We bieden ervaren verpleegkundige een ontdekkingsreis in het Maasstad Ziekenhuis. Ze leren op deze manier vrijblijvend ons ziekenhuis kennen. De ‘Volop Verpleegkundige’-route is een uniek 1-op-1 moment met een van onze recruiters. Tijdens een wandeling door het ziekenhuis bieden we ze een persoonlijke en op maat gemaakte inkijk in wat het Maasstad Ziekenhuis voor hen als verpleegkundige kan bieden. Ze stellen een eigen route samen en maken kennis met onze beschouwende, snijdende en specialistische afdelingen. Door bijvoorbeeld een kijkje te nemen op de afdeling Chirurgie, Orthopedie/Traumatologie, Interventiecardiologie of het Brandwondencentrum.
Na afloop vult de recruiter een afspraakkaartje in (bevestigd aan toffe Maasstad-sokken).
Voor deze campagne hebben we een specifieke landingspagina gemaakt op onze werkenbij-site en deze hebben we actief vermarkt via social media. Voor de wervingsstrategie is een stappenplan ontwikkeld. De verpleegkundige meldt zich aan via de website voor een van de beschikbare momenten. Daarna neemt de recruiter contact op om kort kennis te maken en de Volop Verpleegkundige-route samen te stellen. Vervolgens vind het ‘Volop Verpleegkundige’-moment plaats en gaat de verpleegkundige met de recruiter langs verschillende afdelingen in het ziekenhuis. Na afloop vult de recruiter een afspraakkaartje (bevestigd aan toffe Maasstad-sokken) in voor het inplannen van een vervolgmoment.
Wat was de impact van de case?
De campagne heeft 5 weken aangestaan op Facebook en Instagram, daarnaast nog 1 week op LinkedIn. Voor het uitvoeren van deze wervingsstrategie was capaciteit van onze recruiters en verpleegkundigen van de verpleegafdelingen nodig. Uiteindelijk hebben we 3 verpleegkundigen aangenomen op verschillende afdelingen. Daarnaast hebben we ook mensen geënthousiasmeerd om een opleiding te gaan starten. De campagne werd goed ontvangen door de doelgroep én door collega’s.
Looptijd: 5 weken
Media: Facebook, Instagram en LinkedIn
Budget: €900,-
Impressies: 99.100
Sessies: 1.860
Aanmeldingen: 16
Hires:3
Waarom moet deze case een Werf& Award winnen?
Onze campagne moet winnen omdat wij een inspiratie willen zijn voor andere organisaties die werven in een krappe arbeidsmarkt en met een beperkt budget, dat het wel mogelijk is om ervaren collega’s te werven. Juist door als hele organisatie tijd vrij te maken voor het aantrekken van nieuwe collega’s, creëer je een sterk recruitment-fundament. In combinatie met creatieve communicatie is er meer haalbaar dan je van tevoren misschien denkt.
Credits case
De volgende personen, afdelingen en/of externe partijen zijn betrokken bij de case:
Miranda van Schie – recruiter
Jasmijn Kraak – recruiter
Elles de Zeeuw – recruiter
Cansu Özec – recruiter
Sara Akhtar – Franklin – adviseur arbeidsmarktcommunicatie & recruitment
Radboud van der Kooi – adviseur arbeidsmarktcommunicatie & recruitment
Sacha van der Jagt – communicatieadviseur
Uitreiking op Werf& Live
De Werf& Awards worden uitgereikt op Werf& Live, dat plaatsvindt op 28 mei 2024. Werf& Live is dé ontmoetingsplek voor HR-professionals, recruitmentexperts en arbeidsmarktspecialisten die zich willen onderdompelen in de kernaspecten van employer branding. Wil je erbij zijn?
Vorige week was het Internationale Vrouwendag. En dat betekent traditiegetrouw veel aandacht voor de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Er zijn ook genoeg redenen te verzinnen om die te blijven benoemen, of aandacht te vragen voor de achterblijvende groei van vrouwen aan de top van het bedrijfsleven. Maar er zijn ook tekenen van hoop. Zo blijkt dat mannelijke en vrouwelijke zzp’ers in vergelijkbare rollen inmiddels wel degelijk hetzelfde verdienen. Dat mannen ook massaal zijn gaan thuiswerken tijdens Covid is hierin waarschijnlijk ‘the great equalizer’ gebleken.
Startsalarissen in het MKB liggen voor mannen en vrouwen momenteel nagenoeg gelijk.
Ook liggen startsalarissen in het MKB voor mannen en vrouwen momenteel nagenoeg gelijk, blijkt uit onderzoek van Van Spaendock in samenwerking met Intelligence Group. Pas na enkele jaren werken gaan de salarissen uit elkaar lopen. ‘Kinderen krijgen’, tijdelijk het arbeidsproces verlaten vanwege zwangerschapsverlof en ‘meer parttime werken’ blijken daar onder meer verklaringen voor.
Intern vs extern bewegen
Ook blijkt uit cijfers van Intelligence Group dat mannen vaker intern doorgroeien en vrouwen meer hun weg naar andere werkgevers zoeken. In 2023 kreeg 10,5% van de mannen intern een andere rol, tegen 9,4% bij vrouwen. En dat terwijl 16,5% van de vrouwen bij een andere werkgever ging werken (tegen 15,0% van de mannen). Als mannen wisselen van werkgever is dit bovendien vaker omdat ze benaderd of gevraagd worden. Vrouwen wisselen juist vaker omdat ze ontevreden zijn in hun huidige baan. Dit kan ook een verklaring zijn voor genderverschillen in salaris, omdat ‘gevraagd worden’ meer leverage geeft om te onderhandelen.
Het CBS laat zelfs nog grotere verschillen zien (die cijfers zijn inclusief studenten en bijbaners) in het extern bewegen tussen mannen en vrouwen. Dat kan de hardnekkige loonkloof deels verklaren, aangezien intern doorgroeien dus eerder verticaal is, waar extern bewegen juist vaak eerder een horizontale stap is. Daar komt bij dat 14,9% van de vrouwen niet over haar arbeidsvoorwaardenvoorstel onderhandelt, terwijl dat slechts voor 11,0% van de mannen geldt. Dit verschil lijkt misschien klein, maar is wel degelijk relevant.
Het is anders na de 40
Hierbij valt ook op dat tot het veertigste levensjaar mannen en vrouwen ongeveer even vaak onderhandelen over salaris (ongeacht hoe succesvol dit is). Pas daarna komt er een verschil, waarbij mannen vaker over salaris onderhandelen, en vrouwen minder. Ook zien we dat mannen boven de 40 meer dan vrouwen worden benaderd door werkgevers en dat dit verschil ook oploopt na het veertigste levensjaar. Van een causaal verband kunnen we op basis van deze getallen niet spreken, maar er is waarschijnlijk wel een relatie.
Van tekengeld tot bonus: mannen onderhandelen over alle financiële zaken meer dan vrouwen.
Mannen onderhandelen bijna over alle zaken meer dan vrouwen. Bijvoorbeeld: 4 keer (!) zo vaak over tekengeld, 3,3 keer zo vaak over de auto van de zaak, 2,1 keer zo vaak over de bonus en 1,9 keer zo vaak over een vergoeding bij gedwongen ontslag. Vrouwen onderhandelen daarentegen (een beetje) meer over werktijden, ‘datum indiensttreding’, mogelijkheid tot thuiswerken en opleidingsmogelijkheden en -budget. Vrouwen onderhandelen nooit meer dan mannen over de financiële zaken gerelateerd aan hun werk. Ze onderhandelen en waarderen daarentegen vooral andere (niet-financiële) zaken.
Europese wetgeving komt eraan
Nieuwe Europese wetgeving komt eraan, die moet gaan helpen om de loonkloof verder te dichten. Salarissen en financiële emolumenten moeten straks bijvoorbeeld bekend zijn aan het begin van het sollicitatieproces. Hiermee wil de Europese Unie voorkomen dat vrouwen opgebouwde salarissenverschillen meenemen van werkgever naar werkgever. Ook wil de EU hiermee mannen een deel van de onderhandelingswind uit de zeilen halen.
De EU wil mannen een deel van de onderhandelingswind uit de zeilen halen.
Goede initiatieven die zonder meer gaan helpen om het salarisverschil te dichten. Al kan het zomaar ook eens gebeuren dat de oplossing uit een andere hoek komt. Zo vermoed ik dat zwangerschapsverlof van mannen ook een duit in het zakje gaan doen. Alleen zouden de huidige 5 weken dan ook 4 tot 5 maanden moeten worden, net als bij vrouwen. Als mannen ook zolang in één jaar niet werken, zou het zomaar eens kunnen zijn dat ze in de beoordelingscyclus ook een jaartje meer stilstaan of minder snel omhoog gaan. Dat zou hierin zomaar eens de ‘great equalizer’ kunnen zijn.
Loonkloof wegnemen
Helaas (maar voor ondernemers maar goed ook) krijgen mannen nog geen 5 maanden zwangerschapsverlof. Wat dan natuurlijk ook kan: vrouwen die zwanger zijn geweest beoordelen en belonen alsof ze wél 12 maanden hadden gewerkt. Dat zou zomaar eens de grootste loonkloof kunnen wegnemen. Qua interne promotie blijft dat natuurlijk lastiger, omdat je – hoe je het ook wendt of keert – een stuk werkervaring mist. Dit geldt natuurlijk ook voor parttime werken. Iemand die 10 jaar lang fulltime heeft gewerkt heeft heel wat meer ‘vlieguren’ dan iemand die al 10 jaar parttime werkt. Hoewel ze allebei 10 jaar werkervaring hebben.
Helaas (maar voor werkgevers maar goed ook) krijgen mannen nog geen 5 maanden zwangerschapsverlof.
Met andere woorden: de loonkloof is op de arbeidsmarkt heus niet zomaar helemaal verdwenen. Maar als vrouwen nu eens beter leren onderhandelen, en mannen ook langer zwangerschapsverlof nemen, dan moet meer gelijk loon voor gelijk werk zeker dichterbij komen. De zzp’ers hebben al bewezen dat het kan. Waarom zou dat dan niet ook in loondienst kunnen?
Het nieuws sneeuwde vorige week een beetje onder. Maar nochtans was het behoorlijk schokkend wat het CBS liet zien met de meest recente economische cijfers. En dan hebben we het niet zozeer over die geringe BBP-groei van 0,1 procent. Wat nog meer in het oog viel was eigenlijk de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Na een paar jaar van (lichte) groei dook die namelijk weer eens onder het nulpunt. En dat konden we op de huidige krappe arbeidsmarkt nou eens net níet gebruiken. Want dat betekent dat we voor verdere groei nóg meer afhankelijk worden van meer inzet van mensen dan hiervoor.
De arbeidsproductiviteit is kort gezegd hoeveel binnenlands product we per gewerkt uur kunnen produceren. Daalt dat cijfer, dan betekent het dus dat we méér mens(ur)en nodig hebben om hetzelfde te produceren. En juist aan die (goede) mensen is momenteel zo’n groot gebrek. Vandaar dat we rustig kunnen stellen dat de daling van de arbeidsproductiviteit met maar liefst 0,6 procent misschien wel het slechtste nieuws is dat recruiters de afgelopen weken hebben kunnen tegenkomen.
20 jaar digitaliseren: 0 resultaat
Iemand als FD-econoom Mathijs Bouman (foto) hamert er al geruime tijd op: alleen in de arbeidsproductiviteit zit de echte oplossing voor de structurele schaarste. Maar tegelijk blijft de groei ervan al jaren achter, ondanks alle focus op automatisering en robotisering. ‘De arbeidsparticipatie staat op het hoogste peil ooit – en zo’n groei als tussen 2013 en 2023 gaat zich niet herhalen. Het idee dat er nog arbeidsreserves zijn die we makkelijk kunnen aanboren is een fictie. Bedrijven die willen groeien moeten vol investeren in arbeidsvervangende technologie’, zei hij er onder meer over op het Werf&-seminar Arbeidsmarkttrends.
‘Twintig jaar van digitaliseren en automatisering heeft precies niets opgeleverd.’
Misschien dat A.I. daarbij wel eens de reddende engel kan zijn, stelde hij ook. ‘Kantoren staan vol computers, elke werknemer heeft via het internet toegang tot alle kennis van de mensheid, maar productiever wordt men niet. Terwijl tussen 2002 en 2022 de arbeidsproductiviteit in de industrie met 65% toenam, was er in de zakelijke dienstverlening sprake van stilstand. Zo’n 20 jaar digitaliseren en automatiseren heeft precies niets opgeleverd.’ Maar dat zou met A.I. wel eens kunnen veranderen, hoopt hij.
De zorgwekkende ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit in beeldIn de zakelijke dienstverlening daalt de arbeidsproductiviteit zelfs.
Economen eensgezind
Ook andere economen tonen zich vrij eensgezind als het om dit onderwerp gaat. Meer arbeidsproductiviteit is echt hard nodig, want alleen maar meer mensen werven en aan het werk zetten, daar gaan we het niet meer mee redden, zo is de algemene gedachte. Dat viel bijvoorbeeld te horen bij de groep economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) die in februari nog een bezoek brachten aan Nederland, met een rugtas vol met goedbedoelde adviezen over onder meer A.I. en automatisering.
Ook econoom Heleen Mees haalde het onderwerp recent uitgebreid aan bij BNR, en hoogleraar Robert Dur benoemde het ook nog in zijn Dies Natalis, eind januari bij de Universiteit van Maastricht, waarin hij de uitdagingen van de Nederlandse arbeidsmarkt besprak. Om de productiviteit te verhogen, zouden we bijvoorbeeld wat strenger kunnen zijn voor de nu dominante, maar laagproductieve sectoren als slachthuizen, distributiecentra en kassen, zoals ook DNB-president Klaas Knot bepleitte, net als Frans Timmermans in zijn Banning-lezing, en ook diverse universiteiten.
Ook internationaal laag
De groei van de Nederlandse arbeidsproductiviteit is de afgelopen decennia niet alleen steeds verder teruggelopen, hij is ook in internationaal perspectief behoorlijk laag, liet ESBrecent zien. In Zweden, Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en de Verenigde Staten ligt de gemiddelde jaarlijkse groei bijvoorbeeld een stuk hoger, terwijl het niveau daar vaak sowieso al (soms ver) boven dat van Nederland ligt.
Wat eraan te doen? Het probleem ligt namelijk niet zozeer in het grote aantal zzp’ers in Nederland, noch in gebrekkige marktwerking, een haperende verspreiding van kennis, of te lage lonen, zo werd eerder eigenlijk al geconstateerd. Ook volgens de ESB-analyse is de oorzaak grotendeels te vinden in de laagproductieve sectoren, die een steeds groter deel van de werkgelegenheid opsouperen. Denk niet alleen slachthuizen, kassen en distributiecentra, maar ook: schoonmaak, beveiliging, uitzendbureaus. Terwijl hoogproductievere sectoren als mijnbouw, telecom en financiële diensten dus juist relatief minder hard groeien.
Arbeidsmarktdynamiek
De ESB-auteurs noemen echter ook nog een ander interessant aspect als mogelijke verklaring voor de lage groei van de arbeidsproductiviteit, en dat is: de dynamiek op de arbeidsmarkt. Die is in Nederland namelijk ook ongunstiger dan bijvoorbeeld in Denemarken en Zweden, zo valt er te lezen. Daar zou het immers gebruikelijker dan in Nederland zijn om van baan te wisselen, aldus ook OESO-cijfers. Dus ondanks dat we vaak dénken dat we in Nederland een heel flexibele en volatiele arbeidsmarkt hebben, is dat in de praktijk misschien wel helemaal niet zo. Met dus vrij funeste gevolgen voor de arbeidsproductiviteit.
Het is juist hier dat de wereld van recruitment ook om de hoek komt kijken. Want investeren in innovatie en kennisontwikkeling, dat ligt in de meeste organisaties meestal niet op het bordje van de recruiter. Maar dat is anders waar het gaat om de arbeidsmarktdynamiek aanjagen. De ESB-auteurs pleiten bijvoorbeeld voor inzet op om- en bijscholing en intersectorale mobiliteit, teneinde het mensen makkelijker te maken tijdens de loopbaan van baan te wisselen. Maar ligt hier niet ook juist een mooie taak voor de recruiter? En zo bevat de analyse toch ook weer wat goed nieuws. Dus hup, recruiters van Nederland, help die dynamiek op de arbeidsmarkt te versnellen, en zorg eens voor meer mobiliteit! Anders wordt het nooit meer wat met de arbeidsproductiviteit…
Over de auteur
Peter Boerman is hoofdredacteur van deze site. Hij schrijft af en toe opinies op persoonlijke titel.Zoals deze.
Je zal er maar voor staan! Je zal bijvoorbeeld staan voor de opgave om een groot aantal verschillende vacatures te vervullen, van de CEO- tot de medewerker postkamer-vacature. Inhoudelijke kennis van alle functies hebben, zeker van mbo-functies, dat is niet te doen. Je zal er maar voor staan om zowel theoretisch opgeleide academici als praktisch ingestelde mbo’ers te moeten werven; de verwachtingen van de kandidaten over solliciteren zijn compleet anders.
Volumefuncties vragen een andere, meer datagedreven aanpak, andere skills.
Je zal er maar voor staan om zowel eenmalige ‘exotische’ vacatures als de altijd openstaande vacatures te moeten vullen. Volumefuncties vragen immers een andere, meer datagedreven aanpak, andere skills. Je zal er maar voor staan om zowel de A.I.-ontwikkelingen als de ontwikkelingen op vacatureteksten en recruitment marketing te moeten volgen; alleen grote corporates kunnen alle kennis in huis halen en houden.
Oppervlakkige relatie
Je zal er maar voor staan om de traditionele P&O-medewerker te moeten ontwikkelen tot een moderne recruitment marketeer die ook nog eens expert is op digitale multi-sourcing-tools; een andere (mentale) benadering die ook een ander type persoonlijkheid vraagt. En je zal er maar voor staan om met een enkele recruiter tientallen hiring managers te moeten bedienen. De interne klantrelatie zal altijd oppervlakkig blijven.
Je zal er maar voor staan dat in jouw functiehuis een recruiter maximaal 3.000 euro per maand verdient…
Je zal er maar voor staan dat je een functiehuis hebt waar een professionele recruiter maximaal 3.000 euro per maand kan verdienen; toppers in de huidige arbeidsmarkt verdienen al snel het dubbele of meer. En je zal er tegelijkertijd maar voor staan dat je moet werken met een sterk verouderd ATS. Als recruiter ben je dan soms meer tijd kwijt met het achterhalen waar de sollicitant in het proces zit dan met de kans om snel en adequaat te reageren op kandidaten in deze krappe arbeidsmarkt…
Niet gek dus
Het is dan niet gek dat in veel organisaties:
Vacatures veel te lang openstaan, omdat er geen goed ATS is om voldoende grip te krijgen op het proces.
Er geen goede recruitment-KPI’s zijn, zoals cost per hire, waardoor niemand het kader heeft om de normen qua kosten en doorlooptijd te bewaken.
Je niet de beste en meest ervaren recruiters aan je kunt binden, en jonge, onervaren of zelfs onbekwame recruiters moet inzetten om inhuur te voorkomen.
De hiring managers meer via bureaus inhuren dan eigenlijk goed is voor de organisatie; zowel financieel als kwalitatief in termen van binding.
Recruitmentmanagers en recruiters zich ten koste van hun eigen gezondheid een slag in de rondte werken om de organisatie draaiende te houden, waardoor de kosten van verzuim oplopen en veel recruitmentcapaciteit wordt ingehuurd.
Veel en vaak op recruitment gemopperd wordt. Dit wil vooral nog wel eens gebeuren als ze er niet bij zijn. Meer waardering zou op zijn plaats zijn, zonder recruitment wordt het zeker niet beter. Verbeteringen zijn absoluut noodzakelijk – zeker als het gaat om de ingewikkelde mbo-vacatures. Het moet dan wel zo zijn dat voor recruitment de randvoorwaarden ingevuld zijn.
De voorwaarden
Die voorwaarden voor snel en adequaat ingrijpen van recruitment zijn eigenlijk vrij simpel:
Creëer echt (!) draagvlak op het hoogste niveau, met ‘afdwingmacht’ om doe-dingen echt voor elkaar te krijgen; een dag gewacht is een dag te veel.
Zorg voor voldoende budget voor tooling (proces- en rapportagetooling) voor effectieve en efficiënte processen; neem afscheid van onmogelijke ATS-systemen die van alles doen behalve het recruitmentproces ondersteunen.
Zorg voor een salarishuis dat ruimte biedt voor het aannemen en behouden van voldoende recruitmenttoppers; zorg voor eigen capaciteit op alle niches.
Maak een opleidingsbudget voor recruiters en hiring managers voor de opbouw en het onderhouden van inhoudelijke kennis van elkaars werkzaamheden;
Ontwikkel visie en beleid op de integrale human capital-agenda; zodat het niet bij eenmalige acties blijft.
Geen verrassing
Met deze voorwaarden ingevuld, is het tij snel en adequaat te keren. Uiteraard hangt de snelheid af van de achterstand die in de afgelopen jaren is opgelopen. Het zal meer werk zijn en langer duren als er onvoldoende is geïnvesteerd en onvoldoende is geanticipeerd op de huidige krappe arbeidsmarkt. De vergrijzing is immers al lang geleden aangekondigd en de krapte van nu had geen verrassing mogen zijn.
De vergrijzing is al lang geleden aangekondigd en de krapte van nu had geen verrassing mogen zijn.
Belangrijk bij dit alles is dan wel om recruitment beter te gaan waarderen. Het is immers niet alleen hun probleem. Wat niet wil zeggen, dat soms niet de juiste mensen staan opgesteld om de huidige en vaak complexe uitdagingen planmatig en structureel op te lossen.
Het vak is niet meer wat het ooit is geweest; een mensen-mensen-vak! Inmiddels is het een data-analyse-vak, een vak waar je moet kunnen rekenen. Het is een bedrijfskundig vak, dat begrijpt hoe organisaties zich gedragen. Een psychologisch vak ook, waarbij je gedrag van mensen individueel en in groepen moet snappen. Het is een online marketingvak, dat digitale skills vraagt. En het is een servicegericht vak, waarbij je zowel kandidaten als hiring managers moet bedienen. Maar hoe dan ook, zonder echt waardering op te brengen voor recruitment gaat er niets veranderen. Ga ze waarderen en bied de conditie om hun werk goed te doen.
Tijdens de Leergang Recruitment van de Academie voor Arbeidsmarktcommunicatie leer je alles om kandidaten te vinden en in beweging te brengen uitgaande van je eigen recruitmentkracht. Op 30 mei begint een nieuwe editie. Zo leer je altijd toegevoegde waarde te leveren!
Stel: je weet dat iemand elke vrijdag naar de film gaat. Maar stel: je weet ook dat diegene deze week zijn been gebroken heeft. Wat denk je: zal dat bioscoopbezoek deze vrijdag doorgaan? Als je het aan een algoritme vraagt, zal dat waarschijnlijk ‘ja’ zeggen. Het heeft immers niet anders geleerd. Maar vraag je het een mens, dan wordt het waarschijnlijk een ‘nee’. Hoe kun je met een gebroken been nu naar de film?
Hoe kun je nu met een gebroken been naar de film?
Precies zo is het in veel selectiebeslissingen in recruitment. We denken vaak ‘broken legs’ te zien bij kandidaten, waarvan we denken dat algoritmes ze over het hoofd zien, en dat we daardoor slimmer zijn dan de computer, en dús uiteindelijk betere beslissingen maken. Maar in werkelijkheid zijn er maar heel weinig écht gebroken benen, vertelt Marvin Neumann, onderzoeker aan de Nederlandse Vrije Universiteit. En zitten we er dus vaker naast dan dat het stugge algoritme dat doet.
Als je maar consistent bent
In een experiment liet hij vorige week duidelijk zien dat consistentie loont in recruitment. Min of meer ongeacht wáár je nu consistent over bent. Wil je de beste kandidaat kiezen, dan kun je het beste vooraf bedenken welke beslisregel je wilt volgen om tot die keuze te komen, en daar vervolgens structureel aan vasthouden. Hoe contra-intuïtief dit ook voelt, het maakt dus vaak niet uit of die beslisregel nou precies klopt of niet, aldus Neumann. Consistentie in keuze blijkt nog belangrijker.
Het maakt gek genoeg eigenlijk niet uit of je beslisregel nou precies klopt of niet.
In het experiment werd een groep van zo’n 50 respondenten gevraagd een 30-tal anonieme sollicitanten voor de rol van ticket agent bij een luchtvaartmaatschappij te beoordelen. Van de kandidaten waren slechts hun scores bekend op het gebied van een cognitieve IQ-test, een zelfrapportage op consciëntieusheid, en het oordeel van een manager op basis van een ongestructureerd interview (tussen 1 en 5).
De ene helft van de groep respondenten kreeg echter vooraf de vraag om aan te geven hoe belangrijk zij deze criteria (ten opzichte van elkaar) vonden, de andere helft kreeg die vraag niet. Het blijkt dat de eerste groep, die dus een weging vooraf bekend maakte, en op basis hiervan een score-advies kreeg, vaak van hun eigen advies afweek en daarom nauwelijks betere voorspellingen maakte dan de tweede groep. Had de eerste groep echter consistent hun eigen opgestelde beslisregel gevolgd, dan had zij vervolgens ook beter de uiteindelijke score van een kandidaat voorspeld dan de groep die vooraf geen beslisregel had opgesteld, maar puur selecteerde op basis van hun eigen eerdere ervaring.
Rotte appels
Neumann organiseerde het live experiment samen met Wim Thielemans van de Vlaamse School for Recruitment. ‘Soms is keuzes maken makkelijk’, aldus Thielemans, terwijl hij twee rotte appels en één glimmende laat zien. Maar meestal is dat dus niet zo. Hij zegt het voorbeeld van de broken legs wel te herkennen. ‘Een kandidaat heeft de website niet bekeken, komt te laat binnen of heeft een d/t-fout in de brief staan. Dan valt hij of zij al snel af. We denken dat zulk soort dingen meespelen, maar dat doen ze dus zelden.’ Neumann: ‘Als mensen hun zelf gemaakte beslisregel constant toepassen, en dan niet proberen uitzonderingen op de regel te zien, dan is de voorspelbaarheid hoger dan wanneer voorspellingen puur op ervaring gebaseerd zijn. Helaas is de praktijk meestal anders.
Meer ervaring blijkt in selectie nauwelijks meerwaarde op te leveren.
Neumann heeft zo nog wel meer interessante inzichten te delen, over zowel bias als ruis in het selectieproces. Dat ervaring in selectie bijvoorbeeld nauwelijks meerwaarde oplevert. Dat het puur consistent toepassen van een beslisregel in vrijwel alle gevallen beter scoort dan puur selecteren op basis van intuïtie van de selecteur, ook als het gaat om minder valide selectie-instrumenten.
Zo kan volgens hem dus zélfs een ongestructureerd sollicitatiegesprek een rol spelen. ‘Als je het maar gaat kwantificeren, en vervolgens via een consistente beslisregel toepast’, legt hij uit. ‘Idealiter geef je zo’n suboptimaal instrument dan een wat lager gewicht. Dat nog altijd levert betere selectiebeslissingen op dan helemaal geen beslisregel te gebruiken en je intuïtie in te schakelen. Wie het volgens het boekje wilt doen gebruikt alleen maar een paar valide instrumenten en telt de scores gewoon op. Maar voordat iemand zegt: ‘Nou, als je wilt dat ik een compleet gestructureerd interview ga doen, dan gebruik ik wel helemaal geen algoritme’, is mijn antwoord: ‘Oké, accepteer dan een instrument wat suboptimaal is en probeer het een wat lager gewicht te geven, voordat je helemaal geen beslisregel wil gebruiken en dus heel inconsistent oordeelt.’
Nóg een gesprek? Liever niet
Veel van die kennis is al bekend sinds 1954 (Paul Meehl), 1959 (Lasky et al) en 2020 (Yu & Kuncel) en 2016 (Kausel et al). Uit dat laatste onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat méér informatie helemaal niet altijd tot betere beslissingen leidt. Nóg een gesprek? Nog een screening? We denken vaak: meer informatie is alleen maar beter. Baat het niet, dan schaadt het ook niet. Maar Neumann zegt dat we ons daarin vergissen. ‘Meer ongestructureerde interviews kunnen zelfs schadelijk zijn voor onze oordelen. Het toevoegen van een slecht interview kan de valide informatie verwateren; het zogeheten dilution-effect. En alsof dat op zich nog niet erg genoeg is, komt er nog eens bij dat mensen meer vertrouwen hebben in hun eigen oordeel als het gebaseerd is op meer informatie.’
Het toevoegen van een slecht interview kan de waarde van de valide informatie verwateren.
Dat mensen liever vertrouwen op hun eigen oordeel (hoe gekleurd ook) dan op algoritmes heeft er waarschijnlijk mee te maken dat ze vrezen dan autonomie kwijt te raken. Door mensen te vragen zélf een simpele beslisregel vooraf te laten opstellen, kun je dat volgens hem grotendeels teruggeven. ‘Maar dan moet je vervolgens niet de mogelijkheid om daarvan af te wijken. Dus niet de mogelijkheid bieden om broken legs te zien.’
Simpele beslisregel gewenst
Samengevat: zorg dat je een simpele beslisregel opstelt, en doe dat vooral zelf. Daar is de rol van de expert namelijk nog wel belangrijk. Dat is altijd beter dan géén beslisregel maken. En voeg daarna niet te veel extra instrumenten toe. Niet goed voor je budget, maar ook zelden goed voor je validiteit, aldus Neumann. ‘We moeten echt afleren om nóg een extra test te vragen.’ En trek je bij de beslisregel vooral ook niet te veel aan van wat voor gewicht je een bepaald criterium moet geven. ‘Dat je het consistent toepast, dat verklaart grotendeels waarom beslisregels beter zijn dan je intuïtie. Dat is dus meestal belangrijker dan de kwaliteit van het algoritme en de verdeling van de gewichten.’
‘Waak waar de mens zich zou moeten terugtrekken is het combineren van informatie.’
Als beslisregels (dus: algoritmes) belangrijker zijn dan het menselijke oordeel, wat voor rol blijft er dan eigenlijk nog over voor de recruiter? ‘Daar hebben we ook onderzoek naar gedaan’, zegt Neumann. ‘En er zijn nog genoeg zaken die overblijven. Vooral voor het verzamelen van informatie. De enige taak waar de mens zich volgens mij zou moeten terugtrekken is het combineren van de informatie.’ En besef, vult Thielemans aan: ‘Jouw oordeel heeft een enorme impact op de toekomst van de kandidaat. Jouw keuze kan die persoon helpen of kraken. Juist daarom is het ook zo belangrijk dat het goed gebeurt…’
Meer weten?
Meer weten over hoe je beslisregels kunt opstellen? Lees dit tutorial. Meer over hoe je je eigen selectie-algoritme kunt ontwerpen? Volg een gratis workshop op 14 mei met dr. Marvin Neumann (Vrije Universiteit Amsterdam) en Wim Thielemans (School for Recruitment).
Via een zelfgeschoten video op zoek gaan naar een baan, we besteedden er in deze rubriek al wel eerder aandacht aan. In Nederland waren er in elk geval al heel wat voorbeelden van te vinden. Maar zoveel bereik als de goedlachse Marta Puerto ermee wist te genereren? Dat zal toch weinigen gegeven zijn. In de eerste 3 dagen wist ze er al meer dan 1 miljoen views op te krijgen, resulterend in ‘honderden verzoeken’ van werkgevers om eens te komen praten.
In 3 dagen wist Marta al meer dan 1 miljoen views op haar video te krijgen.
Een mooie opsteker voor de 29-jarige marketeer, met ervaring in B2C en B2B, die in haar vorige baan bij fintechbedrijf Xolo in oktober ontslagen werd, en sindsdien allerlei verwoede pogingen deed om iets nieuws te vinden. Vooralsnog echter zonder resultaat. Dat zal na de viral video, die ze opnam met de medewerking van haar laatste werkgever, videoproductiebedrijf Filmograma, ongetwijfeld anders zijn.
The medium is the message
Marta Puerto, die ook nog een tijdje in het Belgische Luik werkte, spreekt 6 talen: Spaans, Catalaans, Engels, Frans, Portugees en Italiaans. In haar video spreekt de marketingmanager haar publiek vooral in het Engels toe, maar ook de andere talen komen voorbij. De video is juist zo goed, zo wordt vrij algemeen erkend, omdat hij zo mooi een link legt tussen het medium van communicatie en het beroep waarin ze terecht wil komen. The medium is the message, zou good old Marshall McLuhan zeggen
En dat terwijl ze eigenlijk heel verlegen is, zegt ze zelf, en het ‘extreem beschamend’ vindt om het over zichzelf te hebben. ‘Maar mensen die me kennen, weten ook dat ik niet zomaar opgeef.’ En dus kwam ze na ‘ontelbare sollicitatiebrieven’, vaak zelfs zonder enige reactie, tot dit resultaat, ook nog eens ondersteund door een gloednieuwe website. Waarbij ze voor de video trouwens heel veel zelf oppakte: van idee tot concept, script (inclusief het nu al legendarische ‘Free trial ended. Book an interview’), en locatiescouting tot publicatie en distributie.
De toekomst van het cv
Op internet zijn de reacties op de precies 1 minuut en 42 seconden durende video over het algemeen lovend. ‘Dit is de toekomst van het cv in tijden van GenAI’, valt bijvoorbeeld te lezen. ‘Dit laat namelijk echt iemands ware potentieel zien.’ Een ander stelt dat alle werkgevers die haar de afgelopen maanden hebben afgewezen nu wel de haren uit het hoofd zouden trekken van spijt.
Zelf had ze echter alle aandacht niet verwacht. ‘Ik had gedacht dat ik er mogelijk 100 tot 200 likes op zou krijgen, vanuit mijn eigen netwerk.’ Na 1 dag stond de teller echter al ruim boven de 80.000 likes. Ze had in diezelfde tijd ook al 5.000 connectieverzoeken binnen. ‘Ik krijg nu zelfs verzoeken van recruiters die me eerst hebben afgewezen. Ze willen nu ineens allemaal een stukje Marta’, zei ze in een interview.
Eén werkgever vroeg haar zelfs om naar Londen te verhuizen.
Het duurde zelfs maar enkele minuten nadat ze de video had gepost, voordat de eerste reactie binnenkwam: een voormalig collega die nu bij een ander bedrijf werkt vroeg haar voor een sollicitatiegesprek de volgende week. Maar daar bleef het niet bij. Het regende zelfs zoveel verzoeken dat ze een aparte mailbox ervoor opende. Eén werkgever vroeg haar zelfs om naar Londen te verhuizen, na overleg met de CEO aangepast tot: ‘Oké, we vinden het ook niet erg als je remote vanuit Madrid wil werken.’
Implicaties
Het viral video-cv, dat de titel Meet Marta: The Movie had meegekregen, heeft nogal wat implicaties voor de toekomst van recruitment, zo valt her en der te lezen. ‘Het stelt serieuze vragen over de effectiviteit van het traditionele sollicitatieproces in een wereld waar juist digitale presence en creativiteit belangrijk zijn voor iemands carrièrekansen en de nieuwe valuta van succes worden’, zo luidt een van de analyses. ‘Als meer individuen een voorbeeld nemen aan Marta, en dit soort content gaan maken om hun skills aan te tonen, zullen bedrijven hun recruitmentstrategieën moeten overdenken en gaan aanpassen.’
Wie wel eens van een term als ‘Total Talent Management‘ heeft gehoord, denkt soms dat het daarbij vooral erom gaat of je iemand beter vast of flex (als zzp’er, uitzendkracht of gedetacheerde) kunt aannemen. Maar kijken we naar de inzendingen voor de allereerste Total Talent Management Awards in de geschiedenis, waarvan gisteren in Breda dus ook de allereerste jurydag ooit heeft plaatsgevonden, dan blijkt de term werkelijk een heel spectrum aan mogelijkheden te bevatten waarop je naar het aantrekken van talent kunt kijken.
Er is een heel spectrum aan mogelijkheden waarop je naar het aantrekken van talent kunt kijken.
Of het nu gaat om samen met andere organisaties talent delen (Vitalis), om via een Employer of Record-oplossing internationaal talent aan je te binden (Fairphone), om een intern gigs-platform (Booking.com), om een gezamenlijk opleidingsprogramma met leveranciers (Aquafin), of om een combinatie van al die opties (ING, UCB); het talentvraagstuk blijkt veelzijdiger dan ooit, en voor elke organisatie een (ook technische) uitdaging. En dan hebben we het nog niet eens gehad over bijvoorbeeld outsourcing of robotisering.
Extended enterprise
Het past bij het idee van de ‘extended enterprise’, zoals Mark van Assema en Marleen Deleu dat uitwerkten in hun nog altijd zeer lezenswaardige boek Mis geen talent. ‘Oftewel: denk niet vanuit je stafsilo’s van Finance, HR en Inkoop; daar heeft de business immers geen boodschap aan. En denk voor invulling ook niet vanuit contractvormen als vast en flex: die zijn volgend, niet leidend’, aldus Van Assema, die samen met Deleu ook de initiatiefnemer van de Total Talent Management Awards is. Talent komt in vele soorten en maten, zo lijkt hun boodschap te zijn.
Hun ideeën over die nieuwe, veel meer integrale en uitgebreide benadering van talent aantrekken, sluiten nauw aan bij die van Harvard-hoogleraren John Winsor en Jin H. Paik, die in hun recente boek Open Talentook schrijven dat het tijd is voor nieuwe modellen, en af te stappen van de lineaire, traditionele en top-down manier van vacatures vullen, die in veel organisaties nog altijd min of meer standaardprocedure is. Met als belangrijk(ste) onderdeel van al die nieuwe modellen: platformisering, mogelijk gemaakt door technologie.
‘Grootste kopzorg’
‘De grootste kopzorg waarmee internationale bedrijven vandaag de dag worden geconfronteerd – en niet te vergeten hun grootste kostenpost – is het vinden van talent’, zeggen ze. ‘Om dit probleem aan te pakken, omzeilen veel individuele managers nu stilletjes de standaard recruitmentprocedures van hun organisatie en wenden ze zich tot talentplatforms om bekwame hulp te vinden. Er zijn al meer dan 800 van zulke digitale talentplatforms die bedrijven de diensten aanbieden van miljoenen hoogopgeleide freelance professionals van over de hele wereld. En die freelancers kunnen vaak sneller en goedkoper werken dan fulltimers.’
‘Bedrijven moeten al het talent beschouwen als deel van een wereldwijd netwerk.’
Hoogste tijd om dat nu ‘stiekeme’ gedrag van managers in elk geval in kaart te brengen en er liefst ook nog beleid op te ontwikkelen. Want dan kun je er echt voordeel mee gaan doen. ‘Bedrijven moeten zelf een open-talent-strategie ontwikkelen – een fundamenteel nieuwe benadering van recruitment, waarbij ze al het talent beschouwen als deel van een wereldwijd netwerk waarop ze kunnen vertrouwen om aan hun behoeften te voldoen’, aldus de auteurs.
500 miljoen talenten
Dat steeds meer organisaties moeite hebben om vast talent aan te trekken of te houden is geen probleem van de laatste jaren, zeggen ze ook. Het speelde al vóór corona, en ook al voor de opkomst van A.I. Maar thuiswerken en platformisering heeft het wel in een stroomversnelling gebracht, en die geest is niet zomaar terug in de fles te duwen. Wil je als organisatie nu alleen nog met vaste vacatures in je behoefte voorzien, dan kan het knap lastig worden, schrijven ze. Je sluit je ogen dan niet alleen voor de wensen van een hele generatie, maar ook voor een hele wereld aan talent buiten je eigen grenzen.
‘Wil je als organisatie nu alleen nog met vaste vacatures in je behoefte voorzien, dan wordt het knap lastig.’
Op de meer dan 800 digitale talentplatforms die de auteurs over de hele wereld hebben onderzocht, zijn bijvoorbeeld naar schatting 500 miljoen (!) hoogopgeleide professionals aangesloten, gescreend en al en klaar om te werken. ‘Dit zijn mensen die gebruik hebben gemaakt van nieuwe technologieën en talentplatforms om zichzelf om te vormen tot mondige micro-ondernemers die hun eigen arbeidsvoorwaarden bepalen en zelf beslissen welk werk ze doen, waar, wanneer en hoe ze dat doen en wat ze ervoor vragen.’
Open Talent
Zelf noemen ze deze verschuiving dus ‘Open Talent‘ – ‘een term die we gebruiken om de versnelde digitale transformatie van talentmanagement te beschrijven door middel van wereldwijd verspreide arbeidskrachten die voor bedrijven toegankelijk zijn via on-demand digitale platforms.’ Dat kan volgens hen tal van voordelen opleveren. Denk: minder frictie bij het zoeken naar (geschoolde) krachten, minder vaste salariskosten, een groter vermogen om mee te bewegen met de vraag, sneller en efficiënter werk en aanzienlijke kostenbesparingen.
En let op, het gaat hier wel om iets anders dan de gig economy. ‘Dat laatste gaat voor ons vaak om transacties tussen bedrijven en consumenten, zoals met bezorgservices. Dat soort werk kan werknemers in een tredmolen zetten en hen nooit de kans geven om op adem te komen. Open talent is echter een breed concept dat verschillende strategieën voor het aantrekken van talent omvat die verder gaan dan de traditionele tewerkstelling en die de nadruk leggen op flexibiliteit en toegang tot gespecialiseerde vaardigheden.’
Inkoop niet meer voldoende
Het is niet meer genoeg om HR alleen te laten werken met werknemers en uitzendkrachten, de afdeling inkoop met outsourcing-partners en innovatiebureaus met externe medewerkers, stellen de auteurs. ‘Bedrijven moeten al hun talent gaan zien als onderdeel van een wereldwijd netwerk van zeer gespecialiseerde werknemers met onderling afhankelijke vaardigheden. En dan, als ze die nieuwe denkwijze hebben aangenomen, moeten ze zelf bouwen aan wat we een externe talent cloud noemen: een pool die niet alleen je interne medewerkers en vaste contractanten omvat, maar ook veel hoogopgeleide freelancers van over de hele wereld.’
‘De voordelen zijn zo duidelijk en meetbaar dat bedrijven het zich niet kunnen veroorloven om níet hierop over te stappen.’
In hun onderzoek ontdekten ze dat bedrijven die het open-talent-model omarmen hun werk net zo goed gedaan krijgen als bedrijven die meer traditioneel werven. ‘Maar dan 4 tot 5 keer sneller en 8 tot 10 keer goedkoper. Dit betekent niet dat ze werknemers harder pushen of minder betalen. Het betekent gewoon dat ze efficiënter werken en veel bureaucratie schrappen. Onze ervaring is dat de voordelen zo duidelijk en meetbaar zijn dat bedrijven het zich niet kunnen veroorloven om niet over te stappen op open talent en het te omarmen als een strategische noodzaak.’
Allemaal op eigen manier
Het is precies deze open houding om ook op andere manieren naar talent te kijken die de genomineerden van de Total Talent Management Awards kenschetst. En allemaal doen ze dat op hun eigen manier. Wie de jury uiteindelijk daarvan als winnaar bestempelt? Dat weten we pas op 21 maart, als in Breda weer de jaarlijkse Total Talent Summit plaatsvindt. Maar misschien schuilt de grootste winst al wel in het feit dat de 6 genomineerden vooral laten zien dat het om veel meer gaat dan alleen om de vraag: vast of flex? En wat zou het mooi zijn als juist recruiters daar wat meer het voortouw in zouden nemen.
De recruitmentindustrie is sterk afhankelijk van LinkedIn. En steeds afhankelijker. Maar een volledige toegang tot de arbeidsmarkt? Die krijgen ze er zeker niet mee. Als je kijkt naar heel Europa dan heeft LinkedIn zelfs nog maar een kleine positie. Zo’n 80% van de Europeanen noemt het platform zelfs helemaal niet, als je hen vraagt naar hun favoriete apps om een nieuwe job te zoeken, hun favoriete website voor een nieuwe job, hun favoriete website in het algemeen, hun favoriete apps of hun favoriete sociale media.
‘Als een recruiter LinkedIn gebruikt, mist hij dus het grootste deel van de arbeidsmarkt.’
Ongeveer 1 op de 5 noemt bij al die vragen minstens 1 keer LinkedIn. Bij mensen met een masterdiploma is dit weliswaar iets hoger, 34%, en bij mensen met een bachelor diploma 28%. Bij praktisch opgeleide werknemers is dit echter slechts 13%. ‘Als een recruiter LinkedIn gebruikt, mist hij of zij dus het grootste deel van de arbeidsmarkt, zeker als hij niet op zoek is naar bachelors en masters’, aldus Geert-Jan Waasdorp, directeur van Intelligence Group, dat het onderzoek uitvoerde, en daarvoor in 2 jaar 418.692 Europeanen ondervroeg.
Witteboordensegment
In het witteboordensegment kun je met je LinkedIn Recruiter Seat in Europa dus nog redelijk terecht om kandidaten te sourcen. Maar juist bij de zeer gewilde groep van blue collar workers is de voetafdruk van het platform dus maar klein. ‘Het lijdt geen twijfel dat je in Europa niet kunt recruiten zonder LinkedIn en Indeed te gebruiken’, aldus Waasdorp. ‘Beide sites groeien nog steeds met hun impact op de markt. Maar omdat we maar één waarheid kennen – dat wat LinkedIn ons vertelt -, overschatten we hun echte kracht in Europa.’
Dit komt ook door het gebrek aan kennis van lokale talen en (arbeids)markten, denkt hij. ‘Werkend vanuit een Angelsaksisch internationaal en Engelstalig perspectief, zie je niet wat je niet weet. Als internationale recruiter zoek je waarschijnlijk in het Engels en heb je geen kennis van het aantal loodgieters of business controllers in Athene of Rome. De resultaten en gegevens die LinkedIn dan levert zien er op het eerste gezicht best interessant uit, maar je mist het meeste talent. Alleen weet je niet wat je niet weet en het vertrouwen in het LinkedIn-platform is zo groot dat er nauwelijks vragen gesteld worden.’
Nederland echt LinkedIn-land
Wie de data ziet, valt meteen op dat Nederland een echt LinkedIn-land is, met 38% van de beroepsbevolking en 56% van de hoogopgeleide professionals die zegt platform te verkiezen in hun zoektocht naar een (andere) baan. Ook landen als Frankrijk, Zwitserland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje hebben een hoge penetratie van LinkedIn, vooral binnen de BaMa-talentenpool. Maar hoe dichter je bij het midden en oosten van Europa komt, hoe ‘leger’ de LinkedIn-talentenpool wordt. De daling begint in de Duitstalige DACH-regio en wordt naderend 0 in de Baltische staten en de Balkan.
Hoe dichter bij het midden en oosten van Europa, hoe ‘leger’ de LinkedIn-talentenpool.
Maar zelfs in de Scandinavische landen en de landen die verbonden zijn met de Noordzee, Atlantische Oceaan en Middellandse Zee mis je dus nog minstens twee derde van de talentenmarkt als je al je inspanningen op LinkedIn inzet. En dat is nog erger als je je focust op praktisch opgeleiden. Daar komt nog eens bij dat het op LinkedIn relatief lastig is voor internationale recruiters om in vreemde talen te werven, wat juist voor praktisch opgeleiden wel heel belangrijk is.
‘LinkedIn toont je hoe dan ook in heel Europa maar een klein deel van de totale talenten-taart.’
‘Laten we realistisch zijn’, aldus Waasdorp. ‘LinkedIn dekt slechts een klein deel van de werknemers in Europa en heeft bijna geen relevantie in de midden- en oost-Europese landen. En het platform heeft nog altijd bijna geen relevantie voor het recruiten van praktische werknemers. Als je als recruiter specifiek talent nodig hebt ergens in Europa, kan LinkedIn nog steeds een slimme keuze zijn, naast het gebruik van de lokale kampioenen (jobsites en cv-databanken). Maar om blindelings op LinkedIn te vertrouwen, lijkt me dan weer geen slimme strategie. Ze tonen je hoe dan ook maar een klein deel van de totale talenten-taart.’
Mens of machine? De strijd is volop losgebarsten. Wie zal wie verslaan? Strategie-adviesbureau Synthesis CG, gevestigd in Litouwen, heeft nu met dat uitgangspunt een wervingscampagne opgezet, met als uitdaging: ‘Om in 2024 een strateeg te zijn, moet je minstens net zo goed zijn als A.I. Ben jij dat ook?’ De test stelt kandidaten een aantal vragen waarmee ze de machine kunnen outsmarten, maar moet hen ook in staat stellen om hun analytische en strategische denkvaardigheden te demonstreren die laten zien hoe goed ze in staat zijn om verschillende merken te begrijpen.
‘De meeste mensen die zichzelf strateeg noemen kennen we al, we zoeken hiermee juist andere mensen.’
‘Strategen zijn een moeilijk te vinden niet-traditioneel publiek dat een niet-conventionele manier vereist om hen te recruiten. Een goede merkstrateeg is niet gemaakt in een ‘strategieschool’. Ze hebben allerlei achtergronden: academici, bedrijfsadvies, creatieve industrieën en technologiebedrijven’, verklaart Gediminas Užkuraitis, partner en CEO van het bureau. ‘De meeste mensen die zichzelf strateeg noemen kennen we al, dus ons doel met de campagne is om andere mensen aan te trekken die laten zien hoe hun hersenen werken en doorzettingsvermogen tonen om het meerdere keren te proberen totdat ze het goed hebben.’
Interesse aanwakkeren
De zelf ontwikkelde interactieve test is natuurlijk niet alleen bedoeld om de nog niet eerder ontdekte strategiepareltjes te identificeren, maar ook om de nieuwsgierigheid van kandidaten naar het merk zelf aan te wakkeren, aldus Užkuraitis. Het is volgens hem vooral weer eens een andere manier om A.I. te gebruiken in werving en selectie. Kandidaten gaan in de test de strijd aan met CompOS, de A.I.-gestuurde merkpositioneringstool van de organisatie, die websites van merken analyseert en hun merktypen identificeert.
Om de uitdaging aan te gaan, moet de kandidaat 5 merken matchen met hun respectievelijke merktypen en laten zien of hun analysemethoden kunnen wedijveren met die van A.I. De uitdaging komt voort uit de behoefte aan verschillende kwalificaties die een goede strateeg moet bezitten: een snel begrip van allerlei zakelijke behoeften en gegevens, expertise die op verschillende gebieden is opgedaan om complexe klantuitdagingen aan te pakken, het vermogen om analytische en conceptuele strategische vaardigheden toe te passen en de bereidheid om aan grootschalige projecten te werken als onderdeel van een interdisciplinair team.
Vertrouwen in de mens
Užkuraitis zegt er vertrouwen in te hebben dat de machine het nog niet van de mens gewonnen heeft. In elk geval nog niet op strategiegebied. ‘A.I. wordt al op grote schaal toegepast in de advies- en creatieve industrie. Ik ben echter van mening dat potentiële werknemers net zo goed of beter moeten zijn dan A.I-tools. Maar om als bureau relevant te zijn voor klanten in deze tijd, moeten we A.I. wel beter begrijpen en toepassen dan de bedrijven die ons inhuren om nieuwe oplossingen te kunnen bieden.’
Het heeft iets van elk ander recruitmentproces. Toch een beetje appels met peren vergelijken. Je kunt scorekaarten gebruiken, vooraf duidelijk de wensen neerleggen, maar objectief wordt het natuurlijk nooit helemaal. Want hoe vergelijk je het bureau met een eigen videograaf in dienst met een uitzendbureau dat zich richt op volumerecruitment, en als eerste in Nederland uitzendkrachten binnen een minuut na de dienst uitbetaalt, op basis van vertrouwen? En hoe verhoudt zich dat dan weer tot een werving- en selectiebureau met – toevallig – 6 blonde dames dat sinds 2001 heel de Achterhoek op de kaart zet?
Een deel van de jury in beraad…
En over de recruiters gesproken: hoe vergelijk je de bureau-eigenaar die na een ingrijpende ziekte van haar dochter haar hele model omgooide met de ondernemer die 2,5 jaar geleden zijn eigen franchise in Zaltbommel begon? Hoe beoordeel je de recruiter die in de provincie Groningen ‘#hetnieuwewerven‘ uitrolt met de talent sourcer die al meer dan haar halve leven bij hetzelfde bureau werkt, en daar nog begon met faxen, sollicitatiebrieven in de brievenbus en advertenties in de krant, maar nu de vraagbaak voor de hele organisatie is?
De breedte – én de toegenomen professionaliteit – van het vak werd deze hele dag weer eens duidelijk zichtbaar.
Al met al dus een hele kluif voor de jury, die alle kandidaten deze maandag aan zich voorbij ziet trekken. Vorig jaar gingen ze nog bij elk genomineerde bureau zelf langs, maar dat bleek dit jaar operationeel niet haalbaar, ook omdat de genomineerden in alle uithoeken van het land gevestigd zijn. En dus werden ze uitgenodigd om in Amersfoort te komen pitchen, ten kantore van de SEU. Het leverde een mooie dag op, niet alleen omdat het goede gesprekken opleverde over wat nou een goed bureau en een goede bureaurecruiter maakt, maar ook omdat de breedte – én de toegenomen professionaliteit – van het vak weer eens zichtbaar werd.
Cirkels van aandacht
Steamz is de eerste die de dag mag aftrappen. Eigenaar Bas van Hout en marketingmanager Gabie van Heuven hebben de nacht ervoor maar een hotel in de buurt genomen, om er zeker van te zijn op tijd te arriveren. Het is in het begin van de pitch dan ook nog even wennen, ook vanwege – hoe kan het ook anders? – problemen met de techniek ter plekke. Maar allengs komen ze er beter in, en vertelt Van Hout hoe het bedrijf uitgroeide vanuit een kantoortje in leegstandsbeheer tot nu zo’n 13 medewerkers, die werken met unieke ‘cirkels van aandacht’ en het hele pakket aan recruitment(marketing) via een abonnementsmodel.
Inclusief een eigen video- en fotograaf dus. Andere opvallende punten: altijd een salarisindicatie bij de vacatures, en altijd werven met de naam van de klant erbij. Ook leuk: sourcing games met het hele team, medewerkers die onbeperkt relevante boeken kunnen aanschaffen, een recruitmentquiz voor wie een paar maanden in dienst is, en Bas die elke maandag aan zijn team vraagt: hoe lekker zit je in je vel? Geen wonder dat de medewerkers het bureau dus met een 9,2 waarderen voor sfeer, en eenzelfde cijfer voor autonomie. Waarmee Steamz uiteindelijk maar liefs zo’n 97% van de vacatures in 12 weken weet te vervullen.
Gewoon ff anders
Het volgende bureau dat komt pitchen, is dezelfde ochtend uit de Achterhoek komen rijden. Het zijn Jonneke en Diana Fongers, zussen, maar ook zakenpartners. En wel van bureau Fongers & Fongers, dat ze 23 jaar geleden begonnen, en nu zo’n 7 medewerkers telt. ‘En dat hoeft van ons ook niet veel groter’, aldus Jonneke (rechts). Met dat betrekkelijk kleine team weten ze namelijk ook nog tal van opvallende activiteiten te ontplooien, zoals het ‘Fitste bedrijf van de Achterhoek‘, de ‘Achterhoek Business Challenge‘ en een concept waarbij Achterhoekse ondernemers zichzelf pitchen bij interessante kandidaten.
Krijg je het beeld van hun focus? Precies: de Achterhoek. Waar ze bijna al hun klanten vinden, en zo’n twee derde van de kandidaten. Ook leuk: de manier waarop ze de bedrijfsnaam laten terugkomen in hun 4 kernwaarden: Friends & Fun, Net ff beter, Gewoon ff doen en Net ff anders. En dat ze sinds 2 jaar een eigen padelbaan hebben ‘geadopteerd’, waar ze met opdrachtgever en kandidaat een balletje kunnen slaan. Of dat hun kantoor een ‘huiskamersetting’ heeft, maar wel inhuist in een advocatenkantoor.
Friends & Fun, Net ff beter, Gewoon ff doen en Net ff anders: de bedrijfsnaam komt zelfs terug in de kernwaarden.
Maar ook op recruitmentgebied willen ze blijven innoveren. Bijvoorbeeld met speciale webpagina’s die ze maken voor opdrachtgevers, die ook als ze géén vacatures hebben online blijven, en dan vaak beter gevonden worden dan de pagina’s van het bedrijf zelf. ‘Het nadeel van onze regio is dat veel van de bedrijven die er zitten zich weinig laten zien’, zegt Diana. ‘Maar dat is voor ons ook een voordeel. We zijn de tweede innovatieregio van Nederland, na Eindhoven. We hebben veel prachtige maakbedrijven. Dan is het voor ons heel erg leuk om die regio op de kaart te zetten, en de goede mensen voor ze te vinden.’
Naar 100 miljoen
En dan gaan we van de Achterhoek naar Groningen. Want daar huist 365werk, een snelgroeiend bureau dat sinds de oprichting in 2015 al 5 keer een FD Gazellein ontvangst mocht nemen. Oprichter en dga Wies van ’t Slot leerde het vak bij Randstad en YoungCapital, en kwam op een gegeven moment op de gedachte dat uitzenden en payrollen ‘beter kan en transparanter moet’, zoals ze het uitdrukt. En omdat ‘alleen dode vissen met de stroom meezwemmen’ besloot ze dus voor zichzelf te beginnen.
Dat dit gerust een succes kan worden genoemd blijkt wel uit het feit dat de omzet vorig jaar op zo’n 35 miljoen euro lag, en de koers naar de 100 miljoen is ingezet. ‘Gewoon een mooi rond getal’, zegt ze over dat ‘einddoel’. Maar ze stuurt haar bijna 50 collega’s er niet op, benadrukt ze. De NPS van opdrachtgevers en uitzendkrachten bepaalt de totale bonus van medewerkers, en een individuele bonus is er niet. ‘Want we willen echt als team werken.’
De referralmethode heeft hier de naam Tik ‘m aan meegekregen.
Leuke innovaties: de referralmethode, die de briljante naam ‘Tik ‘m aan’heeft meegekregen. En natuurlijk de app Payday, waarmee je als uitzendkracht na je dienst direct je geld op jouw rekening hebt. Een kwestie van vertrouwen, legt Van ’t Slot uit, ‘een beetje zoals de zelfscankassa’s in de supermarkt’. Want verrekening met de opdrachtgever vindt pas later plaats. En dus is er wel een kans op enig collateral damage, zoals ze het noemt. Maar de voordelen, zoals aantrekkingskracht op en tevredenheid van kandidaten én klanten, maakt dit volgens haar meer dan goed. ‘Al mag het natuurlijk nog wel iets groter worden’, zegt ze.
Over naar de bureaurecruiters
Over dan naar de individuele bureaurecruiters. Daar waren er vanwege de kwaliteit van de inzendingen maar liefst 4 genomineerd, in plaats van 3. Hoewel ook zij niet zelden een heel bureau achter zich hebben, was hier bij de jury toch meer aandacht voor de persoonlijke motivatie en drijfveren. Wat maakt volgens hen een goede bureaurecruiter? Dat was voor Marleen Wallerbosch, van Romyn recruitment, die na de lunch het spits mocht afbijten, niet moeilijk uit te leggen. Als ‘recruiter in hart en nieren’ werkte ze jarenlang voor Randstad en YER, tot haar dochter 7 jaar geleden heel ziek werd. ‘En toen veranderde alles’, vertelde ze openhartig.
Bijna de helft van haar bureau houdt zich bezig met… anti-recruitment.
Ze besloot voor zichzelf te starten, ‘maar iets meer met maatschappelijke verantwoordelijkheid’, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de Romyn Foundation die ze wil gaan opzetten. Inmiddels heeft ze een team van zo’n 16 mensen om zich heen, waarvan – grappig – iets meer dan de helft iets doet met recruitment, en de andere helft juist met wat ze noemt: anti-recruitment. Oftewel: via organisatieadvies proberen te voorkomen dat nieuwe vacatures überhaupt nodig zijn. ‘Ik wil de vraag het liefst overbodig maken.’
Recruitment is voor haar vooral ‘goede communicatie en oprechte interesse in mensen. Als je dat niet hebt, moet je geen recruiter worden.’ Haar bureau in Zutphen zit in een oude smederij en is vooral gespecialiseerd in HR, marketingcommunicatie en staffuncties. Het team is volgens haar zelf het beste voorbeeld van die interesse in mensen, en dat ‘kijken naar de mens’, zoals ze het noemt. ‘Van de 16 mensen hebben er maar 2 een recruitment-achtergrond. Ik geloof namelijk heel erg in: hire for attitude, train for skills. Daar ga ik voor, altijd.’
‘Alle markten gezien’
Iemand voor wie dat waarschijnlijk ook persoonlijk geldt, is Kristel van Prattenburg, recruiter/talent sourcer bij Kunneman & Vandenbroek. Via een secretaresseopleiding kwam ze er 20 jaar geleden binnen, ‘maar wilde absoluut geen secretaresse worden’. En zo werd het recruitment. Aanvankelijk nog met cv’s via de fax, wachten bij de brievenbus op sollicitatiebrieven en op zaterdag advertenties in de krant. Maar allengs via modernere manieren, tot nu toe. ‘Ik heb alle markten gezien, maar zie nu dat het belang van goed recruitment eindelijk echt erkend wordt in organisaties.’
Ze ziet ook steeds meer specialismes ontstaan in recruitment, van employer branding tot referral en onboarding, tot dus talent sourcing aan toe. Ze motiveert anderen door haar successen te delen, vertelt ze, ‘wat heel vaak gepaard gaat met dansjes’. En succes kan in de kleine dingen zitten. ‘Dat kan al als een kandidaat ergens op gesprek mag komen.’ Bijzonder: als talent sourcer (‘Een heerlijk vak!’) gaat ze niet alleen vaak mee naar de vacature-intake (‘Ook om duidelijk te maken wat je wel en niet kunt sourcen’), ze vertrouwt ook niet louter op LinkedIn. ‘Daar zit iedereen. Dus gebruik ik bijvoorbeeld ook veel werk.nl en Indeed.’
Het Nieuwe Werven
En dan is het tijd voor de man die waarschijnlijk het verst heeft moeten reizen om naar Amersfoort te komen; Edwin Klomp. Als eigenaar van ASBR (Ambition, Skills, Brains en Resources) haalde hij hier al vaker de kolommen, met opvallende acties bij onder meer een waterstoffabriek en een gevangenis. Kern van zijn verhaal is #hetnieuwewerven, oftewel: eerst kennismaken, dan pas solliciteren. Een methode die nu veel vaker wordt toegepast, maar waar Klomp al 17 jaar mee bezig is. ‘En als het in gevangenissen kan, dan kan het overal’, benadrukt hij.
Toen hij ermee begon, bedacht hij er al de afkorting ‘GSM’ bij: de gemeenschappelijke selectiemethode. ‘Het was de tijd van de opkomst van de mobiele telefoons, vandaar’, vertelt hij lachend. Op zo’n dag komen verschillende kandidaten tegelijk bij een werkgever, die zich eerst gezamenlijk laten informeren, waarna eventueel individuele gesprekken van ongeveer een half uur volgen. ‘Die kandidaat is volledig geïnformeerd, de klant weet in 2,5 uur heel veel van alle kandidaten. Laagdrempelig, open deuren, en volledig transparant’, noemt hij de methode.
‘Als mijn mensen iets anders willen gaan doen, zeg ik: prima, gefeliciteerd. Blijf je nog wel een half jaar?’
Zijn persoonlijke motto: doe waar je leuk in bent. Zo is hij zelf zijn bedrijf begonnen, zo leidt hij het nog steeds. ‘Ik heb 20 jaar geleden ooit mijn baan opgezegd, omdat ik het niet meer leuk vond. Je moet het leuk hebben, dat is voor mij het belangrijkste. Ik heb nu 20 man rondlopen. Als ze iets anders willen gaan doen, zeg ik: prima, gefeliciteerd. Blijf je nog wel een half jaar?’ En zo heeft hij nog meer pittige uitspraken. In employer branding ziet hij bijvoorbeeld nog veel te veel mooie praatjes voorbij komen, zegt hij. ‘Praatjes die a. niet waar zijn. En die b. ook nog eens allemaal hetzelfde zijn.’
Vragen? ‘Ik match graag antwoorden’
Aan Simon van Zeelst daarna de taak de middag af te sluiten. Als voormalig profvoetballer weet hij de energie in de ruimte goed vast te houden. Met veel pit vertelt hij hoe hij na zijn voetballoopbaan de recruitmentwereld inrolde, eerst via Olympia, maar toen hij de kans kreeg via zijn eigen franchise van bureau M@tchm@kers, waar hij de regio Zaltbommel voor zijn rekening heeft genomen. Hoe hij recruitment ziet? ‘Eigenlijk een beetje als de liefde’, zegt hij. ‘Uiterlijk brengt je bij elkaar. Karakter houdt je bij elkaar.’
Wat hij daarmee bedoelt? Bijvoorbeeld dat je je niet alleen op de harde functie-eisen moet richten, ‘maar ook op de normen en waarden van een kandidaat. Dan ben ik ervan overtuigd dat je als recruiter succesvol kunt worden.’ Hij benadrukt verder het belang van ‘altijd denken in oplossingen’, en, het allerbelangrijkste: ‘doen wat je belooft’. Hij zegt ook te geloven dat elke vacature vervulbaar is, en dat juist een ‘winnaarsmentaliteit’ ervoor kan zorgen dat je het onmogelijke mogelijk maakt. ‘Ons vak is niet moeilijk. Maar niet iedereen kan het’, zegt hij daarover ook nog. Om te besluiten met: vragen? ‘Ik match graag antwoorden…’
De discussie barst los
Na het vertrek van Van Zeelst duurt het niet lang of de discussie barst volop los tussen de 7 juryleden. Zoals in bijna elke andere ‘gewone’ recruitmentprocedure. Hoe zwaar weeg je ervaring, of juist ambitie? Er wordt gelachen, de spanning verschijnt van de voorheen toch wat strakke gezichten. Wat zijn de voors en tegens van deze of gene? Wie valt er af? En ook komt de hamvraag op tafel: wat wil je met de Bureaurecruitment Awards eigenlijk vooral belonen? Alle argumenten vliegen zo over tafel. Met uiteindelijk twee duidelijke winnaars. Wie dat zijn? Om dat te weten te komen, zul je toch echt 12 maart naar Utrecht moeten komen…
Weten wie er wint?
Meer weten over de laatste ontwikkelingen in de bureauwereld, en veel inspiratie opdoen? Op Bureaurecruitment Live worden niet alleen cijfermatige updates gegeven, maar ook inzicht verschaft in technologische vernieuwingen en nieuwe kansen om schaars talent te vinden. Zelfs nu de markt verandert. Met de opkomst van A.I., internationalisering, certificering, nieuwe wetgeving en vele andere relevante ontwikkelingen is het thema dit jaar: Bureaurecruitment: the next level.
Foto boven, de jury, met vlnr: Stéphanie Berris (winnares vorig jaar), Barbara Kramer, Dorien Waasdorp (juryvoorzitter), Corwin in den Eng, Maartje van Mackelenbergh (vorig jaar winnaar met bureau LICHT), Natascha van Kesteren en Gerald Sno.
Dat A.I. handig is in het gebruik van alledag, daar komen we steeds meer achter. Van het schrijven van vacatureteksten tot het maken van coole filmpjes, en van verzuim voorspellen tot het maken van social media-posts, het kan allemaal. Dat kan (op termijn) natuurlijk veel werk uit handen nemen. Maar kan A.I. ook écht helpen tegen de krapte? Daar wijzen steeds meer signalen op. Welke zijn dat zoal?
#1.Meer productiviteit, minder vraag
De eerste oplossing waar je aan denkt: A.I. kan taken overnemen. En daardoor mensen – en zodoende ook: vacatures – overbodig maken. Meer doen met minder mensen dus. Zoals in van oudsher arbeidsintensieve sectoren als de horeca, of in de bouw, met de metselrobot. Of in andere gebieden. Een recent Forbes-artikel noemt kansen bij de klantenservice (via A.I.-chatbots en virtuele assistenten), marketing en sales (denk: Salesforce Einstein GPT en HubSpot AI), legal (automatisch contracten opstellen en beoordelen) en boekhouding (automatisch genereren van rapporten, financiële analyse en risicobeoordeling). Kansen genoeg dus.
#2. Voorspellen van verloop en slijtage
Als we minder kijken naar generative A.I. (die dingen kan maken, zoals ChatGPT doet), en meer naar predictive A.I. (die dingen voorspelt op basis van analyses), dan blijkt dat dit een game changer kan zijn voor personeelsbeheer. Neem bijvoorbeeld de zogenoemde Employee Orchestration Networks-tools (EON), die zich richten op verbetering van de ervaringen, productiviteit en betrokkenheid van werknemers, zoals de aanpak van ziekteverzuim.
Via predictive A.I. bij recruitment wisten ze bij Xerox het verloop binnen 6 maanden met 20% te verminderen.
Door hypotheses te ontwikkelen en deze te toetsen aan gedragspatronen van werknemers met behulp van voorspellende analyses, kon EON strategieën voorstellen om het verzuim terug te dringen (toch gauw meer dan 8% van alle loonkosten), zoals het verbeteren van de regels voor betaald verlof. Een voorbeeld is te vinden bij Xerox Corporation. Via hun predictive A.I.-inzet bij recruitment wisten ze het verloop binnen slechts 6 maanden met 20% te verminderen. Een aanpak waard om te kopiëren.
#3. Revolutie in recruitment
En ja, A.I. kan ook op allerlei manieren een revolutie in recruitment veroorzaken. Denk aan het stroomlijnen en genereren van content voor je recruitmentmarketing, of tools als Textio en Textmetrics, om betere en eerlijker vacatureteksten te genereren. Of denk aan bedrijven als XOR en Entelo die A.I. gebruiken om werving te automatiseren, waarbij ze bijvoorbeeld online vacaturesites scannen om waarschijnlijke kandidaten te matchen. Hierdoor kunnen recruiters een bredere talentenpool aanboren en de beste kandidaten te selecteren. Meer weten? Lees:
We noemden het al even: de beste kandidaten vinden is ook een taak waarbij A.I. echt kan helpen de krapte op te lossen. Algoritmes kunnen cv’s verwerken en analyseren op een schaal en met een snelheid die onbereikbaar is voor menselijke recruiters. Zo kan A.I. niet alleen de eerste fasen van het wervingsproces stroomlijnen, maar ook ervoor zorgen dat er geen veelbelovende kandidaten over het hoofd worden gezien. Door Natural Language Processing (NLP) toe te passen als je functiebeschrijvingen opstelt, kun je ook een meer diverse groep kandidaten aantrekken.
Pas Natural Language Processing (NLP) toe bij je functiebeschrijvingen, en je kunt meer diverse kandidaten aantrekken.
Door gegevens van eerdere aanwervingsbeslissingen te analyseren, helpt A.I. ook recruiters beter geïnformeerde voorspellingen te doen over het potentieel van een kandidaat om succesvol te zijn in een specifieke functie, waardoor bias wordt geminimaliseerd, de kwaliteit van aanwervingen wordt verbeterd en het behoud van werknemers wordt vergroot. Bedrijven als Knockri maken bijvoorbeeld gebruik van A.I. en NLP om zulke bias te elimineren bij de screening van kandidaten, door sollicitatiegesprekken met kandidaten en beoordelingen te automatiseren.
#5. Retentie verbeteren
Krapte voorkomen betekent ook: inzetten op behoud van je medewerkers. A.I. kan bijvoorbeeld patronen in het gedrag en de betrokkenheid van werknemers analyseren en zo het personeelsverloop voorspellen. Door te identificeren wie waarschijnlijk zal vertrekken, kunnen bedrijven proactief handelen en het behoud van werknemers verbeteren. Door gegevens over voorkeuren, leerstijlen en carrièreverlangens te analyseren, kan A.I. ook gepersonaliseerde ontwikkelingsplannen, trainingsprogramma’s en carrièrepaden voorstellen om werknemers het gevoel te geven dat ze gewaardeerd worden en dat in hen geïnvesteerd wordt.
Managers kunnen A.I. ook gebruiken om de werkdruk te optimaliseren.
Audo is bijvoorbeeld een nieuwe tool die via A.I. en machine learning persoonlijke vaardigheden, interesses en capaciteiten beoordeelt en strategieën voorstelt om vooruit te komen of van carrière te veranderen. Managers kunnen A.I. ook gebruiken om de werkdruk te optimaliseren of om werkpatronen te monitoren en aanpassingen aan roosters en taken voor te stellen. Analytics kunnen helpen de werkdruk te structureren om een gezonder evenwicht tussen werk en privéleven te bevorderen en stressgerelateerde uitval te verminderen.
#6. Vacaturehouders en HR helpen
In het licht van de voorgaande punten zijn er nog wel meer manieren waarop A.I. het leven van vacaturehouders en HR-professionals kan verlichten. Denk aan tools als Salesforce Einstein GPT en HubSpot AI die helpen bij het automatiseren van gepersonaliseerde communicatie met kandidaten, respectievelijk mogelijkheden biedt om relevante outreach e-mails te genereren op basis van minimale input van gebruikers. Hierdoor kunnen wervingsmanagers zich richten op meer strategische aspecten van werving, zoals sollicitatiegesprekken en besluitvorming, in plaats van te verzanden in handmatige mail- en follow-up-processen.
Conclusie
Het is misschien allemaal niet echt nieuws meer, maar als het gaat om hoe A.I. kan helpen tegen de krapte op de arbeidsmarkt, zijn de mogelijkheden duidelijk legio. Of het nu gaat om werving of behoud, om operationele efficiëntie of juist een nieuwe vorm van talentmanagement, het gaat om veel meer dan alleen maar een handig tooltje om vacatureteksten te schrijven. De krapte op de arbeidsmarkt zal er mogelijk niet meteen mee voorkomen worden, het kan wel helpen en het leven wel weer een stukje makkelijker maken.
2023 was me het jaartje wel voor de meeste recruitmentbureaus. Of je nu in de uitzendbranche zit, in de detachering, of in werving en selectie, overal waren de omstandigheden op z’n minst ‘uitdagend’ te noemen, stelt een nieuw onderzoek van automatiseerder Bullhorn. Het was voor het eerst sinds 2020 dat het aantal recruitmentbureaus in de Benelux dat een groeiende omzet meldde, was gedaald. Maar lichtpuntje, zeggen de onderzoekers ook: wie op tijd durft te investeren in automatisering, A.I. en digitalisering, heeft een grotere kans de dans te ontspringen dan de concurrentie.
Weet je bijvoorbeeld je sollicitatiegesprekken te ondersteunen met automatisering? Of gebruik je tools voor herplaatsingen? Dikke kans dat je dan bij de groep hoort die zijn omzet wél zag stijgen in 2023. Bedrijven in de Benelux die werkten met recruitment automation zagen de omzet in 2023 tot 5 keer vaker groeien dan bedrijven die dat niet deden, aldus de onderzoekers. Respondenten die aangaven ‘uitstekende’ successen te boeken bij het werven van nieuwe klanten, investeerden 12% vaker in zogenoemde talent experience-technologie en hadden bijna 10 keer zo vaak hun interactie met nieuwe leads geautomatiseerd.
Snelheid telt
Ook snelheid is belangrijk, en steeds belangrijker, aldus het onderzoek, dat voluit de titel Global Recruitment Insights and Data (GRID) 2024 Industry Trends Reportheeft gekregen. De best presterende bedrijven wisten kandidaten veel vaker binnen 20 dagen te plaatsen en investeerden meer dan 3 keer zo vaak in technologie om het talent engagement te stimuleren. Ook blijkt dat organisaties die hun processen grotendeels automatiseren de plaatsingstijd met 26% weten te verkorten.
A.I. en gig economy
Twee belangrijke trends die in het onderzoek de aandacht opeisen: enerzijds A.I. en anderzijds – eigenlijk voor het eerst: de gig economy. Zo meldt Bullhorn dat 56% van de recruitmentbureaus in 2023 begon te experimenteren met A.I. en en dat 36% verwacht dat ze hun investeringen in A.I. in 2024 zullen vergroten. Bedrijven die al in 2023 experimenteerden met A.I. zagen hun omzet gemiddeld 17% vaker groeien. Sterk presterende bureaus gebruiken over het algemeen meer A.I.-tools. Ook gaven ze meer dan 2 keer zo vaak aan dat ze A.I.-gestuurde tools hebben voor het verzamelen van klanteisen, het inplannen van diensten en payrolling.
De opkomst van het belang van de gig economy is ook onmiskenbaar. Waar in 2022 nog slechts 12% de uitdaging noemde van de concurrentie van online freelance-/gigplatformen, steeg dat dit jaar door naar maar liefst 41% van de ondervraagden. ‘Bedrijven die vooruitkijken, onderzoeken hoe technologie kandidaten kan helpen om de functie te vinden die het beste bij hen past, en hoe het klanten kan helpen om sneller mensen aan te trekken’, aldus Gretchen Keefner, SVP Global Enterprise Business bij Bullhorn, in reactie op het onderzoek. ‘Dat is een les die de hele recruitmentbranche zich ter harte kan nemen.’
14de editie
Het was de veertiende keer dat Bullhorn dit jaarlijkse onderzoek uitvoerde. Het onderzoek is gebaseerd op een online multiple-choice-enquête onder meer dan 1.400 personeels- en recruitmentprofessionals in uiteenlopende branches over de hele wereld, onder meer in Noord-Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, de Benelux, DACH en APAC. De enquête is eind 2023 gehouden. In Nederland, België en Luxemburg deden ruim 100 professionals uit allerlei sectoren eraan mee. Enkele andere opvallende bevindingen:
2 op de 3 organisaties verwacht dat de economie in 2024 zal verbeteren
28% verwacht dat dit de recruitmentbranche zal helpen.
In 2023 meldde 36% van de onderzochte bedrijven nog dat ze in een vergevorderd stadium van digitale transformatie waren. Dit jaar is dat nog maar 29% – een vertraging die voor het eerst te zien is.
Bedrijven die hun processen automatiseren zouden 39% meer sollicitaties per recruiter zien en gemiddeld 22% meer vacatures invullen.
Bedrijven die in 2023 zijn begonnen te experimenteren met A.I. en ‘large language models’ melden vaker een omzetgroei (55% tegenover 47% die ook met A.I. experimenteerden, maar hun omzet zagen dalen).
Toch staat A.I. bij de meeste bureaus nog niet in de top-5 prioriteiten voor 2024. Wel: digitale transformatie, een betere candidate experience en de meer traditionele prioriteiten als acquisitie van kandidaten, merkontwikkelingen en ‘nieuwe klanten winnen’.
Meer weten?
Lees hier het hele GRID-onderzoek over het belang van automatisering en A.I.
Meer weten over de laatste ontwikkelingen in de bureauwereld, en veel inspiratie opdoen? Op Bureaurecruitment Live worden niet alleen cijfermatige updates gegeven, maar ook inzicht verschaft in technologische vernieuwingen en nieuwe kansen om schaars talent te vinden. Zelfs nu de markt verandert. Met de opkomst van A.I., internationalisering, certificering, automatisering, nieuwe wetgeving en vele andere relevante ontwikkelingen is het thema dit jaar: Bureaurecruitment: the next level.