Zodra het over ‘organisatiecultuur’ gaat, lijken ze welhaast niet te temmen. De één nog enthousiaster en spraakwatervalliger dan de ander. Alsof ze voor eens en voor altijd willen duidelijk maken: het belang van cultuur mag je nóóit, nee, nóóit onderschatten. ‘Een merk met een sterke cultuur laat je 50 kilometer verder rijden, langs 10 concurrenten, voor 10 procent minder salaris. Zó’n bedrijf bouwen, dat is de kunst’, aldus Ton Rodenburg. Waarop Marco Dalmeijer aanvult: ‘Iedereen heeft dezelfde technologie. Daar maak je dus het verschil niet mee. Cultuur is het enige duurzame concurrentievoordeel. Dát is het kapitaal van de organisatie.’
‘Cultuur is het enige duurzame concurrentievoordeel.’
De ene is de oude rot in het vak, co-founder, heeft bij menig organisatie in de cultuurkeuken rondgesnuffeld, was ooit de tweede voorzitter van Recruiters United. De ander is ook bepaald geen rookie, maar wel pas net begonnen – als Strategy Director – bij het Rotterdamse Clubgeist, dat bekend staat als employer branding-bureau, maar liever veel verder kijkt dan dat. ‘Het gaat bij ons om twee dingen’, benadrukt Rodenburg. ‘Allereerst: het vinden van de clubgeist, het vastgrijpen van wat een organisatie echt onderscheidt. En ten tweede: dat op alle aspecten versterken, dus niet alleen met communicatie.’
Culture is a product
Culture is a product, zegt hij. ‘Hoe ziet het pand eruit? Hoe ziet je leiderschap eruit? En hoe je HR? Hoe doe je je onboarding? En je beoordelingsgesprekken? Dat zijn allemaal onderdelen waar je cultuur in naar voren komt.’ En communicatie is iets wat daaruit kan voortvloeien, niet andersom. ‘Wij geloven in great stories, well told. Het gaat er eigenlijk om de heartbeat van de organisatie te versterken. Zodat kandidaten kunnen weten: is dit mijn club, of niet? Omdat ik niet zozeer méér kandidaten wil, als wel: meer passende. En dat kun je niet vroeg genoeg duidelijk maken.’

‘Ik denk ook dat het belangrijk is dat je laat zien waar je níet van bent’, vult Dalmeijer hem aan. ‘Dat drijft mij ook: mensen helpen iets te gaan doen dat ze écht leuk vinden, waar ze blij van worden. Naar boven halen: wat maakt het nou bijzonder? Wat zijn de knoppen om aan te draaien om te zorgen dat het verhaal klopt, en dat we daarmee talent aantrekken dat fan blijft van de club? Die binnenkant heb je nodig om met elkaar het verhaal te vertellen.’
Van Deloitte tot Lidl
Dalmeijer werkte lang aan de corporate kant. Begon als recruiter van young professionals bij YoungCapital, werkte lang bij Deloitte als (senior) employer branding specialist, en bouwde nog veel meer ervaring op in bijna 6 jaar in een soortgelijke rol bij Lidl. Na relatief kortere uitstapjes bij Just Eat Takeway, Danone en EIFFEL is hij nu dus – min of meer voor het eerst – aan de bureaukant beland. Een gevolg van een al jarenlange relatie met Rodenburg, vertelt hij. ‘Als broekie ging ik in 2008 naar een event waar ik Ton hoorde spreken over merkbeleving. Toen zijn we in gesprek geraakt. En dat is eigenlijk sindsdien nooit echt gestopt.’
‘We zijn i n2008 in gesprek geraakt. En dat is eigenlijk sindsdien nooit echt gestopt.’
En zo kwam van het een het ander, vult Rodenburg zijn nieuwe collega aan. ‘Ik ben nu 62’, zegt hij. ‘Niet dat ik wil stoppen of zo, maar dit is best een pittige sport. En ik hoef niet meer zo nodig elke week in de spits te staan. Toen ben ik gaan rondkijken: wie in mijn omgeving heeft nu een uniek talent dat hier zou passen? Iemand die kan verbinden, iemand die durft?’ Een opvolger? Een kroonprins? Zo wil hij het niet stellen, benadrukt hij. ‘Er is nooit een nieuwe Ton, altijd een unieke Marco. En we geloven hier niet in koningen. We willen dit wel een duurzaam bedrijf laten zijn. En dus is het goed te kijken naar de next gen. En dan vind ik het ongelooflijk leuk dat Marco dit avontuur ook zag zitten.’
Voorwaartse energie
Rodenburg zegt altijd op zoek te zijn naar mensen ‘met trekkracht’, ‘mensen met voorwaartse energie, die beweging kunnen veroorzaken.’ Dat is een schaars talent, zegt hij. ‘Ga eens op een podium staan, durf te betoveren. Neem de verantwoordelijkheid. Wij doen dit vak uit passie. Omdat ik mateloos gefascineerd ben door organisaties, en hoe je een groep mensen onderling verbindt. Dat blijf ik interessant vinden. Sterker nog: hoe meer je ziet, hoe minder je er soms van snapt.’ Maar dat houdt hem juist nieuwsgierig, benadrukt hij.

‘Hoe meer je ziet, hoe minder je er soms van snapt.’
Dat betoveren, dat probeerde Dalmeijer al regelmatig te doen, vult hij aan. Zoals laatst nog, bij Tellent op het podium. ‘Ik heb me altijd al op de hele talent journey gefocust. Dat gaat niet alleen om de instroom, maar dat gaat erom dat je in de basis een goede werkgever wilt zijn, en dat wilt etaleren. Het unieke verhaal, dat vertaal ik altijd naar: het iconische verhaal van een werkgever. Dat je bijvoorbeeld één keer per jaar iets groots doet, en daar dan ook een groots verhaal omheen vertelt. Dat hoeft echt niet altijd tonnen te kosten. Het gaat erom dat je de identiteit van de organisatie gebruikt om een doelgroep echt in beweging te krijgen.’
Helderheid en onderscheid
Rodenburg vult aan. ‘Je werkmerk, dat moet een soort sense making zijn, een emotioneel anker voor kandidaten. Met energie, helderheid én onderscheid, daar is momenteel veel behoefte aan. To reveal what’s already there, waarbij je altijd één stap vooruit mag lopen op hoe het nu is, nooit twee. Want dan vertel je de waarheid niet meer. Het gaat erom dat je cultuur versterkt wordt vanuit de spiegel. Anders wordt het marketing. Dan wordt het een bullshit story well told, en daar heb je niets aan.’
‘Een bullshit story well told, daar heb je niets aan.’
‘Ik vind dat persoonlijk zelfs onethisch’, aldus Dalmeijer. ‘Dan neem je levenstijd af van iemand met een onwaar verhaal. Dat kun je je in de huidige arbeidsmarkt echt niet permitteren, vind ik. Daarom wil ik organisaties ook in de eerste plaats challengen om een goede werkgever te zijn. Maar zonder leiderschapscoach te willen zijn of zo. Want het gaat ook om dat well told, en daar zijn wij dan weer van. Wat zijn de knoppen om te zorgen dat het verhaal ook klopt? Daarom voelde ik me hier ook meteen thuis. Dat zit hier zó in de organisatie, ik ben er trots op dat ik daar nu aan mag bijdragen.’






















