Home Nieuws Participatiewet dreigt te mislukken wegens gebrek aan Wajongers

Participatiewet dreigt te mislukken wegens gebrek aan Wajongers

6.974 keer
11

De nieuwe Participatiewet wil 125.000 banen creëren voor jonggehandicapten. Dat klinkt loffelijk, maar in de praktijk zijn hooguit 64.000 extra Wajongers geschikt en bereid om te werken.

De Participatiewet wordt op 1 januari 2015 van kracht. De wet is bedoeld om mensen vanuit de Wajong, Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Bijstand naar werk te geleiden. Daarvoor moeten overheid, werkgevers en werknemers in 10 jaar 125 duizend extra banen scheppen, zo is afgesproken. Een verplicht quotum is voorlopig van de baan, maar om dat nog langer af te wenden moeten private werkgevers in 2017 in totaal 5.000 banen méér gerealiseerd hebben dan in het Sociaal Akkoord is afgesproken.

War for Wajong

Werkgevers bereiden zich daarom voor op wat wel de ‘war for Wajong’ wordt genoemd. Maar nu al is duidelijk dat het streven om 125.000 (extra) banen te creëren voor jonggehandicapten verre van realistisch is, blijkt uit het rapport ‘War for Wajong’ van Intelligence Group dat deze week verschijnt. Het onderzoeksbureau voor de arbeidsmarkt heeft voor die conclusie onder meer in kaart gebracht hoe de Wajongers zijn te typeren.

Het blijkt dat Wajongers zijn onder te verdelen in vijf categorieën:

  • Type-1: Hieronder vallen 36.000 mensen. Deze groep is het meest interessant voor werkgevers. Van deze groep is een groot gedeelte al aan het werk.
  • Type-2: Hieronder vallen 60.000 mensen. Deze groep kenmerkt zich door een autistische beperking.
  • Type-3: Hieronder vallen 43.000 mensen. Een groot deel van dit type dat werkzaam is, werkt op sociale werkplaatsen.
  • Type-4: Hieronder vallen 53.000 mensen. Dit zijn mensen met een zware verstandelijke handicap. Deze groep is overwegend niet geschikt voor regulier werk.
  • Type-5: Hieronder vallen 47.000 mensen. Door zware psychische ziektebeelden zijn zij niet in staat om te werken bij een reguliere werkgever.

Dit gezien hebbende, blijken 100.000 Wajongers niet geschikt te zijn voor regulier werk, omdat ze zodanig arbeidsgehandicapt zijn (type-4 en type-5), dat werken bij een reguliere werkgever nagenoeg onmogelijk is. Van de overgebleven (bijna) 140.000 Wajongers (dus de types 1, 2 en 3) zijn bijna 60.000 mensen al voorzien van een baan. In het gunstigste scenario – uitgaande van een participatie van 100% – betekent dit dat 80.000 Wajongers beschikbaar zijn voor de Participatiewet.

Numerieke exercitie

De bereidheid van Wajongers om te werken is hierin echter nog niet eens meegenomen. ‘Bij een onwaarschijnlijk hoge bereidheid van 80 procent zou dit een potentieel betekenen van 64.000 Wajongers. Dat is nog maar net de helft van wat de Participatiewet beoogt. Het lijkt erop dat de wet een numerieke exercitie is over de doelgroep, zonder dat er daadwerkelijk gesproken is met de doelgroep’, aldus Geert-Jan Waasdorp, directeur van de Intelligence Group.

Wervingsstrategieën 

Voor werkgevers zijn in de ‘War for Wajong’ een aantal strategieën waarschijnlijk, denkt Waasdorp:

  • Zich ‘massaal’ richten op type-1 en dit talentvolle gedeelte eventueel weghalen bij andere werkgevers. Werkgevers zullen zich niet richten op type-4 en type-5.
  • Werkprocessen anders inrichten opdat zij een goede werkgever kunnen zijn voor type 2
  • Werkplekken afnemen bij (nieuw op te richten) sociale werkplaatsen alwaar zij iemand kunnen plaatsen van type-3 en zo kunnen voldoen aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid
  • Werk outsourcen naar het buitenland
  • Regulier personeel dat nu niet als arbeidsmarktgehandicapt te boek staat, wel als zodanig gaan typeren/stigmatiseren
  • De boete accepteren

Als werkgevers zich massaal gaan richten op de meest talentvolle Wajongers (dus type-1 en aanvullend type-2), is het essentieel dat zij hun employer brand additioneel vormgeven, zegt Waasdorp. De focus moet volgens hem hiervoor liggen op de volgende aspecten:

  • Flexibiliteit: mogelijkheid bieden om op een flexibele basis de uren in te delen, parttime en/of thuis te werken.
  • Draagvlak binnen de organisatie: zonder draagvlak voor de arbeidshandicap geen succesvolle arbeidsparticipatie.
  • Ontwikkelingsmogelijkheden: het aanbieden van op de persoon afgestemde ontwikkelingsplannen en opleidingsmogelijkheden.
  • Ondersteuning en begeleiding: voor Wajongers met een lichamelijke beperking is het soms noodzakelijk te zorgen voor technische aanpassingen zoals een aangepaste bureaustoel, speciale muis en toegankelijke rolstoelingang. Ook begeleiding door bijvoorbeeld een jobcoach is, vooral voor type- 2 en 3 werknemers, essentieel.
  • Reiskostenvergoeding: voor Wajongers is de afstand tussen huis en werk belangrijk. Goede, op de persoon afgestemde reisvoorzieningen en/of het verstrekken van een reiskostenvergoedingen zijn daarom cruciaal om een Wajonger überhaupt op het werk te krijgen.

Meer informatie:

Het rapport ‘War for Wajong’ is te downloaden op www.intelligence-group.nl 

Foto via Flickr.com

 

11 REACTIES

  1. In grote lijnen ben ik het helemaal eens met deze stelling, maar de groep arbeidsgehandicapten kan ook gemakkelijk worden uitgebreid met de re-integratiemensen, die na een ziekte weer aan de slag willen maar dit mogelijk niet in hun oude functie kunnen. Ook zijn er mensen, die nooit een wajong hebben gehad, maar wel een arbeidsbeperking hebben en nu werken, via de reguliere kanalen. Vaak vallen deze mensen op later leeftijd toch uit boot, dat de functie te zwaar is geworden. Ik denk dat daar veel mensen onder (gaan) vallen, die hierboven als type 1 of type 2 staan aangemerkt.
    Ik kan daarover meepraten want ik ben zo iemand.
    succes

  2. Hooguit 64.000. Maar dat is maar een deel van het aantal arbeidsgehandicapten. Er is ook nog een aantal mensen die nu een WSW indicatie zouden krijgen. Verder zitten er in het z.g. “granieten bestand”van de WWB voldoende mensen met een loonwaarde lager dan 100% van het WML. Maar al zou je al deze groepen bij elkaar optellen: er is niet genoeg werk voor de mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt! Daar zit het probleem, de koek is te klein. Je zou het volume arbeidsplaatsen aan de onderkant moeten vergroten, maar ik zou niet weten hoe. De participatiewet lijkt daardoor te mislukken. De enige oplossing die overblijft is de invoering van een basisinkomen met tegelijkertijd een herverdeling van arbeid aan te onderkant. Zo als het nu gaat is het tegen de stroom inroeien zonder enig effect.

  3. […] Nu komt de nieuwe participatiewet eraan. Die stelt onder andere dat het bedrijfsleven 125.000 banen moet creëren voor jong gehandicapten. De zogenaamde Wajongers. Het probleem van deze wet: in het gunstigste geval zijn er maar 80.000 die een baan zoeken. Realistisch is om dit op 64.000 te houden, aldus een onderzoek van Intelligence Group.  […]

  4. In aanvulling op Auke Verhaaf: naast de Wajongers vallen ook de mensen met een Wsw-indicatie van de Wsw-wachtlijst (beide hebben voorrang) en mensen met een arbeidsbeperking met een verdiencapaciteit van minder dan het wettelijk minimumloon onder de doelgroep van de garantiebanen. Vergeet ook niet dat in de looptijd van de garantiebanen (2015 t/m 2017) de nodige instroom is die ook tot deze doelgroep behoren. (De crisis op de arbeidsmarkt is voor de kwetsbaren nog lang niet voorbij!)
    Stel dat we de afgesproken aantallen voor de garantiebanen de komende jaren zullen halen, dan nóg kunnen we niet alle mensen van de potentiële doelgroep plaatsen. Kortom we hebben niet te veel garantiebanen afgesproken maar eerder veel te weinig. Trouwens waarom hebben niet alle mensen die onder de participatiewet vallen recht op een garantiebaan? Of zullen we het een baan met basisinkomen noemen?

  5. Wat petra Bles zegt daar kan ik me in vinden, want ik zit min of meer in het zelfde schuitje. (herstellend van transplantatie bijna 5 jaar WIA) Ik wil dolgraag reintegreren maar aan alle kanten loop ik tegen muren aan omdat ik niet tot de doelgroep Wajong behoor. verder is er een groot tekort aan ICT-ers en technisch personeel wat opgevuld moet worden en vaak zijn de WIA/ Wajongers lager opgeleid door ziekte of beperking dus mijn voorstel voor dieze problematiek is een praktijkgerichte leer werkplek met certificeringen en diploma’s voor de verbrede doelgroep.

  6. Participatie Wet is al een fiasco voordat deze is ingevoerd. Werkgevers verwachten dat zij voor de lage loonkosten een medewerker krijgen die voor 100% inzetbaar is. Wanneer in de praktijk blijkt dat de werkelijkheid anders is dan wordt er direct gezegd: ” Zie je wel het werkt niet , geef mij maar een ‘normale’ werknemer”. Laten we eerst eens de werkgevers opvoeden voordat mensen met een beperking aan dit soort situaties wordt blootgesteld. O, ik heb dit uit de praktijk, heb nl. als bedrijfsleider, met beperking, voor zo’n werkgever gewerkt.

  7. Het probleem is het kapitalistische systeem van anno 2014. Tegenwoordig draait alles om sterke sociale contacten een flexibel instelling en je moet zeker 40 uur kunnen werken. Kun je dat niet dan ben je niet interessant voor een baas. Want dat zijn we min of meer allemaal, pionnen in de grote machine van het kapitalisme. Als een baas geen loonkostensubsidie meer krijgt dan ontslaat hij een wajongere, want hij zoekt liever iemand die wel volgens de genoemde normen kan werken. Het probleem ligt bij de bazen die meer zouden moeten doen aan MVO, maatschappelijk verantwoordelijk ondernemen. Echter in een economie waarin hebzucht en winsten boven menselijke waarde staan zie ik weinig hoop voor gehandicapte arbeidskrachten. Zeker nu PvdA en VVD ons richting een Amerikaans systeem leiden

  8. Anno 2015 ondervinden veel mensen moeilijkheden om een passende functie te vinden en te behouden op de arbeidsmarkt. De participatie wet moet ervoor zorgen dat er meer banen worden gerealiseerd voor mensen met een beperking. Er blijven nogal wat belangrijke zaken onderbelicht bij het behalen van dit doel. Mensen met een beperking hebben in veel gevallen speciale begeleiding en aandacht nodig om goed te blijven functioneren. Dit wordt enorm onderschat! Veel reguliere bedrijven hebben zelf niet voldoende kennis in huis om deze mensen op een noodzakelijke manier de ondersteuning te bieden die nodig is. Je kunt mensen dan voorrang geven op het verkrijgen van werk, maar de belangrijkste vraag is in hoeverre dit stand gaat houden. Hebben deze mensen voldoende aan tijdelijke ondersteuning door o.a. een jobcoach of moet er op een langere termijn gekeken worden op welke momenten er specifieke hulp wordt ingeschakeld als het mis dreigt te lopen. Daarnaast kun je je afvragen hoeveel mensen er in de jaren 60′ en 70′ rondliepen met een beperking die toen veel minder snel buiten de boot vielen omdat de eisen die we nu aan personeel stellen op vele fronten meer van ons vragen dan toen. Zijn we niet bezig om de lat steeds hoger te leggen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here