Nieuw onderzoek van Bullhorn: voor bureaus wordt A.I. steeds crucialer

A.I. wordt steeds onmisbaarder voor staffingbureaus. En de omzetkloof tussen early adopters en organisaties die langzamer bewegen wordt bovendien groter dan ooit, zo stelt het jaarlijkse GRID-onderzoek van Bullhorn, waarin de ATS-leverancier zijn klanten ondervraagd, van wie dit jaar ook zo’n 230 professionals uit de Benelux. ‘Late adopters lopen een steeds groter operationeel en financieel risico’, waarschuwen de onderzoekers. ‘Van de Benelux-bedrijven die hun omzet met 25% of meer zagen stijgen, heeft 88% A.I. geïntegreerd in hun ATS. En de meeste recruitment leaders geven aan dat A.I. hun KPI’s met 26 tot 50% heeft verbeterd.’

Enkele andere opvallende bevindingen:

  • Recruitmentorganisaties in de Benelux die A.I. inzetten in een of meerdere fasen van de recruitmentcyclus hadden in 2025 3 tot 9 keer meer kans op omzetgroei.
  • 63% van de best presterende organisaties realiseert plaatsingen binnen 10 dagen.
  • 36% van de recruiters zegt dat screening nu 50 tot 75% sneller verloopt dankzij A.I.
  • Sneller meer kandidaten screenen en minder afhankelijk zijn van backfilling bij vertrek van recruiters worden genoemd als belangrijkste voordelen van A.I.-adoptie.
  • Slechts 9% van de organisaties heeft al agentic AI volledig geïntegreerd in de complete workflow. Velen noemen zorgen over datakwaliteit, security en een gebrek aan duidelijke implementatiestrategie hierbij als belemmeringen.

Grootste uitdagingen

Het Bullhorn-onderzoek van dit jaar leest als een grote lofzang op A.I. in het recruitmentproces. Wat soms ook wel wat vragen oproept. Zo noemen de onderzoekers als ‘het goede nieuws’ dat 45% van de recruiters zegt dat A.I. hen helpt om sneller betere kandidaten te identificeren, maar blijft onduidelijk hoe die screening en evaluatie van kandidaten door A.I. dan precies verloopt, en of daarbij wel een eerlijke, transparante en uitlegbare methode wordt gehanteerd.

Dit soort vraagstukken komen ook niet terug bij wat recruitmentbureaus in het onderzoek zelf als grootste uitdagingen benoemen. Wel: een veranderende economie en (daardoor) lage vacaturevolumes, maar aan de andere kant ook toch nog steeds krappe talentpools. Daarnaast blijken 40 tot 60% van de kandidaten een eenmaal ontvangen aanbod ook nog steeds af te wezen, met als belangrijkste reden daarvoor dat zij elders een beter aanbod hebben ontvangen.

Interessant in het onderzoek is wel hoe de ondervraagde recruitmentbureaus zeggen om te gaan met de huidige tegenwind op de markt. Zo geven sommigen aan te kiezen voor meer focus, in plaats van elke kans na te jagen, en zich terug te trekken uit segmenten waar zij niet succesvol zijn. Ook zetten sommige organisaties meer in op training van kandidaten (28% van de topperformers breidt actief uit op het gebied van bijscholing). Andere breiden juist uit meer uit naar aanvullende diensten en advies (32% van de topperformers zegt uit te breiden richting consulting services in plaats van alleen end-to-end-recruitment).

Meer weten?

Download het hele onderzoek hier:

GRID2026

Lees ook

‘Parttime’ tegenwoordig meest gebruikte zoekterm in zoektocht naar werk

Een werkweek van 40 uur? Nederlandse werkzoekenden lijken er steeds minder zin in te hebben. Anders valt in elk geval nauwelijks te verklaren dat ‘parttime’ tegenwoordig de meest gebruikte zoekterm is onder Nederlandse werkzoekenden bij Indeed, nog voor ‘bijbaan’ (de nummer 2). Het aandeel van zoekopdrachten naar ‘parttime’ is in 1 jaar met 15% toegenomen. De vacaturesite meldt dat sowieso voor het eerst minder wordt gezocht op concrete functietitels, en juist vaker op het aantal dagen of uren en op ‘thuiswerken’. ‘Kortom: een baan die past binnen het eigen leven’, aldus managing director Stan Snijders.

‘Mensen lijken al vroeg in hun zoektocht te filteren op contractvormen die aansluiten bij hun wensen.’

In het onderzoek werden de 250 populairste zoekopdrachten in de afgelopen 5 jaar geanalyseerd. De twee meest gebruikte zoektermen, ‘parttime’ en ’bijbaan,’ tellen samen op tot 3% van het totale zoekvolume. ‘Mensen lijken al vroeg in hun zoektocht te filteren op contractvormen die aansluiten bij hun wensen‘, aldus Snijders. ‘Werkgevers die openstaan voor flexibele arbeidskrachten, kunnen hiermee hun kansen op het aantrekken van talent vergroten, door bijvoorbeeld duidelijk aan te geven naar hoeveel uur zij op zoek zijn naar versterking. Ook kunnen werkgevers gerichter op deze zoektermen inspelen in hun vacatureteksten.’

Minder functietitels gezocht

Van de 250 populairste zoektermen onder werkzoekenden verwees in 2020 nog 61% naar een concrete functietitel. Dit aandeel daalde vervolgens elk jaar een paar procentpunten, tot 47% in 2025. Tegelijkertijd winnen zoekopdrachten die betrekking hebben op het aantal gewenste werkuren, salaris en leeftijden waarop mensen solliciteren dus steeds meer terrein. Daarmee overstijgen aanvullende behoeften van werkzoekenden voor het eerst de traditionele functietitels als belangrijkste vertrekpunt in de zoektocht naar werk. Zo is bijvoorbeeld het aandeel zoekopdrachten voor ‘parttime 24 uur’ sinds 2020 met 56% toegenomen.

Het aandeel zoekopdrachten voor ‘parttime 24 uur’ is sinds 2020 met 56% toegenomen.

Ook jongeren zoeken steeds gerichter naar wat bij hen past en typen hun leeftijd vaak direct mee in de zoekbalk. Het gebruik van de zoekterm ‘bijbaan 16 jaar’ is bijvoorbeeld ook met 56% toegenomen. En ondanks dat het aanbod van vacatures waarbij thuisgewerkt kan worden afvlakt, is ‘thuiswerken’ als zoekterm mateloos populair. ‘Nederlanders willen de ruimte om werk en privé beter op elkaar af te stemmen, en flexibiliteit weegt daarin zwaar mee’, aldus Snijders.

Maandag sollicitatiedag

De vacaturesite heeft niet alleen onder de loep genomen wát Nederlanders zoeken, maar ook wanneer ze het actiefst op zoek zijn naar werk. Uit die analyse komt naar voren dat Nederlanders aan het begin van de werkweek duidelijk het drukst zijn met zoeken naar een nieuwe baan. Een heel groot deel van de totale wekelijkse zoekopdrachten vindt op de maandag en dinsdag plaats. Later in de week nemen de zoekopdrachten vanaf woensdag gestaag af. Het aantal zoekopdrachten bereikt in het weekend het laagste punt.

Het aantal zoekopdrachten bereikt in het weekend het laagste punt.

Dit sluit aan bij ander recent onderzoek, van recruitmentbureau Robert Half. Zij meldden niet alleen ook dat maandag (eigenlijk al jaren) dé sollicitatiedag bij uitstek is, maar ook dat het eerste kwartaal van het jaar de meest populaire periode is om te solliciteren, terwijl tegelijkertijd ook de zomerperiode verrassend genoeg zeer in trek is bij sollicitanten (al heeft dit natuurlijk ook te maken met het afstuderen van veel mensen vlak voor de zomer).

Lees ook

Opvallend: breedte salarisrange in vacatures bepaalt sterk wíe solliciteert

Of het nu komt door de aanstaande Wet Loontransparantie of dat werkgevers beginnen door te krijgen dat ze er meer sollicitanten mee kunnen trekken, duidelijk is in elk geval dat steeds meer vacatures informatie bevatten over het salaris dat je in de functie kunt gaan verdienen. Zo meldde Indeed in de Verenigde Staten dat momenteel meer dan 60% van de vacatures salarisinformatie bevat, een enorme stijging als je het vergelijkt met de 18% die het in 2020 nog was.

Maar het gaat er niet alleen om dát je informatie over het salaris in je vacatures opneemt, het maakt ook nog uit wát je dan opschrijft. Uit onderzoek onder bijna 10 miljoen Amerikaanse vacatures, waarover Harvard Business Review schrijft, en dat binnenkort verschijnt in Journal of Applied Psychology, blijkt bijvoorbeeld dat een al te brede salarisrange juist vrouwen afschrikt om te solliciteren, en ook juist significant vaker voorkomen in sectoren waar vrouwen toch al ondervertegenwoordigd zijn. Vrouwen onderhandelen vervolgens ook minder agressief en accepteren gemiddeld ook een lager startsalaris, zo blijkt.

Van 0 tot 2 miljoen

De onderzoekers halen bijvoorbeeld een vacature voor een senior software engineer bij Tesla aan, met een aangeboden range in salaris, variërend van 83.000 tot maar liefst 418.000 dollar. Netflix ging nog een stap verder en zette een soortgelijke vacature met een salarisbereik van 90.000 tot 900.000 dollar. Dit terwijl Uber een soortgelijke functie adverteerde voor een range van 174.000 tot 194.000 dollar. Citigroup maakte het helemaal bont: in een vacature voor een klantenservicemedewerker stond eerst een salarisbereik van 0 tot 2 miljoen dollar, voordat dit werd gecorrigeerd naar ongeveer 60.000 tot 150.000 dollar.

De gemiddelde salarisrange is ongeveer 38.000 dollar, met een standaardafwijking van ruim 66.000 dollar.

In de analyse van bijna 10 miljoen vacatures bleek de gemiddelde spreiding van de vermelde salarisranges ongeveer 38.000 dollar, met een standaardafwijking van maar liefst meer dan 66.000 dollar. Dit kan natuurlijk enigszins te rechtvaardigen zijn, bijvoorbeeld als één functietitel meerdere ervaringsniveaus omvat (en de range dus daadwerkelijk groot kan zijn). En bij remote functies kunnen ook verschillen in de kosten van levensonderhoud een rol spelen in de salarisbepaling. In sectoren als tech en finance zorgt variabele beloning – bonussen, aandelen, commissies – vaak ook nog eens voor werkelijk grote verschillen in het totale salaris.

Brede range, groot effect

Maar, zo stellen de onderzoekers: de brede salarisranges hebben ook nog eens een ander effect. Het bepaalt namelijk ook sterk wíe solliciteert. ‘In 4 studies – waaronder een analyse van vacatures in combinatie met arbeidsmarktgegevens, enquête-experimenten en een veldexperiment met echte sollicitanten – vonden we een consistent patroon’, stellen ze: ‘vrouwen tonen een sterkere voorkeur voor banen met een smaller salarisbereik dan mannen.’ Iets wat ze verklaren uit de sterkere neiging van vrouwen tot risicoaversie. Oftewel: ‘Vrouwen zijn gemiddeld genomen minder geneigd om dit soort financiële onzekerheid te accepteren.’

‘Vrouwen zijn gemiddeld genomen minder geneigd om dit soort financiële onzekerheid te accepteren.’

Maar ook andere factoren spelen een rol, denken ze. Zoals: de perceptie van eerlijkheid bij de werkgever, opvattingen over de structuur van het beloningsproces of verwachtingen over de onderhandelingsruimte. Zo vroegen deelnemers die solliciteerden naar de functie met een smalle salarisrange in een van de experimenten gemiddeld 3.600 dollar mínder in hun tegenbod dan degenen die solliciteerden naar de functie met een brede salarisrange. ‘Onze bevindingen suggereren dat risicopreferentie een belangrijk onderdeel van het verhaal is, maar waarschijnlijk niet het hele verhaal.’

Cumulatieve gevolgen

Een salarisrange fungeert als belangrijk ankerpunt, aldus de onderzoekers. ‘Als de aangegeven range tussen de 60.000 en 80.000 ligt en je een aanbod van 70.000 krijgt, voelt het alsof je dicht bij het plafond zit. Maar als de range tussen de 40.000 en 100.000 ligt en je hetzelfde aanbod van 70.000 ontvangt, zie je ineens nog veel ruimte boven je. Die zichtbaarheid beïnvloedt de verwachtingen, de tevredenheid en de bereidheid om voor meer te strijden.’ En vergeet niet, zeggen ze: startsalarissen hebben cumulatieve gevolgen. Oftewel: salarisverhogingen, bonussen en toekomstige aanbiedingen zijn vaak gekoppeld aan het huidige salaris.

‘De smallere salarisranges waar vrouwen naar neigen, remmen hun assertiviteit tijdens onderhandelingen.’

De onderzoekers ontdekten ook dat vrouwen gemiddeld een lager tegenbod deden dan mannen – een verschil dat grotendeels lijkt te worden veroorzaakt door de onevenredige selectie van vrouwen in functies met een smalle salarisrange, in plaats van door inherente verschillen in hoe ze binnen een bepaalde range onderhandelen. ‘De onzekerheid van brede salarisranges drijft vrouwen eerder naar alternatieven met een smalle range dan mannen. En de smallere salarisranges waar vrouwen doorgaans naar neigen, remmen vaak weer hun assertiviteit tijdens onderhandelingen.’

Dit is een wervingstool

Zo ontstaat een soort vicieuze cirkel, stellen ze. ‘Wat, gezien het cumulatieve effect van salarisverhogingen, een domino-effect kan hebben op een carrière. Met andere woorden: de manier waarop een bedrijf zijn salarisinformatie presenteert, kan van invloed zijn op wie solliciteert en hoe er onderhandeld wordt, nog vóórdat een sollicitatiegesprek heeft plaatsgevonden. Voor organisaties die werken aan het opbouwen van een diverse talentenpool, betekent dit dat het ontwerpen van salarisranges een wervingsinstrument is, en niet slechts een detail van de compensatie.’

Het goede nieuws: er is iets aan te doen.

En het goede nieuws, stellen ze: er is ook iets aan te doen. Bijvoorbeeld door extra context mee te geven, die weer als nieuw anker kan fungeren, à la: ‘Voor nieuwe medewerkers die aan onze kerncriteria voldoen, is het gemiddelde startsalaris ongeveer 65.000 dollar. Uw exacte aanbod zal gebaseerd zijn op uw relevante ervaring, vaardigheidsniveau en de verantwoordelijkheden van de functie.’ Twee zinnen die volgens de onderzoekers meteen verduidelijken waar de meeste nieuwe medewerkers terechtkomen en wat het uiteindelijke salaris bepaalt, en wat de genderverschillen voor een groot deel doet verdwijnen.

Bereidheid om te delen

Het verminderen van onduidelijkheid rondom beloning kan zo bijdragen aan een meer gelijk speelveld, stellen ze. ‘Publiceer dus niet zomaar een salarisrange, maar leg deze uit. En als je range breed is, vertel kandidaten dan waar de gebruikelijke startsalarissen liggen en welke factoren de uiteindelijke salarisbeslissing bepalen. Dit geeft aan dat de beloning gestructureerd is in plaats van naar eigen inzicht te worden bepaald, en het kan de onzekerheid verminderen die vrouwen onevenredig vaak afschrikt. De ​​interventie die we hebben getest, vereiste geen nieuwe gegevens, alleen de bereidheid om deze te delen.’

‘Werknemers verdienen het te weten wat een baan betaalt voordat ze tijd investeren in een sollicitatie.’

Ook adviseren ze wat je in je vacature zet meer te controleren op ‘onbedoelde signalen’. Oftewel: is de brede range écht nodig? Of zet je hem er alleen in omdat je eigenlijk iets anders wil maskeren? ‘Werknemers verdienen het te weten wat een baan betaalt voordat ze tijd investeren in een sollicitatie. […] Het ongemak met onzekerheid over salarissen is reëel en wijdverbreid, maar door dit te erkennen, kun je weloverwogen keuzes maken. Bedrijven die aan het aantrekken van divers, hooggekwalificeerd talent waarde hechten, moeten het bekendmaken van salarisranges zien als strategische communicatie over wat voor soort werkgever ze zijn.’

Lees ook

Onderwijs, zorg en medici vrezen opkomst robots het minst; callcenters het meest

Wat is de impact van A.I. op de arbeidsmarkt? De precieze omvang ervan is – zéér – lastig vast te stellen. Maar meningen erover zijn er in elk geval wel voldoende. Zo ondervroeg het CBS een kleine 10.000 18-plussers over hun opvattingen, en daaruit blijkt bijvoorbeeld dat bijna de helft van de werkenden al denkt dat hun werk deels vervangen kan worden door kunstmatige intelligentie. En zo’n 4% verwacht zelfs dat hun werk volledig overgenomen wordt door A.I. Onder de mensen die nu al voor hun werk A.I. gebruiken, vrezen er bovendien meer dat A.I. hen gaat vervangen (56%) dan mensen die geen A.I. gebruiken (37%).

Het sluit nauw aan bij recente cijfers van arbeidsmarktonderzoeksbureau Intelligence Group, die tegenwoordig in hun kwartaalonderzoeken onder de beroepsbevolking ook vragen naar de verwachtingen over de impact van A.I. Zo bleek uit de meest recente cijfers dat men nu al denkt dat gemiddeld 33% van hun werk net zo goed door A.I. kan worden gedaan, vrij gelijkelijk verdeeld over man/vrouw, en alle senioriteits- en opleidingsniveaus. En 1 op de 6 zegt zich zorgen te maken dat A.I. of robots over 5 jaar hun werk zal hebben overgenomen, terwijl minder dan 60% zegt zich hierover (totaal) geen zorgen te maken.

Angst in het callcenter

Vooral in het callcenter en bij de klantenservice is de angst groot. Daar denkt 34% dat A.I. of robots binnen 5 jaar hun huidige werk overbodig hebben gemaakt, gevolgd door bijvoorbeeld de beroepsgroepen PR/communicatie en journalistiek (28%), administratief/secretarieel (27%), design/grafisch ontwerp (25%) en financieel/accountancy (25%). In de beroepsgroepen (para)medische dienstverlening; onderwijs, opleiding en training; onderzoek/wetenschap/R&D en verpleging, verzorging en welzijn is die angst juist steeds onder de 10%, terwijl ook de HRM’ers (met 12%) opvallend genoeg denken redelijk buiten schot te kunnen blijven.

Gaat het om welk percentage van het werk A.I. nu al kan doen, dan scoort de HR-beroepsgroep overigens in de middenmoot, met gemiddeld 35%. Hier is de sector PR/communicatie en journalistiek de onbetwiste koploper, met maar liefst 49%, gevolgd door callcenter/klantenservice met 46% en marketing (met 44%). De genoemde beroepsgroepen die weinig vrezen dat A.I. of robots hun werk overnemen, scoren ook hier het laagst, met gemiddeld 26%. Ook de beroepsgroepen ‘Installatie, reparatie en onderhoud’ en ‘Sociaal/maatschappelijk/agogisch’ zien A.I. of robots nu nog weinig van hun werk overnemen (26%).

Helft: ‘Oplossing tekorten’

Opvallend is dat zowel in de cijfers van het CBS als van Intelligence Group er gemiddeld genomen weinig (significant) verschil is tussen mannen en vrouwen, of tussen opleidingsniveaus of verschillende leeftijden. Jongeren van 18 tot 25 jaar verwachten bij het CBS bijvoorbeeld wel vaker dan 25-plussers dat A.I. hun werk voor een deel of helemaal gaat overnemen. Maar het is dan weer niet zo dat de jongere groep zich hier meer zorgen over maakt. Ook hbo- en wo-geschoolden enerzijds en vmbo- en mbo-geschoolden anderzijds verschillen nauwelijks van elkaar in zorgen, meldt het CBS.

75% verwacht dat A.I. leidt tot het verdwijnen van bepaalde banen.

Van alle door het CBS ondervraagde respondenten verwacht 75% dat A.I. leidt tot het verdwijnen van bepaalde banen en 64% vreest verlies van kennis en vaardigheden van werknemers. Bijna de helft (48%) denkt bovendien dat werkzaamheden minder interessant worden door A.I. Daartegenover staat echter dat 57% verwacht dat A.I. de productiviteit verhoogt. En ruim 46% denkt dat A.I. de oplossing is voor personeelstekort in bepaalde sectoren, of dat het onveilige banen kan overnemen (41%).

Leraar ziet het niet zitten

Hoe mensen denken over de inzet van A.I. om personeelstekorten op te lossen, blijkt overigens ook nogal af te hangen van het type werk. Voor leerkrachten op een middelbare school vindt bijvoorbeeld driekwart van de volwassenen dit volgens het CBS een (heel) slecht idee. Voor medewerkers in de horecabediening, buschauffeurs en klantenservicemedewerkers van een bank is dat ‘slechts’ iets minder dan de helft. Alleen voor arbeiders in de landbouw staat een kleine meerderheid (56%) positief tegenover het idee om A.I. in te zetten om personeelstekorten te verkleinen.

Lees ook

Jaar begint met minder vacatures, en méér sollicitanten

De verandering op de arbeidsmarkt laat zich gelden. Uit nieuwe data van Indeed blijkt wat je ook op andere plekken al merkt: mínder (online) vacatures, en tegelijkertijd méér sollicitanten. Uit de data blijkt dat werkzoekenden eind januari maar liefst 27% vaker naar een baan zochten dan in de eerste helft van december. Dit is de sterkste ‘januari-opleving’ van de afgelopen jaren, aldus Indeed. Dit jaar overtreffen werkzoekenden niet alleen het niveau van vorig jaar (+23%), maar ook dat van 2024 (+21%). En het blijft niet bij zoeken alleen. In vrijwel alle beroepscategorieën steeg ook het aantal daadwerkelijke sollicitaties in diezelfde maand.

Aantal zoekopdrachten in december 2025 en januari 2026 (de roze lijn)

Daartegenover staat dus dat werkgevers juist voorzichtiger worden. Zij plaatsten in januari dit jaar 3% minder vacatures dan in de eerste helft van december vorig jaar. ‘We zien dit jaar een grotere kloof ontstaan tussen werkzoekenden en werkgevers’, aldus Stan Snijders, managing director van Indeed Benelux. ‘Kandidaten komen massaal in beweging en zoeken vaker dan in voorgaande jaren naar een nieuwe baan, terwijl werkgevers juist terughoudender zijn met nieuwe vacatures plaatsen. Dat vergroot de concurrentie per vacature.’ Optimistisch: ‘Voor organisaties die nu werven, kan dit een gunstig moment zijn om talent aan te trekken.’

Meeste voor mediabaan 

Vooral in de sector media en communicatie (+72%) ligt het aantal sollicitaties fors hoger dan begin december. Ook op vacatures voor medisch specialisten (+49%) en therapeuten (+46%) werd volgens de data van Indeed veel gesolliciteerd, evenals in de agrarische (+43%) en transport- en logistieke sector (+43%). Niet in alle sectoren is een (grote) stijging zichtbaar. Zo wordt in de civiele techniek (-1%), kinderopvang (-2%) en zorg (-3%) in januari zelfs mínder gesolliciteerd dan begin december.

Aantal vacatures in december 2025 & januari 2026 (roze lijn).

En dan hebben we dus ook de andere kant van de medaille: het aantal vacatures. Ook hier is er een flink verschil tussen sectoren zichtbaar. Zo nam het aantal nieuwe vacatures toe in wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling (+10%) en de sportsector (+7%). In onder meer de zorg (-23%), kinderopvang (-17%) en schoonmaak (-15%) daalde het aanbod juist (flink).

In de wachtstand

De bevindingen van Indeed sluiten aan bij die van bijvoorbeeld onderzoeksbureau Intelligence Group, dat recent constateerde dat de arbeidsmarkt ‘in de wachtstand‘ staat. Al blijkt uit hun cijfers juist weer wel dat ‘werknemers steeds vaker een afwachtende houding aannemen. Steeds minder mensen wisselen van baan en ook het aantal mensen dat actief op zoek is naar (ander) werk daalt al 4 kwartalen op rij. Het aandeel dat helemaal niet op zoek is naar (ander) werk was zelfs nog niet eerder zo hoog. Dit wordt enigszins gecompenseerd door een stijgend aantal werklozen, die nagenoeg allemaal actief op zoek zijn naar werk.’

‘Het aantal mensen dat actief op zoek is naar (ander) werk daalt al 4 kwartalen op rij.’

Maar als het gaat om het aantal vacatures, constateerde ook het Centraal Bureau voor de Statistiek, net als Indeed, een daling. ‘Het aantal vacatures nam in het vierde kwartaal van 2025 af met 7.000’, aldus het CBS. De spanning op de arbeidsmarkt neemt hierdoor af; voor elke 100 werklozen zijn er nu nog maar 93 openstaande vacatures, terwijl dit aantal juist lange tijd ervoor boven de 100 lag. In het vierde kwartaal van 2025 ontstonden er volgens het CBS 350.000 nieuwe vacatures, 6.000 minder dan in het derde kwartaal.

Meer weten?

Lees meer over de stand van de arbeidsmarkt in het onderzoek De Stand van Werven:

Stand van Werven

Lees ook

Hulp bij woonruimte of studieschuld: wie starters zoekt, maakt er zo vrienden mee

Om nu te zeggen dat het bovenaan het prioriteitenlijstje staat, dat zou wat overdreven zijn. Maar sinds halverwege vorig jaar vraagt Intelligence Group aan de respondenten van zijn onderzoeken hoe ze denken over een bijdrage van de werkgever aan het afbetalen van studieschuld, of ondersteuning bij verhuizing of het vinden van een geschikte woning. En dat blijkt al met al in een behoorlijk grote behoefte te voorzien. Een goed salaris en goede werksfeer staan duidelijk veel hoger genoteerd, maar wil je echt het verschil maken, dan blijken deze arbeidsvoorwaarden daar best eens voor van toepassing te kunnen zijn.

Zo zouden academici bijvoorbeeld erg gevoelig ervoor zijn als werkgevers hen willen helpen hun studieschuld terug te brengen, terwijl vmbo’ers juist meer geholpen zijn bij het zoeken naar woonruimte, zo blijkt uit de cijfers. Opvallend genoeg scoort deze groep echter ook in de wens voor hulp bij het aflossen van de studieschuld (licht) hoger dan de mbo- en hbo-collega’s. Het gaat overigens hierbij vooral de wensen van junioren, onder senior medewerkers neemt de belangstelling voor dit soort arbeidsvoorwaarden (weinig verwonderlijk) snel af.

In de praktijk

Het is een wens die overigens ook in de praktijk steeds vaker terug te zien is. Legio zijn inmiddels de verhalen van werkgevers die met bijvoorbeeld het aanbieden van woonruimte juist schaarse kandidaten wisten aan te trekken. Zo huurt de Foja Groep in Apeldoorn, waar onder meer technisch bedrijf Hamer onder valt, sinds vorig jaar een voormalige zusterflat, voor woonruimte en kinderopvang voor zijn werknemers. En startte kinderopvangorganisatie Compananny al eerder een pilot met 8 studio’s in Duivendrecht om personeel te helpen bij het vinden van schaarse woonruimte in Amsterdam.

Een Amsterdams hotel kocht zelfs een huis om er 7 stagiairs in te huisvesten.

In Amsterdam wordt sowieso deze arbeidsvoorwaarde hoog gewaardeerd. Of het nu gaat om het terugdringen van het lerarentekort, of het tekort in de zorg of bij de politie; de combinatie wonen en werken komt er steeds vaker ter sprake. Zo zijn in het hippe nieuwbouwplan MO*town in Sloterdijk dankzij een samenwerking tussen BPD Woningfonds, OLVG Amsterdam en Amsterdam UMC 32 huurwoningen beschikbaar gekomen, speciaal voor werknemers van het OLVG en Amsterdam UMC ziekenhuis. En een Amsterdams hotel kocht zelfs een huis om er 7 stagiairs in te huisvesten.

‘Nieuwe heilige graal’

Het doet in de verte denken aan Philips, dat vroeger in Eindhoven zelf woningen bouwde voor het personeel, en ook ASML is daar nu weer mee bezig. Overigens niet alleen voor de eigen (vaak internationale) medewerkers, benadrukte projectleider Frieda Rikkers destijds bij het bekendmaken van de plannen. ‘Denk bijvoorbeeld aan een schooldocent, politieagent of mensen in de zorg, mensen die een mooi salaris verdienen. Maar zeker met de huidige woningprijzen komen ze vaak toch niet altijd even gemakkelijk aan een woning. Wij vinden het heel belangrijk dat iedereen hier in de regio gewoon een fijn dak boven zijn hoofd heeft.’

‘Wij vinden het gewoon heel belangrijk dat iedereen hier in de regio een fijn dak boven zijn hoofd heeft.’

Het Agnetapark in Delft, gebouwd voor werknemers van de nabijgelegen gist- en spiritusfabriek, is een van de eerste voorbeelden van woonwijken speciaal voor werknemers van een bepaald bedrijf. Tuindorp ’t Lansink in Hengelo, voor personeel van Stork, is een ander bekend voorbeeld. Maar ook nu komt het dus nog volop voor. Ouderenzorgorganisatie Warande verhuurt bijvoorbeeld sinds 2022 zo’n 20 appartementen aan de eigen medewerkers. De woonunits zijn beschikbaar voor zorgmedewerkers die minimaal 24 uur per week werken in de zorg bij Warande, waar ze het gebouw delen met de ouderen die ze verzorgen.

Artist impression van de woonruimte voor OLVG-medewerkers in Sloterdijk.

Onderzoek van hypotheekverstrekker BLG Wonen liet in 2023 al zien dat 3 op de 4 werkgevers menen dat woonhulp een positieve bijdrage levert bij het aantrekken van nieuwe medewerkers. ‘Wonen wordt gezien als nieuwe arbeidsvoorwaarde’, zei (de inmiddels vertrokken) directeur Frank Soede destijds. ‘Vroeger wilde iedereen een leaseauto, nu is woonruimte de nieuwe heilige graal.’ Een meerderheid van de door hen ondervraagde werkgevers zei het als hun taak te zien om te helpen bij het zoeken naar een huis, en liefst 86 procent van de werkgevers die toen nog niks deed, zei dat ‘in de toekomst’ wel van plan te zijn.

Dag, studieschuld!

Maar niet alleen woonruimte, ook het helpen bij het aflossen van studieschulden blijkt tegenwoordig een geliefde arbeidsvoorwaarde. Via de werkkostenregeling (WKR) kunnen werkgevers een werknemer een DUO-studieschuld fiscaal voordelig laten aflossen als secundaire arbeidsvoorwaarde, vaak via het Individueel Keuzebudget (IKB), door brutosalaris of vakantiegeld uit te ruilen tegen een nettovergoeding. In het gunstige geval kan dit de (startende) medewerker zelfs een korting op hun studieschuld op van duizenden euro’s opleveren, tot zelfs de helft van de totale studieschuld.

Grote namen als de Rijksoverheid, Schiphol, ProRail, ING en KPN doen al mee aan deze populaire regeling.

Veel grote namen als de Rijksoverheid, RTL Nieuws, VGZ, het CBR, het UWV, Schiphol, ProRail, ING en KPN doen al mee aan deze populaire regeling. Voor kleinere bedrijven bleek het echter moeilijk aan te haken, wat vorig jaar mei leidde tot Kamervragen, maar vooralsnog niet tot aanpassing van de mogelijkheden. Omdat lang niet alle werkgevers werknemers met een studieschuld hebben, is een aparte vrijstelling niet voor de hand liggend, zei het kabinet destijds. De kans op een extra gerichte vrijstelling voor studieschulden lijkt voorlopig dan ook klein, of in elk geval: niet gunstiger dan de huidige vrijstellingen binnen de vrije ruimte.

Lees ook

Referral sterk in opkomst; werving wordt zo steeds meer zaak van hele organisatie

De meeste recruiters weten het natuurlijk allang. Maar het blijkt nu ook steeds meer tot de rest van de arbeidsmarkt door te dringen, aldus recent UWV-onderzoek. Referrals zijn niet alleen een van de meest efficiënte manieren om je werving voor krappe vacatures snel op peil te brengen, ze behoren ook tot de meest effectieve. Het scoort daarin in elk geval een stuk beter dan andere extra inspanningen die werkgevers zich getroosten om nieuw personeel te werven, zoals vacatures verspreiden via andere kanalen, het vaker inzetten van een recruiter of werving- en selectiebureau, of zelf kandidaten sourcen.

Veel officiële referralprogramma’s mogen dan nog niet brengen wat organisaties er aanvankelijk van verwachtten, het UWV-onderzoek maakt duidelijk dat werkgevers er wel steeds vaker naar kijken: van de werkgevers die recent vacatures hadden zette 52% er extra op in. Dat is een stuk meer dan bijvoorbeeld sourcing (waarbij 41% aangeeft vaker actief potentiële kandidaten te benaderen voor een vacature). Opvallend: in de detailhandel is het aandeel werkgevers dat inzet op referrals het laagst (41%), terwijl in de bouw (61%) en de gezondheidszorg (63%) het aandeel juist het hoogst is.

Weinig verschil

De bouw en de gezondheidszorg horen samen met de industrie ook tot de sectoren waar de werkgevers nog altijd het meest last hebben van de krapte op de arbeidsmarkt, zo meldt het onderzoek. ‘De arbeidsmarkt is misschien niet meer zo gespannen als een paar jaar geleden’, zegt UWV-arbeidsmarktadviseur Erica Maurits erover. ‘Tegelijkertijd is de krapte zeker niet weg. Iets meer dan de helft van de werkgevers geeft aan nog last te hebben van de krappe arbeidsmarkt. Dit verschilt weinig met vorig jaar. Vooral werkgevers in de bouw, zorg en industrie geven vaak aan dat zij veel last hebben van de krapte op de arbeidsmarkt.’

In 2023 en 2024 was 53% van de vacatures moeilijk te vervullen, in 2022 zelfs 58%. In het onderzoek van dit jaar is dat 45%. Dat komt onder andere doordat werkgevers stellen dat sollicitanten niet de juiste vaardigheden (64%), kennis (59%) of ervaring (55%) hebben. Zo heeft ruim de helft van de werkgevers met recente vacatures (52%) vanwege de krapte vaker mensen aangenomen die nog opgeleid moeten worden. Daarnaast zegt 87% opvallend genoeg dat er te weinig mensen reageren op vacatures. En 36% klaagt erover dat de wervingsproblemen te maken hebben met de tegenwoordig te hoge salariseisen van sollicitanten.

Stand van Werven

De opkomst van referral was recent ook al te zien in het Stand van Werven-onderzoek  onder ruim 300 Nederlandse recruiters. Referral wordt daar door ruim 60% van de ondervraagden genoemd als belangrijke bron om wervingsdoelen te behalen (net onder LinkedIn en de eigen recruitmentsite). Daarbij valt op dat ze het ook nog eens als een heel effectieve methode beschouwen: referral recruitment scoort het hoogst als het gaat om outperformers (met 56%). ‘Duidelijk is dat persoonlijke aanbevelingen een van de meest effectieve routes is naar hoogwaardig talent’, aldus de onderzoekers. ‘Huidige medewerkers kennen de cultuur en weten wie past.’

Meer weten?

Lees hier het hele UWV-onderzoek:

UWV-onderzoek

En/of download het hele onderzoek De Stand van Werven:

Stand van Werven

Rijbewijs steeds belangrijker voor sollicitant: 1 op 7 vacatures vraagt erom

Het gaat nog niet heel erg hard, maar recente CBS-cijfers leverden positief nieuws voor iedereen die vindt dat het wel iets minder mag met al die auto’s op de weg. In alle groepen tot 50 jaar nam namelijk het aantal mensen met een rijbewijs (licht) af, zo meldden de rekenmeesters. Bij veertigers nam ook het bezit van een auto zelfs een klein beetje af. Het sluit aan bij eerdere onderzoeken waaruit blijkt dat met name jongeren steeds langer wachten met het halen van hun rijbewijs, hetzij vanwege de kosten, vanwege angst om de weg op te gaan, hetzij met betere bereikbaarheid via andere vervoermiddelen, zeker in de stad.

In 2021 kwam het rijbewijs slechts in ongeveer 1 op de 10 vacatures terug.

Maar op de arbeidsmarkt blijkt een rijbewijs toch nog altijd een plus. Toegegeven, de meeste werkgevers stellen het nog altijd niet als hard criterium. Maar toch staat het wel in 1 op de 7 vacatures vermeld als onderdeel van de functie-eisen. Dat is een stuk meer dan in 2021, toen het rijbewijs slechts in ongeveer 1 op de 10 vacatures terugkwam, meldt Indeed. Al was het in 2023 nog wel weer iets hoger, met ongeveer 1 op de 6 vacatures waarin om het roze document gevraagd werd. Met name in sectoren als logistiek, bouw, techniek en zorg wordt het rijbewijs vaak nadrukkelijk benoemd in vacatureteksten.

Seizoenspatroon

‘Vanaf 2022 is een duidelijk herstel te zien in de vraag naar rijbewijzen’, aldus Indeed. ‘Daarnaast is een terugkerend seizoenspatroon zichtbaar: vermeldingen van een ‘rijbewijs’ liggen structureel hoger in de zomermaanden en aan het begin van het jaar. Dit sluit volgens de vacaturesite aan bij seizoensgebonden werving in sectoren waar mobiliteit cruciaal is, zoals logistiek, bouw en toerisme, en met structurele wervingsrondes bij de start van het kalenderjaar, als nieuwe budgetten beschikbaar komen.

Onder veertigers nam het aantal rijbewijsbezitters af, van 88,6% in 2019 naar 85,8% nu.

Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek hadden op 1 januari 2026 bijna 11,9 miljoen mensen een Nederlands autorijbewijs, 6,6% méér dan begin 2019. Er zijn tegelijkertijd bijna 7,2 miljoen particuliere autobezitters geregistreerd, zo’n 9,8% meer dan begin 2019. Dat grote autobezit is echter vooral toe te schrijven aan de oudere doelgroepen: in de groep 75-plussers nam het autobezit zelfs toe van 42,2% begin 2019 tot zo’n 47,6% dit jaar. Van alle 75-plussers heeft nu zo’n 63,8% een rijbewijs, tegen ‘slechts’ 54,2% in 2019. Onder veertigers nam het aantal rijbewijsbezitters in die tijd juist af, van 88,6% naar 85,8%.

Lees ook

Waarom mag de Prins Carnaval eigenlijk geen prinses zijn? (Of iets heel anders?)

In het zuiden van Nederland kan niemand eromheen: het is dit weekend weer Carnaval. Of Vastelaovend, zoals ze het meestal in Limburg noemen. Een feest dat bol staat van tradities, rites en gebruiken. Zoals: de Prins, de gekozen ceremoniemeester, die voorafgaand aan en tijdens het feest een belangrijke rol speelt binnen de plaats of carnavalsvereniging waar hij prins van is. In de praktijk gaat het vaak om een bekend gezicht, stevig verankerd in bestaande verenigingen en structuren. En vrijwel altijd: een man. Maar waarom is dat eigenlijk zo, vraagt de Limburgse Nanet Hazenbosch zich al geruime tijd af.

Uit alle reacties worden – hoe kan het ook anders? – precies 11 sollicitanten geselecteerd.

‘In Heerlen werd vorig jaar Prins Femke I uitgeroepen, maar verder blijven de grote vastelaovesverenigingen in de provincie achter’, vertelt ze. ‘Ze willen niet, of kunnen niet.’ En dus is zij van plan de verenigingen een handje te helpen, onder andere met een heuse vacature voor de functie Prins Vastelaovend (m/v/x). Een symbolische vacature, want ze heeft de rol niet echt te vervullen, dat is immers aan de verenigingen of dorpen. Maar solliciteren kan wél echt, en kan ook zeker iets opleveren. Uit alle inzendingen worden namelijk straks – hoe kan het ook eigenlijk anders? – precies 11 sollicitanten geselecteerd voor een mogelijk mooi portret.

Gelijkwaardige regio

‘We weten dat er veel mensen zijn die wel Prins (m/v/x) Carnaval zouden willen zijn, maar om allerlei redenen niet gevraagd worden. Omdat ze geen man zijn, geen dialect spreken, niet vrijgezel zijn, ouder zijn dan 30, of simpelweg niet het juiste netwerk of de financiële middelen hebben’, aldus Hazenbosch, die namens het ‘intersectioneel feministisch platform voor de regio Noord- en Midden-Limburg’ Aangenaam zich inzet voor ‘een gelijkwaardige regio waar iedereen gezien en gehoord wordt.’ En waar dan beter te beginnen dan bij de Prins, die dezer dagen immers een belangrijke functie vervult?

De vacature is uitgezet samen met Ons Limburgs Museum, het online verhalenplatform van het Limburgs Museum, waar het komende jaar ook alle portretten van de geselecteerde Prinsen zullen verschijnen. ‘Het is voor het eerst dat deze symbolische rol publiekelijk opengesteld en transparant wordt ingevuld. Iedereen uit Limburg én daarbuiten kan solliciteren met een cv en motivatiebrief’, aldus Hazenbosch, die benadrukt hiermee niet te willen ‘afbreken’, maar wel te ‘bevragen’. Want ‘wat betekent vastelaovend same als niet iedereen mee kan doen? Dat is onze belangrijkste boodschap: mogen we alsjeblieft ook meedoen?’

Syrisch, Turks en Engels

Inmiddels zijn er een aantal mooie sollicitaties binnen, vertelt Hazenbosch. ‘Hartverscheurend is een groot woord. Maar er zitten echt wel verhalen tussen van mensen bij wie dit pleidooi veel herkenning oplevert.’ En het gaat haar niet alleen om de man/vrouw-verhouding, benadrukt ze. ‘Twee jaar geleden lag bijvoorbeeld de organisatie van de traditionele Boerebroélof in handen van de Molukse gemeenschap in Venlo. Het was hartverwarmend om te zien wat dat teweegbracht. Het liet voor hen echt zien dat ze er ook bij horen. Die erkenning dat iedereen erbij hoort, dat is wat we met deze vacature willen bereiken.’

‘In de periode dat de prinsen voor volgend jaar worden gekozen, willen we graag in gesprek.’

Hazenbosch zegt ‘na de vastelaevond’ verder aan de slag te willen, niet alleen met de portretten voor Ons Limburgs Museum, maar ook om in overleg te gaan met de verenigingen in de regio. ‘In de periode dat de prinsen voor volgend jaar worden gekozen, willen we graag in gesprek.’ Sollicitaties die deze week binnenkomen via de speciale site worden daarnaast eventueel gedeeld met geïnteresseerde verenigingen. Ook mensen die niet geboren zijn in Limburg zijn nadrukkelijk uitgenodigd om te reageren op de vacature. De vacature is in meerdere talen geschreven, waaronder Syrisch, Marokkaans, Pools, Duits, Turks en Engels.

Lees ook

Kandidaten afwijzen? Dat blijkt ook echt klanten te kunnen kosten

The Talentpool Community vroeg bijna 200 respondenten: ‘Stel: je hebt gesolliciteerd bij een bedrijf. In hoeverre beïnvloedt de onderstaande situatie de kans dat je in de toekomst nog klant wordt/blijft bij dit bedrijf?’ Het onderzoek toont een duidelijk verschil tussen twee scenario’s:

  • Afwijzing zonder opvolging

Als kandidaten worden afgewezen zonder verdere actie, geeft 34,1% aan dat er een (zeer) kleine kans is dat ze in de toekomst nog klant willen worden of blijven bij het betreffende bedrijf.

  • Afwijzing met actieve doorverwijzing

Als kandidaten na afwijzing actief worden doorverwezen naar bijvoorbeeld een andere werkgever, daalt dit percentage naar 21,5%.

Het verschil? Het aantal kandidaten dat aangeeft geen klant te willen worden of blijven, daalt met bijna 37%, puur door hen door te verwijzen na een afwijzing. En andersom: het aantal mensen dat de kans (zeer) groot acht kant te willen worden of blijven stijgt juist van 14,1% naar maar liefst 37,7%, bijna een verdrievoudiging. ‘Je wijst één persoon af voor een functie, maar je beïnvloedt veel meer dan alleen die ene sollicitant’, aldus Yente van den Bosch (The Talentpool Community). ‘Kandidaten nemen hun ervaring met de hele organisatie mee, niet alleen in hun eigen beslissing om klant te worden, maar ook in wat ze delen met anderen.’

Candidate experience = klantmoment

Volgens Van den Bosch onderstrepen de resultaten dat de candidate experience allang geen ‘HR-dingetje’ meer is. Hoe organisaties omgaan met afgewezen kandidaten raakt direct aan reputatie, klantrelaties en uiteindelijk omzet, benadrukt ze. ‘Bedrijven investeren miljoenen in marketing en klantbehoud, maar vergeten soms dat hun afwijzingen ook een klantmoment zijn. Kandidaten doorverwijzen kost weinig tijd en het heeft een aantoonbaar positief commercieel effect.’

‘Kandidaten doorverwijzen kost weinig tijd en het heeft een aantoonbaar positief commercieel effect.’

Het onderzoek van The Talentpool Community sluit aan bij eerder internationaal onderzoek, waaruit onder meer blijkt dat 8% van de kandidaten de eerdere relatie wil verbreken met de organisatie, als ze er een slechte candidate experience hebben gehad. Volgens eerder onderzoek van IBM is slechts 25% van de ontevreden sollicitanten van plan nog eens klant te worden. Van de tevreden kandidaten is dat ruim twee keer zoveel: 53%.

Een bekende Virgincase geeft een idee van de mogelijke kosten daarvan. Het bedrijf wees jaarlijks zo’n 123.000 kandidaten af. Als gevolg daarvan zegde 6% zijn Virgin Media-abonnement op (à 60 dollar per maand), een jaarlijkse kostenpost van in totaal zo’n 5,4 miljoen dollar. En waarschijnlijk nog veel meer, want er was nog geen rekening gehouden met de invloed van die afwijzingen op de vrienden en familie van deze kandidaten (ook Virgin Media-klanten).

Lees ook

Nederlandse recruiters kijken voor talent nog opvallend weinig over de grens

De arbeidsmarkt wordt steeds internationaler. Vorige maand bleek bijvoorbeeld nog uit cijfers van het CBS dat van het werk van de 407.000 uitzendbanen in Nederland maar liefst 52,4% (!) wordt verricht door uitzendkrachten die in het buitenland zijn geboren en korter dan 8 jaar in Nederland wonen. In de totale Nederlandse economie is hun aandeel toegenomen van 8,5% van het aantal banen in 2010 naar 14,3% in 2024. Maar gek genoeg lijkt dit aan de Nederlandse recruiter min of meer voorbij te gaan, blijkt uit de nieuwste editie van het Stand van Wervenonderzoek onder ruim 300 Nederlandse recruiters.

Op de vraag naar de prioriteiten van corporate werkgevers in 2026 staat ‘Internationale werving/werving van buitenlands talent’ bijvoorbeeld bijna onderaan, met slechts 9%. Bij bureaus is dat al niet heel veel anders: daar noemt slechts 10% het een prioriteit, veel minder dan bijvoorbeeld ‘opbouwen en onderhouden talentpools’ (38%). Ook werk outsourcen naar het buitenland staat blijkbaar niet erg hoog op de agenda: gevraagd naar de gevolgen van de nieuwe uitzend-cao antwoordt slechts 1% hierdoor te overwegen werk (gedeeltelijk) over de grens te willen laten uitvoeren.

Geen tussenstation

De onderzoeksresultaten lijken aan te sluiten bij het idee dat internationaal recruitment nog steeds geen integraal onderdeel is van de reguliere wervingspraktijken van organisaties, maar eerder wordt gezien als het terrein van specialisten. Nederlandse recruiters lijken hun pijlen vooral te richten op Nederlands(talig)e doelgroepen, met ook nog vooral Nederlandstalige vacatures. Of dat ook nog past bij de in totaal 1,7 miljoen arbeidsmigranten in Nederland, zoals onderzoek vorig jaar aantoonde? Dat begint steeds meer de vraag te worden.

Nederlandse recruiters lijken hun pijlen vooral te richten op Nederlandse doelgroepen, met ook nog vooral Nederlandstalige vacatures.

Uit promotieonderzoek van sociaal geograaf Dolly Loomans bleek deze week bovendien dat steeds meer arbeidsmigranten uit EU-landen een leven opbouwen in Nederland, en inzetten op lang verblijf, terwijl het beleid nog juist vaak uitgaat van kort verblijf. Volgens Loomans blijft meer dan de helft van de arbeidsmigranten zeker 6 jaar in Nederland, en vaak nog langer. Maar in die tijd blijven ze wel vaak aangewezen op flexcontracten, zo toont haar onderzoek aan. Het is niet volledig te relateren aan het Stand van Wervenonderzoek, dat immers specifiek vroeg naar werven over de grens (en dus niet in Nederland), maar geeft toch een indicatie.

Het ligt er natuurlijk ook aan aan wie je het vraagt. Waar de respondenten van het Stand van Wervenonderzoek weinig waarde zeggen te hechten aan werving over de grens, meldde het Global Workforce Report van Remote bijvoorbeeld dat ruim 2 op de 3 bedrijven in 2026 hun vizier willen gaan verleggen naar buitenlands talent, om al dan niet remote te werken, ook vanwege het tekort aan lokale medewerkers. Volgens de EoR-aanbieder zou Nederland daarmee juist een witte raaf zijn, en veel méér dan ons omringende landen zijn toevlucht zoeken tot de instroom van buitenlands talent.

Meer weten?

Download het hele onderzoek De Stand van Werven:

Stand van Werven

Lees ook

Foto boven: drielandenpunt Vaals

Opvallend: bij werkgevers zit diversiteit als strategische prioriteit juist in de lift

Het is een signaal dat misschien een beetje haaks lijkt te staan op de tijdgeest, waarin onder meer de Amerikaanse president Trump de strijd heeft aangebonden met het onderwerp diversiteit en inclusie, en ook (Nederlandse) werkgevers hier – al dan niet gretig – bij aan leken te sluiten. Maar uit het meest recente Stand van Wervenonderzoek onder meer dan 300 Nederlandse recruiters blijkt toch duidelijk een ander geluid. Van degenen die direct voor werkgevers werken noemt nu zefs 40% het onderwerp een strategische prioriteit, tegen slechts 27% vorig jaar, waarmee het onderwerp voor het eerst in de top-5 beland is.

Diversiteit en inclusie scoort als strategische prioriteit daarmee nog hoger dan bijvoorbeeld het terugdringen van de flexschil, Total Talent Acquisition, reorganisaties of samenwerken met andere werkgevers of met opleidingen. Zelfs bij recruiters bij bureaus is het onderwerp aan een (weliswaar zeer voorzichtige) opmars bezig. Waar bureaurecruiters dit jaar bijvoorbeeld zowel A.I. als skills based werving en ook de handhaving van de Wet DBA als een minder grote strategische uitdaging dan vorig jaar kwalificeren, vertoont het onderwerp ‘diversiteit en inclusie’ dit jaar juist wel lichte groei (van 8% naar 9% van de respondenten).

Nike en Starbucks

In de Verenigde Staten gaat de federale strijd tegen DEI-beleid nog wel even door, zo lijkt het, vaak met meer en minder succes. Zo verloor de (door Republikeinen geleide) staat Missouri vorige week nog een rechtszaak waarin Starbucks werd beschuldigd van het gebruiken van zijn inzet voor diversiteit, gelijkheid en inclusie als voorwendsel om systematisch te discrimineren op basis van ras, geslacht en seksuele geaardheid. Districtsrechter John Ross oordeelde dat de staat er niet in was geslaagd te bewijzen dat Starbucks daadwerkelijk ‘zelfs één enkele inwoner van Missouri’ had gediscrimineerd die bij de koffieketen werkte of had gesolliciteerd.

Starbucks werd vrijgesproken, Nike juist aangeklaagd.

Maar ondertussen startte federale overheidsdienst EEOC in de VS meteen ook wel weer een onderzoek naar het DEI-beleid van Nike. Het gaat waarschijnlijk om de grootste zaak tot nu toe van de Equal Employment Opportunity Commission, die jaagt op alle bedrijven die zich inzetten voor meer diversiteit. De organisatie had Nike ook al eerder op de korrel, destijds onder meer vanwege de doelstellingen van het sportconcern om (vorig jaar) een personeelsbestand te hebben dat voor 35% bestaat uit etnische minderheden. Nike heeft het over een ‘onverwachte en ongewone escalatie‘ van het federale onderzoek.

Tegenreactie

Zouden dit soort Amerikaanse berichten nu dus juist tot een tegenreactie kunnen leiden onder Nederlandse recruiters? Het is niet onwaarschijnlijk. Uit onderzoek van zowel Eumedion als trainingsinstituut De Baak bleek vorig jaar bijvoorbeeld al dat werknemers juist steeds méér waarde hechten aan diversiteit, gelijkheid en inclusie, in plaats van minder. Dat lijkt nu dus ook min of meer het geval onder recruiters. Het is waarschijnlijk een onbedoeld effect van Trumps inspanningen, maar toch: door zijn kruistocht ertegen lijkt het onderwerp momenteel dus alleen maar aan strategisch belang te winnen.

Meer weten?

Download het hele onderzoek De Stand van Werven:

Stand van Werven

Lees ook