Het artikel gaat hieronder verder.
Het is een dag die veel recruiters zich nog altijd kunnen herinneren. Bijna 2 jaar geleden stemde de Eerste Kamer het voorstel voor de Wet Toezicht Gelijke Kansen bij werving en selectie van toenmalig minister Karien van Gennip weg, nadat de Tweede Kamer er eerder wel akkoord mee gegaan was, en de weg dus eindelijk open leek te liggen voor meer aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt. Het verwerpen van het wetsvoorstel leidde onder meer tot oprichting van de werkgroep Recruiters voor Rechtvaardigheid, een collectief van recruiters dat zich uitspreekt tegen discriminatie, onder meer ondersteund door de Recruitercode.
In het voorstel worden bedrijven met 25 werknemers of meer verplicht om bij werving en selectie van personeel objectief te werk te gaan.
Nu, bijna 2 jaar, maar ook 2 kabinetten verder, probeert DENK-Kamerlid Doğukan Ergin het opnieuw, met een initiatief-wetsvoorstel dat een herziene versie is van het plan dat de Eerste Kamer eerder met één stem verschil afstemde. In het voorstel worden bedrijven met 25 werknemers of meer verplicht om bij werving en selectie van personeel objectief te werk te gaan. Bedrijven worden verantwoordelijk voor ‘een eerlijke sollicitatieprocedure’. Kandidaten moeten beoordeeld worden op competenties, en niet op de vraag of er een ‘klik’ is, wat nu vaak gebeurt, zo is het idee achter het voorstel.
Niet meteen boetes
‘Deze wet moet een halt toeroepen aan het verspillen van talent, want dat is wat arbeidsdiscriminatie doet’, aldus Ergin. Het is volgens het Kamerlid in eerste aanleg niet de bedoeling om bedrijven die over de schreef gaan te gaan beboeten. De wet is vooral bedoeld om bedrijven bewust te maken van dit probleem en na te laten denken over een eerlijke sollicitatieprocedure, zegt hij. Alleen in uitzonderlijke gevallen en na een verbetertraject zal de Arbeidsinspectie overgaan tot het opleggen van boetes, zo is het idee.
‘Deze wet moet een halt toeroepen aan het verspillen van talent, want dat is wat arbeidsdiscriminatie doet.’
De afgelopen 2 jaar is Ergin in gesprek gegaan met werkgevers en politieke partijen die kritiek hadden op het wetsvoorstel van Van Gennip. Zo stemde de VVD in de Eerste Kamer tegen omdat ze betwijfelden of deze wet echt gaat werken en ze zich zorgen maakten over de administratieve last voor bedrijven. ‘We hebben naar die kritiek geluisterd door de norm waar bedrijven aan moeten voldoen duidelijker in de wet te zetten’, aldus Ergin. Ook heeft het Kamerlid een meldplicht uit het voorstel geschrapt. Waarna de VVD heeft laten weten in principe positief te zijn over het doel van de wet en uit te zien naar het precieze wetsvoorstel.
Buiten de boot
Anders dan in het vorige wetsvoorstel is nu ook discriminatie op leeftijd of een zwangerschapswens expliciet opgenomen, zodat het duidelijk niet alleen meer gaat om discriminatie op achtergrond. Andere opmerkelijke wijziging is dat de wet bedrijven niet langer verplicht ‘de nieuwste wetenschappelijke inzichten over werving en selectie bij te houden’, zoals in het vorige voorstel nog stond. Wel verplicht het voorstel werkgevers dus om ‘objectieve en controleerbare werving- en selectieprocedures’ te hebben. Ze moeten kunnen aantonen dat ze daadwerkelijk een nieuw personeelslid hebben gevonden op basis van het profiel dat ze zochten.
‘Ik heb zelf 40 brieven moeten sturen voordat ik ergens op gesprek mocht komen.’
Kamerlid Ergin zegt persoonlijk te weten wat het is om afgewezen te worden op basis van achtergrond. ‘Ik heb zelf 40 brieven moeten sturen voordat ik ergens op gesprek mocht komen. Ik hoor het ook van mensen om me heen die zeggen: ik heb de papieren, ik heb de kennis en toch val ik steeds buiten de boot. Die frustratie begrijp ik heel goed en die mensen willen we graag helpen.’ Het is voor DENK het eerste initiatiefwetsvoorstel dat wordt ingediend. ‘Onze partij is opgericht om discriminatie aan te pakken. En ik wil me inzetten voor al die mensen die gefrustreerd thuiszitten, die willen we hiermee helpen’, aldus het Kamerlid (foto boven).