Gem. leestijd 6 min  163x gelezen

Wanneer gaat het ATS nu ook eens écht intelligent worden?

Het ATS als automatische kaartenbak, vol statische sollicitatiedata van kandidaten, heeft zijn langste tijd gehad, daarover is iedereen het wel eens. De behoefte is nu aan een systeem dat méédenkt. Maar hoe staat het ervoor met die beloofde intelligentie?

Wanneer gaat het ATS nu ook eens écht intelligent worden?

Het is een verwijt dat je steeds vaker hoort als het gaat om recruitmenttechnologie: een applicant tracking system (ATS) doet precies waar het voor is gebouwd – data opslaan, sollicitaties volgen, workflows beheren – maar denkt niet mee. Het volgt wel, maar stuurt niet, zoals het Indiase platform TalentRecruit het zelf uitdrukt. Screening vraagt nog vaak handwerk, matching op trefwoorden mist sterke kandidaten die net andere woorden gebruiken, trage terugkoppeling frustreert sollicitanten, en de meeste systemen leveren nauwelijks sturingsinformatie op. Een ATS is vaak meer een drempel dan een enabler, zo hoor je vaak.

Herkenbare klachten – en precies de reden waarom ‘intelligent’ de laatste tijd het nieuwe toverwoord is in elke productpresentatie. Om dat te snappen, helpt het om eerst even terug te kijken. Future of Talent-oprichter Kevin Wheeler herinnert zich zelf nog de tijd van archiefkasten en Rolodexen, van vóór elk ATS. Rond 1990 kwam Resumix (tot een paar jaar geleden nog steeds in gebruik!), een van de eerste systemen die cv’s automatisch konden doorzoeken – destijds revolutionair, al bleek het in de praktijk niet per se makkelijker. Het leverde vooral méér werk op, aldus Wheeler, ‘niet heel anders dan hoe veel recruiters nu tegen A.I. aankijken’.

Verankerde stukje techniek

Toch groeide het ATS in allerlei gedaanten in de jaren die volgden uit tot het meest verankerde stukje techniek in recruitmentde sector: het werd een ‘systeem van waarheid’, compliance-archief, workflow-motor en rapportagetool ineen. Recruiters mogen er vaak en graag over klagen en kandidaten haten het nog meer, aldus Wheeler. Maar organisaties houden nog altijd eraan vast omdat het structuur, controle en compliance biedt – dingen die juridische en auditteams niet kunnen missen. Verdwijnen zal het systeem dan ook niet, verwacht hij, maar het verandert wel fundamenteel van aard.

‘Het wordt een soort loodgieterswerk: een bijna onzichtbare basis.’

Het hele systeem is volgens Wheeler nu gebouwd rondom één enkele aanname: werving begint met een vacature, en kandidaten stappen het proces binnen door te solliciteren. Vacature goedkeuren, plaatsen, sollicitaties screenen, gesprekken voeren, aanbieden, vastleggen – die volgorde ligt al decennia vast. Maar A.I. dwingt tot nadenken over een heel ander model: bedrijfsbehoefte, werkanalyse, talentontdekking, skills-inferentie, matching en besluitvorming, zonder dat daar per se een sollicitatie aan te pas hoeft te komen. Een ATS wordt daarmee volgens hem ‘een soort loodgieterswerk: een bijna onzichtbare basis.’

‘Fundamenteel andere vragen’

Het verschil zit in de vraag die het systeem stelt en goed kan afhandelen. Een ATS vraagt: wie heeft er allemaal gesolliciteerd? Maar A.I. vraagt: wie zou dit werk kunnen doen? Dat zijn, zoals Wheeler het noemt, ‘fundamenteel andere vragen’. Blijft de toekomst van werving draaien om vacatures en sollicitaties? Dan zou het ATS nog best wel eens centraal kunnen blijven staan. Maar verschuift die toekomst bijvoorbeeld richting continue talentontdekking, interne mobiliteit, skills-based matching en agentic sourcing? Dan wordt het ATS eerder een registratielaag onder een breder talentsysteem. En wordt er ook méér van het systeem verwacht.

Een ATS vraagt: wie heeft er gesolliciteerd? A.I. vraagt: wie zou dit werk kunnen doen?

Wheeler trekt die gedachte overigens nog iets verder door: wat gebeurt er als solliciteren zelf overbodig wordt? Een sollicitatieformulier is traag, foutgevoelig en gevoelig voor fraude. Het vraagt van kandidaten dat ze een vacature vinden, de tekst interpreteren en repetitieve gegevens invullen, in de hoop op een match. Dat proces had zin zolang organisaties geen schaalbare manier hadden om mensen rechtstreeks te ontdekken en te benaderen. Maar die tijd is veranderd. A.I.-agents kunnen nu inmiddels meerdere databases doorzoeken, verwante vaardigheden afleiden, beschikbaarheid inschatten en gepersonaliseerd contact leggen.

De opmars van de agentic suite

Wordt dat voldoende betrouwbaar, dan hoeft niet de kandidaat meer een vacature te vinden, en zelf te reageren, maar vindt A.I. de kandidaat. Het formele solliciteren verdwijnt dan als startpunt, al blijft toestemming en verificatie door de kandidaat nodig. TalentRecruit zet het verschil scherp neer: waar een traditioneel ATS reactief is, moet een intelligent systeem voorspellen en actief worden. Concreet betekent dat contextuele matching in plaats van trefwoorden, voorspellende scores in plaats van simpele filters, en geautomatiseerde, persoonlijke communicatie in plaats van handmatige follow-up.

TalentRecruit onderbouwt dit met een eigen product: ERIKA, een agentic AI-laag die naar eigen zeggen vacatures opstelt, actief kandidaten sourcet, rangschikt op fit, eerste screeningsgesprekken kan voeren, interviews inplant en zelfs interviewvragen genereert. Het bedrijf omschrijft ERIKA als ‘een 24 uur per dag beschikbare robotrecruiter’ – een claim die je met enige gezonde scepsis mag lezen, maar die wel typerend is voor waar de markt naartoe beweegt: niet één A.I.-functie erbij, maar een hele laag agents die samen het proces overnemen. En als zodanig het ATS een heel andere plek in het proces geven.

Van tracking naar talent intelligence

Andere partijen volgen een vergelijkbare route. iCIMS lanceerde in oktober 2025 een eigen AI Sourcing Agent die talentontdekking, matching en engagement automatiseert binnen zijn bestaande platform. Ashby bouwt via een overname aan een AI Interviewer, naast een AI Notetaker die gesprekken automatisch opneemt en samenvat. In Nederland kwam Carerix ATS op zijn laatste event in Zandvoort met een vergelijkbaar Notetaker-systeem en de ‘intelligente A.I.’ CX Sense. Het patroon is steeds hetzelfde: het ATS blijft bestaan als basis, maar alle dagelijkse handelingen verschuiven naar agents eromheen.

Carerix-CTO Arco (‘AIrco) Westbroek tijdens de recente Xperience.

Een aanpalende beweging komt van aanbieders die stellen dat het ATS als categorie nu echt zijn langste tijd heeft gehad. Talent intelligence-platform Loxo voert hier al langer een publieke campagne over, verspreid over honderd afleveringen met steeds één reden waarom een talent intelligence platform het ATS zou vervangen. De kern van het argument: een ATS is gebouwd rond de vacature en de sollicitant, terwijl een TIP het hele recruitmentproces – sourcing, engagement, plaatsing en resultaatmeting – in één workflow onderbrengt.

‘Een ATS houd je operationeel. Een talent intelligence platform houd je concurrerend.’

Concurrent Oorwin trekt een vergelijkbare lijn, maar dan iets voorzichtiger: een ATS blijft volgens dat bedrijf onmisbaar voor de dagelijkse uitvoering en compliance, terwijl een TIP de voorspellende laag erbovenop legt – forecasting van vacatures, marktinzicht in schaarste en beloning, en interne mobiliteit. ‘Een ATS houd je operationeel. Een talent intelligence platform houd je concurrerend’, zo verwoordt het bedrijf het verschil. Recruitmentsoftwarebedrijf PageUp trekt dezelfde conclusie: het ATS verdwijnt niet, maar evolueert van ‘passieve tracking‘ naar ‘actieve intelligentie’, met agents als volgende stap daarna.

4 lagen in plaats van 1 systeem

Wheeler vertaalt deze verschuiving naar een concreet model van 4 lagen. Eerst een talent-laag: een dynamisch overzicht van mensen, vaardigheden, ervaring, interesses, beschikbaarheid en beloningsverwachtingen. Daarna een werk-laag: een model van vacatures, taken, projecten en veranderende bedrijfsvraag. Vervolgens een orkestratie-laag van A.I.-agents die werk aan talent koppelen, sourcingstrategieën adviseren en gesprekken voorbereiden. En ten slotte een compliance– en audit-laag – de echte troonopvolger van het huidige ATS (waar Wheeler trouwens ook een mogelijk tijdspad aan koppelt).

Het ATS verdwijnt volgens hem dus niet in één klap, maar wordt volgens hem ‘geleidelijk omringd, geabstraheerd en opgenomen’ in een groter geheel – bij grote, gereguleerde organisaties trager dan bij snelgroeiende technologiebedrijven. Het sluit aan bij Intelligence Group-directeur Geert-Jan Waasdorp, die al eerder stelde dat recruiters inmiddels ‘hun laatste ATS‘ al hebben gekocht, en verwacht dat ATS-data binnenkort via open standaarden zoals Model Context Protocol wordt gecombineerd met externe arbeidsmarktdata, waardoor de traditionele digitale kaartenbak eigenlijk steeds minder nodig wordt.

Wanneer komt dus die intelligentie?

Maar de vraag blijft ook dan: wanneer wordt het ATS nou echt intelligent, en de juiste beslissingen sturen? Het eerlijke antwoord is: nog niet helemaal, en misschien wordt het dat ook nooit als losstaand systeem. De partijen die het hardst roepen dat het ATS ‘intelligent’ wordt, zijn vaak dezelfde partijen die producten eromheen verkopen. Maar het patroon achter de marketing is wel consistent, en een onafhankelijke stem als Wheeler bevestigt het ook: steeds meer van het oude werk – sourcen, screenen, plannen, matchen – verschuift naar A.I.-agents, terwijl het ATS zelf verschuift naar de rol van archief en compliance-laag.

Een ATS wordt dus niet ‘intelligent’ door er een chatbot aan te plakken.

Een ATS wordt dus niet ‘intelligent’ door er een chatbot aan te plakken. Het wordt pas intelligent zodra het naadloos samenwerkt met de laag daarboven: agents die actief zoeken, matchen en adviseren, die de in- en externe arbeidsmarkt overzien, en een recruiter die zich daardoor kan concentreren op wat een systeem nooit zal kunnen – het gesprek, de twijfel wegnemen, en de uiteindelijke klik tussen mens en organisatie vaststellen. En de recruiter? ‘Die zal moeten begrijpen dat de administratieve taken waar hij of zij nu veel tijd aan kwijt is, steeds minder belangrijk zullen worden’, aldus Wheeler.

Talentanalyse zal wel belangrijker worden, zegt hij. Net als: inzicht in het werk, en het coördineren van interne, externe, tijdelijke en geautomatiseerde processen. ‘De recruiter van de toekomst zal niet primair worden beoordeeld op hoe efficiënt ze kandidaten door de verschillende fasen heen loodsen’, besluit Wheeler. ‘Ze zullen worden beoordeeld op hoe goed ze de organisatie helpen bepalen welk werk gedaan moet worden, welke competenties vereist zijn, waar die te vinden zijn en of iemand aannemen überhaupt de beste oplossing is.’ Minder recruiter dus, en meer: talentadviseur. Met een hopelijk intelligent systeem dat bij die taken past.

Lees ook

 

Hoofdredacteurbij Werf&

Peter Boerman

Hij heeft eigenlijk nog nooit een vacature uitgezet. En meer sollicitatiegesprekken gevoerd als kandidaat dan als recruiter of werkgever. Toch schrijft Peter Boerman alweer een jaar of 10 over weinig anders dan over de wondere wereld van werving en selectie, in al zijn facetten.
  • Leave behind a comment

Onze partners Bekijk alle partners

 

The Global Talent Strategy & Intelligence Conference 2026