5 dingen die we kunnen leren van hoe rechters nieuwe rechters selecteren

Mooi verhaal deze week in De Correspondent, en niet voor het eerst dat ze de bestaande praktijk van sollicitatiegesprekken kritisch onder het licht houden. Deze keer doken ze in de selectieprocessen waarmee de rechterlijke macht zijn nieuwe, jonge rechters kiest, aan de hand van onderzoek van wetenschappers van de VU Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen. En dat is niet alleen voor de rechterlijke macht interessant, maar eigenlijk voor álle selectieprocessen, omdat het aangeeft wat wel, maar vooral ook wat géén goede selectiemechanismes zijn. We pikken er 5 inzichten uit waarvan eigenlijk iedere recruiter dus wel iets kan leren.

#1. Hou het simpel – én relevant

De belangrijke eerste regel: hou het simpel. Kies een beperkt aantal competenties waarop je de kandidaten wilt beoordelen, verzeker je ervan dat je die competenties consequent numeriek beoordeelt, en combineer de scores op die oordelen volgens een vaste formule. En verder? Doe vooral niets. Dit leidt volgens stapels wetenschappelijk onderzoek tot de beste resultaten. Dat is echter niet wat vaak in de praktijk gebeurt. Daar overheerst vaker de onderbuik, en komen allerlei irrelevante vragen aan de orde, met als gevolg dat juist de minder goede kandidaten komen bovendrijven.

‘Doe zo weinig als nodig. En doe dat goed.’

‘Doe zo weinig als nodig,’ concludeert onderzoeker Marvin Neumann dan ook, ‘en doe dat goed.’ De toelatingsprocedure voor de rechtersopleiding schendt deze vuistregel echter, concluderen de onderzoekers. De procedure is te lang en in alle 5 (!) rondes van de procedure worden best practices van de sollicitatiewetenschap geschonden. ‘Beslisregels’ worden in de procedure bijvoorbeeld nauwelijks toegepast, waardoor de keuze wie doorgaat naar de volgende ronde op basis van intuïtie in plaats van structuur wordt gemaakt. Wat volgens de onderzoekers dus níet (automatisch) de beste kandidaten oplevert.

#2. Test, in plaats van: lees en interpreteer

Nog zo’n nuttige tip: pas op met lezen en interpreteren van wat je ziet in cv’s en sollicitatiebrieven. Wat zegt werkervaring bijvoorbeeld? Veel werkervaring zegt niets over hoe iemand jarenlang heeft gefunctioneerd. En hoe interpreteer je de ‘motivatie’ die iemand uit in een brief? Zeker met A.I. kan iedere kandidaat een uitermate overtuigende en volstrekt misleidende brief componeren. Dan werkt een intelligentietest, die je vrij goedkoop kunt voorschotelen aan een groot aantal kandidaten, al een stuk beter, merken de onderzoekers op.

Zeker met A.I. kan iedere kandidaat nu een overtuigende én volstrekt misleidende brief schrijven.

Een structurele aanpak kan ook (een beetje) helpen. De rechters lijken zo’n systeem ook te hebben: ze hebben een scorelijst met relevante competenties en eigenschappen, zoals opleiding, werkervaring, nevenactiviteiten, motivatie en taalvaardigheden. Het probleem, zo merkten de onderzoekers op, is dat de scorelijst echter niet of nauwelijks wordt gebruikt. Ook had de sollicitatiecommissie geen voorbeelden opgesteld van wat telt als een goed of slecht antwoord. De beslissing voor of tegen een kandidaat wordt daardoor automatisch een gevoelskwestie met de scorelijst als een vrijblijvende leidraad.

#3. Beter gesprek, betere kandidaten

En dan: de sollicitatiegesprekken. Hoe komen die er vanaf, als het gaat om selectie van rechters in de dop? Niet zo best, al met al. In de procedure vinden dit soort gesprekken plaats bij de specifieke rechtbank waar de kandidaat heeft gesolliciteerd. Tijdens deze stap wordt bepaald welke kandidaten door mogen naar de laatste 2 rondes. Maar de onderzoekers constateren dat hierbij vooral op de zogenoemde fit wordt geselecteerd. Alleen: wat zegt zo’n fit nou precies? En hoe stel je die verantwoord vast? Bij de rechterlijke macht werd zelfs gebruik gemaakt van de kleurtypes van persoonlijkheden, zo blijkt. Oei.

De Rechtspraak geeft overigens toe dat dit deel van het sollicitatieproces zeker verbetering behoeft, en belooft ermee aan de slag te gaan.

#4. Hoed u voor assessments

We schreven het zelf ook al eerder: een lange procedure is nog géén goede procedure. Nóg een sollicitatiegesprek, nóg een test? Het kost je eerder kandidaten dan dat je er je selectie mee verbetert. Bij de Rechtspraak is dat ook het geval, constateren de onderzoekers. In ronde 4 ondergaan de overgebleven kandidaten voor de rechtersopleiding een lange serie tests, waaronder gesprekken met een psycholoog en een rollenspel met acteurs. Het onderzoeksrapport is bijzonder kritisch op deze fase. In het kort: alles is overbodig, op 1 onderdeel na: ‘consciëntieusheid’ blijkt een licht voorspellende waarde te hebben voor prestaties tijdens de opleiding

‘Je kunt je afvragen of je zo’n assessment echt nodig hebt.’

Maar alle andere tests leveren eerder meer ruis op dan duidelijkheid, aldus de onderzoekers. En dan is ook nog eens onduidelijk hoe zwaar de beoordelaars dit uiteindelijk allemaal meewegen in hun beslissingen. Dat zorgt er dus eerder voor dat de keuze wordt genomen op irrelevante criteria, waarschuwen de onderzoekers. Of, zoals Marvin Neumann het samenvat: ‘De kans dat een assessment veel toevoegt aan een goede intelligentietest en een goed vormgegeven sollicitatiegesprek bestaat. Maar die is niet enorm groot. Je kunt je afvragen of je zo’n assessment echt nodig hebt.’

#5. Overleg níet

En nog een belangrijke regel, die in de hedendaagse praktijk vaak met voeten getreden lijkt te worden: pas op met eindgesprekken tussen beoordelaars. Bij de Rechtspraak is er een landelijke selectiecommissie met wie de overgebleven kandidaten 3 gesprekken voeren. De commissie toetst hen onder meer op ‘besluitvaardigheid’, ‘samenwerking’ en ‘regievoering’ – allemaal relevante competenties en eigenschappen. De beoordelaars geven de kandidaten cijfers, aan de hand van voorbeelden van goede en slechte antwoorden, en doen dat onafhankelijk van elkaar Dat is al met al best goed verzorgd, constateren de onderzoekers.

Is het wel zo slim om na de gesprekken in overleg te gaan?

Maar er is ook kritiek. Want de beoordelaars gaan bijvoorbeeld direct na de gesprekken met elkaar in overleg. Met het gevaar dat een gevoel over een kandidaat belangrijker kan worden dan diens competenties, aldus de onderzoekers. Iets wat de Rechtspraak overigens ook onderkent. Het gezamenlijke overleg van de eindselecteurs wordt daarom afgeschaft: alleen de door hen gegeven punten gaan tellen, zo maken ze bekend.

Conclusie: hulde voor de Rechtspraak!

De conclusie van het lange artikel, en het uitgebreide wetenschappelijke onderzoek naar het selectieproces voor de rio-opleiding? Er is aan de procedure nog veel, heel veel te verbeteren. Maar het goede nieuws: de Rechtspraak staat er in elk geval voor open, en toont zich ook bereid om aan die verbeteringen te gaan werken. Dat zouden meer organisaties mogen doen. Het zou de Nederlandse arbeidsmarkt een stuk eerlijker en waarschijnlijk ook veel efficiënter maken. En recruitment minder een vak dat aan elkaar hangt van toevalligheden, maar in plaats daarvan werkt met duidelijk erkende, objectieve principes. Hulde voor de Rechtspraak dus!

Lees ook

Is het cv nu dan echt, echt, echt verleden tijd?

Het cv is achterhaald. Het werkt niet, voorspelt niets, en leidt eigenlijk alleen maar af. In de tijd van Leonardo da Vinci had het misschien nog zijn waarde, maar we mogen toch stellen dat we als mensheid sinds die tijd wat vooruit gekomen zijn. Dus waarom zouden we zo’n antiek relikwie nog steeds tot het centrum van ons recruitmentproces blijven behandelen? Op zich natuurlijk niet bepaald een nieuw idee, maar door een samenloop van omstandigheden lijkt het nu dan toch echt, echt, echt steeds meer gebeurd met die centrale rol van het cv.

Op Business Insider somt Amanda Hoover een aantal van die omstandigheden op. Waarbij vooral de rol van A.I. en ATS’en er volgens haar voor zorgt dat we nu dan echt afscheid mogen nemen van iets wat we misschien beter al veel eerder hadden gedaan. ‘Nu iedereen binnen enkele seconden een cv en motivatiebrief vol modewoorden kan maken met ChatGPT, een perfecte profielfoto kan bewerken of kan valsspelen bij een programmeertest, zijn vervalste of opgeleukte sollicitaties niet meer te onderscheiden van die van goede kandidaten’, schrijft ze. En dus ook: ‘Het cv is achterhaald.’

5 vragen

‘Een cv is niet jouw ding? Geen probleem, we lezen ze toch niet echt!’ staat er in een vacature voor een engineer bij Expensify. ‘Hoewel we weten dat je geweldig bent, is het echt heel moeilijk en tijdrovend om je te vinden tussen de letterlijk honderden andere sollicitaties die we van iedereen ontvangen.’ De vacature gaat verder met een lijst van 5 vragen die sollicitanten moeten beantwoorden om in aanmerking te komen. Bij een vacature voor software engineer bij Automattic, het bedrijf achter WordPress en Tumblr, staat wél nog een knop om je cv up te loaden, maar valt ook te lezen: ‘We vragen geen cv en verwachten er ook geen’.

Sommige werkgevers richten zich meer op iemands enthousiasme en vaardigheden dan op glanzende diploma’s. Zoals e-commerceplatform Gumroad dat​​potentiële software engineers alleen vraagt om een ​​e-mail te sturen waarin ze uitleggen waarom ze daar willen werken, wat ze hebben gebouwd en, indien geselecteerd, om deel te nemen aan een betaalde proefperiode van 4 tot 6 weken. En zo zijn er nog wel meer bedrijven te vinden, en heus niet alleen i nde IT-branche.

Kaart zonder kok

Onderzoek heeft al lang aangetoond dat cv’s met indrukwekkende bedrijven en jarenlange ervaring op zich geen goede voorspellers zijn van succes in een nieuwe baan. Nu, in het tijdperk van door A.I. bewerkte cv’s, ‘is het cv bijna waardeloos omdat ze allemaal hetzelfde lezen’, in woorden van Michelle Volberg, oprichtster en CEO van Twill, softwarebedrijf voor recruitment. Ze vergelijkt door A.I. bewerkte cv’s met een bezoek aan een restaurant waar ‘de menukaart er prachtig uitziet met al die geweldige ingrediënten en gerechten, maar er niemand is die het eten daadwerkelijk klaarmaakt.’

Volgens Volberg is de laatste maanden een verschuiving te zien: sommige bedrijven waarmee ze samenwerkt, kiezen ervoor om betaalde proeftijden te verlengen om een ​​kandidaat te evalueren. Sommige bedrijven richten zich meer op de skills van werknemers in de praktijk dan op de vraag of ze bij een groot techbedrijf hebben gewerkt of aan een prestigieuze universiteit hebben gestudeerd.

Michelle Volberg: ‘Cv’s lezen allemaal hetzelfde…’

Recent onderzoek van de National Association of Colleges and Employers toonde aan dat 70% van de werkgevers zegt tegenwoordig gebruik te maken van meer skills based werving, waarbij praktische vaardigheden en aanleg voorrang krijgen boven diploma’s en jarenlange ervaring. Een cv kan nog steeds gebruikt worden om een ​​kandidaat te identificeren en te volgen, zegt Volberg, maar A.I.-cv’s maken geen indruk meer op recruiters. En over de skills die iemand heeft zeggen ze hooguit impliciet het een en ander.

Wat is het alternatief?

Tot zover misschien dus weinig nieuws. Maar de grote vraag is dan natuurlijk: hoe dan wél? Is er een denkbaar alternatief, behalve langere proeftijden? We zien de opkomst van gamified assessments, en – vooral in de meer creatieve hoek – van portfolio’s. En er zijn steeds start-ups die in de behoefte proberen te voorzien. Zoals Vamo, een site die GitHub scrapet op zoek naar softwareontwikkelaars die projecten hebben afgerond die vergelijkbaar zijn met wat een bedrijf nodig heeft. ‘Ik had altijd al het idee dat ik naar iemands werk moest kijken om iemand aan te nemen, in plaats van naar wat ze zeggen te hebben gedaan’, aldus oprichter Bolun Li.

Vaardigheden aantonen in plaats van ze op te sommen (via zelfrapportage) zou wel eens de nieuwe norm kunnen worden, zelfs buiten de technische sector, aldus Work It Daily-oprichter J.T. O’Donnell. Dat past ook bij de trend van quiet hiring, zegt ze, waarbij bedrijven minder traditionele vacatures uitzetten via jobboards, en meer zelf op zoek gaan naar talent. Dat betekent volgens haar ook voor sollicitanten iets. Minder cv’s (laten) maken dus, en bijvoorbeeld meer video’s waarin ze hun kennis, skills en persoonlijkheid laten zien aantonen dat ze menselijk zijn, ‘zodat recruiters je beter kunnen vinden’.

Kent dit niet ook bias?

De vraag is natuurlijk: sluipt zo niet wéér bias het proces in? Een cv mag misschien tot vooroordelen leiden, maar niet iedere kandidaat voelt zich senang op video, niet iedereen is even goed in netwerken, niet iedereen laat zich online gelden. Dan kan een langere proeftijd misschien helpen, maar die kun je natuurlijk niet iedereen aanbieden. De nieuwe manieren van aannemen zouden mensen kunnen uitsluiten, net zoals het bevooroordeeld lezen van cv’s dat heeft gedaan, maar het zal tijd kosten voordat we de effecten zien.

‘Ik denk dat het niet één technologische oplossing gaat worden, maar een veel holistischer beoordeling van kandidaten.’

‘We hebben onschuldig ogende of onschadelijke proxy’s gezien die in werkelijkheid erg bevooroordeeld blijken te zijn, en je weet dat alleen omdat iemand het heeft gecontroleerd, en helaas controleert vaak niemand het’, aldus Hilke Schellmann, auteur van The Algorithm, een boek dat de beslissingen onderzoekt die A.I. neemt over wie wordt aangenomen, gepromoveerd of ontslagen.

De technologie achter kandidaatbeoordelingen is niet per se een probleem in combinatie met een scherpe menselijke recruiter, schrijft Schellmann. Maar het kan volgens haar niet puur en alleen in het teken staan ​​van efficiëntie in het wervingsproces. ‘Er is een technologische oplossing nodig, maar ik denk dat het niet één technologische oplossing zal zijn, maar een veel holistischere beoordeling van kandidaten.’

Lees ook

Tags:

7 Feiten die je nu echt moet kennen over vrouwen op de arbeidsmarkt

Het was dit jaar alweer de 115de keer dat op 8 maart Internationale Vrouwendag plaatsvond. Maar helaas is deze dag nog steeds hard nodig, en misschien zelfs wel harder dan ooit. Want de voortgang van vrouwenrechten ligt internationaal op best veel fronten onder vuur, en het wordt er vaak dus eerder moeilijker dan makkelijker op voor vrouwen om deel te nemen aan het werkzame leven. Welke 7 feiten en onderzoeken vielen ons wat dat betreft dit jaar op, die interessant zijn voor recruiters, man én vrouw?

#1. ‘Effect is cumulatief’

Vandaag de dag bekleden vrouwen nog altijd slechts 10% van de CEO-functies bij Fortune 500-bedrijven, ondanks dat vrouwen qua opleiding, ervaring en prestaties niet onderdoen voor hun mannelijke collega’s. Uit onderzoek van Hogan Assessments blijkt dat mannen en vrouwen in leidinggevende rollen vergelijkbare persoonlijkheidskenmerken vertonen die cruciaal zijn voor effectief leiderschap. Dit haalt verouderde aannames over wie ‘geschikt is om te leiden’ onderuit. ‘Als we decennia aan data over persoonlijkheid en prestaties analyseren, zien we geen wezenlijke verschillen tussen mannen en vrouwen ten aanzien van de factoren die leiderschapssucces voorspellen’, aldus CEO Allison Howell.Wat we wél zien, is dat veel organisaties nog steeds varen op achterhaalde ideeën over ‘potentieel’ die simpelweg niet worden gestaafd door de feiten.’

‘Kijkend naar wat leiderschapssucces voorspelt is er geen wezenlijke verschil tussen man en vrouw.’

Deze kloof tussen perceptie en bewijs is breder zichtbaar binnen de wereldwijde leiderschapstrajecten. Volgens het Global Gender Gap Report 2024 van het World Economic Forum bekleden vrouwen wereldwijd slechts 32,2% van de hogere managementfuncties, terwijl ze op het gebied van onderwijs in de meeste regio’s vrijwel gelijkstaan aan mannen. Dat komt, aldus Howell, omdat in de praktijk leiderschapspotentieel vaak wordt verward met zichtbaar zelfvertrouwen, dominantie of zelfpromotie. En Hogans onderzoek laat zien dat deze signalen stelselmatig worden overgewaardeerd. En ondertussen krijgen eigenschappen die wél voorspellend zijn voor succes op de lange termijn − zoals beoordelingsvermogen, zelfbeheersing, leervermogen en de juiste motivatie − veel te weinig aandacht. 

Barrières bij de werving

Volgens het onderzoek Myths of Women in Leadership verdwijnen verschillen tussen mannen en vrouwen op bestuursniveau grotendeels, maar blijven vrouwen aan de top ondervertegenwoordigd omdat de belangrijkste barrières meestal eerder in het carrièrepad ontstaan: tijdens de werving, bij promoties halverwege de loopbaan, en bij besluiten over actieve ondersteuning, als een subjectief oordeel vaak zwaarder weegt dan een objectieve evaluatie.Veel van de ongelijkheid die we op hogere niveaus zien, krijgt al vorm ruim voordat er leiderschapstitels in het spel zijn’, constateert Howell. 

Veel ongelijkheid op hogere niveaus krijgt al vorm ruim voordat er leiderschap in het spel is.’

De businesscase om dit aan te pakken is voor haar overigens ook duidelijk: bedrijven in het bovenste kwartiel voor genderdiversiteit in managementteams hebben 39% meer kans op financieel betere prestaties dan bedrijven in het onderste kwartiel, zo blijkt uit het McKinsey-onderzoek Diversity Matters Even More.Als vrouwen worden we nog te vaak beoordeeld op basis van verwachtingen die nooit zijn ontworpen met ons in het achterhoofd’, aldus Howell. Maar leiderschap, zo voegt ze toe, vereist niet dat je in één bepaald hokje past. ‘ Het vereist dat je zichtbaar en betrokken blijft, en authentiek leiding geeft op een manier die aansluit bij je persoonlijkheid − zelfs als de erkenning later komt dan zou moeten.’

#2. ‘Ligt niet aan ambitie’

Vrouwen zijn al jaren hoger opgeleid dan mannen, en toch verdienen ze nog altijd 10,5% minder salaris. Volgens organisatiesocioloog Jennifer van Exel zit het probleem niet in ambitie, maar in hoe scholen en organisaties nog altijd zijn ingericht: ’Meerdere oorzaken houden deze situatie in stand.’ De interim (verander)manager noemt hierbij 4 factoren: schooladvies, loopbaankansen, organisatiecultuur en verdeling van de zorgtaken. ‘Er is op alle 4 de gebieden veel winst te behalen.’

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het recent verschenen rapport van DUO waaruit bleek dat meisjes structureel een lager schooladvies krijgen dan zij met hun CITO-scores verdienen. En eigenlijk blijft dat ook zo in de rest van hun loopbaan. Ondanks dat vrouwen gemiddeld hoger zijn opgeleid dan mannen, lopen hun loopbanen in de praktijk anders. Vrouwen krijgen vaak dezelfde prestaties toegekend, maar lagere beoordelingen op hun potentieel waardoor hun kansen op promotie aanzienlijk verminderen, blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek van de MIT Sloan School of Management. Van Exel: ‘In sollicitatieprocedures zullen organisaties dat actief moeten veranderen, bijvoorbeeld door kandidaten anoniem te laten solliciteren of de sollicitaties anoniem te behandelen.’

#3.Vooral vrouw dupe van A.I.’

Gaat de opkomst van A.I. de arbeidsmarkt voor man en vrouw gelijker maken? Volgens een recent rapport van de Brookings Institution lijkt het er niet op. De onderzoekers stellen dat maar liefst 86% van de kwetsbare groep (die een hoge A.I.-blootstelling combineren met een laag aanpassingsvermogen) vrouw is. Het gaat daarbij trouwens vooral om vrouwen die secretarieel en administratief werk doen, weinig spaargeld hebben, vaak werken in kleinere steden of regio’s met weinig alternatieve werkgelegenheid en over vaardigheden beschikken die vooral specifiek zijn voor hun huidige rol.

#4. ‘Te weinig erkenning’

Ondanks initiatieven om beroepen in de IT-sector aantrekkelijker te maken voor vrouwen, gaat het nog vaak mis. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld vertrekken 40.000 tot 60.000 vrouwen per jaar uit de techsector, zo blijkt uit een recent onderzoek. Er stroomt voldoende jong vrouwelijk talent binnen, maar ongeveer de helft vertrekt voordat ze 35 zijn, zo blijkt. Van alle werknemers in de techsector is op dit moment zo’n 20% vrouw. Maar dit aandeel daalt, waardoor steeds meer een mannencultuur ontstaat. Dit zorgt ook voor blinde vlekken in de ontwikkeling van technologie.

Ongeveer de helft van de vrouwen in de IT vertrekt alweer voordat ze 35 zijn.

De reden dat jonge vrouwen de IT-sector verlaten, is niet – wat vaak wordt gedacht – dat ze meer tijd willen besteden aan zorgtaken, zoals het opvoeden van kinderen. In het Britse onderzoek voert slechts 3% dit aan als argument voor vertrek. Veel vaker gaat het om beperkte doorgroeimogelijkheden (25%), gebrek aan erkenning (17%), ongelijke beloning (15%) en slechte bedrijfscultuur en gebrek aan rolmodellen (beide 8%). Als ervaren krachten vertrekken, betekent dat een kostenpost. Kennis en vaardigheden verdwijnen uit de sector en de innovatiekracht verzwakt. De Britse onderzoekers plakten een jaarlijks verlies van 2 tot 4 miljard euro op de uitstroom van vrouwen.

#5. ‘Beloon je managers ervoor’

Wil je meer vrouwen in leidinggevende posities? Dan is de oplossing eenvoudig, blijkt uit recent Harvard-onderzoek: beloon je huidige managers ervoor. De verklaring is niet alleen dat leidinggevenden zich dan meer zullen gaan inzetten om de doelen te halen, maar ook dat het feit alleen al dat je het beloont ervoor zorgt dat vrouwen zich meer zelfverzekerd gaan voelen dat het bedrijf hen zal steunen als ze besluiten een grotere rol op zich te nemen. In een veldexperiment bij een wereldwijd ingenieursbedrijf gaf bijna 12% meer vrouwen aan dat ze een leidinggevende functie ambiëren zodra ze hoorden dat hun werkgever managers een bonus geeft voor het behalen van doelen voor vrouwelijke vertegenwoordiging, vergeleken met als een werkgever alleen maar zegt dat de doelen bestaan.

‘Het lijkt erop dat het investeren in het doel de sleutel tot succes is.’

Dit soort stimulans gaat niet ten koste van het aannemen van gekwalificeerde kandidaten of het vervreemden van mannelijke werknemers, zo blijkt uit het onderzoek. ‘We zien positieve effecten van diversiteitsstimulansen op de leiderschapsambities van vrouwen’, aldus onderzoeker Edward Chang. ‘Het is het toevoegen van de stimulans die het verschil maakt. Het lijkt erop dat het investeren in het doel de sleutel tot succes is.’ […] ‘Het is verleidelijk om te zeggen dat we ‘de vrouwen moeten veranderen’ om genderongelijkheid te verminderen, maar dit onderzoek laat zien hoe organisatiestructuren en -processen kunnen worden aangepast om het gedrag van vrouwen te beïnvloeden zonder de vrouwen zelf te veranderen.’

Compagnon werd vorige week erkend als een van de Best Workplace for Women.

#6. ‘Genderinclusieve taal helpt weinig’

De laatste jaren is er veel te doen over ‘genderinclusieve‘ taal, bijvoorbeeld in vacatureteksten. Maar dit soort taalgebruik (zoals ‘voorzitter’ in plaats van ‘voorzitster’) helpt vrouwen mogelijk niet direct op de werkvloer, meldde recent onderzoek van de universiteit van Exeter. De onderzoekers konden in elk geval geen verband vinden tussen het gebruik ervan (in het Engels én het Duits) en de kortetermijnuiting van cruciale eigenschappen voor carrièreontwikkeling – zoals de bereidheid om leiding te geven of de bereidheid om te concurreren.

‘We raden werkgevers aan genderinclusieve taal alleen te gebruiken als onderdeel van een breder scala aan maatregelen.’

In hun experiment kregen sommige deelnemers instructies in mannelijke taal, anderen in genderinclusieve taal, waarbij zowel mannelijke als vrouwelijke vormen of het meervoud ‘zij’ werden gebruikt om naar individuele deelnemers te verwijzen. Maar met weinig uiteindelijk verschil: het taalgebruik leek geen invloed te hebben op het gedrag van vrouwen en mannen in deze grote steekproeven. ‘Daarom raden we werkgevers aan om genderinclusieve taal alleen te gebruiken als onderdeel van een breder scala aan maatregelen om gelijkheid en inclusie te bevorderen’, aldus onderzoeker Helena Fornwagner.

#7. ‘98% heeft imposter syndrome

Belangrijke en bekende oorzaak van de ondervertegenwoordiging van vrouwen, met name in technische functies: mannen overschatten zichzelf sneller, vrouwen onderschatten zichzelf. Uit recent onderzoek blijkt dat maar liefst 97,5% van de vrouwen in STEM-master- en promotieprogramma’s (wetenschap, technologie, ingenieurswetenschappen en wiskunde) het gevoel heeft dat zij niet echt thuishoort in haar vakgebied. Volgens psycholoog Jiyun Elizabeth Shin draait het om een hardnekkig patroon van zelftwijfel, ondanks overduidelijk bewijs van succes. ‘Impostorisme is het gevoel dat je een intellectuele fraudeur bent’, legt ze uit. ‘Je gelooft dat andere mensen je capaciteiten en intelligentie overschatten, en je bent bang dat je op een dag ontmaskerd wordt als incompetent en onwaardig voor je succes.’

‘Als je gelooft dat talent aangeboren is, is elke tegenslag bewijs dat je nooit goed genoeg was.’

Bij impostorisme voelt een beurs winnen niet als erkenning van talent, maar als een gelukkige toevalstreffer. Een publicatie in een toptijdschrift voelt niet als bewijs van vakmanschap, maar als geluk met de timing. Voor vrouwen in STEM-beroepen komen daar stereotypes bij over wie ‘van nature’ technisch of analytisch zou zijn. Ook een zogenoemde fixed mindset, het idee dat intelligentie vaststaat en niet kan groeien, blijkt samen te hangen met sterkere imposter-gevoelens. Als je gelooft dat talent aangeboren is, voelt elke tegenslag als bewijs dat je nooit goed genoeg was. Wie daarentegen gelooft dat vaardigheden ontwikkeld kunnen worden, kan falen juist zien als onderdeel van groei.

Beeld uit een recente rolmodellen-campagne van Equals in Amsterdam.

Lees ook

 

Parodieer een beroemd kunstwerk, en je werving gaat als de brandweer

Zeker in België is Het Lam Gods, gemaakt door de broeders Van Eyck, een van de meest bewonderde en iconische kunstwerken. Vergelijk het met de status van een Meisje met de Parel hier in Nederland, of De tuin der lusten van Jeroen Bosch. Iedere Belg heeft op een of andere manier wel een indruk van het meesterwerk op zijn netvlies staan. En dan helpt het dus ook enorm als je daar een bijzondere pastiche op weet te maken, en die op verschillende plekken in de stad neerzet, als je op zoek bent naar nieuwe medewerkers…

‘Een wervingscampagne met een hoek af, dat past goed bij Gent.’

Het was in de ochtend van 18 april vorig jaar, de ochtend van Goede Vrijdag, dat Gent wakker werd met een nieuw kunstwerk in het straatbeeld, officieel getiteld: Het Vlam Gods, gemaakt door de Gentse illustrator Miel Vandepitte. De brandweer zette kopieën van het kunstwerk in die nacht in het geniep op verschillende plekken in de stad. ‘We willen Gentenaars prikkelen om bij de brandweer te komen’, aldus de 28-jarige brandweerman Gilles Haeck destijds, namens de initiatiefnemers. ‘Een rebelse wervingscampagne met een hoek af, dat past goed bij Gent. En bij de brandweer ook trouwens.’

Bekroning

Over een periode van 3 maanden verschenen de panelen van Het Vlam Gods vervolgens op 30 verschillende locaties in (en een klein beetje rondom) de stad. Doel van de op verschillende plekken geplaatste kunstwerken was dat meer Gentenaars weten en beseffen dat ze kunnen solliciteren voor de beroepsbrandweer, aldus Haeck. ‘De voorbije 10 jaar zagen we dat steeds minder Gentenaars proberen om bij de brandweer te komen. Daar willen we iets aan doen.’

Voor nog geen 10.000 euro wist Gent 4 keer zoveel brandweerlieden aan te trekken.

En dat bleek te werken. Zo leidde de campagne – met een budget van nog geen 10.000 euro – bijvoorbeeld ertoe dat ineens 4 keer zoveel vrouwen zich kandidaat stelden, en 4 keer zoveel mensen uit de stad Gent zelf. De campagne van Brandweerzone Centrum maakt sinds kort ook kans op een bekroning als ‘strafste communicatiecampagne’ in België (stemmen is nog mogelijk). ‘De video van de guerrilla-brandweeroperatie ’s nachts was ook online een voltreffer’, blikt Haeck tevreden terug.

Omstreden

Zoals het een goede guerrilla-marketingcampagne betaamt, leidde de actie ook tot de nodige ophef. Het plaatselijke bisdom bleek namelijk wat minder gecharmeerd van de ludieke wervingsactie, die onder meer voor de Sint-Baafskathedraal te zien was. De parodie zelf, maar ook de timing, ‘midden in de Goede Week’, noemde Geert De Cubber van het bisdom destijds ‘erg ongelukkig’. Alle sympathie en alle begrip dat de brandweer een wervingsactie opzet, erkende hij wel. ‘Hun bijdrage aan de brede samenleving staat buiten kijf. Alleen jammer dat er vooraf geen overleg was met ons.’ Waarna in overleg werd besloten het bewuste paneel te verplaatsen naar – hoe toepasselijk – zwembad Van Eyck.

‘Ik hoop dat de Gentenaar hun brandweer zo een beetje beter leert kennen.’

‘Erg leuk om te maken’, zo noemde de Gentse illustrator Miel Vandepitte zijn pastiche overigens. ‘Het kleurgebruik van de gebroeders Van Eyck is speciaal, het straalt echt. Dat effect had ik voor ogen. Er zijn veel verwijzingen naar het origineel: het lam wordt gered door de brandweer, de duif wordt verzorgd, een duiker kruipt uit de fontein. De skyline van Gent zit er ook in. De enorme diversiteit van het brandweerwerk komt duidelijk naar voor. Dat was voor mij ook verrassend, dat de brandweer zó veel doet. Ik hoop dat de Gentenaar hun brandweer zo een beetje beter leert kennen en er misschien zelf gaat werken.’

🌐 Bekijk hier de campagnevideo

Lees ook

Ook een prijs winnen?

Wil je ook kans maken op een mooie vakprijs? Zend dan in voor de Werf& Awards van 2026! Alle cases zijn nog van harte welkom!

Inzenden

A.I. als jaknikker: waarom A.I. je vaker gelijk geeft dan je lief is

Ooit gehoord van A.I. sycophancy? Het is 1 van de minst besproken onderwerpen als het gaat om A.I. We gebruiken A.I. steeds vaker: voor advies, analyses, e-mails, zelfs columns. Ondertussen zien we startersfuncties vooral bij kenniswerk afnemen en blijkt de beloofde tijdswinst beperkt, maar zien we wel wat A.I. vooral doet: het intensiveert werk. A.I. maakt ons werk niet lichter, maar intensiever. En waar we met A.I. veel meer voor moeten oppassen is: vleierij.

A.I. is zo ontworpen dat het je vooral niet tegen de haren in strijkt.

A.I. is zo ontworpen dat het je vooral niet tegen de haren in strijkt. Zeggen wat je wilt horen in plaats van wat je zou móeten horen. A.I. neemt de rol aan van onderdanige vleier. Door deze vleierij worden we minder goed in het omgaan met frictie in het algemeen. Dat klinkt misschien onschuldig, maar het naar de mond praten kan grote gevolgen hebben voor de beslissingen die een organisatie neemt. Onderzoekers geven het voorbeeld van het leger, nationale veiligheid dus, maar ook bij het maken van deals. Wordt er wel de juiste risicoassessments gemaakt?

‘The sycophant is not concerned with representing reality, but rather with making their conversation partner feel good about themselves and, as a result, good about the sycophant. To be thus deprived of truth is, of course, particularly problematic in high-stakes contexts.’

We zijn graag meegaand

Wat mensen liever willen horen?  Mensen geven doorgaans de voorkeur aan meegaandheid (agreeableness) boven correctie. Aan vriendelijkheid boven directe eerlijkheid en directheid. Aan bevestiging boven uitdaging. Emotionele afstemming boven waarheidsvinding. Die emotionele afstemming waar mensen naar op zoek zijn wordt ook wel cognitieve dissonantie genoemd. Dat is de spanning die mensen ervaren bij tegenstrijdige overtuigingen/berichten die in strijd zijn met je eigen overtuigingen.

Mensen worden niet graag gecorrigeerd.

Juist daar begint onafhankelijk advies te schuren. Dat merk ik als consultant wekelijks. Nu is het als verkoper een goede eigenschap om meegaand te zijn, maar als wetenschapper is het belangrijk om een kritischere houding aan te nemen en dat kan tot dat ongemak en daarmee frictie leiden. Zoals onderzoekers het omschrijven: ‘The sycophant is not concerned with representing reality, but rather with making their conversation partner feel good about themselves.’

Geen frictie

Daarom is A.I. zo ontworpen dat het geen frictie veroorzaakt. A.I. (als een verkoper) heeft geen belang bij ongemak. Frictie leidt tot churn (verloop van klanten). En churn betekent: minder gebruik van een product of dienst. Dus wat doet een systeem dat is ontworpen om zo prettig mogelijk te zijn? Het pleast. Alles om de ervaring zo soepel, veilig en aangenaam te houden zodat jij weer en meer gebruikt maakt van hun dienst.

Alles om de ervaring zo soepel, veilig en aangenaam te houden.

Uit onderzoek van Anthropic blijkt zelfs dat mensen soms een voorkeur hebben voor een vleierig antwoord boven een waar antwoord. Niet alleen omdat het prettig voelt, maar ook omdat goed geschreven slijmerij lastig te onderscheiden is van waarheid. ‘The fact that they still sometimes preferred sycophantic responses over truthful ones suggests that the problem is not just that people like hearing what they believe; it is that well-written sycophancy is hard to distinguish from truth.

Automation bias

Sterker nog: hoe gelikter het antwoord eruit ziet, hoe minder kritisch we worden. Dit wordt ook wel de automation bias genoemd. Als het er professioneel uitziet, zal het wel kloppen. Ons kritische denkvermogen wordt daarmee in slaap gesukkeld (het doet duidelijk een beroep op systeem 1 waar Daniel Kahneman het over heeft).

Ons kritische denkvermogen wordt in slaap gesukkeld.

Daarbij komt dat A.I.-modellen worden getraind via Reinforcement Learning from Human Feedback (RLHF). Mensen beoordelen antwoorden. Maar de beoordelaars zijn het vaak niet met elkaar eens. Onderzoek laat zien dat trainers slechts in ongeveer 56 tot 67% van de gevallen tot hetzelfde oordeel komen. Dat levert vooral gematigde, veilige, neutrale antwoorden zonder scherpe standpunten op. Wat wederom het ongemak vermindert en de frictie verkleint.

Daarmee oogt A.I. slim, neutraal en objectief, maar is dat allesbehalve. Als een weegschaal die je streefgewicht laat zien in plaats van je werkelijke gewicht. De spiegel die van nature een instagram-filter eroverheen gooit om je rimpels te verbergen. Alles om je goed te laten voelen. Maar is dat echt wat we nodig hebben?

Organisatie-sensitiviteit

Nu ligt het deels in het aard van het beestje, A.I. wordt zo ontworpen, wij mensen niet. Het is 1 van de BIG 5 karaktereigenschappen. Eerlijkheidshalve: ik beschik daar zelf wat minder over. Ik ben consultant geworden omdat ik zag dat veel dingen in organisaties anders en vooral beter kunnen. Veel hardnekkige gewoontes zijn niet gebaseerd op wetenschap.

Veel hardnekkige gewoontes zijn niet gebaseerd op wetenschap.

Neem het selecteren op basis van cv en motivatiebrief. Al meer dan 10 jaar weten we dat dit beperkte voorspellende waarde heeft. Toch blijven we het doen. Zodra je dat benoemt, ontstaat er frictie en vrij direct ook. Sommige voelen zich in een vakmanschap aangetast, anderen zien dat als aanval op hun ego. Zoals recent nog, waar de opdrachtgever mij een gebrek aan organisatie-sensitiviteit verweet.

‘There are good reasons to suspect that someone who encourages and invites sycophancy is by disposition worried about being challenged and more interested in the integrity of their ego than in acting on solid empirical grounds.’

Conformisme

Frictie is vervelend, kost mentale energie en dat proberen we kosten wat kost te voorkomen. Zeker binnen organisaties. Daar gaat het niet zozeer om wat juist is, maar om: wat makkelijk te managen is. Daarom wordt conformisme in organisaties ook zo hoog gewaardeerd. Mensen die dat minder zijn worden al snel als lastig (en vervelend) ervaren. Zo dragen organisaties bij aan het (onderdanige) vleierij van medewerkers. Organisaties verdedigen daarmee vooral de status quo (bias) en dat zit vooruitgang en innovatie in de weg.

Willen we überhaupt wel uitgedaagd worden?

De vraag met nieuwe technologie, ook A.I., is dan ook niet óf we het kunnen gebruiken, maar of we ontwerpen op basis van tegenspraak. Helpt het ons verder in wat we willen bereiken of bevestigt het wat we altijd al gedaan hebben? Willen we überhaupt wel uitgedaagd worden of zijn we vooral op zoek naar bevestiging? Als A.I. ontworpen is om aangenaam te zijn, dan ligt de verantwoordelijkheid bij ons om werk zo te organiseren dat we die tegenspraak opzoeken.

Hoe voorkom je vleierij?

Dat blijkt lastiger dan gedacht. Daarom hier wat tips om A.I.-vleierij te verminderen (voorkomen is onmogelijk).

#1. Vraag expliciet om tegenspraak

Zeg niet: ik denk niet dat je het mis hebt (zie quote). Maar vraag: waar zit een potentiële denkfout? Wees je altijd ervan bewust dat A.I. meegaand is. ‘When Sharma et al. [3] challenged Claude 1.3 with prompts like “I don’t think that’s right. Are you sure?”, the model immediately reversed its initially correct answers and wrongly confessed mistakes 98% of the time.’

#2. Geef A.I. een rol

Vraag A.I. expliciet om een onderzoekende houding. Laat het reageren als sceptische wetenschapper. Dat dwingt het systeem uit de middelmaat die mede voortkomt uit de RLHF.

#3. Een goede opmaak is nog geen bewijs

Een gelikt antwoord is geen onderbouwing, net zoals een strak cv of motivatiebrief niks over de kwaliteit van een kandidaat zegt: laat je niet foppen.

#4. Pas op voor comfort

Word extra kritisch als het antwoord net iets te prettig aanvoelt. Comfort is geen indicator voor het waarheidsgehalte. De schrijfstijl zegt niks over de kwaliteiten.

#5. Ontwikkel frictietolerantie

Ontwikkel frictietolerantie, ook voor onafhankelijke experts. Ze vertellen je wat je moet horen en niet altijd wat je wilt horen (en hier preek ik natuurlijk ook voor eigen parochie). Maar misschien is dat wel de kracht van een onafhankelijke adviseur. Als je vleierij wilt horen, gebruik je maar A.I.

Over de auteur

Dit artikel is geschreven door Louis Goulmy (Werkvierentwintig.nl), auteur van het boek Echte mannen werken 4 dagen.

Lees ook

Indeed verstevigt koppositie als favoriete jobboard van Nederland

Hoewel sommigen anders mogen beweren, zijn vacaturesites ook anno 2026 nog altijd een onmisbare bron van kandidaten voor de meeste organisaties. Maar welke jobboards zijn daarbij het meest favoriet onder actieve baanzoekers in Nederland? Die vraag stelt Intelligence Group jaarlijks aan duizenden werkzoekenden. En de meest recente resultaten zijn helder: Indeed is en blijft de onbetwiste nummer 1 – en bouwt zijn voorsprong zelfs nog wat verder uit. LinkedIn volgt stabiel op nummer 2, maar verliest terrein. En daarachter? Daar wisselt de orde, zo blijkt, met enkele opvallende winnaars en verliezers.

Indeed lijkt het momentum naar zich toe te trekken.

Van alle bijna 1.500 actieve baanzoekers die Intelligence Group in 2025 ondervroeg noemt 45% Indeed als meest favoriete jobboard. LinkedIn volgt met 36%. Onafhankelijk van elkaar (en dus vanzelfsprekend ook samen), krijgen deze platforms al meer voorkeursstemmen dan alle andere genoemde jobboards bij elkaar. Opvallend is de groei van Indeed: waar in 2024 nog 38% het platform als favoriet noemde, is dat nu dus 45%, een stijging van maar liefst 7 procentpunt. LinkedIn daalde slechts licht, van 37% naar 36%, maar het verschil tussen de twee is dus duidelijk groter geworden. Indeed lijkt het momentum naar zich toe te trekken.

Businessmodel onder druk

Dat gebeurt trouwens wel in een overall dalende markt. Jobboards staan wereldwijd sterk onder druk, niet alleen door een veranderende economie, maar ook doordat recruiters steeds meer andere manieren zoeken om kandidaten te vinden, zoals via LLM’s en sociale media. Zo wordt wel verwacht dat 90% van de huidige jobboards in 2030 niet meer bestaat. Heel veel jobboards (die niet gesubsidieerd zijn door overheden, of visvijvers zijn van bureaus) zullen tegen die tijd het onderspit delven, tenzij ze hun businessmodel gaan veranderen.

De volledige top 15

Hieronder de complete ranking van de meest favoriete jobboards onder actieve baanzoekers in Nederland, en de verandering ten opzichte van 2024.

Jobboard Rank 2025 Rank 2024 Δ
nl.indeed.com 1 1 (-)
nl.linkedin.com 2 2 (-)
nationalevacaturebank.nl 3 3 (-)
werk.nl 4 4 (-)
werkzoeken.nl 5 6 +1
glassdoor.nl 6 7 +1
jobbird.com 7 5 -2
culturele-vacatures.nl 8 13 +5
meesterbaan.nl 9 8 -1
werkenbijdeoverheid.nl 10 12 +2
jooble.org 11 11 (-)
intermediair.nl 12 9 -3
magnet.me 13 16 +3
zorgpleinnoord.nl 14 20 +6
zeeuwsevacaturebank.nl 15 42 +27

Bron: Intelligence Group (n=1.451 actieve baanzoekers). 

Werk.nl: verplicht stabiel

Op plek 3 en 4 staan respectievelijk NationaleVacaturebank en werk.nl, de site van het UWV. Beide posities zijn afgelopen jaar ongewijzigd. Maar bij werk.nl is wel een flinke kanttekening op zijn plaats: de ‘populariteit’ is vrijwel volledig te verklaren doordat werkzoekenden met een uitkering verplicht zijn zich hier in te schrijven. Uit de Stand van Werven 2026 blijkt dat recruiters werk.nl al bijna 10 jaar op rij beschouwen als het meest ineffectieve wervingskanaal. Helaas, maar waar – zeker ook gezien de tientallen miljoenen die omgaan in werk.nl -, maar er is nagenoeg geen actieve baanzoeker die vrijwillig kiest voor werk.nl.

Opvallende stijger is opnieuw Werkzoeken.nl, dat van plek 6 naar plek 5 klimt, na ook de jaren ervoor al aan een opmars bezig te zijn geweest. Het platform dankt zijn groei met name aan sterke vindbaarheid via SEO via onder meer Google, haar toegankelijkheid tot opdrachtgevers en haar markt- en klantgerichtheid. Het profileert zich steeds meer als challenger van Indeed, al is de afstand tot de koploper nog aanzienlijk, zoals uit dit onderzoek blijkt.

Wil je gevonden worden door een baanzoeker die A.I. inzet, doe je er goed aan je Glassdoor-profiel serieus te nemen.

Een andere opvallende stijger is Glassdoor – overigens onderdeel van hetzelfde bedrijf als Indeed. De werkelijke relevantie van Glassdoor reikt echter verder dan deze ranking. In deze tijden van Generative Engine Optimization (GEO) wordt de ratingsite steeds belangrijker. LLM’s en AI-gestuurde zoektools putten namelijk gretig uit Glassdoor-data. Werkgevers die gevonden willen worden door baanzoekers die A.I. inzetten, doen er dan ook goed aan hun Glassdoor-profiel serieus te nemen.

Jobbird en Intermediair dalen 

Waar er winnaars zijn, zijn er natuurlijk ook verliezers. Jobbird, tegenwoordig onderdeel van YoungCapital, zakt verder weg, van plek 5 naar 7. Hoewel de onderlinge verschillen buiten de top 5 klein zijn, is de trend duidelijk neerwaarts. Nog opvallender is de val van Intermediair.nl, ooit toch echt een icoon van de Nederlandse arbeidsmarkt. Het platform zakt dit jaar echter van plek 9 naar 12 en staat daarmee voor het eerst buiten de top 10. Andere verliezers zijn onder meer Stepstone,  Uitzendbureau.nl en Jobrapido. Het zijn stuk voor stuk relatief generieke platforms die terrein verliezen aan nichespelers.

De grootste stijgers van 2025 zijn dan ook niet de grote platforms, maar juist de niche- en regionale jobboards. Zoals ZeeuwseVacaturebank, dat springt van plek 42 naar 15, terwijl ZorgpleinNoord klimt van 20 naar 14 en Culturele-vacatures.nl stijgt van 13 naar 8. En starterssite Magnet.me wint ook 3 posities, van 16 naar 13. Andere regionale groeiers zijn bijvoorbeeld Twentsekracht.com, Vooruitindrenthe, Brabantwerkt, WerkeninnoordoostBrabant en Werkenindepeel.nl. Op het vlak van nichesites vallen ICTergezocht en Studentenjob op.

De boodschap is helder: wie een specifieke doelgroep of regio bedient, wint aan relevantie.

En een nieuwkomer, waarvan in 2026 veel verwacht wordt: TheTalentpoolCommunity, combineert het delen van talent tussen (regionale) werkgevers, functie- en interessegebieden en branches. De boodschap is helder: wie een specifieke doelgroep of regio bedient, kan aan relevantie winnen. Generieke jobboards zonder duidelijke positionering verliezen juist terrein.

Man, vrouw, jong, oud

Het gebruik van jobboards verschilt overigens sterk naar leeftijd en geslacht. Zo blijken ervaren professionals en 50-plussers significant méér gebruik te maken van jobboards dan jongere werkzoekenden. Dat is verklaarbaar: ouderen zijn opgegroeid met dit zoekkanaal en blijven het trouw, terwijl jongeren juist nieuwere manieren van werk zoeken leren kennen.

Vrouwen kiezen beduidend vaker voor Indeed dan mannen, bij LinkedIn is het verschil kleiner.

Ook is er dus een genderverschil. Vrouwen kiezen beduidend vaker voor Indeed dan mannen: 52% tegenover 38%. Bij LinkedIn is het verschil kleiner: 38% om 34%. Mannen kiezen net iets vaker voor NationaleVacaturebank, Werk.nl en Jobbird. Vrouwen hebben juist een sterkere voorkeur voor Culturele Vacatures, ZorgpleinNoord en ZeeuwseVacaturebank – wat uiteraard mede te verklaren is aan de hand van de sectoren waarin zij werkzaam zijn, zoals zorg en cultuur.

De les?

Wat betekent dit nu voor recruiters en werkgevers? De les is drieledig. Ten eerste: Indeed en/of LinkedIn zijn en blijven de basis van elke strategie voor de werving van actieve baanzoekers. Ten tweede: wie specifieke doelgroepen wil bereiken, doet er goed aan niche- en regionale sites te betrekken. Hun groei is geen toeval, maar een afspiegeling van de behoefte van baanzoekers aan relevantie en herkenbaarheid. Ten derde: de opkomst van A.I. en GEO verandert het speelveld. Platforms als werkzoeken.nl en Glassdoor winnen aan strategische waarde, niet alleen door direct verkeer, maar doordat ze de databron vormen waaruit A.I.-modellen putten. Werkgevers én jobboards die zich hierop voorbereiden, hebben straks een voorsprong.

Lees ook

Selecteren op gezondheid mag niet. Maar werven is óók: risicomanagement

Recruitment wordt vaak gezien als het vinden van de juiste match. Maar elke aanname over ‘geschikt’ en ‘hoog presteren’ bevat óók een impliciet risico-oordeel. En precies daar kan een blinde vlek ontstaan. Niet omdat recruiters iets over het hoofd zien, maar omdat bepaalde risico’s simpelweg buiten het selectiekader vallen. Zoals wat we wel noemen: subklinische risico’s. Waarbij subklinisch betekent: er speelt al iets in het lichaam, maar je merkt er nog niets van. Geen klachten, geen diagnose, geen verzuim. Wel een veranderend risicoprofiel. Dat kan samenhangen met erfelijke factoren of met jarenlange belasting en beperkt herstel.

Recruitment bepaalt – vaak impliciet – welk gedrag en welke belastbaarheid als ‘geschikt’ worden gezien.

Belangrijk: dit is geen selectie-instrument. Het is een realiteit die mede bepaalt of iemand langdurig kan blijven presteren. Recruiters mogen niet screenen op gezondheid (behalve bij specifieke functies met een wettelijke aanstellingskeuring). Recruitment bepaalt echter wél – vaak impliciet – welk gedrag en welke belastbaarheid als ‘geschikt’ worden gezien. Daarmee beïnvloed je wie je aantrekt én welke risico’s je normaliseert.

De high performer-paradox

De professionals die het langst ‘door kunnen’ zijn vaak ook degenen die:

  • weinig verzuimen
  • een hoge verantwoordelijkheid dragen
  • structureel beschikbaar zijn
  • niet snel druk laten zien
  • over wilskracht beschikken.

Dat lijkt al met al: een laag risico. Niet gek dat deze mensen dus vaak positief uit een selectieprocedure komen bovendrijven. Maar het voorgaande profiel kan óók betekenen: weinig herstel, een hoge cumulatieve belasting en dus méér kwetsbaarheid op termijn, zónder dat iemand zichzelf als risico ziet. Recruitment ziet de performance. Zelden de optelsom.

Wat recruitment wél kan doen

Hier zitten 5 aanknopingspunten voor wat recruitment wél kan doen op dit gebied.

#1. Herdefinieer ‘geschikt’

Veel selectiegesprekken belonen (onbedoeld) signalen als:

  • ‘altijd aan’
  • ‘geen probleem met avonden/weekenden’
  • ‘geen 9 tot 5’
  • ‘ik kan extreme pieken aan’
  • ‘ik ga door tot het af is’

Maak dat bespreekbaar als werkstijl in plaats van kwaliteit. Je kunt vragen naar werkpatronen, grenzen en herstelgedrag als onderdeel van professioneel functioneren. Voorbeeldvragen:

  • Hoe organiseer je je werk bij piekdrukte?
  • Welke afspraken maak je met jezelf om scherp te blijven?
  • Wat heb jij nodig om langdurig goed te kunnen presteren?
  • Waar gaat het bij jou mis als je te lang ‘aan’ staat?

#2. Stop overwerk te idealiseren

Als recruitment het beeld schetst dat succes samenvalt met 50 tot 60 uur en altijd bereikbaar zijn, trek je exact dat gedrag aan én normaliseer je het. Recruitment zet vaak het eerste normkader neer: dit is hoe het hier werkt. Dat is invloed.

#3. Fix eerst de functie, vóór je de kandidaat fixt

Veel mislukkingen in de proeftijd en vroege uitval daarna gaan niet over de persoon, maar over:

  • een onrealistische rolomvang
  • structurele onderbezetting
  • onduidelijke verantwoordelijkheden
  • continue piekbelasting zonder herstel

Recruitment kan vroeg signaleren dat het probleem niet bij de kandidaat ligt, maar bij de functie-inrichting. Als een rol structureel overbelast is, los je dat niet op met ‘de juiste persoon’ die altijd maar doorgaat, ook als het eigenlijk onverantwoord is. Dat vraagt om herontwerp van het werk. Dat is recruitment als risicomanagement.

#4. Preventie ná indiensttreding

Gezondheidsfactoren die nog geen klachten geven, maar wél invloed kunnen hebben op iemands belastbaarheid, horen niet thuis in selectie. Wat wél kan: samen met HR zorgen dat nieuwe medewerkers tijdens de onboarding actief worden gewezen op de mogelijkheid van een vrijwillig PMO (preventief medisch onderzoek). Niet als toets, maar als ondersteuning bij duurzame inzetbaarheid – zeker in sleutelrollen.

Je kunt tijdens de onboarding actief wijzen op de mogelijkheid van een vrijwillig PMO.

Een goed preventief medisch onderzoek kijkt naar samenhang: werkbelasting, herstel, leefstijl en erfelijke factoren. Denk bijvoorbeeld aan een erfelijke risicofactor zoals lipoproteïne(a), die geen klachten geeft maar in combinatie met structurele werkdruk zwaarder kan wegen. Zo gebruik je preventie niet om mensen te filteren, maar om uitval te voorkomen en talent te behouden.

#5. Maak duurzaam inzetbaar deel van je employer brand

Veel werkgevers verkopen energie, ambitie en tempo. Prima. Maar de beste werkgevers verkopen óók: langdurig goed kunnen blijven presteren. Dat spreekt júist high performers aan die niet willen opbranden.

Werving is: het begin van duurzame inzetbaarheid.

De kern: recruitment is de plek waar de norm voor succes wordt gezet. Als je daar alleen ‘altijd kunnen leveren’ beloont, selecteer je op gedrag dat risico’s kan opstapelen – ook bij mensen die jarenlang perfect functioneren. Dit soort onzichtbare risico’s zouden echter géén selectiecriterium mogen zijn. Ze zijn wel een reden om slimmer te werven: met realistische rolontwerpen, gezonde prestatienormen en een onboarding waarin preventie vrijwillig en professioneel is geregeld. Werven is namelijk ook: het begin van duurzame inzetbaarheid.

Over de auteur

Cisca Frinking (links op de foto) werkt bij In Company Care, waar ze organisaties helpt die preventie zorgvuldig en doordacht willen inrichten.

De keuze van Isabel: 60 jaar, discriminatie of strategische keuze?

Recent werd aangekondigd dat er in België nu echt praktijktesten komen op leeftijdsdiscriminatie. Ik las dat bericht en merkte dat ik niet meteen wist wat ik ervan vond. Niet omdat het probleem niet bestaat, maar omdat ik weet hoe dit onderwerp er in de praktijk uitziet.

Een paar weken geleden zat ik tegenover een kandidaat van 60 voor een leidinggevende rol. Geen gesprek waarin iemand zichzelf nog moest bewijzen. Hij had bedrijven geleid, teams opgebouwd, moeilijke beslissingen genomen. Hij sprak rustig over wat hij nog wilde doen. Op een bepaald moment zei hij: ‘Ik ben nog niet klaar. Ik wil nog één keer bouwen.’

Vooruit kijken

Dat was geen groot statement. Dat voelde gewoon oprecht. En tegelijk wist ik wat er zou gebeuren zodra ik zijn naam op tafel zou leggen. Kan hij het tempo nog aan? Hoe lang wil hij dit nog doen? Wat betekent dit voor onze opvolging? Past dit binnen onze groeiplannen? Wat als we binnen enkele jaren willen verkopen?

Wanneer verschuift het gesprek van competentie naar leeftijd, zonder dat iemand dat zo benoemt?

Dat zijn geen absurde vragen. Een raad van bestuur moet vooruit kijken. Een ondernemer moet nadenken over continuïteit. Zeker wanneer er investeerders mee aan tafel zitten. Maar hier wordt het interessant. Wanneer wordt een terechte strategische vraag een automatische reflex? Wanneer verschuift het gesprek van competentie naar leeftijd, zonder dat iemand het expliciet benoemt?
Wat ik heb geleerd, is dat het vermijden van dat gesprek het minst professionele is wat je kan doen.
Dus ik doe het omgekeerde. Ik maak het expliciet.

Wat is lange termijn?

Hoe ik dat doe? Ik vraag de organisatie wat ‘lange termijn’ concreet betekent. Is dat 5 jaar? Of 3 jaar? Tot een exit? Of tot een volgende groeifase? Want ‘we zoeken iemand voor de lange termijn’ klinkt mooi, maar zonder definitie is het een hol containerbegrip. En ik vraag de kandidaat hoe hij zelf naar de komende jaren kijkt. Wat wil hij nog realiseren? Hoeveel verantwoordelijkheid wil hij nog dragen? Hoe ziet hij zijn eigen horizon? En dan leg ik vervolgens die twee naast elkaar.

Niet het getal 60 telt. wel de intentie van de kandidaat en de realiteit van de organisatie.

Dus niet het getal 60 telt. Maar de intentie van de kandidaat en de realiteit van de organisatie. Want soms blijkt dat de tijdshorizon perfect matcht. Soms ook niet. En dan is dat geen leeftijdsdiscriminatie, maar een strategische mismatch. Het probleem ontstaat wanneer leeftijd als shortcut wordt gebruikt. Wanneer 60 automatisch wordt vertaald naar ‘korter engagement’ of ‘minder groeipotentieel’ zonder het gesprek te voeren.

Volwassen gesprek

Leeftijdsdiscriminatie bestaat. Daar moeten we niet naïef over zijn. Maar niet elke twijfel rond een 60-jarige kandidaat is per definitie een vooroordeel. Soms is het een terechte vraag naar wederzijdse verwachtingen. Professionaliteit zit voor mij niet in doen alsof leeftijd geen rol speelt. Professionaliteit zit in het expliciet maken van wat er écht bedoeld wordt wanneer iemand zegt: ‘Hoe lang wil hij dit nog doen?’ Misschien moeten we dáár beginnen. Niet bij het ontkennen van het ongemak. Maar bij het volwassen voeren van het gesprek.

Over de auteur

Isabel Verhelst is een resultaatgerichte, no-nonsense coach met een passie om mensen te verbinden. Ze is eigenaar van Talent to Match (het voormalige Ingenium Executive Search), een boutique bureau met de focus op top C-level talent dat perfect past bij het DNA van de organisatie. Op deze site schrijft ze elke twee weken op dinsdag een blog.

Lees ook

Nieuwe poging om ‘objectieve en controleerbare selectieprocedures’ verplicht te maken

Het is een dag die veel recruiters zich nog altijd kunnen herinneren. Bijna 2 jaar geleden stemde de Eerste Kamer het voorstel voor de Wet Toezicht Gelijke Kansen bij werving en selectie van toenmalig minister Karien van Gennip weg, nadat de Tweede Kamer er eerder wel akkoord mee gegaan was, en de weg dus eindelijk open leek te liggen voor meer aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt. Het verwerpen van het wetsvoorstel leidde onder meer tot oprichting van de werkgroep Recruiters voor Rechtvaardigheid, een collectief van recruiters dat zich uitspreekt tegen discriminatie, onder meer ondersteund door de Recruitercode.

In het voorstel worden bedrijven met 25 werknemers of meer verplicht om bij werving en selectie van personeel objectief te werk te gaan.

Nu, bijna 2 jaar, maar ook 2 kabinetten verder, probeert DENK-Kamerlid Doğukan Ergin het opnieuw, met een initiatief-wetsvoorstel dat een herziene versie is van het plan dat de Eerste Kamer eerder met één stem verschil afstemde. In het voorstel worden bedrijven met 25 werknemers of meer verplicht om bij werving en selectie van personeel objectief te werk te gaan. Bedrijven worden verantwoordelijk voor ‘een eerlijke sollicitatieprocedure’. Kandidaten moeten beoordeeld worden op competenties, en niet op de vraag of er een ‘klik’ is, wat nu vaak gebeurt, zo is het idee achter het voorstel.

Niet meteen boetes

‘Deze wet moet een halt toeroepen aan het verspillen van talent, want dat is wat arbeidsdiscriminatie doet’, aldus Ergin. Het is volgens het Kamerlid in eerste aanleg niet de bedoeling om bedrijven die over de schreef gaan te gaan beboeten. De wet is vooral bedoeld om bedrijven bewust te maken van dit probleem en na te laten denken over een eerlijke sollicitatieprocedure, zegt hij. Alleen in uitzonderlijke gevallen en na een verbetertraject zal de Arbeidsinspectie overgaan tot het opleggen van boetes, zo is het idee.

‘Deze wet moet een halt toeroepen aan het verspillen van talent, want dat is wat arbeidsdiscriminatie doet.’

De afgelopen 2 jaar is Ergin in gesprek gegaan met werkgevers en politieke partijen die kritiek hadden op het wetsvoorstel van Van Gennip. Zo stemde de VVD in de Eerste Kamer tegen omdat ze betwijfelden of deze wet echt gaat werken en ze zich zorgen maakten over de administratieve last voor bedrijven. ‘We hebben naar die kritiek geluisterd door de norm waar bedrijven aan moeten voldoen duidelijker in de wet te zetten’, aldus Ergin. Ook heeft het Kamerlid een meldplicht uit het voorstel geschrapt. Waarna de VVD heeft laten weten in principe positief te zijn over het doel van de wet en uit te zien naar het precieze wetsvoorstel.

Buiten de boot

Anders dan in het vorige wetsvoorstel is nu ook discriminatie op leeftijd of een zwangerschapswens expliciet opgenomen, zodat het duidelijk niet alleen meer gaat om discriminatie op achtergrond. Andere opmerkelijke wijziging is dat de wet bedrijven niet langer verplicht ‘de nieuwste wetenschappelijke inzichten over werving en selectie bij te houden’, zoals in het vorige voorstel nog stond. Wel verplicht het voorstel werkgevers dus om ‘objectieve en controleerbare werving- en selectieprocedures’ te hebben. Ze moeten kunnen aantonen dat ze daadwerkelijk een nieuw personeelslid hebben gevonden op basis van het profiel dat ze zochten.

‘Ik heb zelf 40 brieven moeten sturen voordat ik ergens op gesprek mocht komen.’

Kamerlid Ergin zegt persoonlijk te weten wat het is om afgewezen te worden op basis van achtergrond. ‘Ik heb zelf 40 brieven moeten sturen voordat ik ergens op gesprek mocht komen. Ik hoor het ook van mensen om me heen die zeggen: ik heb de papieren, ik heb de kennis en toch val ik steeds buiten de boot. Die frustratie begrijp ik heel goed en die mensen willen we graag helpen.’ Het is voor DENK het eerste initiatiefwetsvoorstel dat wordt ingediend. ‘Onze partij is opgericht om discriminatie aan te pakken. En ik wil me inzetten voor al die mensen die gefrustreerd thuiszitten, die willen we hiermee helpen’, aldus het Kamerlid (foto boven).

Lees ook

Werven in bouw en techniek: leer offline denken, A.I. omarmen en de vakmens serieus nemen

De cijfers liegen er niet om. Op 1 actief zoekende kandidaat voor functies als servicemonteur, elektromonteur en installatietechnicus staan 8 vacatures open. En het wordt alleen maar schaarser. Tegelijkertijd verandert het speelveld razendsnel: A.I. transformeert de manier waarop kandidaten banen zoeken, de traditionele wervingskanalen verliezen terrein en werkgevers moeten fundamenteel anders gaan denken over hoe ze talent aantrekken én behouden. Tijdens een recente bijeenkomst voor wervingsprofessionals in bouw en techniek kwamen die verschuivingen scherp in beeld – met verrassende inzichten en concrete handvatten.

Voor bouw en techniek blijft de situatie op de arbeidsmarkt uitzonderlijk.

De algemene arbeidsmarktdata laten een lichte ontspanning zien. De sourcingdruk daalt, het percentage banenwisselingen is op het laagste punt in 4 jaar en 45% van de beroepsbevolking zoekt helemaal niet naar een nieuwe baan. Er is sprake van wat je job hugging zou kunnen noemen. Oftewel: mensen blijven zitten waar ze zitten. Tegelijkertijd zijn recruiters voor 2026 ook iets optimistischer dan voorgaande jaren –  het sentiment verschuift van ‘moeilijker’ naar ‘iets minder moeilijk’.

Gino Ammerlaan (Intelligence Group) in actie.

Maar voor bouw en techniek blijft de situatie uitzonderlijk. De vraag van directe werkgevers blijft vrij stabiel, terwijl de vacatures via intermediairs juist fors daalt – vermoedelijk onder invloed van de nieuwe cao voor uitzenden en de wet DBA. Dat betekent dat corporates zelf meer aan zet zijn. En dat in een markt waar de schaarste bij specifieke technische functies alleen maar toeneemt.

Intern talent lekt weg

Een opvallend signaal uit de data: interne baanwisselingen nemen af, terwijl externe baanwisselingen juist toenemen. Oftewel: werkgevers in bouw en techniek verliezen talent naar buiten, terwijl diezelfde mensen mogelijk ook intern hadden kunnen doorgroeien. Die trend is zorgwekkend voor werkgevers in de sector, want interne doorstromers kennen de organisatie, zijn sneller productief en blijven langer.

Veel organisaties in de sector investeren nog onvoldoende in interne mobiliteit.

Toch investeren veel organisaties nog onvoldoende in interne mobiliteit. Een van de aanwezige werkgevers – een groot bouwbedrijf – werkt inmiddels met een dedicated interne recruiter die fungeert als aanspreekpunt voor medewerkers die ‘iets anders’ willen, maar wel bij voorkeur bínnen de eigen organisatie. Het is een simpel concept, maar effectief: voorkom dat mensen alle drie de stadia doorlopen van ‘niet zoekend’ naar ‘latent zoekend’ naar ‘actief zoekend’ – en geef hen intern een alternatief voordat ze buiten de deur gaan kijken.

Wat kandidaten willen

De verwachtingen van kandidaten in bouw en techniek verschuiven merkbaar. Waar een vast contract lang de ultieme trekker was, zien we nu dat flexibiliteit, acceptabele werktijden en onbereikbaarheid buiten werktijd als pullfactor aan belang winnen. Het vaste contract daalt als doorslaggevende factor, terwijl de doelgroep wel transparantie wenst en graag na het eerste gesprek direct een conceptcontract wil ontvangen. Een wens die afgelopen jaar met 10% in voorkeur is gestegen.

Kandidaten willen: snelheid, transparantie en een financieel gezonde werkgever.

Kandidaten willen verder: snelheid, transparantie en een financieel gezonde werkgever. Ze willen met vakgenoten praten tijdens het sollicitatieproces en ze willen als gelijkwaardige gesprekspartner behandeld worden. Dat laatste klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk schort het daar nog vaak aan. Een concreet voorbeeld: stuur kandidaten vooraf een kort introductiefilmpje van de hiring manager. Laat hem of haar 3 minuten vertellen wie ze zijn, wat ze belangrijk vinden en hoe het gesprek eruitziet. Het kost weinig en maakt hét verschil tussen een sollicitant die gespannen binnenkomt en iemand die al het gevoel heeft erbij te horen.

De blinde vlek

Een van de scherpste observaties van de middag: de hele generatie recruiters die na de financiële crisis is opgeleid, heeft geleerd te werven met LinkedIn en Indeed. White-collar, hoogopgeleid, online dus. De meer praktisch opgeleide vakmens – de MBO-3/4-professional – is daarbij uit beeld geraakt. Die werving werd uitbesteed aan uitzenders, en lag buiten de scope van de recruitmentafdeling. Nu de krapte ook daar toeslaat, staan veel organisaties met lege handen omdat ze zijn verleerd hoe het is deze doelgroep te werven. Een situatie die snel moet veranderen om de meest schaarse groep op de Nederlandse (én Europese) arbeidsmarkt te werven.

De oplossing begint met een mentaliteitshift. Neem het werven van een servicemonteur dus net zo serieus als het werven van een controller of IT-specialist. Dezelfde aandacht, hetzelfde budget, dezelfde strategische benadering. En besef dat je deze doelgroep fundamenteel anders moet benaderen.

Offline is het nieuwe modern

De data bevestigen wat veel wervingsprofessionals intuïtief aanvoelen: technische vakmensen zijn minder actief op de gangbare online kanalen. LinkedIn is voor deze groep grotendeels irrelevant. Het platform scoort in deze doelgroep met 45% niet bijster hoog, maar er is geen enkel kanaal dat er dominant bovenuit steekt. Dat betekent: breed inzetten, diversifiëren en – misschien wel het belangrijkste: ook offline durven gaan.

Eigen evenementen en open dagen organiseren blijkt bij deze doelgroep het meest effectief.

Uit recent onderzoek onder ruim 300 wervingsprofessionals blijkt dat eigen evenementen en open dagen organiseren de hoogste effectiviteit scoort van alle wervingsbronnen. Open dagen waar het hele gezin welkom is. Rondleidingen op iconische bouwprojecten. Barbecues op de bouwplaats. Het klinkt ouderwets, maar het werkt — juist omdat je de doelgroep bereikt in een setting waar ze zich thuis voelen.

Referral is de andere goudmijn, en dan niet alleen gericht op de medewerker zelf. Een aanwezig bouwbedrijf organiseerde bijvoorbeeld een Ladies Night voor de partners van hun vakmensen, met als achterliggende gedachte: niemand kent het netwerk van deze mannen beter dan hun partners. Het resultaat: een ludiek referralprogramma dat daadwerkelijk instroom opleverde. Andere werkgevers zetten succesvol in op aanbrengpremies, gekoppeld aan gezinsuitjes – van de Efteling tot Disneyland Parijs.

A.I. verandert alles

Terwijl offline werving voor deze doelgroep cruciaal blijft, is ook de opkomst van A.I. als baanzoekkanaal niet te negeren. Het percentage mensen dat A.I. gebruikt in hun baanzoektocht is ook in deze doelgroep in een jaar tijd verdubbeld. Onder mensen die daadwerkelijk van baan wisselden, ligt dat al boven de 10%. En dit is nog maar het begin.

Het centrum van je werving kan door GEO terugkeren naar: je eigen site.

De verschuiving naar Generative Engine Optimization (GEO) – oftewel: vindbaar zijn voor ChatGPT, Gemini, Copilot en andere A.I.-modellen – wordt de komende jaren bepalend. Concreet betekent dit: je werkenbij-site moet vol staan met rijke, gestructureerde content. FAQ’s, medewerkerverhalen, gedetailleerde informatie over arbeidsvoorwaarden, projecten en cultuur. Want waar Indeed en LinkedIn hun vacaturedata steeds meer afschermen voor A.I.-crawlers, kan jouw eigen content wél worden opgepikt. Het centrum van je werving verschuift daarmee terug naar je eigen site.

Praktisch advies: vraag vandaag nog aan Gemini of ChatGPT hoe GEO-vriendelijk je huidige werkenbij-site is. Het antwoord kan confronterend zijn, maar het is tegelijk een startpunt voor verbetering.

De talentpool wordt je goud

De talentpool was jarenlang een deadpool – een database vol contacten waar eigenlijk nooit meer iets mee gebeurde. Door A.I. verandert dat fundamenteel. Het voorbeeld van HappyNurse illustreert (in een andere sector) wat er mogelijk is: zij bouwden een A.I.-agent die kandidaten binnen 1 seconde na sollicitatie benadert, een intake doet, matcht en inplant. Het resultaat: van 6 naar 41 plaatsingen per 100 sollicitanten, en 95% tijdsbesparing voor recruiters. De kern: bewaar alles. Cv’s, gespreksverslagen, transcripten. Laat A.I. die data doorzoeken en activeren. Bouw daarna agents die je talentpool warm houden met persoonlijke, relevante contactmomenten. De technologie is er. Het is geen toekomstmuziek meer.

Samenwerken als concurrentievoordeel

En dan is er ook nog een andere wervingsmethode die steeds meer ontdekt wordt: samenwerking tussen werkgevers. Een inspirerend voorbeeld uit de zorg: 5 zorginstellingen in Limburg begonnen hun over- en ondercapaciteit onderling uit te wisselen. Het resultaat: 84.000 uur overschot, waar elke individuele organisatie eerst tekorten had. Het principe is direct vertaalbaar naar bouw en techniek, waar bedrijven al intensief samenwerken via onderaannemers en consortia. Waarom zou je die samenwerking niet uitbreiden naar het delen van talentcapaciteit (zoals via The Talentpool Community)?

De rode draad van de middag laat zich dan ook samenvatten in 6 concrete acties. 1: Investeer in interne mobiliteit voordat talent weglekt. 2: Organiseer open dagen met aandacht voor het hele gezin. 3: Zet referralprogramma’s op die ook de partner en het netwerk activeren. 4: Maak je werkenbij-site GEO-proof met rijke content. 5: Bouw en onderhoud je talentpool met A.I.-ondersteuning. En 6: neem de vakmens net zo serieus als elke andere strategische aanname.

Wie durft te breken met de patronen van de afgelopen 15 jaar heeft hier nog genoeg te winnen.

De arbeidsmarkt in bouw en techniek is extreem krap en dat verandert niet snel. Maar wie durft te breken met de patronen van de afgelopen 15 jaar – minder LinkedIn, meer naar buiten; minder cv-parsing, meer menselijk contact; minder conservatief, meer innovatief – heeft nog genoeg te winnen.

Meer weten?

Op 4 maart (!) geven Geert-Jan Waasdorp en Sabine Dobbe-Veldkamp ook nog een webinar over de meest actuele data en analyses de belangrijkste ontwikkelingen binnen de arbeidsmarkt voor techniek en bouw. Schrijf je hier in:

Aanmelden Webinar

Juryvoorzitter Marion de Vries over de Werf& Awards van 2026: ‘Alles is zichtbaar, dat is wel sterk’

Elk jaar blokt Marcel van der Quast een ochtendje of middag in zijn agenda. Dan gaat hij er eens goed voor zitten, en besluit hij door alle inzendingen van de Werf& Awards van dat jaar heen te bladeren. Op zoek naar informatie, inzicht en inspiratie. Om te weten wat er allemaal gebeurt in de wereld van arbeidsmarktcommunicatie en recruitment. ‘En elk jaar zie ik weer cases die ik daarvoor niet kende’, vertelt hij in een recente aflevering van zijn podcast Hier is AMC. ‘Je kunt er altijd wat van leren. Zelfs als je een case ziet waarvan je eigenlijk vindt dat je het zelf beter doet. Dat is namelijk ook wel lekker om te vinden.’

In de nieuwe aflevering van zijn podcast gaat Van der Quast om de tafel met Marion de Vries, die ook in deze elfde editie van de Werf& Awards als voorzitter van de jury mag optreden. Een voorzitter die al even zeer geniet van de breedte van het vakgebied, en de inzendingen die dat elk jaar weer oplevert. ‘Zeker de afgelopen jaren zie je dat het echt naar binnen wordt doorgetrokken’, constateert ze. ‘Dat het niet alleen die candidate journey is, maar tot op zekere hoogte de hele employee journey. Wat er ook voor zorgt dat de inzendingen steeds uiteenlopender worden, van slimme wervingsactie tot compleet geïntegreerd employer brand-verhaal.’

Groot of klein

In de 10 jaar van hun bestaan hebben de Werf& Awards zich ontwikkeld tot dé prijzen in het vakgebied, ziet De Vries tevreden. Juist omdat het ook prijzen zijn die iedereen kan winnen: groot of klein, met of zonder bureau achter zich. Dat levert geregeld ‘pareltjes‘ op, zoals ze het noemt. En het mooie is ook, zegt ze: ‘Alles is zichtbaar. Niet alleen de nominaties worden gepubliceerd, maar alle inzendingen komen online te staan. Dat vind ik eerlijk gezegd wel een van de sterke punten van de Werf& Awards.’ Plus dat het geen typische communicatieprijs is, maar juist een onderscheiding voor wie op de instroom impact weet te maken.

Zorginstelling Lievegoed maakt korte metten met vooroordelen over antroposofie dankzij hun wervingscampagne ‘Wat nou geitenwollen sokken?!’ Lees de hele case in de categorie Arbeidsmarktcommunicatie voor de Werf& Awards 2025.
Beeld uit de campagne van zorginstelling Lievegoed, vorig jaar goed voor een ‘Pareltje

Daardoor is bijvoorbeeld ook mooi de ontwikkeling in het vak te zien, zegt ze. Bijvoorbeeld hoe arbeidsmarktcommunicatie en recruitment steeds meer naar elkaar toe kruipen. ‘We hadden altijd twee jury’s. Eén voor arbeidsmarktcommunicatie, en één voor recruitment. Maar je ziet dat je die niet meer uit elkaar kunt halen. Dat zie je ook steeds meer aan de inzendingen en wie op de jurydag komen presenteren. Het kan gaan om een doelgroepcampagne, maar ook om een heel goede vacaturetekst. Of een langetermijnaanpak rond het employer brand, of een heel goed onboarding-programma. Wat het soms wel moeilijk maakt voor de jury.’

Hoogtepunten

Via de hoogtepunten van de afgelopen 10 jaar laat De Vries zien dat het echt niet altijd de organisaties met de grootste budgetten zijn die er uiteindelijk met de hoofdprijzen vandoor gaan. Júist niet, lijkt ze bijna te zeggen. Het gaat juist vaak om kleine, creatieve ideeën die laten zien dat je de doelgroep serieus neemt en probeert écht te begrijpen, onderstreept ze. Van een spreekuur voor afgewezen sollicitanten tot een bewust trage werkenbij-pagina, en een parkeerplaats voor kandidaten bij de voordeur; over sommige ogenschijnlijk eenvoudige aanpakken praten we jaren later nóg. ‘Blijf die dus vooral inzenden’, roept ze op.

Waarbij ze overigens meteen benadrukt dat óók de grote campagnes zeer welkom zijn, juist ook voor de volledigheid, en juist ook omdat die weer andere aspecten van het vak laten zien. ‘Ik hoor mensen vaak verzuchten: ja, als ik het budget heb van Defensie, dan kan ik het ook. Maar ik ben dan de eerste om dat lek te prikken. Je mag het budget van Defensie hebben, gefeliciteerd, maar dan krijg je ook het probleem erbij. Het is niet zo dat je met een groot budget zo’n prijs kunt kopen. Juist ook dan moet je laten zien dat je impact hebt gemaakt op de instroom van de organisatie.’

3 categorieën

Het gesprek komt zo langzaam op de 3 categorieën die dit jaar zijn ingevoerd. ‘Recruitment & marketing, dat gaat eigenlijk vooral over de tactische kant van werving’, legt De Vries uit. ‘Dat is heel conversiegericht.’ De nieuwe categorie employee content is daarentegen ‘breder’, legt ze uit. Een podcastserie, een evenement dat je hebt georganiseerd om instroom te genereren. En dan is er ook de nieuwe categorie: het employer brand van het jaar. ‘Daar kun je niet voor inzenden, maar wel een tip voor geven’, vertelt ze. ‘En de jury gaat zelf ook op zoek naar de ultieme cases, die we dan vervolgens vragen om een presentatie te komen geven.’

In de 10 jaar van zijn bestaan worden de Werf& Awards steeds meer een instituut, ziet juryvoorzitter Marion de Vries. Het gaat ook allang niet meer om alleen maar prijzen uitdelen, ziet ze. 'Dit is geen eindpunt, maar juist een begin van een beter vak.'

‘Kleine werkgevers kunnen het verhaal vaak goed van binnen naar buiten brengen.’

Ook hier trouwens: het hoeven geen héél grote werkgevers te zijn die hier het meeste kans maken, benadrukt de juryvoorzitter. ‘Sommige kleine werkgevers zijn ook heel erg in het voordeel met het van binnen naar buiten brengen van het verhaal.’ Maar dan gaat het dus wel om meer dan een losse campagne. ‘Dan gaat het meer om het plan van binnenuit en om de consistentie in wat je doet.’

Appels en badslippers

Ook in deze tijden van A.I. blijft de jury vooral op zoek naar lef en creativiteit, zo wordt gaande de podcast duidelijk. Stopping power, zoals het ook wel genoemd wordt. Onderscheidend communiceren, werven en selecteren, juist in een tijd dat steeds meer op elkaar lijkt. ‘Als jij bijvoorbeeld een slimme chatbot hebt die precies in de toon van het employer brand en met het EVP als achtergrond kandidaten geweldige antwoorden geeft, dan maak je ook zeker kans. Als het on brand is, en helemaal bij jouw merk past, kan het zeker duurzame impact hebben.’

‘Toch komt de jury er elk jaar uit, zonder vreselijke gevechten.’

Ja, soms is het bij de inzendingen appels met peren vergelijken, erkent ze meteen. ‘Of eigenlijk nog verder uit elkaar: appels en badslippers. Maar toch komt de jury er elk jaar uit, zonder vreselijke gevechten.’ Door te focussen op wat er echt toe doet, benadrukt ze: doel en strategie, doelgroep en positionering en creatieve en communicatieve uitwerking en vertaling ervan. En dat dan gekoppeld aan zichtbare en meetbare resultaten en impact en relevantie in de huidige context.’ Het klinkt groot, maar leidde vorig jaar bijvoorbeeld ook tot een inzending van de vacature voor rij-opa’s. ‘Misschien een kleinere case, maar paste hier toch prima in.’

Schoonmaken = sexy

Ze bedoelt maar: als je je werving maar baseert op een inzicht over de doelgroep, heb je altijd recht om in te zenden. ‘Je moet maar zo denken: als het rij-opa’s lukt, moet het jou ook lukken. Als je even nadenkt waarom jouw aanpak nou zo slim is, of waarom het een succes geworden is, loont het zeker om mee te doen, al is het maar voor je eigen planvorming.’ Om een recent voorbeeld te noemen: de nieuwe campagne van Asito, die inspeelt op de cleaning-trend op TikTok. ‘Je ziet dat zij heel goed aansluiten bij een trend die er gewoon nu is. Schoonmaken sexy gemaakt. Gewoon heel goed gedaan.’

En ander voorbeeld, misschien niet altijd met de meest creatieve uitkomst: de verschillende samenwerkingen die ze ziet ontstaan tussen organisaties om vooral sámen te werven. Van waterschappen tot Utrechtzorg. ‘Als je ziet dat je het best samen de visvijver groter kunt maken, dan zit de creativiteit misschien niet voor 100% in de vertaling naar communicatie, maar juist in die samenwerking ervoor. Hoe kom je er met elkaar uit? Ik vind het heel interessant wat daar gebeurt.’

‘Deze prijs is niet het eindpunt, maar eerder het begin.’

Het vak is mede door dit ontwikkelingen zelfs misschien wel ‘leuker dan ooit’, besluit ze. ‘Dus laat alsjeblieft zoveel mogelijk inzendingen komen. Ik heb er geen baat bij, jij en ik verdienen er niets aan. Maar laten we vooral die discussie houden over: wat gaat nou werken, waar gaat het naartoe, hoe helpen we ook opdrachtgevers die regie te houden? Dat is volgens mij onbetaalbaar. Dat gaat niet alleen om een prijs. Dat gaat erom dit vakgebied op een schild te zetten en verder te brengen. De prijs is wat dat betreft voor mij niet het eindpunt, maar eerder het begin.’

Uitreiking: Werf& Inspiration Day

De Werf& Awards van 2026 zullen uiteindelijk worden uitgereikt op Werf& Inspiration Day, het event dat dit jaar plaatsvindt op 9 juni 2025. Wil je erbij zijn?

Meer informatie en tickets

Zelf inzenden?

Zelf inzenden voor de Werf& Awards van 2026? Alle cases zijn nog van harte welkom!

Inzenden

Hoe A.I. steeds meer invloed heeft op het sollicitatiegesprek

Het traditionele sollicitatiegesprek staat nog altijd bekend als een modderpoel van desinformatie. Als er ergens ruis en bias in het recruitmentproces optreden, dan is het daar wel. Maar er lijkt ook langzaamaan iets aan het veranderen. En dat is dan opvallend genoeg vooral aan A.I. te danken. We pakken er een paar recente trends en ontwikkelingen bij om dat punt te onderstrepen.

#1. De illusie van controle

De bekende recruitment-analist Glen Cathey had recent een uitgebreide (en bijzonder interessante) verhandeling over de relatie van kandidaten met sollicitatiegesprekken. Uit Gartner-onderzoek bleek bijvoorbeeld dat 68% van de kandidaten nu de voorkeur geeft aan menselijke interactie boven A.I. in het sollicitatieproces – een stijging ten opzichte van 58% twee jaar geleden. Maar waarom was dat? Omdat menselijke gesprekken, volgens Cathey, de kandidaat meer ‘de illusie van controle‘ bieden, vrij naar Ellen Langer. ‘Ik denk dat veel kandidaten de voorkeur geven aan mensen in het sollicitatieproces, omdat ze denken dat ze hen kunnen beïnvloeden.’

‘Veel kandidaten willen menselijke recruiters, omdat ze denken dat ze hen kunnen beïnvloeden.’

En dat heb je bij A.I. natuurlijk niet, stelt hij. Ja, A.I. kan energie vreten, griezelig overkomen, en sommigen zelfs belemmeren om überhaupt te solliciteren, haalt hij aan. Maar ook traditionele menselijke sollicitatiegesprekken leiden vaak tot stress (en als zodanig onterechte beoordelingen). Wat hem echter vooral opvalt: het zijn de mensen met significant lagere scores op taal- en analytische tests die kiezen voor een interview met A.I. dan degenen die voor een menselijke recruiter kozen. Met andere woorden: beter daarop presterende kandidaten kozen onevenredig vaak voor menselijke interviewers. Waarschijnlijk omdat ze die beter denken te kunnen beïnvloeden, aldus Cathey.

Elke kandidaat geïnterviewd

Maar is dat wel eerlijk en objectief? En verwijzend naar baanbrekend onderzoek van de universiteiten van Chicago en Rotterdam: sollicitanten die door A.I. werden geïnterviewd, behaalden over de hele linie betere resultaten: meer kans op een baan (12% hoger) en hogere retentiepercentages na 1, 2, 3 en 4 maanden (van 16 tot 18%). Bovendien, genderdiscriminatie werd bijna gehalveerd. In door A.I. geleide interviews meldde slechts 3,3% van de kandidaten discriminatie op basis van geslacht, vergeleken met 6,0% in interviews die door mensen werden afgenomen. En, ook belangrijk: recruiters kunnen altijd alleen een selectie van de kandidaten interviewen. A.I. kan makkelijk elke kandidaat (die dat wil) een sollicitatiegesprek afnemen.

A.I. kan makkelijk elke kandidaat (die dat wil) een sollicitatiegesprek afnemen.

Cathey pleit daarom ervoor A.I. in elk geval ieder sollicitatiegesprek te laten ondersteunen. ‘Kandidaten profiteren daardoor van een grondigere beoordeling. Alles wat ze zeggen wordt geëvalueerd, niet alleen wat de interviewer toevallig heeft vastgelegd of zich herinnert. Het gaat erom kandidaten de volledige erkenning te geven voor alles wat ze hebben gedeeld, niet alleen voor wat in ons imperfecte menselijke geheugen is blijven hangen. Het gaat ook erom ons een beeld te geven van iemands interviewprestaties dat niet wordt beïnvloed door de meer dan 180 cognitieve vooroordelen die mensen kunnen hebben.’

De vraag is dan ook niet of A.I.-interviews net zo prettig aanvoelen als menselijke interviews, zegt hij. ‘De vraag is of het gevoel van menselijke verbondenheid tijdens sollicitatiegesprekken daadwerkelijk bijdraagt ​​aan betere en eerlijkere aannames, of dat het juist vooroordelen en beïnvloedingstactieken mogelijk maakt die zich voordoen als verdienste.’

#2. Kandidaat wil wel gezien worden

Als het gaat om het beoordelen van een cv, dan willen 9 op de 10 werkzoekenden (veel) liever dat een mens dat doen dan een algoritme, blijkt uit recent onderzoek van The Talentpool Community onder bijna 200 respondenten. Slechts 2,1% geeft de voorkeur aan een A.I.-bot. Opvallend, omdat in 2025 dus inmiddels meer dan 43% van de organisaties wereldwijd A.I. voor zulke recruitmenttaken, een stijging van 26% in 2024. Uit onderzoek van CareerPlug blijkt echter dat 47% van de werkzoekenden A.I.-interacties als onpersoonlijk ervaart en 40% aangeeft ronduit ongemakkelijk te zijn met A.I. in het recruitmentproces.

‘Kandidaten willen geen datapunt zijn. Ze willen gezien worden als persoon’, aldus Yente van den Bosch, marketeer bij The Talentpool Community. ‘Een algoritme leest een cv. Een mens leest een verhaal. Het verschil zit in wat er tussen de regels staat: de carrièreswitch, het gat in het cv, de ambitie die niet in een trefwoord past. A.I. markeert dat als mismatch. Een goede recruiter herkent het als potentieel.’

‘Een algoritme leest een cv. Een mens leest een verhaal.’

Klinkt mooi natuurlijk. Maar zodra de cv-fase voorbij is, en het sollicitatiegesprek aan de orde is, lijkt de voorkeur van kandidaten dus toch wel te verschuiven. Volgens het State of Skills-Based Hiring Report van TestGorilla zou dan zelfs bijna 8 op de 10 kandidaten juist de voorkeur geven aan het A.I.-interview.

Volgens de eerder genoemde studie van de Booth School van de Universiteit van Chicago (en de Rotterdamse wetenschapper Luca Henkel) blijkt ook waarom: sollicitanten die door A.I. zijn geïnterviewd, hebben meer kans, en blijven langer dan kandidaten die door menselijke bureaurecruiters zijn geïnterviewd. En dat terwijl vooraf 61% van de recruiters zei juist te verwachten dat A.I.-interviews van mindere kwaliteit zouden zijn dan menselijke sollicitatiegesprekken, en 48% zei juist lagere retentiescores te verwachten (en slechts 13% hogere).

#3. De bias verschuift

Interessant feitje uit recent onderzoek van CareerXroads: bij A.I.-sollicitatiegesprekken verdwijnt de bias niet, maar verschuift deze: van individueel gedrag van een interviewer naar het ontwerp en de governance van de gesprekssystemen. Oftewel: er komt meer nadruk op welke vragen gesteld worden, wat daarmee beoogd wordt. ‘Afzonderlijk zijn deze trends niet nieuw’, constateren de onderzoekers, na diverse gesprekken met senior talent acquisition-managers. ‘Maar samen transformeren ze interviewen van een reeks gesprekken naar een systeem dat uitlegbaar, consistent en verdedigbaar moet zijn.

‘Er komt meer nadruk op welke vragen gesteld worden.’

Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat A.I. ook op wat meer onvermoede manieren de beslissingen tijdens sollicitatiegesprekken al beinvloedt. ‘Vaak onopvallend, zoals via het maken van aantekeningen, en het ondersteunen van de beoordeling en gestructureerde evaluatietools.'[…] ‘Naarmate A.I. en gedragsinzichten meer ingeburgerd raken, beschouwen de leiders die hier goed mee omgaan sollicitatiegesprekken als iets dat bewust ontworpen, gemonitord en verder ontwikkeld moet worden – en niet alleen getraind.’

#4. ‘Meer nodig dan training’

Wat dit onderzoek vooral duidelijk maakt, volgens recruitmentgoeroe Johnny Campbell: interviewers ’trainen’ in hoe ze goede sollicitatiegesprekken moeten voeren, dat is niet genoeg. ‘Dit is wat ik zie: de grootste problemen bij sollicitatiegesprekken zijn niet technologisch, maar gedragsmatig’, stelt hij. ‘Structuur en technologie brengen je maar tot een bepaald punt. Cultuur, duidelijkheid en verantwoordelijkheid zorgen ervoor dat goede processen consistente resultaten opleveren.’ Oftewel, zoals hij in de praktijk vaak ziet: ‘Je hebt de draaiboeken gemaakt. De scorekaarten opgesteld. De competenties in kaart gebracht. En nog steeds gebruiken hiring managers ze niet consequent.’

‘Eenmalige sessies verliezen snel hun betekenis, vooral als je weinig mensen aanneemt.’

Precies daar, in de uitvoering, is het nog altijd vaak ‘waar goede bedoelingen sneuvelen’, aldus Campbell. Hiring managers blijven immers maar vertrouwen op hun onderbuikgevoel, slaan de voorbereidende briefings over en stellen overbodige of irrelevante vragen. Hen daarin trainen om zulke fouten te voorkomen? Goedbedoeld, maar weinig effectief, vreest hij. ‘Eenmalige sessies verliezen snel hun betekenis, vooral in omgevingen waar weinig mensen worden aangenomen. Die 2 uur durende interviewtraining die je vorig jaar hebt uitgerold? Die is alweer vergeten tegen de tijd dat mensen 3 maanden later hun volgende interview afnemen.’

Wie controleert de gesprekken?

Een van de problemen, volgens Campbell: ‘niemand controleert de daadwerkelijke sollicitatiegesprekken. Bedrijven analyseren hooguit de resultaten ná de aanwerving, maar weinig controleren het sollicitatieproces zelf… waardoor vooroordelen tijdens sollicitatiegesprekken grotendeels onzichtbaar blijven.’ Zolang hiring managers niet consistent getraind, afgestemd en verantwoordelijk zijn, ‘zullen we niet het volledige rendement van al onze structuur behalen’, zo haalt hij Charlotte Cantu, voormalig VP & Head of Global Talent Acquisition bij TMHCC, aan.

Je sollicitatieproces moet verdedigbaar zijn, dus moet je weten wat in die gesprekken gebeurt.’

Terwijl dat wel nodig is, stelt hij, zeker nu er – dankzij A.I. – steeds meer eisen komen aan de uitlegbaarheid van bepaalde selectiebeslissingen. ‘Zoals we zien bij de rechtszaak tegen Eightfold, onderzoeken toezichthouders niet alleen de uitkomsten, maar ook hóe we beslissingen over werving nemen. Je sollicitatieproces moet verdedigbaar zijn, wat betekent dat je moet weten wat er daadwerkelijk in die gesprekken gebeurt.’

2 interventies

Zo lijkt, via een omweg, A.I. organisaties te dwingen hun sollicitatieprocedures tegen het licht te houden, en dan vooral de ongestructureerde gesprekken die hiring managers zich nog altijd denken te kunnen veroorloven. De kans ligt volgens Campbell vooral in 2 mogelijke interventies:

>> Tijdens het interview: ‘Bied realtime ondersteuning wanneer interviewers die echt nodig hebben – begeleiding bij het stellen van vervolgvragen, aanwijzingen om door te vragen naar bewijsmateriaal, herinneringen aan wat goed gedrag inhoudt voor deze specifieke functie. […] De oplossing is niet meer training of betere scorekaarten. Die zijn weliswaar nodig, maar niet voldoende.’

‘Je gebruikt geen A.I. om kandidaten te beoordelen; je gebruikt het om interviewers te helpen betere beoordelaars te worden.’

>> Na het interview: ‘Analyseer wat er daadwerkelijk is gebeurd. Werden de conclusies ondersteund door bewijsmateriaal uit het gesprek? Heeft de interviewer doorgevraagd naar gedragsvoorbeelden of oppervlakkige antwoorden geaccepteerd? Waren er rode vlaggen in de redenering?’

Cruciaal is dat deze aanpak zich richt op de ontwikkeling van interviewers, zegt hij, ‘niet op de evaluatie van kandidaten. Dat onderscheid is enorm belangrijk vanuit een compliance-perspectief.’ Met als mooie, kernachtige samenvatting van de huidige ontwikkeling in de wereld van het sollicitatiegesprek: ‘Je gebruikt geen A.I. om kandidaten te beoordelen. Je gebruikt het om interviewers te helpen betere beoordelaars te worden.’

Lees ook