Data donderdag: Wie is er bang voor de grote boze A.I.-wolf?

Welk percentage van uw werk denkt u dat momenteel al door A.I. of robots gedaan zou kunnen worden? En maakt u zich zorgen dat A.I. of robots over 5 jaar een groot deel van uw werk hebben overgenomen? Het zijn twee vragen die recent zijn toegevoegd aan het uitgebreide onderzoek dat Intelligence Group elk kwartaal uitvoert onder de Nederlandse beroepsbevolking. En de antwoorden van de eerste ronde zijn gerust opvallend te noemen, te meer omdat ze elkaar ook vaak wel een beetje lijken tegen te spreken.

De Nederlander zegt dat gemiddeld 36% van zijn of haar werk al kan worden geautomatiseerd.

Zo zegt de gemiddelde Nederlander dat 36% van zijn werk al ten prooi kan vallen aan automatisering. Slechts 10% van de respondenten zegt dat A.I. of een robot hun werk nog helemaal niet kan overnemen. De helft van de respondenten houdt het echter op tot 40% van het werk. Meer dan 70% van het werk dat een robot of A.I. nu al zou kunnen doen? Dat is slechts bij zo’n 13% van de respondenten het geval, opvallend genoeg iets meer bij mannen en bij jongeren tot 30 jaar. Er is hier ook een opleidings- en ervaringseffect. Hoe meer opleiding, en hoe meer ervaring, hoe mínder mensen inschatten dat A.I. hun werk kan kan overnemen.

Bang voor de bot?

Maar kijken we naar de vraag in hoeverre ze zich zorgen maken over A.I. of robots die hun werk komen overnemen, dan ontstaat toch ineens een wat ander beeld. Zo zegt slechts 56% van de vmbo’ers en mbo’ers zich hierover géén zorgen te maken (tegenover 62% van de academici). Onder de hele beroepsbevolking maakt zo’n 59% zich geen zorgen over zijn of haar baan, wat overigens redelijk gelijk verdeeld is over mannen en vrouwen, en ook over verschillende leeftijdscategorieën en niveaus van senioriteit.

Onder de beroepsbevolking maakt zo’n 59% zich (nog) geen zorgen over zijn of haar baan door A.I.

Opvallend, maar weinig verrassend: de angst is het grootst onder de doelgroepen ‘administratief’ (met 27% die zich (zeer veel) zorgen maakt), callcenters (36%), bank- en verzekeringswezen (34%), financieel/accountancy (29%), design/grafisch ontwerp (27%) en juridisch (24%).

Daarentegen is de angst relatief klein bij vakgebieden als p&o (!) (14%), de consultancy (!) (13%), engineering (11%), kwaliteitsmanagement (11%), facilitaire dienstverlening (10%), productie (10%), sociaal-maatschappelijk (10%), verkoop/commercieel/sales (10%), verpleging en verzorging (10%), winning van delfstoffen (10%), directie (9%), gezondheidszorg- en welzijn (9%), onderzoek en wetenschap (8%), toerisme (8%), de makelaardij (7%), het onderwijs (6%), en de (para)medische dienstverlening (6%).

Werk verandert

Uit het Future of Jobs Report 2025 van het World Economic Forum bleek begin dit jaar dat door A.I. en robotisering in 2030 menselijke arbeid nog slechts een derde van alle werkzaamheden volledig zal uitvoeren. Nog eens een derde van de menselijke arbeid zal worden overgenomen door technologie en een derde zal worden uitgevoerd in samenwerking met technologie. ‘Maar liefst 60% van de werkgevers verwacht dat digitalisering hun bedrijfsvoering tegen 2030 ingrijpend zal veranderen’, zei UvA-hoogleraar Henk Volberda (verantwoordelijk voor de Nederlandse dataverzameling voor het onderzoek) destijds.

Het WEF verwacht dat door A.I. in 2030 mensen nog slechts een derde van de werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren.

Volgens dit onderzoek zal digitale technologie tot die tijd zowel banen creëren (19 miljoen), als ook banen verdringen (9 miljoen). Ook hier wordt voor administratieve en secretariële functies, zoals kassiers, loketmedewerkers, administratieve assistenten en directiesecretaresses, de grootste daling verwacht, terwijl groei volgens het WEF juist te verwachten valt voor specialisten in big data, fintech-ingenieurs, A.I.- en machine learning-experts, software- en applicatieontwikkelaars, naast specialisten in autonome en elektrische voertuigen, milieutechnici en ingenieurs in hernieuwbare energie.

Lees ook

Hoe kandidaten hun gedrag aanpassen aan A.I.-assessments (behalve als die game-based zijn)

Volgens het World Economic Forum gebruikt meer dan 90% van de werkgevers inmiddels geautomatiseerde systemen om binnenkomende sollicitaties te filteren of te rangschikken, en 88% van de bedrijven gebruikt al een vorm van A.I. voor de eerste screening van kandidaten. Neem Unilever, dat tools gebruikt van HireVue om sollicitanten aan het begin van hun carrière te beoordelen, wat naar eigen zeggen jaarlijks 50.000 uur en meer dan 1 miljoen dollar bespaart. Ook bedrijven als IBM en Hilton vertrouwen op dit soort tools. Maar wat heeft al die A.I. voor effect op hoe kandidaten zich gedragen? Dat was tot nu toe nauwelijks onderzocht.

Nieuw onderzoek, te lezen in Harvard Business Review, brengt daar echter verandering in. Het is uitgevoerd door onderzoekers van de universiteit van St. Gallen en de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit, onder 13.000 deelnemers, onder meer in samenwerking met Equalture, en brengt maar liefst 12 studies samen. ‘We hebben simulaties van diverse assessmentsituaties bekeken, zowel in het laboratorium als in de praktijk’, aldus de onderzoekers, onder leiding van Anne-Kathrin Klesse, hoogleraar Consumer Behavior & Technology en academic director van het Psychology of AI lab van het Erasmus Center for Data Analytics. 

A.I. maakt bevooroordeeld

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat kandidaten zich zeer bewust zijn van het zogeheten A.I. Assessment Effect. Oftewel: als kandidaten alleen al dénken dat A.I. hen beoordeelt, en niet een mens, dan passen ze hun gedrag daar al op aan. Dan benadrukken ze bijvoorbeeld consequent hun analytische eigenschappen méér dan hun menselijke kwaliteiten als empathie, creativiteit en intuïtie. Dit brengt kandidaten ertoe een andere en wellicht ook ‘homogenere’ versie van zichzelf te presenteren, wat op zijn beurt van invloed is op de kans op succes in een A.I.-gestuurd wervingsproces, stellen de onderzoekers.

De innovatieve denker die je zoekt kan door A.I.-assessments buiten de boot vallen.

Dat heeft volgens hen ook behoorlijke consequenties. ‘Hoewel A.I. soms de schuld krijgt van bevooroordeelde beslissingen (zoals discriminatie van vrouwen), suggereert ons onderzoek dat de wetenschap dat men door A.I. wordt beoordeeld, kandidaten óók bevooroordeeld maakt, waardoor ze denken dat ze prioriteit moeten geven aan hun analytische vaardigheden.’ De innovatieve denker of emotioneel intelligente leider die je misschien zoekt kan hierdoor zelfs buiten de boot vallen, omdat hij of zij dénkt dat de A.I. juist op zoek is naar een regelvolger, en zich daarom als zodanig presenteert.

‘Radicale transparantie’

Het aangepaste gedrag van kandidaten kan ook gevolgen hebben voor de validiteit van de assessments, aldus de onderzoekers. ‘Het kan zijn dat organisaties daardoor niet meer authentieke capaciteiten meten, maar juist wat kandidaten dénken dat de A.I. het meest zal waarderen.’ En dat kan er dus ook weer toe leiden dat de pijplijn aan kandidaten steeds eenvormiger wordt: als de meeste kandidaten dénken dat A.I. analytische eigenschappen bevoordeelt, zullen andere eigenschappen eerder ondersneeuwen, terwijl die misschien voor de functie net zo belangrijk zijn.

‘We raden bedrijven aan hun kandidaten niet aan het speculeren te laten.’

De onderzoekers pleiten dan ook voor ‘radicale transparantie’: ‘Maak niet alleen de A.I.-beoordeling openbaar, maar wees ook expliciet over wat daadwerkelijk wordt beoordeeld. Communiceer duidelijk dat je A.I. eigenschappen als creativiteit, emotionele intelligentie en intuïtieve probleemoplossing ook waardeert.’ Weinig bedrijven doen dit momenteel al, wat bij kandidaten vaak leidt tot (vaak contraproductieve) speculatie. ‘We raden bedrijven aan hun kandidaten niet aan het speculeren te laten’, stellen de onderzoekers dan ook.

Regelmatige audits

Daarnaast pleiten ze voor regelmatige audits van de A.I.-assessmentsystemen, en daarbij ook te letten op patronen die wijzen op gedragsaanpassing. ‘Worden de antwoorden van kandidaten in de loop der tijd homogener? Ziet u een verschuiving naar analytische presentaties ten koste van andere waardevolle eigenschappen?’ Ook kan het helpen om menselijke medewerkers te trainen om het A.I.-effect te compenseren. Bedrijven als Salesforce, Nvidia en Philip Morris International zeggen nu al dat een mens altijd de finale beslissing maakt, maar bewustwording van het A.I.-effect is daarbij nog wel nodig, stellen de onderzoekers.

Game based assessments kunnen sociale wenselijkheid en het schetsen van een onrealistisch beeld voorkomen.’

En er is nog een mogelijkheid. Want uit het onderzoek komt duidelijk nog iets naar voren, en dat is dat het A.I.-effect bij kandidaten niet altijd optreedt. Gebruikt een organisatie namelijk game-based assessments, dan is gedragsaanpassing bij kandidaten zo goed als zinloos, zo blijkt. Zelfs wanneer kandidaten dachten dat A.I. hen beoordeelde, bleven hun game-based resultaten namelijk consistent. Dat komt volgens de onderzoekers doordat game-based assessments meten hoe mensen daadwerkelijk denken en zich gedragen, ‘en niet hoe goed ze zijn in het geven van de “juiste” antwoorden. Dit voorkomt sociale wenselijkheid en het schetsen van een onrealistisch beeld.’

Moeilijk te faken

Het wetenschappelijk onderzoek is wat dat betreft een opsteker voor Equalture, dat zich juist specialiseert in zulke game based assessments. In het onderzoek werd kandidaten gevraagd in hoeverre ze dachten dat A.I. betrokken was bij hun assessment. De meesten geloofden dat A.I. een vrij grote rol speelde. En hoe meer ze geloofden dat A.I. betrokken was, hoe meer ze zeiden dat ze probeerden hun gedrag te veranderen – om logischer of analytischer over te komen. Maar het allerbelangrijkste: dat lukte ze niet. Hun daadwerkelijke gedrag veranderde niet. Zelfs als mensen dachten dat A.I. hen beoordeelde, bleven hun scores hetzelfde.

Zelfs als mensen geloven dat A.I. betrokken is, blijven hun resultaten bij game-based assessments consistent.’

Dit betekent dat game-gebaseerde assessments moeilijk te faken of te manipuleren zijn, zelfs als kandidaten het proberen, zo concluderen de onderzoekers. Dit is duidelijk anders dan A.I.-assessments die bijvoorbeeld tekstgebaseerd zijn.Game-based assessments zijn dus objectiever’, stelt Charlotte Melkert, een van de oprichters van Equalture, met genoegen vast. ‘Zelfs als mensen geloven dat A.I. betrokken is, blijven hun resultaten consistent. Game-based assessments zijn zodoende betrouwbaarder, moeilijker te manipuleren en beter in staat om te laten zien hoe mensen werkelijk denken en zich gedragen.’

Het sluit aan bij de conclusie van de onderzoekers, die stellen dat het niet hun bedoeling is om A.I. uit het hele selectieproces te halen, maar juist om systemen te ontwerpen die rekening ermee houden dat kandidaten hun gedrag erop aanpassen, en het ongewenste effect hiervan tegengaan. ‘De ironie is treffend: in onze zoektocht om menselijke vooroordelen bij het aannemen van personeel te elimineren, hebben we mogelijk een systeem gecreëerd waarin A.I. een nieuwe vorm van bias introduceert.’ Maar het is dus gelukkig mogelijk daaraan te ontsnappen, stellen ze ook. Oftewel: game on!

Lees ook

 

Ruim 1 op de 4 erkent wel eens enkel te solliciteren voor betere onderhandelingspositie ’thuis’

‘Sollicitatieshoppers’ hebben ze bij Top Employers Institute het fenomeen genoemd. Oftewel: mensen die meedoen op de arbeidsmarkt, niet om een andere baan te vinden, maar alleen maar om erachter te komen ‘wat ze waard zijn’, zodat ze dat bij hun eigen huidige werkgever kunnen gebruiken om een betere onderhandelingspositie af te dwingen (zonder de intentie daadwerkelijk van baan te wisselen). Ruim een kwart van de Nederlandse werknemers (26%) zou dit gedrag tentoon spreiden, zo bekennen ze in onderzoek uitgevoerd onder ruim 1.000 Nederlandse werknemers, werkzaam in organisaties van 250 medewerkers.

15% zegt daadwerkelijk succes hiermee gehad te hebben in onderhandelingen.

Onder jongvolwassenen (tot 35 jaar) loopt dit zelfs op tot 43%, zo melden de onderzoekers. En het schijnt nog te werken ook: 15% van de werknemers geeft aan hier ook daadwerkelijk succes mee gehad te hebben in onderhandelingen ’thuis’, terwijl dit onder dertigers oploopt tot maar liefst 27%. De generatiekloof is sowieso opvallend. Waar jongeren sneller de markt ‘aftasten’ of hun onderhandelingspositie willen versterken, lijken oudere generaties honkvaster. Slechts 8% van de ondervraagde 55-plussers zegt ooit te hebben gesolliciteerd met als doel betere voorwaarden te bedingen bij hun huidige werkgever.

Niet alleen maar geld

Het gaat de nieuwe generatie daarbij echter niet alleen om geld, zo blijkt tegelijk uit het onderzoek. Naast arbeidsvoorwaarden speelt ook zingeving een groeiende rol. Zo zijn bedrijven die zich niet inzetten voor duurzaamheid, minder aantrekkelijk om voor te werken, volgens bijna de helft (49%) van de ondervraagde werknemers. Voor de jongvolwassenen (onder 35) geldt dit zelfs voor 58%. Zo’n 1 op de 5 (20%) vindt de maatschappelijke missie van een bedrijf zelfs belangrijker dan een hoog salaris. En 22% geeft aan dat hun organisatie hier momenteel al mee bezig is en samenwerkt met goede doelen of maatschappelijke initiatieven.

‘Sollicitaties zijn voor jongere generaties niet langer slechts een route naar een nieuwe baan, maar ook een strategisch middel.’

‘Sollicitaties zijn voor jongere generaties niet langer slechts een route naar een nieuwe baan, maar ook een strategisch middel om invloed uit te oefenen op hun loopbaan’, stelt David Plink, de CEO van het Top Employers Institute. ‘Werkgevers moeten hiermee rekening houden door niet alleen te concurreren op salaris maar juist ook op waarden. De opkomst van de sollicitatieshopper is een duidelijk signaal dat medewerkers zoeken naar erkenning, ontwikkeling en een werkgever die aansluit bij hun overtuigingen.’

Lees ook

Werkgevers weten nieuwkomers steeds beter te vinden; arbeidsdeelname stijgt dit jaar met 20%

Er mag dan politiek van alles aan de hand zijn rondom asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen; op de arbeidsmarkt blijken deze nieuwkomers steeds beter hun weg te vinden, en zijn ze over het algemeen zeer welkom. Waar er vorig jaar nog zo’n 88.000 een baan hebben gevonden, zal dat dit jaar toenemen tot zo’n 105.000, een stijging van bijna 20%, verwacht ABN Amro in een nieuw rapport. Dit niet alleen vanwege de krappe arbeidsmarkt, maar ook dankzij de verruiming van regels in 2023.

‘Door een optelsom van factoren komt veel nu nog vrijwel onbenut arbeidspotentieel in beeld.’

‘De werkloosheid blijft naar verwachting laag, onder meer door vergrijzing. Intussen hebben bijna alle sectoren te maken met personeelstekorten, wat de productiviteit van bedrijven onder druk zet’, analyseert Mario Bersem, sectoreconoom Zakelijke Dienstverlening. ‘De vraag naar personeel is dus groot. Daarnaast maakt gewijzigde wet- en regelgeving het voor nieuwkomers eenvoudiger werk te vinden. Door deze optelsom van factoren komt een groot deel van nu nog vrijwel onbenut arbeidspotentieel in beeld, wat kansen biedt in veel sectoren en goed is voor de Nederlandse economie.’

Asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen vinden steeds sneller en vaker hun weg naar een baan. Het aantal werkende nieuwkomers neemt dit jaar met maar liefst 20% toe, tot ruim 100.000, zo blijkt uit een nieuw rapport van ABN Amro.

Oekraïense nieuwkomers actief 

Het belang van regelgeving is vooral goed zichtbaar in de ervaring van Oekraïense vluchtelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Zo hebben Oekraïners vrije toegang tot werk via de (recent tot 2027 verlengde) Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Met als resultaat dat van alle Oekraïners van 15 tot 65 jaar in Nederland eind 2024 bijna 60% – ruim 55.000 personen – aan het werk was. ABN Amro verwacht dat dit aantal tegen het einde van dit jaar zal oplopen naar 65.000 werkende Oekraïense nieuwkomers (+18%).

Door het vervallen van de 24-weken-eis nam het aantal werkende asielzoekers vorig jaar ruim 200% toe.

Ook het aantal werkende asielzoekers steeg vorig jaar trouwens fors, met maar liefst 200% – van 2.500 in 2023 tot ruim 8.000 in 2024, blijkt uit cijfers verstrekt door UWV. Dit aantal neemt in 2025 naar verwachting met nog eens 25% toe. Dat is vooral te danken aan de vervallen 24-weken-eis, die vóór 2024 voorschreef dat asielzoekers niet meer dan 24 weken per jaar mogen werken. Bij statushouders – nieuwkomers met een tijdelijke verblijfsvergunning – is een vergelijkbare trend zichtbaar; ook hun arbeidsdeelname groeit jaar op jaar, mede dankzij de Wet inburgering 2021, die actief arbeidsparticipatie stimuleert.

Asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen vinden steeds sneller en vaker hun weg naar een baan. Het aantal werkende nieuwkomers neemt dit jaar met maar liefst 20% toe, tot ruim 100.000, zo blijkt uit een nieuw rapport van ABN Amro.

Kweekvijver van talent

Voor 2025 verwacht ABN Amro dat 5.500 nieuwkomers met een vluchtelingenstatus aan het werk gaan; een stijging van 22%. Desondanks is er in deze groep nog steeds een aanzienlijk onbenut arbeidspotentieel. Dat biedt werkgevers volgens Bersem veel kansen om nieuw talent te vinden. ‘De ervaringen met Oekraïense vluchtelingen laten zien wat er mogelijk is als belemmeringen worden weggenomen. Zo wordt het potentieel van asielzoekers en statushouders nog niet volledig benut. Dat biedt sectoren met grote personeelstekorten – zoals de horeca, logistiek, schoonmaak en de zorg – mogelijkheden vacatures te vervullen.’

‘De ervaringen met Oekraïense vluchtelingen laten zien wat mogelijk is als je belemmeringen wegneemt.’

Werkgevers die investeren in begeleiding van nieuwkomers, bijvoorbeeld in samenwerking met uitzendbureaus en HR-dienstverleners, kunnen zo een kweekvijver van talent aanboren, is Bersems overtuiging. ‘Dat biedt niet alleen oplossingen voor personeelstekorten, maar is ook goed voor de integratie van nieuwkomers.’ Iets waar ABN Amro zelf overigens ook aan bijdraagt, via het eigen zogeheten Reboot-programma, dat jaarlijks zo’n 20 mensen met een vluchtelingen-achtergrond aanneemt voor zinvol werk bij de bank.

Uit onderzoek van de SER bleek al eerder dat hoe langer statushouders in Nederland zijn, hoe hoger hun arbeidsparticipatie is. Uit de CBS-studie Asiel en integratie blijkt dat na 9 jaar een ruime meerderheid van alle 18- tot 65-jarige statushouders (55%) werk heeft. Wel is het zo dat de meeste werkende statushouders werken in deeltijd (53%) en met een tijdelijk contract (79%). Aan de andere kant is het positief om te melden dat werk voor statushouders steeds vaker de belangrijkste bron van inkomsten is als ze langer in Nederland zijn, en dat statushouders met een recente verblijfsvergunning ook steeds sneller een baan vinden.

Lees ook

Schoonmaker meest gezochte doelgroep voor zomerbijbaan: 9 keer meer dan in de winter

Een zomerbijbaan? Dan gaan de gedachten al snel naar werken op een festival, de terrasmedewerker of de chauffeur die auto’s van A naar B mag rijden. Maar in werkelijkheid leidt juist de schoonmaak de dans om de schaarse vakantiekracht, met een maar liefst 9 keer (!) zo hoge vraag in de zomer als in de winter, zo meldt een analyse van Intelligence Group. ‘We zijn de vacatures ingedoken met steekwoorden die specifiek duiden op vakantie- of seizoenswerk. Dan blijkt dat veel mensen gezocht worden om kantoorpanden en zorginstellingen schoon te maken. Zomerschoonmaak, zullen we maar zeggen‘, aldus head of marketing Bart van der Geest.

Naar bezorgers en koeriers is in de zomer ook veel vraag, maar in de winter relatief nog net iets meer.

Ook naar horecabediening (2,5x), verkopers (3x), magazijnmedewerkers en vakkenvullers (4x) en verzorgenden (4x) blijkt in de zomer veel meer vraag dan in de winter. Het omgekeerde komt overigens ook voor. Naar bezorgers en koeriers is in de zomer ook veel vraag, maar in de winter relatief nog net iets meer. ‘Ook dat is denk ik wel logisch’, aldus Van der Geest. ‘In de koude wintermaanden en rond de feestdagen bestellen mensen over het algemeen meer goederen, en laten ze gemiddeld waarschijnlijk ook wat vaker eten bezorgen.’

De meest gezochte doelgroep voor een zomerbijbaan? Die vind je niet op festivals, in de horeca, of rond zwembaden. Het is opvallend genoeg de schoonmaker die de lijst met vakantiewerk-vacatures aanvoert, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Vaker inroosteren

Ook Randstad ziet dat functies als huishoudelijke hulp (schoonmaakwerk) en verkoopmedewerker kansrijk zijn voor wie een zomerbijbaan zoekt. Voor deze 2 functies staan veruit de meeste vacatures online. Naar medewerkers in de bediening wordt een stuk minder gezocht, hetzelfde geldt voor vakkenvullers en orderpickers, aldus de uitzendorganisatie, die ook constateert dat er minder vakantiewerk is dan voorgaande jaren. ‘We zien dat veel jongeren al een bijbaan hebben en zich daar in de zomer vaker laten inroosteren’, aldus een woordvoerder. ‘We vermoeden dat werkgevers daardoor minder om een zomerbijbaan vragen.’

Schoonmaakwerk blijkt bij de werkzoekende duidelijk minder gewild.

Uitzender YoungCapital ziet dat het aantal vacatures voor vakantiekrachten dit jaar wél iets is gegroeid. ‘Tieners en twintigers werken veel vaker door het hele jaar heen dan vroeger’, constateert COO Ilse Luyk. ‘Maar we zien ook dat veel jongeren banen willen stapelen. Een bijbaan als vakkenvuller kun je prima combineren met een tijdelijke klus als medewerker op een vakantiepark of festival. Zo maak je van de zomer een feestje.’ Volgens de jongerenuitzender staat werken op een festival ook bovenaan de lijst als het gaat om de meest gewilde zomerbijbaan. Schoonmaakwerk blijkt bij de werkzoekende duidelijk minder gewild.

Dat heeft overigens niet alleen ermee te maken dat jongeren dit te zwaar of eentonig werk vinden, aldus Luyk. ‘Jongeren zoeken ook vaker vakantiewerk dat goed op hun cv past. Anders dan voorheen, toen het vooral draaide om geld verdienen.’ Volgens haar zijn tieners ‘kritischer dan ooit. Vakantiewerk moet méér zijn dan een bijbaantje. Ze willen flexibiliteit, iets leren én het gevoel hebben dat ze ertoe doen. Ze stellen vragen. Kiezen bewust. Willen werk dat klopt met wie ze zijn. Dat vraagt ook iets van werkgevers. Wie jonge mensen wil aantrekken, moet zich beter laten zien. Duidelijkheid, groeimogelijkheden, betekenis. Dáár gaan ze op aan.’

‘Verandering in mindset’

Ook een recruitmentorganisatie als Robert Half herkent dit. Waar een bijbaan vroeger vooral draaide om extra inkomsten, zijn ze vandaag ook een strategische stap richting arbeidsmarkt, constateert senior director Marie-Claire Olyslager. ‘Studenten willen meer uit hun bijbaan halen. Ze zoeken functies die hen relevante ervaring opleveren en hun carrièrepad versterken. Die shift merken we in het soort jobs dat ze kiezen én in de timing: studenten werken steeds meer buiten de klassieke zomermaanden. Een opvallende verandering in mindset’, zegt ze.

‘Een keuze voor een passende zomerbijbaan getuigt van motivatie en betrokkenheid bij het vakgebied.’

Volgens de recruiter heeft die verandering overigens ook een heel praktische en voor de betrokkenen strategische reden: steeds meer werkgevers vragen voor vrijwel alle vacatures al relevante werkervaring. Als je daar in je zomerbijbaan al ruimte voor vindt, dan levert dat natuurlijk altijd een streepje voor op. ‘Voor pas afgestudeerden, bij wie het gebrek aan ervaring vaak een struikelblok is tijdens sollicitaties, is dit een belangrijk voordeel’, aldus Olyslager. ‘Daarnaast getuigt zo’n keuze van motivatie en betrokkenheid bij het vakgebied – eigenschappen die door werkgevers sterk gewaardeerd worden.’

Lees ook

‘Kloof op Europese arbeidsmarkt wordt alleen maar wijder en wijder’

Gaat het om administratieve functies en creatieve beroepen? Ja, dan is de schaarste misschien wel voorbij. Maar beroepen in sectoren zoals de zorg, techniek, IT en transport? Die moeten voorlopig nog wel rekening houden met ‘onevenwichtigheden’, stelt een nieuw rapport van EURES, het al ruim 30 jaar bestaande banennetwerk van de Europese Unie. Sterker nog: de kloof wordt alleen maar groter en groter, aldus de onderzoekers. Het rapport, samengesteld op basis van gegevens uit 31 Europese landen, laat zien dat 98% van de landen arbeidsmarktkrapte rapporteert in ten minste één beroepscategorie.

De krapte op de Europese arbeidsmarkt is voorlopig nog niet voorbij, blijkt uit een nieuw EURES-rapport. Van zorg tot techniek, IT en transport; vrijwel overal blijft sprake van tekorten. En in Nederland blijkt het nog net wat erger dan in de rest van Europa.

Nederland valt in het onderzoek op met aan de ene kant een relatief groot aantal beroepen met tekorten (183), terwijl hier aan de andere kant juist ook het laagste aantal zogenoemde ‘overschotberoepen’ te vinden is. (Bijna-)buurlanden als België (171), Duitsland (159) en Denemarken (150) laten ook veel knelpuntberoepen zien, maar hebben aan de andere kant wel weer meer van zulke ‘overschotberoepen’. Spanje (365), Oostenrijk (294), Letland (281), Portugal (212) en Finland (169) rapporteerden overigens het grootste aantal overschotberoepen en zijn samen goed voor 52% van alle overschotgevallen.

Malta meeste tekorten

Het EURES-rapport kijkt voor deze analyse naar alle 4-cijferige zogeheten ISCO 2008-beroepen. Malta (307), Slowakije (250) en Bulgarije (191) zijn de enige van de onderzochte landen die in nog meer functies een tekort aan arbeidskrachten of vaardigheden melden. Naast hoogopgeleide beroepen gaat het hier ook vaak over beroepen in sectoren als lassen, koken, verpleegkunde en de elektrotechniek. Bij overschot gaat het vaak om functies zoals administratief personeel of in de creatieve sector. Opvallend is dat vooral vrouwen oververtegenwoordigd zijn in deze beroepen en daardoor een verhoogd risico lopen op werkloosheid.

‘Betere loopbaanbegeleiding kan werknemers uit overschotberoepen naar kansrijkere sectoren leiden.’

Volgens de onderzoekers is er dringend behoefte aan gerichte her- en bijscholing, vooral in het kader van de energietransitie en digitalisering. Investeren in beroepsonderwijs, stageplekken en het afstemmen van opleidingen op actuele arbeidsmarktvraagstukken is volgens hen dan ook essentieel. Daarnaast pleiten ze voor betere loopbaanbegeleiding om werknemers uit overschotberoepen naar kansrijkere sectoren als de bouw en duurzame energie te begeleiden. Ook betere arbeidsvoorwaarden in zware beroepen én meer deelname van vrouwen aan bèta-opleidingen noemen ze als belangrijke stappen.

Tekort aan truckers

In het EURES-rapport is dit jaar specifiek aandacht voor de transport- en opslagsector. De sector kampt met een groot tekort aan vrachtwagenchauffeurs en mobiele machineoperators. Dit tekort wordt verder verergerd door vergrijzing, onaantrekkelijke arbeidsomstandigheden en een mismatch tussen vraag en aanbod van vaardigheden. Ook structurele uitdagingen, zoals automatisering en beperkte arbeidsmobiliteit, maken het moeilijk om de personeelsbezetting op peil te houden, aldus de onderzoekers. De tekorten bedreigen daarmee de continuïteit van het goederenvervoer en logistieke processen binnen Europa.

Dat sluit ook aan bij de meest recente Sectormonitor van het Nederlandse Sectorinstituut Transport en Logistiek, die ook meldt dat de arbeidsmarkt in de sector onder druk blijft staan, ondanks het feit dat voor het eerst in 2 jaar de instroom van chauffeurs afgelopen kwartaal (iets) hoger was dan de uitstroom. Eind maart stonden er ongeveer 6.550 vacatures open voor vrachtwagenchauffeurs, wat in de meeste regio’s nog altijd een zeer krappe arbeidsmarkt betekent. In april 2025 noemde 47% van de ondernemers het personeelstekort dan ook nog altijd als grootste belemmering, een vrijwel gelijk percentage als een jaar eerder.

Weinig grensverkeer

Het EURES-rapport zoomt daarnaast ook kort in op grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Daaruit blijkt dat zo’n 8% van de stroom van alle EU-grensarbeiders plaatsvindt binnen de ‘macroregio Maas’, die de grensgebieden tussen België, Duitsland en Nederland omvat. Gekeken naar de totale populatie in dit gebied werkt echter nog altijd minder dan 1% van de mensen hier in een ander land dan dat ze wonen, en de mensen die het betreft wonen in overgrote meerderheid ook nog eens behoorlijk dicht bij de grens waar ze overheen gaan om te gaan werken.

Minder dan 1 op de 100 mensen in grensregio’s werkt aan de andere kant van de grens.

Opvallend: het aantal pendelaars dat in de grensregio’s van België en Duitsland woont en in Nederland werkt bleek 2 tot 3 keer groter dan het aantal pendelaars dat in Nederlandse grensregio’s woont en juist in Duitsland of België werkt. Dit verklaren de onderzoekers uit ‘de gunstigere situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’. Uit de analyse blijkt verder dat 1 procentpunt extra reële loonverschil tussen 2 regio’s leidt tot een toename van 13 procentpunt in de stroom grenspendelaars van laag- naar hoogbetaalde grensregio’s. Evenzo doet ook 1 procentpunt extra regionale werkloosheid het grenspendelaarsverkeer met 0,6 procentpunt toenemen.

Lees ook

Opvallend: slechts 6% Nederlandse werkgevers verwacht dat A.I. banen zal gaan kosten

Is ze A.I., of is ze echt? De foto van de vrouw op Amsterdam Centraal Station, die op de cover prijkt van het nieuwe UWV-rapport over de invloed van kunstmatige intelligentie op de werkvloer, doet je vragen stellen die je 10 jaar geleden jezelf nog niet gesteld zou hebben. Maar wat dat betekent voor de arbeidsmarkt? Gaan doordat dit soort foto’s tegenwoordig ook met A.I. te maken zijn, daadwerkelijk banen verloren? Volgens recent UWV-onderzoek blijkt het eigenlijk wel mee te vallen. Althans: ruim 2 keer zoveel werkgevers zien door de opkomst van A.I. uiteindelijk juist meer banen erbij komen dan eraf gaan.

Volgens het onderzoek, waarvoor het UWV ook 19 A.I.-experts heeft ondervraagd, gaat kunstmatige intelligentie wel impact hebben op vrijwel elk beroep en iedere sector. Maar in plaats van dat dus banen zullen verdwijnen, zullen ze eerder vooral veranderen, zoals de deskundigen het voorspellen. Dat betekent wel dat bijvoorbeeld nieuwe skills nodig zijn, en bijscholing nodig is op het aanleren van kritische, digitale en ethische vaardigheden. Specifiek (de vanaf 2 februari dit jaar verplichte) ‘AI-geletterdheid’ vraagt hierbij volop aandacht, stellen ze.

Meer mismatch

De opkomst van A.I. kan overigens ook leiden tot ‘meer mismatch tussen vraag en aanbod’ op de arbeidsmarkt, en zo ervoor zorgen dat bepaalde groepen op de arbeidsmarkt in de knel komen, stelt UWV-arbeidsmarktadviseur Frank Verduijn. ‘Denk aan jongeren die aangewezen zijn op startersfuncties of mensen die vanwege kennisveroudering of een arbeidsbeperking minder digitaal vaardig zijn.’ Ook vreest hij voor creatieve beroepen. ‘Door A.I. als assistent komen vooral taken die routinematig van aard zijn en te maken hebben met taal, beeld of data onder druk te staan. Dat maakt beroepen waarin dit soort taken veel voorkomen kwetsbaar.’

‘Door A.I. als assistent komen vooral taken die te maken hebben met taal, beeld of data onder druk te staan.’

Alhoewel er dus risico’s zijn voor kwetsbare groepen, kan A.I. er – net als eerdere technologische ontwikkelingen – ook voor zorgen dat werk juist binnen bereik komt van mensen die er voorheen bijvoorbeeld vanwege een arbeidsbeperking niet voor in aanmerking kwamen, zo stelt het onderzoek. ‘Het is de uitdaging om de inclusiviteit van de arbeidsmarkt te bewaken. We moeten ervoor zorgen dat ieder talent benut blijft’, concludeert Verduijn.

Het onderzoek gaat overigens ook nog kort in op de rol die A.I. zou kunnen spelen in de wereld van recruitment. Zo meldt het UWV dat A.I. kan helpen ‘om te matchen op basis van skills in plaats van diploma’s, zodat mensen die bijvoorbeeld vanwege schooluitval of migratie geen of minder erkende kwalificaties hebben een eerlijker kans krijgen bij sollicitaties. Ook kan geautomatiseerde matching – mits goed toegepast en met zuiver werkende algoritmes – vooroordelen in het selectieproces helpen verminderen. Dit alles helpt in de eerste plaats kandidaten zelf, maar komt ook de betrokken organisaties ten goede.’

Lees meer

werkgevers banen aiLees hier het hele onderzoek over kansen en bedreigingen van A.I. voor de arbeidsmarkt:

UWV en A.I.

Meer weten? 

Op 28 oktober vindt AI & Talent plaats, hét event waar de toekomst van HR en recruitment centraal staat. Welke onderwerpen wil jij dat daar de revue passeren? En wie of welke organisatie zou je daar graag eens op het podium zien en horen? Laat het weten via onderstaand formulier:

Geef jouw voorkeur voor event AI & Talent 2025

"*" geeft vereiste velden aan

Privacy*
Nieuwsbrief
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

 

BREAKING: Aandeel startersfuncties in 2 jaar gehalveerd (maar is A.I. werkelijk de boosdoener?)

De krapte op de arbeidsmarkt mag nog steeds groot zijn. En gezien de demografische ontwikkelingen zou je misschien verwachten dat starters op de arbeidsmarkt een gespreid bedje aantreffen. Maar uit nieuwe cijfers blijkt eigenlijk niets minder waar. Het aantal startersfuncties, gedefinieerd op basis van bepaalde keywords in vacatures, die expliciet aangeven dat er weinig ervaring nodig is voor de functie, maakt een steeds kleiner deel uit van het totaal aantal vacatures, blijkt uit een analyse van Intelligence Group, op basis van Jobfeed-data. Waar begin 2023 nog 23% van de vacatures startersfuncties betrof, is dat nu nog maar 9,2%.

Een schrikbarende ontwikkeling voor starters op de arbeidsmarkt: voor steeds meer vacatures wordt ervaring gevraagd. Het aandeel duidelijke startersfuncties halveerde de afgelopen 2 jaar ruim van 23% naar minder dan 10%, blijkt uit nieuwe cijfers.

Eigenlijk alle niveaus

Het instortende aantal vacatures voor startersfuncties sluit aan bij een internationale trend. Zo meldde Glassdoor vorige maand nog dat juist entry level workers het minst optimistisch zijn van alle groepen op de arbeidsmarkt, en hun vertrouwen in mei zelfs een recordlaagte bereikte (sinds 2016). CNN sprak over de ‘slechtste arbeidsmarkt voor afstudeerders in jaren’. En volgens The Times en The Guardian was het aantal internationale vacatures voor startersfuncties (stageplaatsen, afstudeerplekken en juniorfuncties zonder diploma-eis) nu bijna 32% lager dan in november 2022, toevallig het moment dat ChatGPT was gelanceerd.

De onderzoekers van Intelligence Group durven echter niet te zeggen of de opkomst van A.I. hier nou specifiek de (enige) boosdoener is. Opvallend is bijvoorbeeld dat de daling in startersfuncties eigenlijk geldt voor alle opleidingsniveaus, maar het minst voor mensen met een universitair diploma, en veruit het meest voor mbo-gediplomeerden. Dat doet volgens de onderzoekers vermoeden dat dit niet zozeer te wijten is aan (alleen) A.I., als wel (ook) aan een verslechterende economie, onzekerheden over de geopolitieke situatie en de handelsoorlog, algemene automatisering, en/of bezuinigingen in bijvoorbeeld de culturele sector.

Het instortende aantal vacatures voor startersfuncties sluit aan bij een internationale trend.

Ook de handhaving op de Wet DBA, die mogelijk voor invulling van veel vacatures heeft gezorgd, kan natuurlijk een rol spelen, stellen ze. In het rijtje beroepen dat te maken heeft met een sterke daling in vacatures die als startersfuncties zijn gekwalificeerd, vallen overigens onder meer de ‘onderwijsgevenden’ op. Kennelijk kent het (sterk vergrijzende) onderwijs nog altijd een groot personeelstekort, maar blijken onderwijsinstellingen in hun vacatures toch vaak de voorkeur te geven aan mensen met enige jaren ervaring voor de klas. Waarmee de sector misschien wel zijn eigen vicieuze cirkel creëert, en een probleem op langere termijn.

Strikte eisenlijst

Een probleem dat natuurlijk al vaker beschreven is. Zo had ook NRC het vorige maand over het aloude probleem van starters op de arbeidsmarkt die afwijzing na afwijzing krijgen vanwege ’te weinig ervaring’, ‘maar ja, hoe doe je die dan op?’ Bijna 40% van de bedrijven in ‘kraptebranches’ blijkt nog altijd puur te selecteren op werkervaring (of diploma’s), zo blijkt uit onderzoek van het UWV. Sociaal werk en de gezondheidszorg zijn van deze sectoren het strengst: respectievelijk 50 en 58% blijft volgens het UWV een strikte eisenlijst hanteren, waarvan werkervaring een belangrijk onderdeel is.

‘Bedrijven die alleen voor snel en efficiënt kiezen, riskeren in de toekomst een gebrek aan talent.’

Onverstandig, reageert bijvoorbeeld ’talentenleider’ Charlotte Van Asseldonk. ‘Jonge starters aannemen is niet alleen een kwestie van: is er nu plek? Het is vooral een kwestie van investeren in een sterke toekomst’, stelt ze. ‘Bedrijven die alleen voor snel en efficiënt kiezen, riskeren in de toekomst een gebrek aan talent. Dat maakt je als bedrijf of organisatie kwetsbaar. Werkgevers moeten daarom zorgen voor andere loopbaanlijnen, met andere startfuncties. Ze kunnen deze ontwerpen door samen met hun werknemers te onderzoeken hoe de samenwerking met A.I. in hun organisatie eruitziet.’

Uit het onderzoek van Intelligence Group blijkt overigens dat met name bemiddelaars zoals uitzendbureaus steeds minder startersfuncties in hun vacatures aanbieden. Waar het aandeel bij vacatures van directe werkgevers de afgelopen jaren altijd al zo rond de 7 tot 10% varieerde, is de daling bij intermediairs echt opvallend te noemen, met iets meer dan 30% van alle vacatures voor startersfuncties begin 2023 tot net 10% iets meer dan 2 jaar later. Ongetwijfeld een hard gelag voor al die jonge net afgestudeerden die net de jaren ervoor steeds over die eeuwig krappe arbeidsmarkt hebben gehoord.

Lees ook

Nergens in Europa is Defensie zo’n geliefde werkgever als in Nederland

Als het gaat om employer branding en arbeidsmarktcommunicatie, dan staat Defensie in Nederland al jaren bovenaan. Al die investeringen en inspanningen lijken nu ook hun vruchten af te werpen. Er is namelijk geen land in Europa waar zóveel mensen zeggen best Defensie als werkgever te willen hebben als in Nederland. Met 8,7% van de totale beroepsbevolking die hier zegt Defensie te willen overwegen, scoren ‘we’ niet alleen veel hoger dan de 4,1% gemiddeld in Europa, maar ook echt veel hoger dan landen als Frankrijk (2,5%) en Spanje (2,6%), zo blijkt uit onderzoek van Intelligence Group.

Europa 4,1%
Nederland 8,7%
Zweden 8,5%
Roemenië 7,4%
België 7,3%
Polen 4,7%
GB 4,6%
Zwitserland 4,5%
Bulgarije 4,3%
Griekenland 4,3%
Ierland 4,1%
Duitsland 4,0%
Slovenië 3,7%
Tsjechië 3,6%
Oostenrijk 3,6%
Italië 3,5%
Denemarken 3,4%
Finland 3,3%
Kroatië 3,1%
Hongarije 3,0%
Estland 2,8%
Noorwegen 2,7%
Litouwen 2,7%
Spanje 2,6%
Slowakije 2,5%
Letland 2,5%
Frankrijk 2,5%
Portugal 2,4%

Ook geliefd bij vrouwen

Als het gaat om het totale potentieel voor Defensie dan staat Nederland pas op een zevende plek in Europa, na grootmachten als Duitsland, Frankrijk, het VK, Italië, Spanje en Polen. Als het gaat om de totale defensiesector (dus inclusief de bedrijven in bijvoorbeeld de wapenindustrie), dan staat die bij werkzoekenden in Roemenië, Griekenland, Bulgarije, Portugal en Slovenië bovenaan. De populariteit van Defensie als werkgever voor Nederlandse werkzoekenden is wel weer terug te zien in de ranglijsten met Meest Favoriete Werkgevers per land. Waar bijvoorbeeld de Bundeswehr in Duitsland pas op plek 22 komt, staat Defensie in Nederland in de top-3 (bij mbo’ers en hbo’ers), en is het zelfs als bijbaan-werkgever in opkomst.

En helemaal opvallend: Defensie is ook allang niet meer alleen een gewilde werkgever voor mannen. Van het totale arbeidspotentieel in Europa voor de krijgsmacht bestaat 58% uit mannen, maar dus ook 42% uit vrouwen. In Nederland is de verhouding zelfs nog iets meer in het voordeel van de vrouw. Van iedereen die hier aangeeft wel voor Defensie te willen werken, is maar liefst 49% vrouw. Iets waar Defensie in Nederland tegenwoordig overigens ook knap op inspeelt, met een nieuwe campagne die zich specifiek op deze doelgroep richt.

NATO meest herkend

Als het gaat om de meest herkende organisaties op Defensie-gebied, dan staat Europees gezien de NATO bovenaan, met name in Oost-Europa. In de lijst met meest geliefde werkgevers in Europa vinden we verder eigenlijk alleen Thales (overall op plek #151), Rheinmetall (#251), Naval Group (#364) en Saab (#415) terug als bedrijven die actief zijn in de defensie-industrie.

‘Wat employer branding betreft is Defensie in Nederland echt een voorbeeld.’

Volgens Geert-Jan Waasdorp, directeur van de onderzoekende Intelligence Group, tonen de data vooral aan dat investeren in employer branding loont. ‘Wat dat betreft is Nederland echt een voorbeeld voor de rest van Europa, denk ik. Je ziet dat in Nederland, maar ook in Zweden, al lang op een strategische en doordachte manier aandacht wordt besteed aan de werving van nieuwe mensen voor de krijgsmacht. Dat betaalt zich uit, juist nu het hard nodig is. Daar kan Defensie denk ik trots op zijn.’

Defensie neemt bij Intelligence Group ook al langer een op maat gemaakt dashboard af, waarmee het datagestuurd diverse doelgroepen kan vinden en benaderen. De krijgsmacht heeft hiermee inzicht in de wervingshaalbaarheid en potentiële van 200 doelgroepen, van mariniers tot verpleegkundigen en cybersecurity-experts, specifiek afgestemd op het interne functiehuis van Defensie, en recent helemaal geüpdatet. ‘Ook daarmee laten ze denk ik zien voorop te willen lopen’, stelt Waasdorp. ‘Dit soort data leveren meteen meerwaarde, en ik durf wel te stellen dat dit het beste talent intelligence dashboard is van alle defensieorganisaties ter wereld. Hiermee kan Defensie strategisch én operationeel sturen op instroom en doelgroepbenadering op basis van data, niet op onderbuikgevoel.’

Stijgende interesse

De cijfers van Intelligence Group komen natuurlijk op een precair moment, net nu de NAVO-top in Nederland plaatsvindt, en Defensie opnieuw een grote wervingsbehoefte heeft. Uit onderzoek van vacaturesite Indeed blijkt overigens ook een stijgende interesse in Defensie-banen vanuit werkzoekenden, met name in de laatste maanden.  

Nederlandse zoekopdrachten met defensietermen, uitgedrukt in % van het totaal (per maand)

Het aantal vacatures bij het Ministerie van Defensie per 1 miljoen totale vacatures in Nederland steeg tussen mei 2022 en mei 2025 met maar liefst 163%, maar ook de belangstelling van werkzoekenden loopt daarmee op. ‘Werkzoekenden zoeken vaker actief op defensiegerelateerde termen’, zegt Stan Snijders, managing director van Indeed Benelux. ‘In maart 2025 werd in Nederland een duidelijke piek gemeten in het aantal zoekopdrachten naar defensiebedrijven. Deze toename hangt vermoedelijk samen met bredere Europese berichtgeving over defensie-uitgaven en investeringen.’

In hele sector

Sinds 2022 is volgens Indeed trouwens het aantal vacatures bij grote bedrijven in de hele Europese defensiesector fors toegenomen. Waar de arbeidsmarkt in zijn geheel een piek bereikte in juli 2022 en sindsdien licht daalt, bleef het aantal vacatures in de defensiesector juist tot eind 2023 alleen maar toenemen. In april 2025 lag het Europese vacatureniveau binnen de defensie-industrie zelfs nog altijd 45% boven dat van 2021. Binnen de sector gaat het daarbij overigens vooral om technische en IT-gerelateerde functies. Daarnaast zoeken bedrijven ook productiepersoneel, projectmanagers en supply chain-specialisten. Veel functies bevinden zich op het snijvlak van technologie en defensie, zoals cyberbeveiliging en militaire communicatietechnologie.

De gegevens omvatten alle EU-landen, plus Zwitserland en Europese NAVO-lidstaten met een Indeed-site.

Traditioneel zijn Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk landen met de meest omvangrijke defensie-industrie van Europa. De Fransen hebben grote bedrijven zoals Dassault en Thales; in Duitsland speelt het bekende Rheinmetall een cruciale rol in de landmachtcapaciteit van de NAVO. Het Verenigd Koninkrijk heeft met een bedrijf als BAE Systems een hand in de uitbreiding van maritieme kracht en slagkracht in de lucht. Naarmate dit soort grote bedrijven uitbreidt, groeit de vraag naar gekwalificeerd personeel, constateert Indeed.

Lees ook

Nederland zakt steeds verder weg op vrijwel alle (progressieve) lijstjes

Op veel gebieden mag Nederland ooit de status van gidsland gehad hebben. Maar van dat internationaal vooruitstrevende imago is steeds minder over. Tegenwoordig komen ‘we’ juist steeds eerder aan de meer zorgelijke kant van het spectrum terecht, al dan niet ingegeven door het ook weinig progressieve politieke klimaat dat Nederland nu kent. Een klein overzicht van lijstjes waaruit dat zoal blijkt, en wat dat betekent voor de arbeidsmarkt.

#1. Slechtere werk/privébalans: plek 12

In Nederland hechten we doorgaans veel waarde aan een goede werk/privébalans, maar de praktijk blijkt anders, meldt Remote in zijn jaarlijkse Global Life-Work Balance Index. Inmiddels staan we in deze internationale ranglijst op plek 12, nog net voor landen als Portugal en Argentinië. In 2023 stond Nederland nog op plek 7. Verder opvallend: waar bij de meeste landen in de top-10 de score op het gebied van minimumloon, aantal vakantiedagen, ziekteverlof, zwangerschapsverlof, gezondheidszorg, geluksindex, gemiddeld aantal werkuren en LGBTQ+-inclusiviteit gemiddeld is verbeterd, is die in Nederland juist gedaald.

#2. Stagnerende emancipatie: plek 43

Nog zo’n gebied waarmee het niet goed gaat: de emancipatie in Nederland. Volgens het Global Gender Gap Report 2025 van het World Economic Forum staat ons land nu op plek 43, maar liefst 15 plekken lager dan vorig jaar. Daarmee bungelt Nederland inmiddels onderaan in vergelijking met onze buurlanden op deze jaarlijkse graadmeter van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. De Scandinavische landen, maar bijvoorbeeld ook Duitsland en het VK staan hier namelijk nog wel ‘keurig netjes’ in de top-10.

Op het gebied van economische participatie en kansengelijkheid blijft Nederland op plek 74 staan met slechts lichte verbeteringen op het gebied van vrouwen met een managementfunctie en vrouwen in technische functies. ‘Maar die vallen in het niet bij de meer grote stappen die de Scandinavische landen en landen als het Verenigd Koninkrijk maken’, stelt begeleidend hoogleraar Henk Volberda. ‘De uitkomsten maken eens te meer duidelijk dat het emancipatiebeleid in Nederland moet worden herzien met nieuwe duidelijke doelstellingen. Nieuw emancipatiebeleid is nodig om Nederland in de top-10 te krijgen.’

#3. Kansenongelijkheid: groter

Hoe hoger het inkomen van de ouders, hoe hoger het inkomen van hun kinderen is als ze tussen de 30 en 40 jaar oud zijn. Die samenhang tussen het inkomen van ouders en dat van hun volwassen kinderen is in Nederland sterker dan in veel andere westerse landen, blijkt uit recent onderzoek van VU-econoom Sander de Vries. De relatie tussen het inkomen van ouders en kinderen is in Nederland sterker dan in de Scandinavische landen, Duitsland, Australië en Canada. De mate van kansenongelijkheid ligt op een vergelijkbaar niveau als in Frankrijk, het Verenigde Koninkrijk en Italië, maar is (nog wel) lager dan die in de Verenigde Staten.

lijstjes

#4. Woonlasten: Amsterdam duurst

Veel internationale kenniswerkers nemen hun te verwachten woonlasten mee als belangrijke factor om zich al dan niet ergens te vestigen. Dan ziet het voor Nederland niet bepaald gunstig uit. Niet alleen is Amsterdam al jaren de duurste stad in Europa om een huis te huren, volgens verhuurplatform HousingAnywhere, ook steden als Utrecht, Den Haag en Rotterdam behoren inmiddels tot de bovenste regionen van het continent. In Rotterdam stegen de huurprijzen op jaarbasis afgelopen jaar zelfs met 22,3%, waardoor de stad nu gemiddeld duurder is dan bijvoorbeeld Parijs, Milaan of Barcelona.

#5. Leesvaardigheid: bijna onderaan

Het nieuwe Pisa-rapport naar de staat van ons onderwijs wordt pas in 2026 verwacht, maar het vorige was al behoorlijk alarmerend. De gemiddelde wiskundescores van 15-jarigen waren nog niet eerder zó hard gedaald, en in leesvaardigheid scoort Nederland inmiddels zelfs slechter dan bijna alle andere onderzochte Europese landen. Van de EU14-landen doet alleen Griekenland het momenteel nog iets slechter. Waarbij vooral de neergang bij Nederlandse jongens extra opvalt.

Ook de onderwijsinspectie is al jaren kritisch op De Staat van het Onderwijs, al werd voor het meest recente rapport de tone-of-voice wel iets aangepast. Maar goed, de enorme aangekondigde bezuinigingen op het (voortgezet en hoger) onderwijs voorspellen op dit gebied natuurlijk weinig goeds voor de toekomst. Voor de arbeidsmarkt is het ook bijzonder slecht nieuws, zo blijkt keer op keer. Niet alleen kampt het onderwijs nog steeds zelf met grote (en groeiende) personeelstekorten, ook de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt al jaren gezien als probleem, dat onder meer de arbeidsproductiviteit onder druk zet.

#6. Ook digitaal: weinig geletterd

Is de Nederlandse jongere dan in elk geval nog wel digitaal geletterd? Nou, ook dat valt best tegen, blijkt uit de 5-jaarlijkse International Computer and Information Literacy Study. Van alle Europeanen mogen de Nederlanders dan gemiddeld als het meest digitaal geletterd te boek staan, bij leerlingen uit het voortgezet onderwijs presteren ‘we’ slechts rond het gemiddelde als het gaat om Computer- en informatiegeletterdheid, maar liggen de scores voor Computationeel denken significant lager dan het internationale gemiddelde. Bijna alle OESO-landen halen hogere scores, iets waarover veel bedrijven in Nederland zich ook grote zorgen maken.

Stagnerende emancipatie, een slechtere werk/privébalans, grotere kansenongelijkheid: Nederland is op vrijwel alle progressieve-economische lijstjes aan het dalen. Wat betekent dat voor de arbeidsmarkt? En is er ook nog een weg terug?

#7. Duurzaamheid: plek 19

Het zal waarschijnlijk niet helemaal verbazen, maar ook op het gebied van duurzaamheid en biodiversiteit scoort Nederland tegenwoordig ver beneden gemiddeld. In de jaarlijkse Global Sustainability Competetiveness Index scoren de Scandinavische landen, maar bijvoorbeeld ook Zwitserland, Oostenrijk en Frankrijk veel hoger dan Nederland, dat het hier met plek 19 moet stellen, onder landen als Hongarije en Roemenië. Deze ranglijst, een soort alternatief voor de kredietbeoordelingen die bekende bureau’s als Standard & Poor’s en Moody’s uitgeven, meet hoe concurrerend landen zijn en neemt daarbij duurzaamheid mee als uitgangspunt.

Stagnerende emancipatie, een slechtere werk/privébalans, grotere kansenongelijkheid: Nederland is op vrijwel alle progressieve-economische lijstjes aan het dalen. Wat betekent dat voor de arbeidsmarkt? En is er ook nog een weg terug?

De denktank achter de index gebruikt bijna 120 meetbare criteria om de lijst samen te stellen. De gegevens ervoor komen van officiële instanties als het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Nederland scoort in deze ranglijst nog goed op ‘sociaal kapitaal’ (#2, na Japan), maar een stuk slechter op ‘economische duurzaamheid’ (#48), ‘natuurlijk kapitaal’ (#167), ‘resource efficiency‘ (#43) en ‘intellectueel kapitaal’ (#12). Ook in het Sustainability Development Goals Report komt Nederland er trouwens niet best af, met plek #23, waarbij het tegenwoordig eigenlijk de hele EU boven zich moet dulden.

Conclusie: werk aan de winkel

En dan zijn we er nog niet qua slecht nieuws. Ook op het gebied van LHBTI-rechten scoort Nederland bijvoorbeeld pas plek 13 in Europa, op de Anti-Corruptie-Index haalden we dit jaar ons slechtste resultaat ooit, en ook op het gebied van start-ups blijft in Nederland het investeringsklimaat sterk achter. Allemaal geen resultaten om trots op te zijn, zullen we maar zeggen, en die ook weinig goeds beloven voor de economie en arbeidsmarkt van morgen. Dus: werk aan de winkel. Want de Nederlander mag dan nu wel het langste doorwerken van heel Europa, en ook nog eens de hoogste arbeidsparticipatie kennen, voor de toekomst zou het fijn zijn als we het niet alleen van onze vele uren zouden moeten hebben.

Lees ook

Opvallend: eigenlijk wordt alleen recruiters in sollicitaties gevraagd hoe goed ze zijn met A.I.

Het is op z’n minst opvallend te noemen. Waar A.I. een steeds groter deel van ieders werk uitmaakt, en bijna geen enkel beroep eraan ontkomt, komt het thema zodoende in steeds meer sollicitatiegesprekken aan de orde. Maar tegelijk is er ook een andere kant, merkt sollicitatiegesprekken-analysetool Brighthire. En die is, kort gezegd: nog steeds krijgt slechts een heel kleine minderheid van de kandidaten op sollicitatiegesprek de vraag of ze er wel mee kunnen omgaan.

Brighthire keek voor die conclusie naar de data van ruim 33.000 interviews, over 400 organisaties heen. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat weliswaar in bijna 50% van de gesprekken het onderwerp A.I. aan de orde komt, maar dat in minder dan 3% de recruiter of hiring manager bij de kandidaat probeert vast te stellen of die daar ervaring in heeft of speciale skills voor meebrengt. Zelfs na recruitmentprocedures met 3 interviewrondes is 93% van de kandidaten nog niet (direct) gevraagd naar zijn of haar A.I.-skills of ervaring. Opvallend: áls het al gevraagd wordt, zijn het vooral recruiters en HR-professionals die zo’n vraag voorgelegd krijgen.

‘Als het al gevraagd wordt, zijn het vooral recruiters die een vraag over hun A.I.-skills voorgelegd krijgen.’

Werkzoekende recruiters en HR-professionals zijn niet alleen de enige beroepsgroep die in meer dan 4% van de sollicitatiegesprekken hierover vragen krijgen, ze kenden ook de sterkste stijging. Dit jaar wordt er maar liefst 13 keer zo vaak aan hem om gevraagd als vorig jaar, zo blijkt. In totaal, over alle beroepsgroepen heen dus, kwam zo’n 5 keer vaker dan vorig jaar aan de orde of kandidaten over A.I.-skills beschikken (al blijft het totaal aantal van die gesprekken dus nog steeds vrij laag, met net iets meer dan 2%).

A.I.-geletterdheid

Het gebrek aan vragen over A.I.-skills in sollicitatiegesprekken is opmerkelijk, aldus Brighthire, ook omdat A.I.-geletterdheid van werknemers tegenwoordig wel verplicht is. Daarom zou je verwachten dat hier ook vaker naar gevraagd wordt, stellen de onderzoekers. En dat soort vragen zijn best te verzinnen, variërend van: ‘hoe gebruik je A.I. dagelijks?’ tot ‘Welke tools gebruik je?’ en ‘Welke tools helpen echt om jouw recruitment te verbeteren?’ Ook kun je bijvoorbeeld vragen hoe een kandidaat een prompt zou schrijven, of wat zijn of haar visie is op de rol van A.I. voor de komende jaren in zijn of haar specifieke vakgebied.

‘Het gebrek aan vragen over A.I.-skills in sollicitatiegesprekken is opmerkelijk.’

Er zijn overigens al best wat organisaties die dit wél standaard onderdeel maken van de sollicitatieprocedure, en er consequent naar vragen bij kandidaten. Denk aan het Amerikaanse softwarebedrijf Zapier, dat niet alleen recent een AI adoption playbook publiceerde, maar ook bij alle kandidaten test of ze bedreven zijn in het werken met A.I. aan de hand van een volledig uitgewerkte scorekaart. ‘Elke Zapier-sollicitant krijgt toegang tot A.I.-trainingsmateriaal en transparante richtlijnen. We willen dat iedereen de kans krijgt om aan onze A.I.-vaardigheidseisen te voldoen’, stelt Tracy St.Dic, global head of talent bij het bedrijf.

A table showing the kinds of skills Zapier assesses when looking for AI fluency

Meer weten?

Lees hier meer over het onderzoek van Brighthire.

Meer over A.I.-geletterdheid?

De Academie voor Arbeidsmarktcommunicatie is recent een training begonnen over de verplichte A.I.-geletterdheid, ontwikkeld door docenten Bryan Peereboom en Friso Visser.

A.I.-geletterdheid

Meedenken over A.I.?

Werf& organiseert ook dit jaar weer een A.I & recruitment-event. Wie zou je daar op het podium willen zien? En welke organisatie heeft op jou impact gemaakt op dit gebied? Geef het door, dan kijken we of het in het programma in te passen is.

Geef jouw voorkeur voor event AI & Talent 2025

"*" geeft vereiste velden aan

Privacy*
Nieuwsbrief
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Nederland scoort steeds iets beter op loontransparantie (maar Oostenrijk ligt nog ver voor)

Uit onderzoek van de site Fantastic.jobs van Amsterdammer Remco Strijdonk blijkt dat er niemand in de wereld in vacatures zo transparant is over het salaris als de Oostenrijkers. Met maar liefst 86% van de vacatures die salarisinformatie bevat, laat Oostenrijk niet alleen andere Europese landen ver achter zich, maar ook andere wereldeconomieën als de Verenigde Staten (54%) en Canada (42%). Nederland doet aardig mee, met 34% (slechts ietsjes achter #4, het Verenigd Koninkrijk, met 38%), maar bij de Oostenrijkers komen ‘we’ dus nog niet in de buurt.

Strijdonk baseert zich op een analyse van 4 miljoen vacatures, van meer dan 100.000 werkenbij-sites. Hij voerde de analyse uit over vacatures tussen januari en maart dit jaar. Het blijkt dat met name landen als Zweden (met pas 3% vacatures mét salarisinformatie) nog wel een inhaalslag te maken hebben, maar ook bijvoorbeeld Frankrijk (18%), Duitsland (15%), Spanje, Italië (beide 9%) en – vooral: België. Hier staat pas in 8% van de vacatures informatie over salaris vermeld. Daarmee scoren deze (grote) Europese landen bijvoorbeeld nog minder transparantie dan landen als Indonesië (25%), Australië (20%) en Nieuw-Zeeland (18%).

Nog veel werk te doen

De analyse van Strijdonk sluit aan bij die van Jobdigger, dat recent op dit onderwerp ook de peilstok in de internationale vacaturemarkt stak. Ook bij hen blijkt Oostenrijk – met enige afstand – de Europese koploper, gevolgd door Nederland, en dan – in de achterhoede – Frankrijk en Duitsland, met België als de hekkensluiter van de 5 onderzochte landen. Met name bij onze Zuiderburen lijkt dus nog veel werk te doen voor 7 juni 2026, als de Europese Richtlijn voor loontransparantie in werking treedt, al is het ook dan nog niet verplicht om al in de vacature salarisinformatie op te nemen.

Opvallend is dat in Oostenrijk nu al het aantal vacatures met salarisinformatie hoog is, maar dat er hier ook een duidelijk opwaartse lijn te zien is, wat bij de andere onderzochte landen veel minder het geval lijkt. Dat heeft onder meer te maken met de wetgeving in Oostenrijk, zo blijkt, omdat elk bedrijf er wettelijk verplicht is om het salarisbereik – of op zijn minst het minimumsalaris voor de specifieke sector – in vacatures te vermelden. 

‘In tijden van krapte kunnen werkgevers het zich minder goed permitteren om in een vacature geen salaris(indicatie) te zetten.’

Jobdigger stelt dat ook de afnemende krapte op de arbeidsmarkt er iets mee te maken kan hebben dat de groei niet doorzet. ‘In tijden van krapte kunnen werkgevers en bemiddelaars het zich minder goed permitteren om in een vacature geen salaris(indicatie) te zetten. Kandidaten haken immers mogelijk eerder af als een vacature zulke informatie niet bevat.’

Opleidingsniveau maakt uit

Na Oostenrijk blijkt Nederland in Europa dus koploper in het vermelden van het salaris in vacatures. Is er dan ook verschil in salarisvermeldingen tussen de verschillende opleidingsniveaus? Jobdigger bekeek hiervoor de meest gevraagde opleidingen in Nederland (universiteit, hbo, mbo en vmbo). Daaruit blijkt dat met name in vmbo-vacatures veel minder dan gemiddeld informatie is terug te vinden over het te verwachten salaris. Terwijl juist déze doelgroep dit soort informatie wel zeer belangrijk vindt in de zoektocht naar een baan.

Volgens Strijdonk laten de gegevens in elk geval wel een ‘groeiende wereldwijde beweging richting salaristransparantie’ zien, ‘zij het met aanzienlijke regionale verschillen’. Ook merkt hij op dat landen en staten met specifieke wetgeving op dit gebied gemiddeld beter scoren, al is dat voor de hoge positie van Oostenrijk nog niet echt een verklaring: ook daar moet de Europese richtlijn immers nog worden omgezet in wetgeving. Maar kijkend naar de VS, dan zie je bijvoorbeeld wel dat staten mét zulke regelgeving gemiddeld (flink) beter scoren dan staten zonder. 

Geen salarisverleden vragen

De Europese Richtlijn voor loontransparantie verplicht werkgevers per 7 juni 2026 een gelijke beloning te bieden voor gelijk werk of werk van gelijke waarde. Ook mogen kandidaten in een sollicitatiegesprek niet meer worden gevraagd om hun salarisverleden. Werkgevers moeten daarnaast voor de sollicitatiegesprekken het salaris (of de salarisbanden) delen met kandidaten. Dat kan dus óf in de vacaturetekst zijn, óf voor aanvang van de gesprekken. Grote werkgevers (>250 werknemers) moeten hier bovendien elk jaar over rapporteren, kleinere werkgevers (>100 werknemers) elke 3 jaar.

Opvallend is dat Indeed overigens met licht andere cijfers komt. In hun analyse over 6 landen scoort het VK het hoogst, zoals ook in de eerder genoemde onderzoeken (Oostenrijk zat hier niet bij). Maar Frankrijk doet het bij de vacatures van Indeed gemiddeld beter dan Nederland, dat overigens nog altijd relatief wel bijna drie keer zoveel vacatures met salaris(indicaties) telt als ons grootste buurland, Duitsland. Uit cijfers van Indeed blijkt voorts dat vacatures met een salarisvermelding gemiddeld 45% méér sollicitaties ontvangen, een gemiddeld 34% lagere cost-per-apply hebben en gemiddeld 19% meer positieve uitkomsten.

Méér sollicitanten (?)

Uit recent onderzoek van Nationale Vacaturebank en onderzoeksbureau Q&A onder 1.000 werkzoekenden blijkt dat bijna 60% zegt sneller te solliciteren op een vacature als een salarisindicatie wordt gegeven. Die roep om transparantie is vooral sterk onder jonge sollicitanten. In de groep 18 tot 29 jaar zegt zelfs 84% eerder te reageren op vacatures mét salarisinformatie. ‘Wil je jong personeel aantrekken? Dan kun je eigenlijk niet eromheen om in de vacature een salarisindicatie te geven’, aldus Sharita Boon, directeur van Nationale Vacaturebank. ‘Transparantie zorgt voor tevredenheid, snellere procedures en voorkomt teleurstelling achteraf.’

‘Wil je jong personeel aantrekken? Dan kun je eigenlijk niet eromheen om in de vacature een salarisindicatie te geven.’

Uit grootschalig onderzoek op Werkzoeken.nl op basis van zo’n 400.000 vacatures blijkt ook duidelijk dat vacatures mét salarisvermelding een hogere conversie hebben. Dit vacatureplatform houdt het op gemiddeld 25,7% méér sollicitanten bij vacatures met salarisvermelding, met onderwijs als uitschieter, met maar liefst 285%. Heel opvallend: in de horeca, engineering, agrarische sector en detailhandel verláágt salarisvermelding hier juist (licht) de conversie. Wat overigens vooral iets lijkt te zeggen over de gemiddelde salarisniveaus in die sectoren, en dus ook over het belang van eerlijkheid vooraf.

Lees ook