, voor 32 uur in de week, en daarmee 2.235 euro bruto verdient.

‘Het is nog steeds een taboe om te vertellen wat je verdient…’

Het is een opvallende openheid die een recente campagne van Lidl tentoonspreidt. De Europese Unie mag dan meer loontransparantie afdwingen om de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen, de meeste organisaties zijn toch nog aardig huiverig om er al te veel mee te koop te lopen. En sterker nog: er heerst ook onder werkenden nogal een taboe om onderling te bespreken wie wat verdient, of beter gezegd: elke maand krijgt overgemaakt. Maar bij de Belgische Lidl willen ze dat taboe dus doorbreken, en hebben ze 5 medewerkers bereid gevonden hun ‘loonbrieven’, zoals dat in België heet, aan de hele wereld kenbaar te maken.

‘Geen discountlonen’

‘Wij zijn een discounter, maar dat betekent absoluut niet dat we discountlonen betalen’, verklaart een woordvoerder van het bedrijf de campagne, die in de eerste plaats bedoeld is om nieuwe medewerkers te trekken, en daarom vooroordelen over de beloning wil wegnemen. En zo leren we dat de 32-jarige Maruschka (32), die al 8 jaar bij Lidl in Middelkerke werkt, in 36 uur per week, soms ook op zaterdag, 3.081 euro verdient. Een loon waar ze best tevreden mee is, zegt ze. Ze kreeg ook al aanbiedingen van de concurrentie, maar ‘ik heb niet gebeten’, zegt ze. ‘Ik ben tevreden hier, waarom dan veranderen?’

‘Vandaag praten we nog steeds over salaris zoals onze ouders vroeger over seks praatten.’

De 5 medewerkers van de retailer zijn opvallend genoeg niet de enigen van wie de Belgen sinds kort weten wat ze maandelijks verdient. Zo valt het salaris van Maura Nachtergaele, de 33-jarige CEO van techbedrijf Payflip, af te lezen op een groot reclamebord op het Antwerpse Zuid: 10.000 euro. ‘We maken daarmee duidelijk dat loon geen kwestie is van onderhandelen of vleierij, maar van inhoud’, aldus Nachtergaele tegen de VRT. Het moet volgens haar vooral een debat op gang brengen. ‘Vandaag praten we nog steeds over salaris zoals onze ouders vroeger over seks praatten: ongemakkelijk, fluisterend en verontschuldigend.’

Positieve reacties

Ondertussen laat Lidl-medewerkster Maruschka weten ‘alleen nog maar positieve reacties’ te hebben ontvangen op de campagne. Van collega’s, maar ook van vrienden die aangenaam verrast waren dat de retailsector toch niet altijd zo slecht betaalt als sommigen denken. Collega’s schrokken er overigens ook niet van dat Maruschka 1 van de 5 medewerkers is die wilde meedoen aan deze campagne. ‘Ze kennen mij als een open boek en ik deed eerder al mee aan een campagne over loon en wat je er allemaal mee doet. Toen werd er geen bedrag genoemd, nu dus wel.’

‘Een loon is voor ons ook veel meer dan zomaar een bedrag op papier.’

‘Een loon is voor ons ook veel meer dan zomaar een bedrag op papier’, vult de woordvoerder van het bedrijf aan. ‘Het is de basis voor de dromen en de financiële rust van de medewerkers. Of dat nu gaat om sparen, reizen, of de zekerheid van een stabiel leven. In plaats van te wachten op de formele omzetting van de wetgeving in België kiezen we ervoor om nu al die openheid te bieden. We laten zien hoe de lonen vandaag concreet in elkaar zitten, zodat er een helder en feitelijk vertrekpunt is voor iedereen. […] Door de loonbrieven openlijk te tonen, laten we de feiten voor zich spreken.’

In UK: gegarandeerd gesprek

Het is overigens niet de enige actie waarmee Lidl bij een van onze buurlanden opvalt. In Groot-Brittannië haalde de supermarktketen volop het nieuws met de garantie op een sollicitatiegesprek die het geeft aan iedereen die 6 maanden of langer zonder werk zit. Naast een versnelde sollicitatieprocedure hoeven deze sollicitanten ook geen cv in te dienen; ze kunnen zo een afspraak maken. Lidl werkt samen met lokale partners, zoals de belangrijkste aanbieders van de Britse RESTART-regeling en het Ministerie van Werk en Pensioenen, die de kandidaten zullen identificeren en van sollicitatietips zullen voorzien.

‘Voor mensen die moeite hebben om aan werk te komen, kan het krijgen van die eerste kans de moeilijkste stap zijn.’

Lidl reserveert hiervoor 10% van alle sollicitatiegesprekken voor startersfuncties in elke nieuwe winkel in de komende 12 maanden, naast minstens 480 sollicitatiegesprekken in de 13 magazijnen. Stephanie Rogers, Chief People Officer bij Lidl GB: ‘Werkloosheid treft gemeenschappen in het hele land en vergroot de druk waaronder veel huishoudens al staan. Voor mensen die moeite hebben om aan werk te komen, kan het krijgen van die eerste kans de moeilijkste stap zijn. Daarom versnellen we sollicitatiegesprekken in het hele land om mensen te helpen een voet tussen de deur te krijgen.’

Lees meer

Hoe een kleine gemeente zich weet te onderscheiden (door vooral zichzelf te zijn)

Voor een relatief kleine gemeente, met zo’n 200 ambtenaren in dienst, is het altijd lastig om je op de arbeidsmarkt te profileren. Maar de behoefte bij de Gemeente Oldebroek, gelegen tussen Nunspeet en Zwolle, was wel groot. ‘De uitdaging ligt met name op functies boven schaal 9. Specifiek in het ruimtelijk domein waren begin dit jaar veel vacatures’, vertelt Interim Recruitment Adviseur Femke Beltman. Dus hoe pak je dat aan? Daar past geen traditionele arbeidsmarktcampagne bij, concludeerde Beltman al snel. En dus besloot ze de hulp in te roepen van Recruitment Marketeers en Studio Werken Bij in Haarlem.

‘We kozen een aanpak die recht deed aan onze cultuur: nuchter, toegankelijk en met gevoel voor zelfspot.’

Die togen voortvarend aan het werk, herinnert ze zich. ‘We hebben een creatief ingezet die in gesprek is gegaan met de medewerkers en zo het verhaal van werken bij de gemeente heeft opgehaald. Op basis van het creatief concept hebben we vervolgens een campagnestrategie en draaiboek voor een film ontwikkeld.’ Niet alleen de video, maar eigenlijk de hele campagnestrategie was uiteindelijk behoorlijk ‘out-of-the-box‘, zegt ze, en zeker niet standaard. ‘We kozen voor het creatieve concept van “iets te doen in Oldebroek”; een aanpak die recht deed aan de cultuur van de organisatie. Nuchter, toegankelijk en met gevoel voor zelfspot.’

Zware vacatures

Ook het feit dat in sommige campagnes sollicitatiegesprekken pas werden gevoerd na een informeel inloopmoment noemt ze verrassend, zeker voor een kleine gemeente als deze. ‘En de out-of-the-box-campagne, inclusief nieuwe werkenbij-site in dezelfde tone-of-voice heeft zich gelukkig ook uitbetaald. We krijgen meer sollicitanten, en vooral: betere. Ook de zware vacatures als senior beleidsadviseur Sociaal Domein of Wonen en Zorg, of een projectleider of toezichthouder Civiele Techniek, vulden we nu makkelijker in. Sommige kandidaten hadden nog nooit van ons gehoord, maar gingen aan op de film en besloten daarop te solliciteren.’

‘Na een awareness-campagne met de werkenbij-film kreeg onze website in de eerste maand al 10 keer zoveel bezoekers…’

In de employer brand-film zien we niet alleen medewerkers van de gemeente, maar ook ‘echte Oldebroekers’ – van de slager tot de burgemeester. ‘Door de luchtige, humoristische toon wisten we ons te onderscheiden binnen een vaak formeel speelveld, zonder aan geloofwaardigheid in te boeten.’ Juist die combinatie zorgde voor herkenning bij de doelgroep, denkt Beltman. ‘Na een awareness-campagne met de werkenbij-film kreeg de website van de gemeente in de eerste maand al 10 keer zoveel bezoekers…’ (iets wat deze maand, met de recente, opvallende presentatie van het behoorlijk rechtse college overigens misschien wel weer het geval is).

De gemaakte promofilm zegt trouwens wel iets over de gemeente, denkt Beltman. ‘Bijvoorbeeld dat we openstaan voor andere ideeën en vernieuwing.’ Wat ook te danken is aan de soepele samenwerking met Recruitment Marketeers, benadrukt ze. ‘Ze kennen onze organisatie natuurlijk ook door en door en denken altijd met ons mee.’ Recruitment Marketeers verzorgt trouwens niet alleen de employer branding, maar ook het hele jobmarketingproces voor de gemeente. ‘Zo kunnen we vacatures ook makkelijker invullen’, aldus Beltman. ‘Dat is niet alleen fijn werken, je voelt het ook in de output.’

EU waarschuwt voor Amerikaanse A.I.-cv-screeners, maar blijkt zelf ook niet zonder te kunnen

Bij het Europees Bureau voor Personeelsselectie (EPSO) stapelden de sollicitaties zich de laatste tijd snel op. Voor het laatste algemene toelatingsexamen, bekend als AD5, dat toegang geeft tot een felbegeerde reservelijst voor vaste functies bij de Europese Commissie, kwamen sinds begin februari dit jaar maar liefst 174.922 aanmeldingen binnen – bijna 3 keer zoveel als verwacht. En de volgende ronde belooft niet kleiner te worden. ‘We kunnen de nieuwe laureaatslijsten uit EPSO domweg niet meer bijbenen’, zegt een EU-official tegen de Europese nieuwswebsite en Mediahuis-onderdeel Euractiv.

‘We kunnen de nieuwe laureaatslijsten uit EPSO domweg niet meer bijbenen.’

Recruiters moeten tienduizenden cv’s doorspitten en tegelijk consistente standaarden bewaken. Het huidige wervingsproces duurt daardoor gemiddeld 3 tot 4 maanden. ‘Het is zoeken naar een speld in een hooiberg’, aldus de woordvoerder. Maar de Europese Commissie heeft gelukkig wel een oplossing voor ogen. Na 2 jaar ontwikkeling nadert een nieuwe A.I.-selectietool zijn laatste testfase. Bij succes kan die deze zomer al bij een beperkte groep gebruikers live gaan, zegt de official tegen Euractiv. Alleen: die tool komt wel uit de Verenigde Staten, en strookt ook verder nauwelijks met de richtlijnen die de EU doet uitgaan.

Bovenop Anthropic

De tool heet voluit de Job Matching Application en wordt gebouwd door de consultants Accenture, bovenop het Claude-large language model (LLM) van Anthropic en gehost op de cloud-infrastructuur van Amazon Web Services (AWS). Drie Amerikaanse partijen dus, voor een systeem dat straks mede bepaalt wie er werkt aan Europees beleid. Het systeem moet kandidaten identificeren, scoren en rangschikken binnen alle EPSO-procedures. Ook bij interne vacatures en de werving van tijdelijke medewerkers en contractanten moet de tool tijd gaan besparen, zo is de bedoeling.

Recruiters kunnen kandidaten hier rangschikken met een combi van traditionele screening, A.I.-scoring en semantic matching.

Sollicitanten leveren hun cv en documenten voortaan aan via het Single Candidate Portal van de EU. Die gegevens stromen vervolgens door naar een centrale database, de Unified Talent Pool, blijkt uit interne documenten die Euractiv heeft ingezien. Recruiters kunnen kandidaten hier doorzoeken, filteren en rangschikken met een combinatie van traditionele screening, A.I.-scoring en semantic matching – waarbij het systeem probeert te snappen of iemands ervaring past bij de functie-eisen. Volgens de Commissie helpt dat geschikte kandidaten te vinden die een gewone zoekopdracht zou missen, en de administratieve last te verlichten.

Mens houdt (voorlopig) het laatste woord

De Amerikaanse A.I.-tool blijft volgens de Commissie overigens een hulpmiddel, geen beslisser. Recruiters bepalen namelijk nog steeds de selectiecriteria, en de uiteindelijke keuze wie doorgaat naar de volgende ronde ligt bij het selectiepanel. Zodra de tool wordt ingezet, krijgen kandidaten dat ook te horen via een A.I.-disclaimer in de vacaturetekst. Ze kunnen vervolgens menselijke tussenkomst eisen en een beslissing aanvechten voordat de gesprekken beginnen. Kortom: redelijk volgens het boekje, zoals de EU dat in zijn AI Act heeft vastgelegd.

Fictief voorbeeld die de werking van de tool uitlegt, bron: Euractiv

Toch zijn er zorgen, blijkt uit interne EU-correspondentie die Euractiv inzag: van mogelijke bias in het algoritme tot het risico dat kandidaatgegevens breder worden gebruikt dan bedoeld. Ook spelen bredere twijfels rond de kennis en kunde van large language models mee, zoals ondoorzichtige besluitvorming en het verzinnen van informatie. Eén onderzoek wijst er zelfs op dat LLM’s cv’s die door hun eigen A.I. zijn geschreven, kunnen voortrekken boven cv’s van mensen of van andere A.I.-modellen die niet voor deze specifieke vorm van taalverwerking zijn getraind.

Eigen richtlijnen zetten de eigen tool onder druk

Toeval of niet: net nu de Job Matching Application zijn laatste testfase ingaat, publiceerde de Europese Commissie eind juni 2026 dus conceptrichtlijnen over wanneer A.I. in recruitment als hoogrisico geldt onder artikel 6 van de EU AI Act. De kern: een A.I.-systeem kán hoogrisico zijn zodra het zwaar meeweegt in wie doorgaat naar de volgende ronde – ook als een recruiter of manager formeel de eindbeslissing neemt. Juist dat raakt precies het argument waarmee de Commissie haar eigen tool verdedigt: dat het ‘slechts’ een hulpmiddel is omdat het selectiepanel toch nog altijd het laatste woord houdt.

Volgens de conceptrichtlijnen is dat onderscheid dus géén garantie. Systemen die vacatures gericht plaatsen, kandidaten opsporen, cv’s screenen, sollicitanten rangschikken of beoordelen, vallen doorgaans onder punt 4(a) van bijlage III bij de AI Act – en daarmee onder de zwaarste categorie regels. De Commissie haalt tot 23 juli 2026 feedback op bij belanghebbenden over de voorgestelde richtlijnen; de definitieve richtlijnen worden pas eind 2026 verwacht. Tegen die tijd moet ook duidelijk zijn hoe streng de eigen Job Matching Application langs de eigen meetlat wordt gelegd.

De soevereiniteitsvraag 

Maar niet alleen de overeenstemming met de eigen richtlijnen schuurt in de keuze voor de Anthropic-tool. Er wringt nog iets. De Unie wil namelijk formeel juist mínder afhankelijk worden van buitenlandse (lees: Amerikaanse) techplatforms – digitale soevereiniteit is een terugkerend thema in Brussel. Tegelijk laat ze de werving voor haar eigen ambtenarenapparaat nu dus draaien op een Amerikaans taalmodel, een Amerikaanse ontwikkelaar en een Amerikaanse cloud. En dat voor een bedrijfsproces dat uiteindelijk bepaalt wie het Europese beleid mag gaan vormgeven.

Niet alleen de overeenstemming met de eigen richtlijnen schuurt in deze keuze.

Er zouden overigens geen gegevens van echte kandidaten worden gebruikt om Anthropics-modellen te trainen. De European Data Protection Supervisor (EDPS), de privacywaakhond van de EU, beoordeelt verder of de tool ook voldoet aan de GDPR-regels. Het project laat al met al wel zien voor welke dilemma’s ook EU-instellingen staan bij hun eigen organisatie. Een systeem dat werving sneller en consistenter moet maken, zal nu ook moeten bewijzen dat het voldoet aan de eisen van transparantie, privacy en onafhankelijkheid die Brussel steeds vaker van anderen eist – eisen die de Commissie nu dus ook aan zichzelf zal moeten gaan stellen.

Lees ook 

 

De kaart van Koen (6): ‘Wat als je hoort: we hebben gisteren iemand nodig?’

Au… Een sleutelfiguur neemt ontslag. De paniek slaat toe. We moeten dit gat direct opvullen! Als recruiter schiet je onmiddellijk in de reddersrol. Je slaat de intake over, accepteert de eerste redelijke kandidaat en drukt het salaris erdoorheen. Zes maanden later blijkt de nieuwe collega echter toch wel een mismatch. De manager is boos en roept dat recruitment heeft gefaald. Maar het échte falen begon weken eerder, toen we urgentie oplosten met blinde haast.

We trappen steeds weer in deze val omdat ‘snelheid’ zo lekker voelt als daadkracht.

Waarom blijven we dit doen? We trappen steeds weer in deze val omdat ‘snelheid’ zo lekker voelt als daadkracht. Snel, goedkoop én kwalitatief werven is onmogelijk. Kies er twee: Snel + Kwalitatief = Duur (headhunter). Snel + Goedkoop = Lage kwaliteit (de eerste de beste kandidaat). Goedkoop + Kwalitatief = Langzaam. Dit is geen gebrek aan creativiteit, dit is de realiteit. Elke keuze vraagt om een offer.

De illusie van ‘alles kan’

De kaart van deze week dwingt ons om die oncomfortabele keuzes wél te maken: ‘Als we sneller moeten werven: leveren we dan in op zorgvuldigheid (kwaliteit) of geven we meer uit (kosten)? Welke keuze maken we eigenlijk elke keer?’ De vraag daagt je uit: ‘Wat als we voor kritieke rollen meer tijd en selectiestappen nemen, en voor andere rollen snelheid prioriteit geven? Hoe bepalen we vooraf onze aanpak?’

Managers willen vaak alles: snel, goedkoop en perfect.

Waarom deze vraag werkt. Deze vraag dwingt je team om de illusie van ‘alles kan’ te doorbreken. Door expliciet te vragen: ‘leveren we in op kwaliteit of geven we meer uit?’ maak je de trade-off tastbaar. Managers willen vaak alles: snel, goedkoop en perfect. Door ze te dwingen te kiezen, ontstaat er een volwassen gesprek over prioriteiten. Bespreek dit door je team een lijst te geven van openstaande vacatures en te vragen: welke zijn kritiek (dan kiezen we kwaliteit) en welke zijn vulling (dan kiezen we snelheid)? Laat ze zelf ontdekken dat niet alles even belangrijk is. Die bewustwording is de basis voor realistische verwachtingen.

Het geheim van de smid

Waarom haast alles kapotmaakt: haast dwingt je de intake over te slaan. Je hebt geen criteria. Je neemt de eerste kandidaat aan die ‘goed genoeg’ lijkt. Die vertrekt na 4 maanden. Je moet opnieuw werven, waardoor tijd en kosten alsnog exploderen. De paradox is pijnlijk: door snelheid te kiezen, maak je het probleem groter. Je creëert een vicieuze cirkel van haast, mismatch, verloop en nóg meer haast.

Wat je morgen al kunt doen. Als een manager morgen weer eens paniekvoetbal speelt, teken dan een zogeheten duivelsdriehoek met Tijd, Kwaliteit en Kosten op de hoeken. Zeg: ‘Als we dit proces halveren in tijd, moeten we het budget verdrievoudigen voor een headhunter, óf we accepteren een risico op een mismatch. Welke concessie doe je? Eist hij dat je gewoon ‘harder zoekt’? Blijf kalm: ‘Ik zoek maximaal. De markt heeft maar 3 mensen met dit profiel. Harder zoeken verandert die 3 niet in 30.’

Langzaam maar zeker voorkom je zo dure bad hires.

Wat er waarschijnlijk gaat gebeuren. Waarschijnlijk dwing je managers hiermee voor het eerst om echt kleur te bekennen. De blinde paniek maakt plaats voor een zakelijke afweging. Je zult merken dat dit je enorm veel rust geeft, omdat je niet meer verantwoordelijk bent voor onmogelijke verwachtingen. Langzaam maar zeker positioneer je recruitment als een volwassen businesspartner en voorkom je dure bad hires.

Over de auteur

Koen Roozen traint en adviseert organisaties over strategisch recruitment en begeleidt managers. Zijn werk is gebaseerd op analyse, heldere modellen, regie en vakmanschap. Hij ontwikkelde het Recruitment Stuurmodel. Met zijn recruitment-strategiekaarten helpt hij recruitmentteams stap voor stap hun wervingskracht versterken. Koen Roozen is docent recruitmentstrategie bij de Academie voor Arbeidsmarktcommunicatie en schrijft iedere dinsdag over recruitment in zijn nieuwsbrief Recruitment met peper.

Wil je niet wachten op de volgende vraag? Bestel je eigen Recruitment Strategie-kaartendeck. Je hebt geen voorbereiding of externe facilitator nodig. Gewoon elke week één kaart trekken, 10 minuten bespreken met je team en 1 concrete actie kiezen. Zo bouw je stap voor stap een recruitmentafdeling die écht het verschil maakt.

Lees ook

Defensie topte in 2025 voor het eerst ranglijst aantal vacatures, verslaat daarmee Albert Heijn

‘Bij Defensie is plaats voor iedereen! Er is volop ruimte om je talenten in te zetten en jezelf te zijn’, zo luidt het enthousiast op de vacaturesite van Defensie. ‘De komende jaren zijn er veel nieuwe mensen nodig. Vast in dienst, maar ook tijdelijk. Vooral jongeren en reservisten. En specialisten zoals IT’ers (bijvoorbeeld cyberspecialisten), technici, logistieke planners en medisch personeel.’ Kortom: werkelijk iedereen lijkt er inderdaad welkom. Niet gek dus ook dat de organisatie in 2025 ‘meer dan ooit’ is gegroeid. Alleen al dat jaar kwamen er ongeveer 5.600 medewerkers bij, zowel burgers, beroepsmilitairen als reservisten.

‘In 2025 is Defensie meer dan ooit gegroeid.’

Het aantal vacatures in 2025 was zelfs nog groter, blijkt uit een nieuwe analyse van Intelligence Group op basis van Jobfeed-cijfers. Met ruim 13.000 vacatures ‘versloeg’ de krijgsmacht zelfs de nummer-1 van het jaar ervoor, Albert Heijn. Ook Kruidvat kon bij lange na niet tippen aan het aantal vacatures dat Defensie (en in mindere mate dus Albert Heijn) online zette, net zo min als de mogelijk verrassende nummer-4: bouwer BAM, dat voor een groot deel in dezelfde (schaarse) vijver naar personeel vist als Defensie. Het is PostNL dat de top-5 compleet maakt.

Veel zorg, veel horeca

Defensie maakt een opvallend snelle opmars: in 2023 stond het als grote vacaturevrager nog op nummer 10, vorig jaar op nummer 3, achter Albert Heijn en de Rijksoverheid. Opvallend in de lijst met de 30 grootste vacatureleveranciers van 2025 zijn naast de overige grote retailers (zoals Action, ALDI, Jumbo en IKEA) toch vooral de vele facilitair dienstverleners (zoals CSU, Facilicom, Vebego en Albron), naast de grote zorgpartijen (Kindergarden Nederland, Tzorg, ’s Heeren Loo, Parnassia Groep) en horecabedrijven (zoals de Vermaat Groep, McDonald’s Nederland, Van der Valk, Domino’s Pizza en Fletcher Hotels).

Facilitair dienstverleners, horeca en zorg zorgen voor de grootste vragers.

Ook traditioneel grote werkgevers als ING Bank, de Politie en de Belastingdienst laten zich overigens niet onbetuigd, allemaal ook met een plek in de top-30, al daalde de Belastingdienst wel: vorig jaar stond het nog op plek 17, het jaar ervoor zelfs op 13. Partijen als Alliander, de NS, Rijkswaterstaat, Amsterdam UMC, Enexis, HEMA en de Royal Schiphol Group vallen net buiten de top-30 van 2025, in regionen waar je ook mogelijk meer verrassende namen kunt vinden als aaff, de Beren, het Leger des Heils, SPIE, Louwman en Dental Clinics Nederland.

60% extra vacatures

In februari bleken uit onderzoek van NationaleVacaturebank ook al de veranderende verhoudingen: in een jaar tijd nam het aantal openstaande vacatures bij de Nederlandse krijgsmacht met 60% toe, naar meer dan 10.000, zo werd toen gemeld. En dan ging het feitelijk waarschijnlijk om nog veel meer vacatures. ‘Op dit moment staan er bij ons zo’n 1.500 openstaande banen bij Defensie op de site’, als NationaleVacaturebank-directeur Sharita Boon. ‘In werkelijkheid zijn dat er veel meer. Als Defensie zegt dat ze een monteur nodig hebben, zoeken ze er daar nooit 1 van, maar meerdere.’

‘Als Defensie zegt dat ze een monteur nodig hebben, zoeken ze er daar nooit 1 van, maar meerdere.’

Voor 2026 zijn er 14.500 nieuwe militairen nodig. De nadruk ligt op beroepen in de techniek, ICT, zorg en logistiek. ‘Voor iedere militair aan de frontlinie hebben we misschien wel 10 mensen in ondersteunende functies nodig’, zei een woordvoerder van Defensie in februari. Het gaat daarbij vooral om mbo-functies. ‘De meeste mensen werven we zelf, onder meer via onze site en spotjes op radio en tv en in de bioscoop. Maar voor moeilijk vervulbare functies in de logistiek en de techniek doen we een beroep op externe partijen, zoals uitzendbureaus en gespecialiseerde bemiddelaars.’

De 30 grootste vragers

Van de in totaal ruim 1,8 miljoen getelde en geanalyseerde functies in het onderzoek is een top-100 samengesteld, waarbij in totaal 97 werkgevers in 2025 elk meer dan 1.500 vacatures online hebben gezet, met Securitas, Evean Zorg en Dekamarkt Supermarkten als hekkensluiters. Van die top-100 geven we hier de 30 grootste vragers naar personeel weer:

1 Ministerie van Defensie
2 Albert Heijn
3 Kruidvat
4 Royal BAM Group
5 PostNL
6 Action
7 McDonald’s Nederland
8 CSU Cleaning Services
9 ALDI
10 Jumbo Supermarkten
11 Van der Valk
12 Rijksoverheid
13 Kindergarden Nederland
14 IKEA
15 DHL
16 Picnic
17 Facilicom Group
18 Politie
19 Parnassia Groep
20 ’s Heeren Loo
21 Domino’s Pizza
22 Vebego
23 Just Eat Takeaway
24 ING Bank
25 Albron
26 Vermaat Groep
27 Belastingdienst
28 Tzorg
29 Fletcher Hotels
30 LIDL Nederland

Lees ook

Wim op woensdag: ‘Recruiters zijn premiejagers met een smartphone’

Er was een tijd dat recruitment draaide om toegang tot kandidaten. Wie de beste database had, de slimste zoekopdrachten kende of als eerste belde, had een voorsprong. Maar die tijd loopt op zijn einde. Scroll vandaag door LinkedIn en je ziet nog steeds hetzelfde patroon. Recruiters die op jacht zijn. Dezelfde zoekopdrachten. Dezelfde talentpools. Dezelfde kandidaten. En uiteindelijk vrijwel dezelfde InMails die hooguit allemaal nét iets anders zijn geformuleerd. We noemen het recruitment. Maar eerlijk gezegd lijkt het vaak meer op premiejagen met een smartphone.

De beste recruiters van de toekomst zijn misschien niet de beste zoekers, maar de beste magneten.

Misschien stellen we onszelf al jaren de verkeerde vraag. Niet: ‘Hoe vind ik de kandidaat?’ Maar: ‘Waarom vindt de kandidaat mij niet?’ Want de beste recruiters van de toekomst zijn misschien niet de beste zoekers, maar de beste magneten. Ze zijn zichtbaar voordat er een vacature ontstaat. Delen kennis, inzichten en ervaringen. Bouwen aan een reputatie in plaats van alleen aan een database. Investeren in communities, spreken op evenementen, reageren op discussies en zijn aanwezig op de plekken waar hun doelgroep zich bevindt. Online én offline. Ze creëren vertrouwen lang voordat ze iemand benaderen.

Persoonlijke merken

Daardoor hoeven ze veel minder te jagen. Niet omdat er minder concurrentie is, maar omdat de kandidaat hen al kent. En belangrijker nog: omdat de kandidaat al een beeld heeft van wie zij zijn en waar zij voor staan. Dat vraagt om een andere investering. Minder uren besteden aan eindeloos zoeken naar dezelfde profielen en meer tijd investeren in een sterk persoonlijk merk, waardevolle content, oprechte relaties en een netwerk dat ook zonder vacatures blijft bestaan.

Als 10 recruiters dezelfde kandidaat benaderen, wint lang niet altijd degene met de hoogste bonus.

Want als 10 recruiters dezelfde kandidaat benaderen, wint lang niet altijd degene met de hoogste bonus, de duurste employer branding-campagne of de snelste InMail. Vaak wint degene die al vertrouwen heeft opgebouwd. Of beter gezegd… Degene die niet hoeft uit te leggen waarom hij of zij contact opneemt. Misschien is dat wel de grootste verschuiving die recruitment de komende jaren gaat doormaken. Niet steeds beter worden in zoeken. Maar zó relevant worden dat de juiste mensen jou weten te vinden.

Over de auteur

wim van den nobelen recruiterdilemma's beterNa jaren als recruiter en ondernemer – onder meer met Strictly People, dat hij in 2022 verkocht – adviseert en traint Wim van den Nobelen (Tilburg, 1969) nu recruitment- en detacheringsbureaus over groei en ontwikkeling. Hij is schrijver van Van recruiter naar ondernemer, waarin hij zijn ervaringen deelt, en natuurlijk van Wim op woensdag, met ruim 300 blogs over het recruitmentvak. Daarnaast geeft hij trainingen (Van recruiter naar topondernemer) en is hij Managing Director van Motiview, een innovatieve tool die motivatie van kandidaten meet met videoanalyse en succesvolle hires voorspelbaar maakt.

Lees ook:

Over de Workday-zaak: ‘Dit gaat niet om techniek, maar om menselijke keuzes’

Deze week werd bekend dat een Amerikaanse rechter een discriminatiezaak tegen HR-softwareleverancier Workday inhoudelijk laat behandelen. De zaak draait in feite om de vraag of A.I.-gestuurde selectietools sollicitanten kunnen benadelen op basis van kenmerken als (in dit geval) leeftijd, gezondheid of achtergrond. Wat betekent deze ontwikkeling voor Nederlandse recruiters en HR-professionals? We vroegen het Laura Brandwacht, partner bij Data & AI Consultancy Rewire, afgestudeerd in Toegepaste Wiskunde en gespecialiseerd in de menselijke kant van A.I., leiderschap en inclusiviteit.

> Wat moeten Nederlandse recruiters van deze zaak weten?

Wat ik interessant vind aan deze zaak, is dat de discussie verschuift van ‘wat kan A.I.?’ naar ‘wie is verantwoordelijk voor de uitkomsten?’. Die vraag gaat Nederlandse organisaties vroeg of laat ook raken. Steeds meer organisaties gebruiken A.I. binnen recruitment, bijvoorbeeld voor het screenen van cv’s, matching of communicatie met kandidaten. Juist daarom is het belangrijk om te beseffen dat A.I. niet losstaat van de keuzes die mensen maken.

‘Het is belangrijk om te beseffen dat A.I. niet losstaat van de keuzes die mensen maken.’

Maar je kunt alleen verantwoordelijkheid nemen voor A.I. als je ook begrijpt hoe A.I. ongeveer werkt, en je de juiste vragen kunt stellen, de beperkingen kunt begrijpen en bewuste keuzes kunt maken. Dat is geen theoretische discussie. In Nederland kennen we allemaal de toeslagenaffaire. Internationaal was er bijvoorbeeld al eerder de Amazon-zaak, waar een A.I.-model vrouwen structureel lager beoordeelde voor technische functies. De technologie verandert, maar de onderliggende vraag blijft dezelfde: hoe zorgen we dat A.I. bestaande ongelijkheid niet onbedoeld versterkt?’

> Je hoort vaak dat A.I. objectiever is dan mensen. Klopt dat?

‘Niet automatisch. A.I. heeft geen emoties of persoonlijke voorkeuren, maar dat betekent niet dat het objectief is. A.I. leert van data en optimaliseert voor doelen die wij als mensen hebben gekozen. De grootste misvatting is dat A.I. betere of objectievere beslissingen neemt dan mensen. Het genereert voorspellingen en aanbevelingen op basis van patronen uit het verleden. Welke data worden gebruikt, waarop het model optimaliseert en hoeveel gewicht je aan een A.I.-advies geeft, zijn allemaal menselijke keuzes. A.I. neemt die keuzes niet van ons over. Het maakt de consequenties van onze keuzes alleen veel zichtbaarder én schaalbaarder.’

> Waar komen die vooroordelen zoals bij Workday vandaan?

‘Vooroordelen ontstaan meestal niet doordat een systeem bewust discrimineert. Ze ontstaan doordat A.I. leert van bestaande gegevens. Voorheen ging de discussie vooral over de vraag of een model expliciet variabelen zoals geslacht of afkomst gebruikte. Inmiddels zijn A.I.-modellen veel slimmer geworden. Ook zonder die variabelen kunnen ze patronen herkennen die sterk samenhangen met bijvoorbeeld geslacht of achtergrond, via opleiding, woonplaats, nevenactiviteiten of zelfs een studentenvereniging. Alleen controleren of ‘verboden variabelen’ ontbreken, is daarom allang niet meer voldoende.’

> Vormt A.I. een risico voor diversiteit en inclusie?

‘A.I. biedt kansen én risico’s. Het kán processen consistenter maken en helpen om menselijke vooroordelen te verminderen. Tegelijkertijd kan het bestaande patronen versterken wanneer organisaties niet kritisch kijken naar de data, de doelstellingen en de uitkomsten. Maar de belangrijkste vraag is misschien wel: wat vinden wij eigenlijk eerlijk? Dat klinkt als een technische vraag, maar dat is het niet.’

‘De belangrijkste vraag is misschien wel: wat vinden wij eigenlijk eerlijk? Dat klinkt als een technische vraag, maar dat is het niet.’

‘Stel dat 10% van alle mannelijke en 10% van alle vrouwelijke sollicitanten doorgaat naar de volgende ronde. Is dat dan eerlijk? Of weet je dat vrouwen veel minder vaak solliciteren op technische functies en wil je juist relatief meer vrouwen uitnodigen? Of heb je als organisatie bewust de ambitie om meer vrouwelijke engineers aan te nemen? A.I. kan zulke keuzes niet maken. Dat is geen wiskundige berekening, maar een leiderschapskeuze.’

> Wat zou jij kiezen? 

Historisch zijn veel leiderschapsfuncties ingevuld door mannen. Als A.I. leert van historische promotie- en selectiegegevens zonder dat iemand kritisch kijkt naar die patronen, bestaat het risico dat systemen onbedoeld dezelfde voorkeuren blijven reproduceren. Als bepaalde groepen ontbreken in de data of als ontwerpteams onvoldoende divers zijn, zie je dat uiteindelijk terug in de uitkomsten. Daarom zie ik diversiteit ook niet als een HR-thema, maar als een strategisch vraagstuk dat direct raakt aan de kwaliteit van A.I.’

> Hoe herken je als recruiter ongewenste patronen in een A.I.-systeem?

Ik zou beginnen met een simpele vraag: kunnen we uitleggen waarom dit systeem tot deze aanbeveling komt? Als bepaalde groepen structureel minder vaak door een selectieproces komen, als aanbevelingen moeilijk uit te leggen zijn of als niemand begrijpt waarom een kandidaat wordt afgewezen, zijn dat belangrijke signalen. Maar daarvoor moeten recruiters ook voldoende begrijpen van A.I. Je hoeft geen data scientist te worden, maar je moet wel begrijpen hoe A.I. tot aanbevelingen komt. Pas dan kun je A.I. echt kritisch gebruiken in plaats van blind vertrouwen.’

> En wat is de verantwoordelijkheid hierin van de leverancier?

‘Leveranciers spelen een belangrijke rol, maar de verantwoordelijkheid blijft uiteindelijk bij de organisatie zelf. Ik vergelijk het wel eens met een navigatiesysteem. Dat kan uitstekende adviezen geven, maar als je met je auto blind een afgesloten brug oprijdt, blijft de bestuurder verantwoordelijk. Zo werkt het ook met A.I.

‘Als je met je auto blind een afgesloten brug oprijdt, blijft je als bestuurder ook verantwoordelijk.’

Daag leveranciers wel uit. Vraag niet alleen welke data ze gebruiken, maar vooral hoe ze aantonen dat hun model niet discrimineert. Welke testen voeren ze uit? Hoe monitoren ze bias nadat het systeem live is? Hoe vaak evalueren ze de prestaties? Een lijstje met inputvariabelen zegt tegenwoordig nog maar heel weinig.’

> Zijn er certificeringen of keurmerken waar je als recruiter op kunt letten?

De EU AI Act helpt organisaties straks met meer transparantie en documentatie, zeker voor A.I.-systemen in recruitment. Dat is een belangrijke stap. Maar een certificering is nooit een garantie. Uiteindelijk gaat verantwoord A.I.-gebruik niet over een vinkje achteraf, maar over continu monitoren of een systeem nog steeds doet wat je ervan verwacht.’

> Welke rol blijft er over voor recruiters?

Ik denk zelf dat de rol van recruiters belangrijk blijft. A.I, neemt misschien routinematige werkzaamheden over, waardoor recruiters meer tijd krijgen voor datgene wat moeilijk in data te vangen is: potentieel herkennen, motivatie begrijpen, context meewegen en kandidaten begeleiden. Recruitment gaat uiteindelijk niet over bepalen wie gisteren succesvol was. Het gaat over het herkennen van wie morgen succesvol kan worden.’

> Een mens heeft ook vooroordelen, net als A.I.

‘Een algoritme is misschien consistenter dan een mens. Maar consistentie is niet hetzelfde als rechtvaardigheid. Een systeem kan heel consequent hetzelfde verkeerde patroon blijven toepassen. De vraag is daarom waarop het systeem eigenlijk optimaliseert. Welke waarden vinden wij belangrijk? Welke risico’s accepteren we? En welke uitkomst vinden we eerlijk? Dat zijn geen technische vragen. Dat zijn keuzes die organisaties en leiders zelf moeten maken.’

> Wat is je belangrijkste advies aan recruiters die met A.I. experimenteren?

‘Begin niet met de vraag welke A.I.-tool je wilt gebruiken. Begin met de vraag welke beslissing je eigenlijk probeert te verbeteren. En durf ook verder te kijken dan de klassieke discussie ‘A.I. adviseert, de mens beslist’.

‘Durf verder te kijken dan de klassieke discussie ‘A.I. adviseert, de mens beslist’.’

Voor sommige beslissingen kan A.I., met de juiste guardrails, monitoring en duidelijke verantwoordelijkheden, steeds autonomer opereren. Voor andere beslissingen, zeker als de impact op mensen groot is, wil je meer menselijke betrokkenheid houden. De echte vraag is dus niet óf A.I. beslissingen mag nemen. De vraag is: welke beslissingen vertrouw je aan A.I. toe, onder welke voorwaarden en hoe blijf je als organisatie verantwoordelijk voor de uitkomsten?’

> Welke ontwikkeling rondom A.I. baart je momenteel de meeste zorgen?

‘Dat organisaties A.I. nog te vaak behandelen als een technologieproject. Uiteindelijk bepalen niet de modellen, maar leiderschap, A.I.-geletterdheid, vertrouwen en goed ingerichte verantwoordelijkheden of AI succesvol én verantwoord wordt ingezet.’

‘A.I. dwingt organisaties om veel bewuster na te denken over wat zij onder eerlijke besluitvorming verstaan.’

‘Ik ben aan de andere kant blij om te zien dat steeds meer organisaties beseffen dat technologie en menselijkheid geen tegenstelling vormen. Als A.I. routinematig werk overneemt, ontstaat juist meer ruimte voor creativiteit, samenwerking, empathie en strategische besluitvorming. A.I. maakt recruitment niet automatisch eerlijker. Maar het dwingt organisaties wel om veel bewuster na te denken over wat zij onder eerlijke besluitvorming verstaan. En dat vind ik misschien wel de belangrijkste ontwikkeling van allemaal.’

Lees ook

 

Jeffrey Hamelink: ‘Ik verwachtte dat het vak warmer en empathischer zou zijn’

Zijn loopbaan begon letterlijk aan de basis: vakken vullen bij de C1000, gevolgd door een aanstelling bij een pizzeria waar hij opklom van pizzabakker tot filiaalmanager. Die vroege ervaring van door alle lagen van een organisatie heen werken tekende zijn kijk op leiderschap en groei. Bij Coolblue groeide Jeffrey Hamelink vervolgens verder door de recruitment-realiteit van binnenuit te leren kennen: het team was er nooit volledig bezet, en zonder de juiste mensen kon er simpelweg niets worden gerealiseerd. Recruitment leerde hij daar niet kennen als een ondersteunende functie, maar juist altijd als ‘een strategische motor’.

‘Ik zie veel bedrijven in silo’s werken. Als je dingen gaat integreren, komt die potentie uiteindelijk eruit.’

Die overtuiging, en ervaring bij Samsung, Vodafone en bol.com nam Hamelink mee naar Small Giants, het bureau dat hij in 2016 oprichtte met als missie bedrijven te helpen hun potentieel te ontsluiten door marketing, merk, data, conversie en automation te integreren. De kern van zijn benadering daar: silo’s doorbreken, zo vertelt hij in de nieuwste aflevering van de Monkey Rockpodcast, gepresenteerd door Tjesca Honnef-Kuytenbrouwer (EN HR solutions) en Geert-Jan Waasdorp (Intelligence Group). ‘Wij zien heel veel bedrijven die in silo’s werken. En als je dingen gaat integreren, komt die potentie er uiteindelijk uit.’

De eerste teleurstelling

Die integrale aanpak is de filosofie waarmee hij naar recruitment kijkt. ‘Als ik geen team had, konden we ook niets realiseren’, blikt de oprichter van podcast Field of Giants terug op zijn beginjaren in het vak. Er klinkt bij hem ook teleurstelling door in delen van de recruitmentwereld. Zijn verwachting, voordat hij de sector echt leerde kennen, was die van een warme, mensgericht vak. Wat hij aantrof, was anders: een focus op plaatsingen, kortetermijnresultaten, het ik in plaats van het wij. ‘Ik merk een hoop ego en mensen die uit zijn op snel geld verdienen. Mijn verwachting was dat het vak iets warmer en empathischer zou zijn.’

‘Mijn verwachting was dat het vak iets warmer en empathischer zou zijn.’

Toch nuanceert hij zijn kritiek bewust. Corporate recruitment scoort wat hem betreft wél op warmte en gezamenlijkheid, maar mist dan soms weer het besef van de opportunity cost van langdurig openstaande vacatures. De uitzendsector is zakelijker en resultaatgerichter, maar kan volgens hem dan weer een menselijkere benadering goed gebruiken. ‘Ik denk dat beide werelden elkaar wel wat meer mogen inspireren.’ Een duurzame recruitmentstrategie vraagt volgens hem immers precies dat: de commerciële scherpte van de uitzendwereld gecombineerd met de visie en het merkvermogen van corporate recruitment.

Data als olie, intuïtie als motor

Zijn boodschap aan de recruitmentwereld nu: wie écht wil bouwen aan een duurzame strategie, moet data en intuïtie niet als tegenpolen zien, maar als bondgenoten. Een van de meest verdiepende discussies in de aflevering gaat dan ook over de verhouding tussen data en menselijk gevoel. Hamelink staat bekend als iemand die sterk gelooft in een datagedreven aanpak – en toch, als hij moet kiezen, kiest hij voor: intuïtie. Niet omdat data er niet toe doet, maar omdat intuïtie in zijn visie de krachtigste vorm van verwerkte informatie is. ‘Je intuïtie is ook een vorm van data. Die menselijke intuïtie is nog veel krachtiger dan ruwe data.’

‘Menselijke intuïtie is nog veel krachtiger dan ruwe data.’

Die stelling is relevant voor iedere recruitmentprofessional die werkt aan een toekomstbestendige strategie. Veel organisaties investeren in ATS-systemen, algoritmes en dashboards, maar vergeten dat de recruiter zelf een instrument is dat ook training verdient. Hamelink pleit daarnaast voor bewuste aandacht voor cultural fit naast functiefit. ‘Of je past op de functie, daar heb je data voor nodig. Maar of je past binnen de cultuur van het bedrijf – dat voel je.’ Die combinatie, data voor de functie en gevoel voor de cultuur, vormt wat hem betreft de kern van elke solide wervingsaanpak.

Mét de platforms, niet tégen ze

Een ander strategisch inzicht dat Hamelink in de podcast deelt, raakt aan de relatie met grote technologiepartijen als Indeed, LinkedIn, Google en Meta. Waar veel recruitmentorganisaties sceptisch zijn over datasamenwerking met deze platformen, pleit hij juist voor het tegenovergestelde: sluit je aan, voed het algoritme en laat het voor je werken. Hij trekt de parallel met e-commerce, een sector die hij goed kent. ‘Net als met Google Shopping, waarbij je je feed en marge-data teruggeeft aan Google zodat het algoritme beter voor je werkt. Hetzelfde geldt voor Indeed.’

‘Wil je je time to hire verlagen? Laat dan gewoon het algoritme voor je werken.’

Als praktische toepassing hiervan noemt hij Disposition Sync: door wervingsresultaten terug te koppelen aan Indeed, leer je het systeem welke rollen prioriteit verdienen, waar moeite voor gedaan moet worden en wat de gewenste uitkomsten zijn. Het resultaat: minder kosten, snellere hires en een lagere time to hire. ‘Wil je je time to hire verlagen? Laat dan gewoon het algoritme voor je werken.’ Minder handwerk, meer plezier, zegt hij. Veel organisaties laten deze winst liggen uit angst of onwetendheid. Maar dat is een strategische fout, stelt Hamelink.

Wat de échte TA-leader onderscheidt

Op de vraag wat iemand een goede recruitment leader maakt, is Hamelink helder: het zijn de mensen die het vak holistisch benaderen. Die snappen dat een sterke wervingsstrategie draait om onder meer employer branding, data-intelligentie, kanaalkeuze én samenwerking met de bredere organisatie. ‘Het zijn mensen die het vak holistisch benaderen en niet alleen op instroom focussen.’ De ware recruitment leaders gebruiken in zijn ogen data niet alleen om hun gelijk te halen, maar om verbinding te maken – met andere afdelingen, met de directie, met de realiteit op de werkvloer.

‘De bullshitbingo sla je eruit door gewoon te laten zien: dit werkt.’

Hamelink beschrijft hoe data in zijn visie niet koud of afstandelijk zijn, maar juist een middel om mensgerichter te werken. Data maakt het mogelijk om de HIPPO (de Highest Paid Person’s Opinion) te counteren met feiten, zodat je beslissingen minder op buikgevoel van de leidinggevende en meer op gedeeld inzicht kunt nemen. ‘Die bullshitbingo sla je eruit door gewoon te laten zien: dit werkt. Zullen we die kant op gaan? Het scheelt een hoop tijd en gezeur.’ Niet kiezen tussen gevoel en cijfers dus, maar beide op de juiste plek inzetten – en zo bouwen aan een strategie die niet alleen vandaag werkt, maar ook over 5 jaar nog relevant is.

De 5 take-aways

#1. Doorbreek silo’s als fundament van je strategie

Een duurzame wervingsaanpak staat of valt met integratie: van marketing, merk, data en mensen. Zolang recruitment een geïsoleerde functie blijft, blijft potentieel onbenut. ‘Als je dingen gaat integreren, komt die potentie uiteindelijk eruit.’

#2. Combineer data met intuïtie

Combineer data en intuïtie, en gebruik ze voor verschillende doelen. Data helpen bij de beoordeling van de functiematch; intuïtie is het kompas voor cultural fit. De sterkste recruiters weten wanneer ze welk instrument inzetten. ‘Of je past op de functie, daar heb je data voor nodig. Maar of je past binnen de cultuur – dat voel je.’

#3. Durf de algoritmes te voeden

Organisaties die hun wervingsdata terugkoppelen aan partijen als Indeed of LinkedIn, plukken de vruchten in de vorm van lagere kosten en snellere doorlooptijden. Angst voor datadeling is vaak ongegrond en strategisch kostbaar.

#4. Denk verder dan instroom

De recruitmentleaders die uiteindelijk het verschil maken, hebben grip op de totale talentcyclus, werken nauw samen met andere afdelingen en gebruiken data om draagvlak te bouwen – niet om gelijk te krijgen.

#5. De aantrekkingskracht van persoonlijk leiderschap

Mensen sluiten zich aan bij een visie én bij een persoon. Zorg dat je als recruiter of recruitmentleider een helder en authentiek verhaal hebt – niet alleen over de organisatie, maar ook over wie jij bent en waar je naartoe wilt. ‘Mensen kiezen voor de visie die ik heb. Het persoonlijke merk is nog steeds sterker dan het bedrijfsmerk.’

Lees en luister ook:

PwC-onderzoek: ‘A.I. laat startersfuncties niet verdwijnen, maar verandert ze wel’

Voor de nieuwste editie van zijn Global AI Jobs Barometer analyseerde PwC meer dan een miljard vacatures in 27 landen. Daaruit kwam het tot een opvallende conclusie: entry-level functies verdwijnen helemaal niet door A.I., maar ze veranderen wel van karakter. Vacatures voor starters in beroepen met een hoge A.I.-blootstelling vragen steeds vaker om vaardigheden die 10 jaar geleden uitsluitend van meer ervaren werknemers werden verwacht. PwC noemt dit fenomeen ‘seniorisatie’.

‘De traditionele relatie tussen ervaring en expertise verandert.’

In de meest A.I.-gevoelige beroepen is 52% van de vaardigheden die vacatures in starterfuncties vragen, traditioneel meer verbonden aan ervaren werknemers, zo meldt het onderzoek. In de minst blootgestelde beroepen ligt dat percentage op slechts 7%. Denk aan zaken als oordeelsvorming, stakeholdermanagement, leiderschap en strategische besluitvorming – vaardigheden die voorheen pas na jaren werkervaring werden opgebouwd. ‘De traditionele relatie tussen ervaring en expertise verandert’, aldus Peter Brown, Global Workforce Leader bij PwC.

Adieu, klassieke startersbaan

De cijfers over baangroei onderstrepen de verschuiving. Vacatures voor deze ‘geseniorde’ startersfuncties groeiden sinds 2019 met 35%, terwijl klassieke entry-level vacatures in dezelfde periode met 10% daalden. De groei zit dus niet in functies waarin een net afgestudeerde rustig kan inwerken, maar in rollen die vanaf de eerste werkdag oordeelsvermogen en initiatief verwachten. Voor starters betekent dat een hogere instapdrempel, terwijl het werk waarmee ze die vaardigheden zouden kunnen leren – eerste analyses, documentcontrole, data-opschoning – simpelweg steeds minder bestaat.

De groei zit in functies die vanaf de eerste werkdag oordeelsvermogen en initiatief verwachten.

Dat past in een breder patroon dat PwC een two-track arbeidsmarkt noemt. In ‘geprofessionaliseerde’ functies (PwC noemt radiologen en – opvallend genoeg -recruiters als voorbeeld) neemt A.I. steeds meer routinetaken over, waardoor menselijke expertise juist belangrijker wordt. In ‘gedemocratiseerde’ functies maakt A.I. het werk zó eenvoudig dat bijna iedereen het kan uitvoeren, zoals bij bepaalde IT-service- of administratieve functies. Geprofessionaliseerde banen groeien ongeveer 2 keer zo snel en kennen volgens het onderzoek een 42% snellere loongroei dan gedemocratiseerde banen.

Flinke A.I.-loonpremie

Ook de salariscijfers in het onderzoek wijzen in dezelfde richting. De gemiddelde loonpremie voor werknemers met A.I.-vaardigheden (tegenover mensen zonder die skills) steeg naar 62% in 2025, tegenover 57% een jaar eerder, en loopt in sectoren als consumentenmarkten op tot meer dan 100%. PwC’s Global Chief A.I. Officer Joe Atkinson stelt dat bedrijven met het grootste rendement op A.I. de technologie inzetten om menselijke expertise te versterken in plaats van puur op automatisering te koersen – en daardoor verder uitlopen op productiviteit en personeelsgroei.

De functie-eisen zijn sneller ‘geseniord’ dan de loonschalen.

De beloning roept overigens nog wel spanning op, A.I.-bonus of niet. Startersfuncties vragen nu dan wel vaardigheden van ervaren professionals, het salaris is daar niet automatisch op aangepast. De functie-eisen blijken sneller ‘geseniord’ dan de loonschalen. Werkgevers geven hoog op van A.I-vaardigheden, maar dat betekent nog niet dat een starter die strategisch oordeelsvermogen moet tonen, ook wordt betaald alsof hij dat al jaren bezit. Dat kan op termijn een retentieprobleem worden, denken de onderzoekers: starters die structureel meer wordt gevraagd dan waarvoor ze worden betaald, merken dat – en de arbeidsmarkt ook.

Nederland: A.I. in opkomst

Er is in het grote PwC-onderzoek ook een apart hoofdstuk voor Nederland ingeruimd. Daaruit blijkt dat het aantal vacatures dat om A.I.-vaardigheden vraagt, tussen 2022 en 2025 met slechts 5.000 groeide (van 52.000 naar 57.000), terwijl het aandeel binnen het totale vacatureaanbod wel doorsteeg, van 1,5% naar 2,1%. Oftewel: steeds meer vacatures vragen om A.I.-vaardigheden, ook al stagneert het absolute volume. Opvallend is wel dat álle sectoren in 2025 een stijging in het aantal A.I.-vacatures lieten zien, wat volgens de onderzoekers duidt op een brede, sectoroverstijgende beweging.

Bij de loonpremies tekent zich een grilliger beeld af dan op wereldschaal. In Nederland is er geen consistent verband tussen A.I.-blootstelling en loonpremie: TMT (technologie, media, telecom, 14%) en maakindustrie (15%) betalen het meest extra voor A.I.-vaardigheden, terwijl overheid (-2%) en financiële dienstverlening (-8%) juist een negatieve premie laten zien. Opvallend: juist een sector als financiële dienstverlening is weliswaar relatief sterk blootgesteld aan A.I., maar de vraag naar A.I.-vaardigheden blijft daar dus achter bij wat je op basis daarvan misschien zou verwachten.

Tellingsdilemma

Er is ook een tellingsvraagstuk dat de Barometer niet volledig oplost. Volgens PwC’s Chief A.I. Officer Dan Priest groeit de markt voor starters in absolute aantallen nog altijd: ongeveer 11 miljoen (Amerikaanse) vacatures voor starters in 2025, tegenover 7,3 miljoen in 2018. Maar meer vacatures betekent volgens hem niet automatisch meer klassieke instapbanen die voorbereiden op groei. In de meest A.I.-gevoelige sectoren blijkt de groei zich juist in oordeelsintensieve functies te concentreren, waardoor het aandeel echte entry level jobs binnen de totale groei kan krimpen, ook al stijgt het totaal.

In de meest A.I.-gevoelige sectoren blijkt de groei zich juist in oordeelsintensieve functies te concentreren.

PwC werkte voor een aanvullend onderzoek samen met het World Economic Forum, op basis van data van meer dan 9.000 starters in 48 landen. Daaruit blijkt dat wereldwijd meer dan 500 miljoen jongeren tussen 15 en 24 jaar deel uitmaken van de beroepsbevolking, en dat 37% van hen werkt in een beroep met een gemiddelde tot hoge blootstelling aan A.I.-gedreven taakverandering. Van de starters geeft 45% aan door A.I. juist méér te werken, en 28% verwacht dat over 3 jaar minder dan de helft van hun huidige vaardigheden nog relevant is.

4 bewuste keuzes nodig

Dat onderzoek wijst op 4 gebieden waar bewuste keuzes nodig zijn: hoe organisaties toegankelijke instapfuncties kunnen blijven creëren, hoe functies meebewegen met veranderende taken, hoe ze toekomstige managers en specialisten blijven opleiden, en hoe onderwijs aansluit op een snel veranderende arbeidsmarkt. De boodschap is dat positieve uitkomsten niet vanzelf ontstaan – organisaties die er bewust mee omgaan en blijven investeren in jong talent, zijn volgens PwC degenen die uiteindelijk zullen profiteren.

Het inwerktraject dat vroeger via routinewerk vanzelf ontstond, moet je nu meer bewust ontwerpen.

Voor HR-afdelingen ligt er een concrete opgave: het inwerktraject dat vroeger via routinewerk vanzelf ontstond, moet nu meer bewust worden ontworpen. De taken op de werkvloer die vroeger de basis vormden voor goed oordeelsvermogen, zijn verdwenen. Het opleiden van ervaren juniors vereist nu doelbewuste begeleiding en ervaring, niet leren door simpelweg routinewerk te verrichten. Mentorschap, gerichte blootstelling aan complexe besluitvorming en vroege training in stakeholder-management worden daarmee geen ‘nice to have‘, maar eerder voorwaarde om over een paar jaar nog over een werkende talentpijplijn te beschikken.

Lees ook

Meer lezen? 

Download hier een recent rapport over jongeren, A.I. en de arbeidsmarkt.

Jongeren, A.I. en de arbeidsmarkt