Het artikel gaat hieronder verder.
Recruiters hebben een bijzondere gave: ze zien potentieel. Dat is meestal een goede eigenschap. Tot het doorslaat. Dan ontstaat het halo-effect. Een kandidaat heeft een sterk cv, komt zelfverzekerd over, heeft bij een bekend bedrijf gewerkt of deelt dezelfde hobby als de hiring manager. Ineens kleuren alle andere eigenschappen automatisch mee. Leiderschap? Zal wel goed zitten. Teamfit? Vast uitstekend. Omgaan met complexe stakeholders? Komt wel goed.
Recruiters hebben een bijzondere gave: ze zien potentieel. Dat is meestal een goede eigenschap.
Maar er bestaat ook een tegenovergestelde: het horn-effect. Eén minder sterke eigenschap en de kandidaat wordt direct afgewaardeerd. Een minuscuul gat in het cv. Een matige presentatie. Spelfout. Een minder bekende werkgever. Plotseling lijkt niets meer goed genoeg.
Vooroordelen herkennen
Beide denkfouten hebben hetzelfde gevolg. We beoordelen niet de kandidaat die voor ons zit. We beoordelen het verhaal dat we zelf hebben bedacht. Misschien is dat wel een van de grootste uitdagingen in recruitment. Niet het vinden van talent, maar het herkennen van onze eigen vooroordelen. Want een kandidaat is niet beter omdat wij dat graag willen geloven. Maar ook niet slechter omdat één detail ons niet aanstaat.
De beste recruiters zoeken geen bevestiging, maar juist bewijs dat hun eerste indruk misschien onjuist is.
De beste recruiters zoeken daarom niet naar bevestiging van hun eerste indruk. Ze zoeken naar bewijs dat die eerste indruk misschien onjuist is. En dat maakt vaak precies het verschil tussen een goede hire en een dure misser. En jij? Wat zet jij vaker op: de roze bril of het vergrootglas?
Over de auteur

