Het artikel gaat hieronder verder.
Hij is hard op weg een bekende Nederlander te worden. Of, in elk geval: een bekende Brabander. Als eigenaar van Installatiebedrijf Verspeek uit Valkenswaard trekt Martijn Verspeek steeds meer aandacht met zijn idee om niet te denken in termen van ‘klanten’, maar in termen van ‘fans’. Een term die hij ook graag gebruikt voor de kandidaten, die letterlijk in de rij staan om voor hem te mogen werken. ‘Verspeek is zó goed voor zijn personeel dat hij geen campagnes nodig heeft’, zei employer branding-expert Kevin van Houten er vorig jaar al over. Wat kunnen we daar als recruiters van leren? In elk geval deze 6 lessen:
#1. Niets vertellen over salaris
Het lijkt een beetje haaks te staan om de roep om loontransparantie, en de aanstaande wetgeving op dit gebied. Maar Martijn Verspeek houdt er een andere visie op na. Hij vertelt sollicitanten juist liever niets over het salaris dat ze bij hem kunnen gaan verdienen. ‘Zo vind ik mensen met passie. En weet ik tenminste zeker dat mijn kandidaat alleen voor mij kiest om het werk’, zei hij er eerder over. ‘Ik vertel pas 2 dagen voordat mensen officieel bij ons beginnen, wat ze gaan verdienen.’ En nee, zijn bedrijf betaalt echt niet slecht. ‘Integendeel’, zegt hij zelf. Maar van alle redenen om voor hem te komen werken, wil hij gewoon niet dat ‘geld’ de eerste is.
‘Ik vertel pas 2 dagen voordat mensen officieel bij ons beginnen, wat ze gaan verdienen.’
‘Online schoenenbedrijf Zappos heeft mij op dit idee gebracht. Zij bieden medewerkers 2.000 euro op de laatste dag van hun proeftijd. Dat mag je houden als je de volgende dag niet terugkomt. Wat ze daarmee willen bereiken, is dat mensen voor het bedrijf kíezen. Voor werk waar ze van dromen. Niet voor het geld. Wordt die 2.000 euro afgeslagen, dan hebben ze de ideale werknemer gevonden. Dat vind ik zó vet. Daar moest ik iets mee’, aldus Verspeek, die toevoegt dat die 2.000 euro hem ‘niet zo goed past’. ‘En dus besloot ik onze sollicitanten gewoon niet te vertellen wat ze bij ons verdienen.’ Of in elk geval: pas heel laat dus.
#2. Geen werknemers; alleen fans
Het boek met de titel Goeiegast (‘Het beste managementboek van Borkel en Schaft‘) staat al weken bovenaan de bestsellerslijst van Managementboek, en trekt volop aandacht, tot aan Radio 1 aan toe. De 45-jarige Verspeek vertelt erin niet te zoeken naar medewerkers, maar alleen maar naar fans. Om dat voor elkaar te krijgen, boekte hij al eens een rondleiding bij PSV om de kleedkamer te bekijken, die hij vervolgens vrij letterlijk nabouwde bij zijn bedrijf. ‘Champions League-niveau’, zo noemt hij het in het boek: iedereen heeft er een eigen stoel met een foto, een eigen locker, kleding met naam erop, die bij het bedrijf wordt gewassen.
Ik hou van blije mensen om me heen, dat is mijn motivatie.’
‘Ik vind het heel normaal dat je een beetje liefde hebt voor je werknemers’, aldus de ondernemer. ‘Het hele land zit te zeuren en te zeiken dat we niet aan mensen kunnen komen, maar dan kom ik bij bedrijven en dan heeft de directeur een parkeerplaats vlakbij de voordeur terwijl het plebs nat mag worden als het regent. Dan kom je binnen en dan heeft de directeur een dik kantoor met kingsize tafel met zeven stoelen die hij niet nodig heeft. En bij de medewerkers is het gewoon klote. Dat vind ik zó bijzonder… Kijk gewoon eens realistisch naar je eigen bedrijf! Ik hou van blije mensen om me heen, dat is mijn motivatie.’
#3. Niet meer dan 30 medewerkers
Hij heeft momenteel misschien wel het sterkste employer brand van Nederland. Toch stelt het bedrijf op zijn eigen site streng: ‘Kom niet werken bij Verspeek!!’. Precies, met twee uitroeptekens. Dat daar dus geen misverstand over kan bestaan. Hij wil ook eigenlijk liever niet gevonden worden op Google, aldus Verspeek zelf. En waarom? Omdat hij gelooft dat het bedrijf niet groter moet worden dan 30 medewerkers. ‘Wij geloven dat kleine bedrijven het leukste zijn om voor te werken ❤️. Daarom groeien we absoluut niet verder dan 30 GoeieGasten en GoeiVrouwkes’, zo valt er te lezen op Komnietwerkenbijverspeek.nl.
Op de eigen site streng: ‘Kom niet werken bij Verspeek!!’. Precies, met twee uitroeptekens.
Dat scheelt Verspeek trouwens ook veel gedoe. Het familiebedrijf adverteert nooit, en doet niet aan SEO. Maar de boodschap verspreidt zich wel. Een organisatie van 30 man is groot genoeg, vindt hij namelijk zelf. ‘Ik weet veel van mijn mensen, hun partners en zelfs hun kinderen. Dat vind ik goud waard. Onze goeiegasten en goeivrouwkes waarderen dat ontzettend. Althans, dat uiten ze best vaak. Laatst las ik nog een berichtje van één van hun kinderen. ‘Pap, ik vind je zoveel leuker sinds je bij Verspeek werkt’, schreef ze. Dat is toch goud?’
#4. Onvergetelijke stages
Stagiairs die alleen koffie mogen halen en de rotklussen krijgen toebedeeld? Niet bij Verspeek. Zo’n 10 keer per jaar heeft hij iemand over de vloer die stage loopt. Die krijgt niet alleen een warm welkom op de eerste dag, maar ook dezelfde werkkleding als de tijdelijke collega’s. Broek, shirt, lange trui, hoodie, vest, jas: een compleet werktenue. En natuurlijk, net zoals je collega’s, met je eigen naam erop. ‘Kost ruim 400 piek, maar is het meer dan waard’, aldus de ondernemer. ‘Een week voordat de stage begint, breng ik die kleren even bij ze thuis. Ook om aan de ouders te laten zien hoeveel tijd en liefde wij hierin steken. En dat is altijd mooi.’
‘Een week voordat de stage begint, breng ik onze kleren even bij ze thuis.’
Stagiairs doen ook gewoon mee in de groeps-app van Verspeek en krijgen een eigen plekje in de ‘voetbalkleedkamer’. ‘En omdat de collega’s al weten dat er iemand stage komt lopen, begroeten ze hem of haar, wensen ze iemand succes of komen zie hier op de werkvloer even een boks geven.’ En je doet als stagiair ook gewoon het echte werk, zegt hij. ‘Wat ik hiermee bereik, is dat deze jongeren echt een onvergetelijke stage hebben. In positieve zin.’ En dat verhaal vertelt zich vervolgens vanzelf verder. Zoals via ex-stagiair Ties, die nu nog steeds in zijn jaren daarvoor verkregen Verspeek-kleding naar festivals schijnt te gaan.
#5. GoeieGasten werven GoeieGasten
Als de mensen die voor je werken, tegelijk je fans zijn is het niet moeilijk om nieuwe mensen te werven. Referral doet dan zijn werk wel. Zoals Verspeek het zelf uitlegt: ‘Als wij bedenken dat we beter kunnen worden door iemand aan te nemen, dan melden we dat aan onze medewerkers. Want ik ben ervan overtuigd dat onze medewerkers de promotors zijn van ons bedrijf. En vaak gaat het balletje dan wel rollen, in appgroepen op schoolpleinen, of in oude bedrijven waar ze hiervoor hebben gewerkt.’
In sourcing gelooft Verspeek niet. ‘De mensen moeten ons bellen’, zegt hij. En waarom hij zo gelooft in de kracht van referral? Simpel, zegt hij. ‘De jongen die iemand anders uitnodigt moet wel een goeiegast zijn, want een lul van een vent, die laten ze hier nooit solliciteren.’
#6. De 3 Sollici-Stage-Dagen
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een ‘werkproef’ (work sample) een van de beste manieren is om passend nieuw personeel te selecteren. Bij Verspeek brengen ze dat to the max, met maar liefst 3 volle dagen die je als sollicitant moet meelopen voordat je er in dienst komt. Verspeek verdedigt deze zogenoemde Solllici-Stage-Dagen zelf vanuit de wens ‘een zo eerlijk mogelijk beeld geven van ons bedrijf’, en sollicitanten ‘de werkelijkheid te laten zien, proeven en vertellen.’ Het vraagt een behoorlijke tijdsinvestering van de kandidaat, maar daar staat dan weer tegenover dat er voor hem/haar hierna geen proeftijd meer is.


