Het artikel gaat hieronder verder.
Het nieuwe kabinet moet ‘met spoed’ aan de slag met ‘minder vast en star’ maken van vaste contracten, zegt werkgeversvereniging AWVN. Na onderzoek bleek namelijk dat door strengere flexwetgeving en meer handhaving van zzp-regels hun leden aangeven steeds meer moeite te hebben om een ‘flexibele schil’ in te richten. Van de door hen ondervraagde werkgevers zegt zelfs 16% helemaal geen flexwerkers meer te zullen inzetten zodra de Flexwet (of beter: het Wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers) is aangenomen.
Ongeveer 15% van de organisaties zegt al volledig gestopt te zijn met zzp’ers in te huren.
Het zijn cijfers die nauw in lijn liggen met die van de Stand van Werven 2026, het onderzoek van de Academie voor Arbeidsmarktcommunicatie onder ruim 300 recruitmentprofessionals. Hier zegt ongeveer 1 op de 7 (15%) inmiddels volledig gestopt te zijn met het inhuren van zzp’ers. En respondenten van nog eens een derde van de organisaties (36%) verwachten dat de inzet van zzp’ers binnen hun organisatie in 2026 terugloopt. Dit duwt zzp’ers steeds meer naar een vast dienstverband, getuige ook de recente CBS-cijfers over het dalend aantal zzp’ers in Nederland. Maar of die zzp’ers dat ook echt willen?
Verschuiving
Organisaties zetten overigens niet alleen in op vaste dienstverbanden als alternatief voor zzp, het leidt ook tot verschuivingen in flexvormen. Ruim een vijfde van de respondenten van de Stand van Werven 2026 (22%) geeft aan te experimenteren met alternatieve constructies, waarbij werken via een zogeheten Statement of Work met 3% opvallend genoeg nog niet erg in trek is, en 13% concreet meer uitzendkrachten en gedetacheerden inzet. Slechts 13% geeft aan in zijn geheel geen significante invloed van de Wet DBA op zijn zzp-inhuur te ervaren.
‘Voor tijdelijke, projectmatige rollen is zzp-inzet nog altijd goed te organiseren.’
Bart van der Geest, medeauteur van het onderzoek: ‘De conversie van flex naar vast is volop gaande: in de bouw, logistiek, zorg, op mediaredacties, overal waar zzp’ers vooral rollen invullen die ook gedaan worden door vast personeel. Dat gaat steeds minder naast elkaar bestaan binnen een organisatie. Maar rigoureus helemaal stoppen met zzp’ers is een paniekreactie. Voor tijdelijke, projectmatige rollen is zzp-inzet goed te organiseren.’
Scheve verhoudingen
Organisaties grijpen door de strengere regels en handhaving – en de daaruit voortkomende juridische onzekerheid – volgens het onderzoek in 2026 ook vrij massaal naar het verscherpen van contracteisen en administratie (33%). Dit werkt door in een complexere intake/screening (11%). ‘Deze cijfers zeggen vooral dat de meeste organisaties op dit vlak al stappen gezet hebben in de afgelopen jaren’, aldus Van der Geest. ‘Het beleid en de nieuwe processen liggen er nu wel. Nu is het afwachten of de dalende vraag naar zzp’ers ook doorzet in 2026. Mogen we de voorspelling van recruiters geloven, dan lijkt het antwoord: ja.’
Slechts 6% van de werkgevers geeft aan dat zzp’ers bereid zijn bij hen in loondienst te komen.
Werkgeversvereniging AWVN waarschuwt inmiddels voor ‘scheve verhoudingen’ op de arbeidsmarkt. Bijna de helft (46%) van de werkgevers heeft in hun onderzoek te maken met hogere loonkosten, doordat zij in plaats van zzp’ers nu mensen inhuren via een andere flexvorm, zoals uitzenden of detachering. En meer dan de helft (56%) zegt dat de werkdruk voor het personeel door de (dreigende) zzp-handhaving is opgelopen. Opvallend: 47% van de werkgevers heeft zzp’ers een vaste aanstelling aangeboden, maar die blijken daar vaak niet voor te voelen. Slechts 6% van de werkgevers geeft aan dat zzp’ers bereid zijn in loondienst te komen.
Vast minder vast
De werkgevers vinden het zo steeds moeilijker om een doeltreffende ‘flexibele schil’ in stand te houden, zo meldt AWVN. Ze roepen het nieuwe kabinet dan ook met klem op hier iets aan te doen, bijvoorbeeld door ook te werken aan ‘vast minder vast’ te maken, zoals ook de commissie-Borstlap al in 2020 adviseerde. ‘Vast is niet minder vast, terwijl dat ook onderdeel was van het middellangetermijnadvies van de Sociaal-Economische Raad‘, zegt senior beleidsadviseur Jena de Wit tegen het FD.

Het nieuwe kabinet maakte vorige week overigens bekend een deel van de fel bekritiseerde zzp-wet te willen schrappen. Regels die duidelijker zouden moeten maken wie een echte zzp’er is en wie schijnzelfstandige is, hebben te veel onrust veroorzaakt, ziet minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie, VVD). ‘Voor een deel van het wetsvoorstel Vbar dat in de Kamer lag, ontbrak het aan draagvlak. Dat zorgde voor onrust in de markt. Daarom haal ik dat deel van het wetsvoorstel van tafel’, zei hij. Specifiek gaat het om criteria die in nieuwe regelgeving staan waarmee duidelijk gemaakt wordt wie je wel en niet als zzp’er kunt inhuren.
‘Regels die duidelijker zouden moeten maken wie een echte zzp’er is, hebben te veel onrust veroorzaakt.’
Nu een deel van de Vbar wordt geschrapt, ziet Aartsen de mogelijkheden om ‘zo snel mogelijk’ de eerder mede door hem zelf als Kamerlid opgestelde Zelfstandigenwet in stelling te brengen. In die wet staan overigens ook bepaalde criteria waar een zzp’er aan moet voldoen, zoals het voeren van eigen tarieven en het hebben van meerdere opdrachtgevers. Daarnaast moeten de 1,2 miljoen zzp’ers die Nederland nu telt volgens die wet ook verplicht aan pensioenopbouw gaan doen.
Meer weten?
Download het hele onderzoek De Stand van Werven:
Stand van WervenLiever luisteren?
Volg woensdag 11 maart dit gratis webinar in de Webinar Week van onder meer Werf& over het onderwerp van de nieuwe Zelfstandigenwetgeving.
Inschrijven webinar

