Mooi verhaal deze week in De Correspondent, en niet voor het eerst dat ze de bestaande praktijk van sollicitatiegesprekken kritisch onder het licht houden. Deze keer doken ze in de selectieprocessen waarmee de rechterlijke macht zijn nieuwe, jonge rechters kiest, aan de hand van onderzoek van wetenschappers van de VU Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen. En dat is niet alleen voor de rechterlijke macht interessant, maar eigenlijk voor álle selectieprocessen, omdat het aangeeft wat wel, maar vooral ook wat géén goede selectiemechanismes zijn. We pikken er 5 inzichten uit waarvan eigenlijk iedere recruiter dus wel iets kan leren.
#1. Hou het simpel – én relevant
De belangrijke eerste regel: hou het simpel. Kies een beperkt aantal competenties waarop je de kandidaten wilt beoordelen, verzeker je ervan dat je die competenties consequent numeriek beoordeelt, en combineer de scores op die oordelen volgens een vaste formule. En verder? Doe vooral niets. Dit leidt volgens stapels wetenschappelijk onderzoek tot de beste resultaten. Dat is echter niet wat vaak in de praktijk gebeurt. Daar overheerst vaker de onderbuik, en komen allerlei irrelevante vragen aan de orde, met als gevolg dat juist de minder goede kandidaten komen bovendrijven.
‘Doe zo weinig als nodig. En doe dat goed.’
‘Doe zo weinig als nodig,’ concludeert onderzoeker Marvin Neumann dan ook, ‘en doe dat goed.’ De toelatingsprocedure voor de rechtersopleiding schendt deze vuistregel echter, concluderen de onderzoekers. De procedure is te lang en in alle 5 (!) rondes van de procedure worden best practices van de sollicitatiewetenschap geschonden. ‘Beslisregels’ worden in de procedure bijvoorbeeld nauwelijks toegepast, waardoor de keuze wie doorgaat naar de volgende ronde op basis van intuïtie in plaats van structuur wordt gemaakt. Wat volgens de onderzoekers dus níet (automatisch) de beste kandidaten oplevert.
#2. Test, in plaats van: lees en interpreteer
Nog zo’n nuttige tip: pas op met lezen en interpreteren van wat je ziet in cv’s en sollicitatiebrieven. Wat zegt werkervaring bijvoorbeeld? Veel werkervaring zegt niets over hoe iemand jarenlang heeft gefunctioneerd. En hoe interpreteer je de ‘motivatie’ die iemand uit in een brief? Zeker met A.I. kan iedere kandidaat een uitermate overtuigende en volstrekt misleidende brief componeren. Dan werkt een intelligentietest, die je vrij goedkoop kunt voorschotelen aan een groot aantal kandidaten, al een stuk beter, merken de onderzoekers op.
Zeker met A.I. kan iedere kandidaat nu een overtuigende én volstrekt misleidende brief schrijven.
Een structurele aanpak kan ook (een beetje) helpen. De rechters lijken zo’n systeem ook te hebben: ze hebben een scorelijst met relevante competenties en eigenschappen, zoals opleiding, werkervaring, nevenactiviteiten, motivatie en taalvaardigheden. Het probleem, zo merkten de onderzoekers op, is dat de scorelijst echter niet of nauwelijks wordt gebruikt. Ook had de sollicitatiecommissie geen voorbeelden opgesteld van wat telt als een goed of slecht antwoord. De beslissing voor of tegen een kandidaat wordt daardoor automatisch een gevoelskwestie met de scorelijst als een vrijblijvende leidraad.
#3. Beter gesprek, betere kandidaten
En dan: de sollicitatiegesprekken. Hoe komen die er vanaf, als het gaat om selectie van rechters in de dop? Niet zo best, al met al. In de procedure vinden dit soort gesprekken plaats bij de specifieke rechtbank waar de kandidaat heeft gesolliciteerd. Tijdens deze stap wordt bepaald welke kandidaten door mogen naar de laatste 2 rondes. Maar de onderzoekers constateren dat hierbij vooral op de zogenoemde fit wordt geselecteerd. Alleen: wat zegt zo’n fit nou precies? En hoe stel je die verantwoord vast? Bij de rechterlijke macht werd zelfs gebruik gemaakt van de kleurtypes van persoonlijkheden, zo blijkt. Oei.
De Rechtspraak geeft overigens toe dat dit deel van het sollicitatieproces zeker verbetering behoeft, en belooft ermee aan de slag te gaan.
#4. Hoed u voor assessments
We schreven het zelf ook al eerder: een lange procedure is nog géén goede procedure. Nóg een sollicitatiegesprek, nóg een test? Het kost je eerder kandidaten dan dat je er je selectie mee verbetert. Bij de Rechtspraak is dat ook het geval, constateren de onderzoekers. In ronde 4 ondergaan de overgebleven kandidaten voor de rechtersopleiding een lange serie tests, waaronder gesprekken met een psycholoog en een rollenspel met acteurs. Het onderzoeksrapport is bijzonder kritisch op deze fase. In het kort: alles is overbodig, op 1 onderdeel na: ‘consciëntieusheid’ blijkt een licht voorspellende waarde te hebben voor prestaties tijdens de opleiding.
‘Je kunt je afvragen of je zo’n assessment echt nodig hebt.’
Maar alle andere tests leveren eerder meer ruis op dan duidelijkheid, aldus de onderzoekers. En dan is ook nog eens onduidelijk hoe zwaar de beoordelaars dit uiteindelijk allemaal meewegen in hun beslissingen. Dat zorgt er dus eerder voor dat de keuze wordt genomen op irrelevante criteria, waarschuwen de onderzoekers. Of, zoals Marvin Neumann het samenvat: ‘De kans dat een assessment veel toevoegt aan een goede intelligentietest en een goed vormgegeven sollicitatiegesprek bestaat. Maar die is niet enorm groot. Je kunt je afvragen of je zo’n assessment echt nodig hebt.’
#5. Overleg níet
En nog een belangrijke regel, die in de hedendaagse praktijk vaak met voeten getreden lijkt te worden: pas op met eindgesprekken tussen beoordelaars. Bij de Rechtspraak is er een landelijke selectiecommissie met wie de overgebleven kandidaten 3 gesprekken voeren. De commissie toetst hen onder meer op ‘besluitvaardigheid’, ‘samenwerking’ en ‘regievoering’ – allemaal relevante competenties en eigenschappen. De beoordelaars geven de kandidaten cijfers, aan de hand van voorbeelden van goede en slechte antwoorden, en doen dat onafhankelijk van elkaar. Dat is al met al best goed verzorgd, constateren de onderzoekers.
Is het wel zo slim om na de gesprekken in overleg te gaan?
Maar er is ook kritiek. Want de beoordelaars gaan bijvoorbeeld direct na de gesprekken met elkaar in overleg. Met het gevaar dat een gevoel over een kandidaat belangrijker kan worden dan diens competenties, aldus de onderzoekers. Iets wat de Rechtspraak overigens ook onderkent. Het gezamenlijke overleg van de eindselecteurs wordt daarom afgeschaft: alleen de door hen gegeven punten gaan tellen, zo maken ze bekend.
Conclusie: hulde voor de Rechtspraak!
De conclusie van het lange artikel, en het uitgebreide wetenschappelijke onderzoek naar het selectieproces voor de rio-opleiding? Er is aan de procedure nog veel, heel veel te verbeteren. Maar het goede nieuws: de Rechtspraak staat er in elk geval voor open, en toont zich ook bereid om aan die verbeteringen te gaan werken. Dat zouden meer organisaties mogen doen. Het zou de Nederlandse arbeidsmarkt een stuk eerlijker en waarschijnlijk ook veel efficiënter maken. En recruitment minder een vak dat aan elkaar hangt van toevalligheden, maar in plaats daarvan werkt met duidelijk erkende, objectieve principes. Hulde voor de Rechtspraak dus!


































