Het artikel gaat hieronder verder.
Het concurrentiebeding is waarschijnlijk niet het aller-heetste hangijzer op de huidige politieke agenda, maar aan de andere kant: misschien is het ook wel een illustratief voorbeeld voor de impasse waarin de Nederlandse politiek terecht is gekomen. Al jarenlang wordt erover gesproken, vooral om de mobiliteit op de arbeidsmarkt niet te veel in de weg te willen leggen, maar in de praktijk lukt het maar niet om er knopen over door te hakken en echte vernieuwing door te voeren. In het huidige regeerakkoord staat er een zinnetje over opgenomen, een wetsvoorstel ligt min of meer te verstoffen, maar het blijft verder nog angstvallig stil…
Zou het dit jaar wel lukken een wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamer te loodsen?
Zou het dit jaar wel lukken een wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamer te loodsen? Op de agenda van SZW staat de ‘Indiening Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding‘ nog altijd voor het huidige kwartaal op de agenda, dus mogelijk zouden we voor de zomer nog iets tegemoet kunnen zien. Maar dat zou dan precies 3 jaar (!) zijn nadat een van de vorige kabinetten min of meer hetzelfde al eens deed, nadat daar ook al een hele reeks aan onderzoeken en uitstelgedrag aan vooraf was gegaan. Zodat je eigenlijk kunt concluderen dat de wet rond dit beding al sinds 1907 (!) vrijwel ongewijzigd is.
‘Jaagt schaarste aan’
En dat terwijl het onderzoek uit 2021 er toch wel duidelijk over is: het concurrentiebeding remt (onterecht) de mobiliteit van werknemers op de arbeidsmarkt, ook veel werkgevers zien in dat het anders moet, en een brede toepassing van het concurrentiebeding kan bij schaarste op de arbeidsmarkt leiden tot onderbezetting en, daarmee gepaard, productiviteitsverlies, zo luiden slechts enkele van de conclusies, waarbij de onderzoekers oproepen dat het in elk geval ‘niet meer het karakter zou moeten hebben van een standaardclausule; die is ook op medewerkers van toepassing is waarvoor het duidelijk niet zou moeten gelden.’
Het concurrentiebeding zit mobiliteit van werknemers nu vaak in de weg.
Veel werkgevers ervaren nu dat het moeilijk is om nieuw personeel aan te nemen, zo concludeert het onderzoek, omdat veel potentiële kandidaten gebonden zijn aan een mogelijk afdwingbaar concurrentiebeding, en daardoor – al dan niet terecht – al vaak niet eens de moeite (durven) nemen om te solliciteren. Toenmalig SZW-minister Karien van Gennip kwam daarop met het Wetsvoorstel om onder meer het onnodig gebruik van concurrentiebedingen tegen te gaan, door een maximale termijn af te spreken van 12 maanden, de geografische reikwijdte te beperken, en een concrete motivering door de werkgever te verplichten.
Boete van 50% maandloon
Meest controversiële onderdeel van het wetsvoorstel was waarschijnlijk dat de werkgever die het concurrentiebeding inroept, verplicht wordt om 50% van het laatstverdiende maandloon aan de vertrokken werkgever te betalen gedurende de periode dat het concurrentiebeding wordt gehandhaafd. En betaal je dat niet op tijd? Dan vervalt het concurrentiebeding van rechtswege. En let op: dat geldt niet alleen voor nieuw afgesproken concurrentiebedingen. De nieuwe regels over onder meer de vergoeding zouden ook gaan gelden als je al eerder een beding met een werknemer hebt vastgelegd (en je daarop wil beroepen).
Betaal je de vergoeding niet op tijd? Dan vervalt het concurrentiebeding meteen.
Ook werd in februari 2024 door de Tweede Kamer nog een motie aangenomen die stelt dat een concurrentiebeding niet geldig is als deze gesloten is met een werknemer die minder dan 1,5 keer modaal (zo’n 66.000 euro) verdient bij een voltijd dienstverband. Maar verder bleef het na het sluiten van de internetconsultatie voor het Wetsvoorstel in 2024 dus stil, omdat het kabinet‑Schoof met heel andere dingen bezig was, en er sindsdien dus eigenlijk niets in politiek Den Haag gebeurde.
Kan duur worden
Zou het nu wel lukken, zodat werknemers zich vrijer op de arbeidsmarkt kunnen gaan bewegen en makkelijker van baan kunnen wisselen? De sleutelrol ligt – zoals wel vaker – waarschijnlijk bij de VVD. Die partij toonde zich in het (verdere) verleden vaak een tegenstander van het volledig afschaffen van het concurrentiebeding, maar steunde wel veel van de voorgestelde maatregelen en erkent dat werkgevers het beding nu te breed en te vaak onnodig inzetten. Maar een vergoeding van een half maandloon voor elke maand dat het een werkgever het beding oproept? Dat kan met name voor het mkb wel eens te duur worden, zo vreest de partij.
Een standaard beding in je contract? Doe maar niet, waarschuwen experts.
Verandering ligt dus nog steeds in het verschiet. Zeker als het huidige ‘Het kan wel’-kabinet het nog even volhoudt. ‘Aan de slag‘, is ook niet voor niets de titel van het coalitieakkoord. Dus laat ze dat dan ook maar waarmaken. Maar hoe de regeling precies eruit gaat zien? Dat is ook nog even afwachten. Hopelijk wordt het in elk geval de komende maanden duidelijk. Er is immers inmiddels lang genoeg op gewacht. Maar standaard een concurrentiebeding in al je arbeidsovereenkomsten blijven opnemen? De meeste experts raden het nu al af, nieuwe wet of niet. De rechter vindt een beroep erop nu namelijk al vaak niet gerechtvaardigd.