Autotechniek, dat bestond al lang. Daar waren zelfs hele mbo-opleidingen omheen gebouwd. Ook vliegtuigtechniek was al jaren een bekend fenomeen, dat op een of andere manier elk jaar behoorlijk wat jongeren wist aan te spreken. Maar ’treintechniek’? Wie tot een paar jaar geleden het begrip googlede, kwam zelfs in een soort niemandsland terecht. Treinen waren ook in die tijd natuurlijk al technologische hoogstandjes. Maar ’treintechniek’ als zodanig? Dat was eigenlijk een terrein dat min of meer braak lag, vertelde NS-manager corporate recruitment Jurgen Wesseling gisteren op het GenZpiratie-event in Rotterdam.
Met de ‘Train je skills‘-campagne (let op de woordspeling) wisten de Spoorwegen dit domein succesvol te claimen, en talloze jongeren aan te trekken voor een eigen mbo-opleiding, door te laten zien wat voor techniek er allemaal komt kijken bij het laten rijden van treinen. In 3 zogeheten ‘TechniekFabrieken’, in Zwolle, Amsterdam en het Brabantse Berkel-Enschot kunnen jongeren in opleiding, in het tweede jaar al salaris krijgen, hun studiekosten door NS betaald krijgen en na afloop van de studie gegarandeerd een baan als monteur bij NS krijgen.
100 mensen gestart
Het is een aanbod dat inmiddels steeds meer jongeren weet te overtuigen, vertelde Wesseling. Afgelopen jaar zijn er 100 mensen gestart met de opleiding, steeds een 10-tal meer dan het jaar ervoor, legde hij uit. ‘Terwijl de belangstelling voor techniek op de ROC’s afneemt, neemt bij ons de interesse nog steeds toe. Ik kan eigenlijk niet trotser zijn dan dat.’ Het gaat overigens niet alleen om jongeren die net van school komen. Ook voor zij-instromers is er voldoende ruimte. ‘Er komt van alles binnen. Maar we zijn er gaandeweg wel achter gekomen dat meteen een salaris hebben heel belangrijk is, zeker voor zij-instromers.’

‘We zijn er wel achter gekomen dat voor zij-instromers meteen een salaris hebben heel belangrijk is.’
Wesseling zit zelf sinds 2018 bij NS, waar hij terecht kwam nadat het spoorbedrijf één van zijn klanten was toen hij nog bij Randstad werkte. In 2022 maakte hij de grote tekorten bij de NS over de hele linie mee, van machinisten en conducteurs tot monteurs. De TreinTechniek-campagne is daar een gevolg van, legt hij uit. Waarbij het succesgeheim volgens hem vooral ligt in het analyseren van de wensen van de doelgroep. ‘Wij zijn echt eindeloos gaan praten met de doelgroep, hebben 300 pagina’s volgeschreven van mensen met ervaringen in het beroep. Dat is cruciaal geweest.’
Vrijheid
Een van de inzichten uit die gesprekken betrof bijvoorbeeld de behoefte aan ‘vrijheid en autonomie’. ‘We kwamen erachter dat dat voor deze groep niet betekent dat ze hybride kunnen werken, maar juist dat ze op meerdere plekken konden worden ingezet. Daarom vind ik dat je deze stap echt nooit moet overslaan. Met praten met je doelgroep krijg je vaak inzichten die net anders zijn dan je zelf op het eerste gezicht misschien zou denken.’ Ook het grafisch weergeven van de verschillende stappen in het proces is zo’n inzicht dat daaruit voortkomt, legde hij uit.

Sterker nog: zelfs de locatie van de opleidingen is gebaseerd op data, aldus Wesseling. Berkel-Enschot is bijvoorbeeld 2 jaar geleden als nieuwe locatie geopend. ‘Dat was echt op basis van onderzoek waaruit blijkt dat in deze regio nog niet een soortgelijke opleiding is, maar wel veel mensen die wel zouden kunnen overwegen in de techniek te willen werken.’ Zo denkt de NS momenteel ook nog aan een opleidingslocatie in de buurt van Den Haag en Rotterdam, verklapte hij.
Domein geclaimd
Zowel online als offline is het domein ‘TreinTechniek’ de afgelopen jaren wel geclaimd, stelt Wesseling. Waar er voorheen nauwelijks iets over te vinden was, zijn er nu op verschillende sociale media bijvoorbeeld allerlei filmpjes over te vinden. ‘Het is belangrijk het verhaal ook te laten vertellen door mensen die de doelgroep al volgt en interactief te zijn met de doelgroep. Het is hun feelgood-moment’, vertelt hij. De inzet van een bekende influencer leverde niet direct het beoogde resultaat, bekent hij ook. ‘Maar zelf TikToks maken, dat werkt een stuk beter.’
En vergeet ook Facebook niet, benadrukte hij. Dat leverde eerst wat verwonderde gezichten op in de zaal, die de combinatie ‘Gen Z’ en ‘Facebook’ moeilijk leken te kunnen rijmen. ‘Maar dat werkt echt goed. Juist om de belangrijkste beslissers voor deze doelgroep te bereiken: de moeders’, aldus Wesseling. ‘Zo waren we ook heel succesvol op de Huishoudbeurs in Utrecht. Dat zijn leuke inzichten, waar je eigenlijk alleen achter komt als je het doet.’ Nog zo eentje: vroeger kon je aan een telefoonnummer nog wel afleiden in welke regio iemand woont. Dat kan nu niet meer. ‘Dus vragen we nu ook uit in welke locatie ze eventueel willen starten.’
Interactieve quiz
Een cv vraagt NS niet aan sollicitanten voor de opleiding. Dat is toch nauwelijks relevant, aldus Wesseling. Zo is eigenlijk de hele candidate journey doorgenomen, en aangepast naar hoe moderne doelgroepen tegenwoordig het liefst reageren. Ook is bijvoorbeeld een interactieve quiz gemaakt waarin deelnemers punten kunnen scoren met bepaalde technische aspecten van het werk. Niet bedoeld als preselectie, zegt hij. ‘Maar wel om de doelgroep een beetje uit te dagen en te prikkelen. En ze alvast een beetje duidelijk te maken waarmee ze te maken kunnen gaan krijgen.’
‘Je tent open gooien, laten zien waar je werkt. Dat vindt deze doelgroep heel belangrijk.’
Minstens zo belangrijk, zeker bij de groep technici, is aanwezig zijn op kleine en grote evenementen, benadrukt hij. Denk aan technische doe-dagen samen met scholen, maar ook een event als On Stage, of open dagen van de TechniekFabrieken zelf. ‘Je tent open gooien, laten zien waar je werkt. Dat het er bijvoorbeeld schoon is, de vloer, maar ook de stoffen waarmee je te werken komt. Dat vindt deze doelgroep heel belangrijk. Laat het dus zien. Anders gaan ze er iets van denken, en raak je ze kwijt nog voordat ze begonnen zijn.’
90% blijft
Het grote succes van de formule is tot nu toe niet alleen dat de NS nu makkelijker meer in techniek geïnteresseerde jongeren weet aan te trekken, maar dat ze bovendien blijven: 90% van iedereen die aan de opleiding begint, en er een erkend mbo-2-diploma haalt, treedt daarna ook als monteur in dienst. ‘Daar zijn we natuurlijk heel blij mee’, aldus Wesseling, die aangeeft dat er in de fase daarna nog wel wat uitdagingen zijn. ‘Ze willen eigenlijk allemaal binnen 3 jaar hoofdmonteur zijn. Maar dat kan natuurlijk niet iedereen. Daar stoeien we dus nog wel een beetje mee.’




























