10 dinosaurussen in recruitment (die nu wel eens uitgestorven zouden mogen zijn)

Terwijl op technologisch gebied de ene innovatie over de andere heen duikelt, is de praktijk van werving en selectie eigenlijk al jaren onveranderd. En vaak zelfs simpelweg achterhaald, of gewoon ‘een beetje dom’, zoals de vermaarde recruitmentgoeroe Dr. John Sullivan het stelt. In een nieuw blog heeft hij een hoop van die dinosaurussen op een rij gezet. In de hoop dat het anderen inspireert erover na te denken en het voortaan anders te pakken. Welke dinosaurussen heeft hij het dan over?

Dino 1: De bier-test

Een van de eerste dinosauruspraktijken die van dr. John Sullivan wel mogen verdwijnen, is het geven van een voorkeur aan kandidaten ‘met wie je wel een biertje zou willen drinken‘. ‘Deze manier van screenen kan in eerste instantie voor sommigen goed klinken’, aldus de ervaren recruitmentmanager. ‘Maar in feite is het een discriminerende praktijk die nadelig is voor mensen die niet van bier houden. Het zou nooit gebruikt mogen worden als selectiecriterium voor een baan waarvoor geen sympathieke werknemer met sterke gespreksvaardigheden nodig is.’

  • Meer weten? Lees hier verder.

Dino 2: Ongestructureerde gesprekken

Van alle nog rondlopende dinosaurussen veroorzaken ongestructureerde sollicitatiegesprekken waarschijnlijk nog altijd de meeste schade. ‘De meeste kandidaten doorlopen er meerdere’, ziet Sullivan met leedwezen aan. ‘Dit betekent: meerdere kansen om topkandidaten te missen. Iedereen die gegevens heeft gezien over de voorspellende nauwkeurigheid van sollicitatiegesprekken weet dat ze zwakke voorspellers zijn van succes op de arbeidsmarkt. Dit komt omdat 91% van de factoren die de topkandidaat identificeren niet eens aan bod komen tijdens zulke gesprekken.’

91% van de factoren die een topkandidaat identificeren komen niet aan bod tijdens zulke gesprekken.’

Dat betekent overigens nog niet dat je maar beter kunt stoppen met het gebruik van sollicitatiegesprekken, benadrukt Sullivan. ‘Het zou je echter wel ervan bewust moeten maken dat je een aantal functies moet toevoegen om je sollicitatiegesprekken nauwkeuriger te maken bij het selecteren van de beste kandidaat.’

Dino 3: Selecteren op cv

Nog zo’n dinosaurus in de wereld van werving en selectie: het cv. Maar na ongestructureerde sollicitatiegesprekken is vertrouwen op de nauwkeurigheid ervan volgens Sullivan ‘de op één na schadelijkste recruitmentpraktijk’. Dat cv’s nog zoveel worden gebruikt om kandidaten te (pre)selecteren noemt hij zelfs ‘ironisch’, ‘gezien het feit dat 64% van ons toegeeft leugens te hebben opgenomen in zijn eigen cv.’ Eerlijke kandidaten komen – met andere woorden – door deze dinosauruspraktijk meteen op achterstand te staan.

Op technologisch gebied is recruitment een terrein vol innovatie. Maar tegelijk lijken veel praktijken en methodes nog zo uit de tijd van de dinosaurussen te stammen. Hoogste tijd om er afscheid van te nemen, stelt Dr. John Sullivan.

‘Het gebruik van cv’s om de zwakste kandidaten te screenen is ook schadelijk voor kandidaten die een indrukwekkende achtergrond hebben, maar gewoon geen goede cv-schrijver zijn. Jaren geleden leerden we bij Agilent Technologies dat de best presterende nieuwkomers de slechtste cv-schrijvers waren. Dat betekende dat de beste sollicitanten routinematig ineffectieve cv’s presenteerden waarin belangrijke informatie was weggelaten.’ Voordat je een kandidaat wil aannemen met een bijna perfect cv, moet je in elk geval dus eerst cynisch zijn en wat meer controle uitvoeren, raadt hij aan. Of er gewoon helemaal mee stoppen.

  • Meer weten? Lees hier verder.

Dino 4: Referentiechecks

Ook referentiechecks behoren volgens Sullivan tot de meest schadelijke dinosauruspraktijken in recruitment. ‘Simpelweg omdat iedereen ze gebruikt in de veronderstelling dat ze een slechte kandidaat zullen identificeren. Die veronderstelling is echter een vergissing, blijkt uit de grote benchmark-validatiestudie op dit gebied.’ Referentiechecks bevatten bijvoorbeeld vaak irrelevante informatie, die lang niet altijd goede voorspellers blijken, stelt hij.

‘Referentiechecks bevatten vaak irrelevante informatie, die lang niet altijd goede voorspellers blijken.’

‘Bovendien kun je met bijna alle referentiechecks op de een of andere manier om de tuin worden geleid. Het internet staat zelfs vol met sites die bereid zijn om een nepwebsite van een bedrijf te maken. Een onbetrouwbare kandidaat kan dus een goede referentie hebben. Daarnaast zijn veel referenties (en vooral persoonlijke referenties) onnauwkeurig. Veel van de referenten zijn onwaarachtig of bevooroordeeld, of ze weigeren te antwoorden – uit angst voor juridische gevolgen. En als je wereldwijd personeel aanneemt, besef dan dat het ook onmogelijk is om de referenties van sommige kandidaten in minder ontwikkelde landen goed te checken.’

  • Meer weten? Lees hier verder.

Dino 5: De cultural fit-test

Nauw verwant aan de eerste van de genoemde dinosaurussen, is ook deze praktijk behoorlijk schadelijk, stelt Sullivan. ‘Het beoordelen van de cultural fit is meestal alomtegenwoordig. Maar het is ook vaak discriminerend, omdat een fit assessment erop gericht is om te bepalen of een kandidaat in het team zal passen (omdat hij of zij duidelijk verschilt van de huidige teamleden). Maar geen kandidaten aannemen die ‘anders zijn’ betekent over het algemeen dat je minder diverse kandidaten aanneemt.’ Met alle gevolgen van dien.

Op technologisch gebied is recruitment een terrein vol innovatie. Maar tegelijk lijken veel praktijken en methodes nog zo uit de tijd van de dinosaurussen te stammen. Hoogste tijd om er afscheid van te nemen, stelt Dr. John Sullivan.

‘Het meten van fit is bovendien zeer problematisch, omdat de definitie van ‘goede fit‘ bijna altijd onduidelijk is.’

‘Veel vernieuwers, creatievelingen en perfectionisten passen niet bij de gemiddelde teamgenoot’, stelt hij. ‘Hen niet aannemen zou echter een grote fout zijn omwille van hun positieve verschillen. Het meten van fit is bovendien zeer problematisch, omdat de definitie van ‘goede fit‘ bijna altijd onduidelijk is en flink varieert tussen interviewers. De benaderingen die gebruikt worden om elk van de fit-factoren in de definitie van fit te meten zijn bijna altijd zeer subjectief.’

  • Meer weten? Lees onder meer hier en hier verder

Dino 6: Vertrouwen op recente ervaring

De meest voorkomende eis in vacatures is nog altijd dat de kandidaat een bepaald aantal jaren werkervaring moet hebben, liefst in het vakgebied zelf, of anders toch daar zéér dichtbij gelegen. Maar het verleden is helemaal niet de beste voorspeller van de toekomst, stelt Sullivan, onder meer verwijzend naar een HBR-artikel. ‘In de bekendste benchmarkstudie naar accurate voorspellende factoren voor nieuwe medewerkers stond werkervaring slechts op nummer 12.’

‘In een benchmarkstudie naar voorspellende factoren voor nieuwe medewerkers stond werkervaring slechts op nummer 12.’

Werkervaring in een compleet andere omgeving is om verschillende redenen een extreem slechte voorspeller van de prestaties in jouw bedrijf, aldus Sullivan. ‘Ten eerste zal het nieuwe bedrijf andere waarden en een ander beleid hebben. En de nieuwe baan zal een manager en teamgenoten hebben met andere capaciteiten en verwachtingen. Daarnaast is er waarschijnlijk al enige tijd verstreken sinds de acties die in het cv van de kandidaat staan. Als gevolg van veranderingen in de concurrentie, nieuwe technologieën en oplossingen en andere omgevingsfactoren verandert de baan ook.’ Dan zegt recente ervaring weinig meer, bedoelt hij maar.

  • Meer weten? Lees dan hier verder.

Dino 7: Hoge diploma’s eisen

Ja, we weten het: van de arts aan je bed wil je wel dat die al zijn studies met succes heeft afgerond. En hetzelfde geldt voor de piloot bij wie je al dan niet in het vliegtuig stapt. Maar aan de andere kant: uit de eerder genoemde benchmarkstudie op dit gebied bleek het opleidingsniveau van een kandidaat nog een zwakkere voorspeller dan recente werkervaring: het kwam op plek 16 – van de 19. Zomaar een hoge opleiding als eis stellen koopt dus geen ‘zekerheid’, zoals vaak gedacht, maar sluit juist ten onrechte mogelijk gekwalificeerde kandidaten uit, aldus Sullivan.

Op technologisch gebied is recruitment een terrein vol innovatie. Maar tegelijk lijken veel praktijken en methodes nog zo uit de tijd van de dinosaurussen te stammen.

Zomaar een hoge opleiding als eis stellen koopt dus geen ‘zekerheid’, zoals vaak gedacht.

‘Een diploma eisen heeft pas echt invloed op de werkprestaties als het een relevante studierichting is en als het recent is behaald (zodat de opgedane kennis nog steeds actueel is). En de kandidaat moet aantoonbaar goed hebben gepresteerd toen hij of zij was ingeschreven. Ze moeten zich op dit moment het meeste herinneren van wat ze hebben geleerd. Dus, áls je een diploma vereist, zorg dan ervoor dat het een recent diploma is in een specifieke relevante richting. Maar je kunt als alternatief ook ervoor zorgen dat degenen die de kandidaat aannemen het huidige vaardigheidsniveau van de kandidaat beter leren beoordelen.’

  • Meer weten? Lees hier verder.

Dino 8: Vertrouwen op lichaamstaal

In de wereld van werving en selectie vertrouwen veel recruiters nog steeds op onbewezen praktijken, die al dan niet iets zouden zeggen over hoe de kandidaat zou presteren in een baan. De grafologie en horoscopen mogen dan (zo goed als) verlaten zijn, aan andere methodes wordt nog vaak veel geloof gehecht. Denk aan het idee dat een ongetrainde interviewer via kleine, non-verbale lichaamstaal (zoals een oprechte glimlach, oogcontact en zithoudingen) aanwijzingen zou kunnen herkennen en nauwkeurig zou kunnen beoordelen als mogelijke voorspeller van werkprestaties. Een dom idee, aldus Sullivan.

‘Een ongetrainde interviewer kan non-verbale lichaamstaal helemaal niet nauwkeurig beoordelen.’

De beoordeling van lichaamstaal is volgens hem juist vaak zeer discriminerend. ‘Veel van deze lichaamstaal waar de praktijk zich op richt, wordt sterk beïnvloed door de cultuur, de nationaliteit, het geslacht, de leeftijd, de seksuele geaardheid, de handicap en het huidige energieniveau van de kandidaat.’ Een voorbeeld: ‘Tijdens een persoonlijk interview werd de weigering van een vrouwelijke kandidaat om handen te schudden door een beoordelaar van lichaamstaal bestempeld als een arrogante houding. In feite weerspiegelde dit alleen de religieuze praktijken van de kandidaat.’

  • Meer weten? Lees hier verder.

Dino 9: Brainteasers en hersenkrakers

Voormalig Microsoft-CEO Steve Ballmer schijnt zich er nog steeds op te laten voorstaan dat hij sollicitanten de meest moeilijke hersenkrakers wist voor te leggen. Maar het nut van vragen als hoeveel pingpongballen er in een jumbojet passen, is door wetenschappers allang naar het rijk der fabelen verwezen. Het zegt hooguit iets over het sadisme van de interviewers, zo is de algemene conclusie. De vragen zouden zelfs illegaal kunnen zijn, omdat ze niets te maken hebben met de functie waarnaar iemand solliciteert. Als je deze dinosaurus nog gebruikt, kun je er dus maar beter nú mee stoppen, aldus Sullivan. Voor je er echt problemen mee krijgt.

  • Meer weten? Lees hier verder

Dino 10: Emotionele intelligentie testen

Veel bedrijven gebruiken nog assessments op het gebied van emotionele intelligentie. Maar Sullivan zegt nog nooit onderzoek te zijn tegengekomen waaruit zou blijken dat emotionele intelligentie toekomstig succes op het werk voorspelt. ‘Testen op emotionele intelligentie kan bovendien discriminerend zijn omdat de antwoorden die gebruikt worden om EQ te meten afgestemd zijn op wat verwacht wordt van een emotioneel stabiele westerse professionele werknemer. Het is ook belangrijk om op te merken dat we veel beroemde historische vernieuwers nu nooit als ‘emotioneel intelligent’ zouden bestempelen.’

  • Meer weten? Lees dan hier verder.

‘Stop de dino’s’

Het was in het verleden misschien nog logisch dat de praktijk van werven en selecteren vooral intuïtief was, aldus Sullivan. Maar in deze tijd, nu we veel meer gegevens tot onze beschikking hebben, zouden we volgens hem de dinosaurussen echt eens achter ons moet laten. ‘We weten nu welke van deze praktijken niet werken. Maar nog belangrijker is dat we nu de schade kunnen kwantificeren die elk van deze praktijken kan aanrichten op onze wervingsresultaten. Vanuit mijn perspectief zouden deze nieuwe data dus ervoor moeten zorgen dat iedereen bij werving en selectie stopt met het gebruik van deze dinosaurussen.’

Lees ook

‘Een strategisch werkgeversmerk neerzetten moet niet voorbehouden zijn aan grote corporates’

‘Het human capital is voor steeds meer organisaties het onderscheidend vermogen. Maar hoe maak je een strategisch werkgeversmerk toegankelijk? Dat moet niet alleen aan de grote organisaties zijn voorbehouden. Ook mkb-organisaties hebben recht op een goed employer brand, een goede positionering en goede recruitmentmarketingcampagnes. Dát is mijn drijfveer’, aldus Sascha Becker, die als managing director van de Amsterdamse boutique consultancy PROOF al een kwart eeuw ervaring heeft in strategisch werkgeversmerk-advies.

‘Bedrijven die snappen dat je zonder de juiste mensen geen goed bedrijf hebt, passen heel goed bij ons.’

Zijn woorden vinden weerklank bij Remko Booghmans, die als oprichter van het Haarlemse Recruitment Marketeers al jaren weet waar en hoe doelgroepen te bereiken. Ook hij pleit voor ‘democratisering’ van zíjn vakgebied: recruitment marketing. ‘Bedrijven die snappen dat je zonder de juiste mensen geen goed bedrijf hebt, passen heel goed bij ons. Dat hoeven niet altijd de grootste bedrijven te zijn. Het gaat ons nooit alleen om zichtbaarheid, maar om zichtbaarheid op de juiste manier op het juiste moment, maar vooral ook: bij de juiste mensen. Het einddoel is altijd: het realiseren van kwalitatieve leads voor klanten. Hoe groot ook.’

Vruchtbare samenwerking

Booghmans en Becker kennen elkaar van een project bij de Amsterdamse scholengemeenschap Esprit, bekend van onder meer het aloude Berlage Lyceum. Zij hadden behoefte aan de werving van een docentendoelgroep in de regio, en klopten daarvoor aan bij PROOF. Dat bureau ging eerst aan de slag met het interne vraagstuk, maar daarna ontstond ook al snel behoefte aan een externe wervingscampagne. Maar hoe die bij de juiste doelgroep onder de aandacht te brengen? Daarvoor kwam Becker dus uiteindelijk in Haarlem terecht, en een vruchtbare samenwerking was geboren.

‘Zij de strategie en het concept, wij de media en techniek. Het beste van beide werelden onder één dak.’

‘Dat was eigenlijk meteen heel succesvol’, blikt Becker terug. ‘Docenten werven is tegenwoordig heel uitdagend. Maar de vacatures waar deze campagne op liep scoorde meteen beter dan andere vacatures. Er zijn uiteindelijk ook 8 aannames uit voortgekomen. Dat succes leidde tot nog een aantal opdrachten die we samen hebben opgepakt.’ Gaandeweg liep dat zo goed, vult Remko Booghmans (Recruitment Marketeers) aan, ‘dat we ons begonnen af te vragen: wat als we nou eens wat meer structureel de handen ineen slaan? Zij de strategie en het concept, wij de media en techniek.’

1, 2, 3 – Go!

Samen zien ze een grote uitdaging, of, zo je wil: een gat in de markt, als het gaat om het mkb. Waar grote corporates vaak al langjarig aan hun strategisch employer brand kunnen bouwen, met vaak ook behoorlijk grote budgetten, is dit voor het midden- en kleinbedrijf vaak nog veel minder weggelegd. Maar waarom is dat eigenlijk zo, vragen ze zich af. En dus ontwikkelden ze samen een 1, 2, 3-Go!-aanpak, waarmee elke organisatie, hoe klein of groot ook, binnen 6 weken een krachtige recruitmentmarketingcampagne live kan hebben. Inclusief authentieke campagnebelofte en conversiegericht mediaplan, met een modulaire toolkit.

Remko Booghmans (Recruitment Marketeers) en Sascha Becker (PROOF).

‘We willen dit model toegankelijk maken voor een veel breder deel van de markt’, aldus Becker. ‘Het mkb heeft hiervoor vaak minder de expertise in huis. Maar ik denk: het kan toch niet exclusief iets voor de corporate markt zijn om mooie werkgeversmerken te bouwen?’ De gemiddelde mkb’er was daar 2 à 3 jaar geleden misschien nog minder aan toe, constateert hij. Maar tijden zijn veranderd. Gewoon een vacature plaatsen levert steeds minder op. Er wordt van werkgevers méér gevraagd willen ze de juiste medewerkers aantrekken. ‘Het besef van het belang hiervan is steeds groter geworden’, stelt Becker.

Strategisch-pragmatische aanpak

De strategisch-pragmatische aanpak die PROOF en Recruitment Marketeers samen voorstaan, richt zich vooral op kwalitatieve leadgeneratie. Benchmarkdata moeten opdrachtgevers helpen de juiste online mediakanalen in te zetten om vacatures bij de juiste kandidaten onder de aandacht te brengen. Maar niet nadat het bureau van Becker eerst tot de kern van het werkgeversmerk is gekomen. Want dat soort vragen kreeg Recruitment Marketeers de laatste tijd ook al steeds meer, aldus Booghmans. ‘Niet alleen meer het uitrollen van campagnes, om zoveel mogelijk bereik te creëren, maar ook al de stap ervóór: wat moet je in zo’n campagne vertellen?’

‘We werken beiden vanuit de intrinsieke motivatie om een bijdrage te leveren om de arbeidsmarktproblematiek op te lossen.’

De twee organisaties werken samen in een coöperatief verband, blijven zelfstandig opereren, en maken vooral zoveel mogelijk gebruik van elkaars kennis en kunde. Booghmans: ‘We werken beiden vanuit de intrinsieke motivatie om een bijdrage te leveren om de arbeidsmarktproblematiek op te lossen. Omdat we dezelfde visie hebben op hoe we opdrachtgevers bedienen: customer intimate. Echt en oprecht contact met opdrachtgevers; geen chatbots of automatisering, maar een dedicated specialist die luistert en op basis van relevante doelgroep inzichten met relevante oplossingen komt.’

Haat/liefdeverhouding

De afgelopen jaren had hij soms een beetje ‘een haat/liefdeverhouding’ met het recruitmentvak, geeft Becker toe. ‘Steeds meer opdrachtgevers zeiden: we hebben nú behoefte aan kandidaten, niet eerst een strategie opzetten, aan de slag! Terwijl wij ook vaak dachten: maar op die manier bouw je geen duurzame, kwalitatieve conversie op. Zo hebben wij bedacht: je kunt het ook omdraaien. Als er inzicht is in de doelgroep, kun je ook snel de business bedienen en content maken die impliciet het werkgeversmerk versterkt. Bij Recruitment Marketeers zijn we voor die inzichten aan het juiste adres.’

‘We willen dit model toegankelijk maken voor een veel breder deel van de markt.’

En ook vice versa is synergie groot, zegt Sebastian Wilkins, adviseur bij Recruitment Marketeers. ‘De campagnes die wij draaien staan of vallen met het creatieve concept. Dat verhaal is altijd afhankelijk van wat de klant levert. Bij PROOF zorgen ze er altijd voor dat die fundering duidelijk staat. Zij hebben een manier van communiceren, door een olievlek rondom je merk te bouwen, die heel goed werkt. Wij zijn ook op zoek naar kwaliteit, krijgen ook steeds vaker de vraag: help ons met ons werkgeversmerk, van begin tot eind. Dat zit hem dus in die fundering. Vandaar dat we heel blij zijn met deze samenwerking.’

‘Verder denken’

Het gaat om ‘verder denken’, aldus Wilkins. ‘Hoe help je een bepaalde klant nou echt? Dat is een combinatie van een sterke strategie, sterke contentcreatie en een sterke technische campagne om het uit te rollen. Alle onderdelen zijn belangrijk. Als er eentje mist, zal het resultaat ook achterblijven.’ Volgens Booghmans komt de samenwerking ook voort uit het diepe besef ‘dat je het niet meer redt met het ontwikkelen van wat leuke video’s’.

‘Je moet de belofte die je buiten doet ook intern waarmaken.’

‘Ons verhaal is al langer dat je in- en extern met elkaar moet verweven’, zegt hij. ‘Je moet de belofte die je buiten doet ook intern waarmaken, en zo het verloop tegengaan. Ook wij hebben er niets aan als we mensen binnenhalen voor een klant, maar die mensen vervolgens ook weer snel de achterdeur uitlopen. In die zin willen we ook geen traditionele medialeverancier zijn, maar meedenken over duurzame totaaloplossingen. Klanten niet alleen vooruit helpen in hun recruitment, maar ook in hun werkgeverschap. Zodat de achterdeur dicht zit. En werving weer uit groei kan voortkomen, en niet uit verloop. Zeker het mkb is daar volgens mij echt aan toe.’

Voor Becker is de ambitie zelfs nog groter. ‘Ook mkb-organisaties kunnen waarde creëren met een authentiek werkgeversmerk’, zegt hij. ‘Als vacatures worden ingevuld met de juiste mensen, heeft dat uiteindelijk een positieve invloed op de arbeidsproductiviteit in Nederland. Het draait voor mij om de BV Nederland die letterlijk voor iedereen werkt, en dat begint met het werven van de juiste mensen die op het juiste moment de juiste dingen willen en kunnen doen.’

Lees ook

Werf ook eens je bestaande medewerkers! (Dus: investeer in interne mobiliteit…)

De krapte op de arbeidsmarkt heeft bij veel organisaties een scherpe focus gelegd op recruitment. Nieuw personeel werven is immers nog steeds een uitdaging en vereist daarom een goede strategie. Maar door deze scherpe focus loop je als organisatie het risico je bestaande personeelsbestand uit het oog te verliezen. Dat is zonde. Want waarom eerst extern gaan zoeken, als juist het potentieel van interne kandidaten groot kan zijn?

Waarom eerst extern gaan zoeken, als juist het potentieel van interne kandidaten groot kan zijn?

Te midden van de huidige krapte zien organisaties interne mobiliteit vaak als tijdelijke oplossing. Maar dit zou niet zo moeten zijn. Sterker nog, idealiter zou het een vast onderdeel moeten zijn van de strategie. Alleen weten veel organisaties nog niet goed hoe ze een effectief mobiliteitsbeleid kunnen vormgeven. Daarnaast speelt ook bedrijfscultuur een belangrijke rol. Het stimuleren van interne doorstroom varieert per organisatie. Desondanks levert de combinatie van een duidelijk intern mobiliteitsbeleid en externe werving veel op. Het zorgt voor een sterk fundament om talent binnen de organisatie te behouden én te ontwikkelen.

De vele voordelen van interne mobiliteit

Investeren in interne mobiliteit kan een waardevolle troef zijn voor organisaties. Interne doorgroei- en doorstroommogelijkheden kan zorgen voor meer betrokkenheid en motivatie. Het gaat immers niet alleen om verticaal doorgroeien, maar ook om het horizontaal binnen de organisatie bewegen. Zo krijgen medewerkers de kans om van rol te veranderen of zich te ontwikkelen op nieuwe afdelingen, en zo nieuwe vaardigheden te kunnen ontwikkelen en uitgedaagd blijven. Dat is ook goed voor de organisatie, omdat medewerkers zo bredere ervaringen opdoen en dus meerdere facetten binnen de organisatie begrijpen. Daarbij komt dat je kennis en expertise behoudt.

Juist omdat interne kandidaten al bekend zijn met de organisatie en cultuur, hebben zij minder tijd nodig om ingewerkt te worden.

Juist omdat interne kandidaten al bekend zijn met de organisatie en cultuur, hebben zij minder tijd nodig om ingewerkt te worden, wat betekent dat ze sneller aan de slag kunnen. Maar er kleeft natuurlijk ook een ander groot financieel voordeel aan interne doorstroom. Minder externe werving betekent een verlaging van de recruitmentkosten en een lager verloop.

Kijk uit voor deze valkuilen

Ondanks de vele voordelen, zijn er ook uitdagingen om rekening mee te houden. Een mogelijke valkuil is dat niet iedereen binnen een organisatie in aanmerking komt om door te groeien of van functie te wisselen, wat tot frustraties kan leiden. Daarnaast bestaat het risico van ‘bedrijfsblindheid’. Dit doet zich voor wanneer medewerkers te veel in de bestaande bedrijfscultuur zitten en daardoor minder innovatief zijn. Dit risico komt voort uit één van de grootste valkuilen, namelijk het continu verplaatsen van het probleem, in dit geval een openstaande vacature. Als deze vacatures constant intern worden opgevuld, ontstaan er op andere plekken binnen de organisatie weer gaten én komen er geen nieuwe ideeën binnen. Al kan het ook zorgen voor nieuwe, makkelijker vervulbare vacatures.

Een belangrijke les: interne mobiliteit en externe werving gaan hand in hand.

Een belangrijke les: interne mobiliteit en externe werving gaan hand in hand. Hoewel het belangrijk is om talent intern te ontwikkelen en te behouden, is het ook essentieel om diversiteit en vers bloed binnen te halen. Externe werving zorgt voor innovatie, nieuwe perspectieven en versterkt de dynamiek binnen een organisatie. Voor een duurzame bedrijfsstrategie zouden deze twee aspecten elkaar dan ook moeten aanvullen.

Alleen een beleid is niet voldoende

Voor succesvolle implementatie is een duidelijke visie nodig. Maar daar stopt het niet. De directie en leidinggevenden moeten meegenomen worden in de visie op interne mobiliteit en deze ondersteunen. Dit betekent dat medewerker zich vrij moeten voelen om open kunnen spreken over hun groeiambities, behoeften en werkgeluk. Het creëren van een cultuur waarin dit de norm is, is essentieel voor het succes. Er is dus voor leidinggevenden een taak weggelegd om hen te stimuleren om intern te groeien, horizontaal of verticaal.

Volgens recent onderzoek is het aantal interne vacatures als sollicitatiekanaal in 2023 gestegen.

Volgens recent onderzoek is het aantal interne vacatures als sollicitatiekanaal in 2023 gestegen en naar verwachting zal deze trend zich ook voortzetten. Organisaties die met deze trend meegaan, zullen al snel merken dat het meer is dan alleen een manier om vacatures te vervullen. Het geeft ook een motivatieboost aan medewerkers om zich te blijven ontwikkelen. Interne mobiliteit is zo dus een krachtige, strategische tool om je voor te bereiden op de uitdagingen van de toekomst. Maar dit vraagt wel om visie, een open bedrijfscultuur en inzet van zowel leidinggevenden als medewerkers.

Dit verhaal is geschreven door Judith Pagie, Adviseur Recruitment & Ontwikkeling bij paraDIGMA groep.

Lees ook

Oude media hebben afgedaan voor ze, dus hoe bereik je nu nog de latent zoekende student?

In de ontdekkingstocht naar de geheimen van de wereld van het Nederlandse campusrecruitment, staan we vandaag stil bij de favoriete media-tijdsbestedingen van afstuderende studenten, zowel op mbo-, hbo als wo-niveau. En daarbij komt één ding duidelijk naar voren: oude media – vooral die op papier – hebben bij deze doelgroep volledig afgedaan. Ook ‘ouderwets’ lineair radio luisteren of TV kijken, doet deze doelgroep (héél) veel minder dan het Nederlands gemiddelde.  Wat ze daarentegen veel meer doen is; Influencers volgen, zelf content maken en delen, gaming, livestream volgen, (korte) video’s bekijken, en online muziek luisteren.

Voor zowel de mbo- als de hbo-studenten is scrollen door social media de nummer 1-tijdsbesteding.

Voor zowel de mbo- als de hbo-studenten is scrollen door social media de nummer 1-tijdsbesteding, gevolgd door online muziek luisteren en on-demand streamingsdiensten. Voor de wo-doelgroep staan deze 3 tijdsbestedingen ook in de top-3, maar dan in een andere volgorde. Het blijken niet alleen de toppers onder de laatstejaars studenten, maar ze wijken hiermee ook nog eens behoorlijk sterk af van het landelijk gemiddelde. Het zou daarom primair in de strategie moeten zitten van werkgevers om deze mee te nemen in de media-mix om laatstejaars studenten te bereiken en het employer brand mee op te bouwen.

De data zeggen…

Voor dit onderzoek is aan duizenden laatstejaars studenten gevraagd ‘Wat zijn je favoriete tijdsbestedingen als het gaat om media?’ Daarin mochten zij meerdere antwoorden geven. In de onderstaande tabel zijn de data gesorteerd op het meest gegeven antwoord van mbo-studenten. Daarbij vallen een aantal (misschien niet altijd even verrassende) mediagebruiken op, zoals ‘korte video’s kijken’, waarbij TikTok, Instagram Reels en Youtube Shorts meteen top-of-mind zijn. Zulke korte video’s zouden vandaag de dag dan ook de basis moeten vormen van de opbouw van elk employer brand en werkgeversvoorkeur op de campus.

NBB MBO HBO WO Master
Wat zijn uw favoriete tijdsbestedingen als het gaat om media? % % % %
Scrollen door social media 45 55 64 56
Online muziek luisteren 41 52 58 54
On demand streamingdiensten (bijvoorbeeld Netflix, HBO, Disney+) 47 45 61 61
(Korte) video’s bekijken 30 40 51 45
Shoppen 31 37 39 30
Gaming 24 36 36 28
TV kijken 58 36 40 34
Direct messaging via social media (bijvoorbeeld: Messenger, Telegram, Snapchat) 23 24 35 33
Podcasts luisteren 21 20 33 41
Sport kijken 23 19 24 24
Radio luisteren 36 17 17 16
Influencers volgen 8 15 18 15
Livestream volgen 9 14 12 11
Educatie (via app, website, online workshop, webinar) 11 11 18 15
(Digitale) boeken en magazines lezen 18 10 15 18
Zelf content maken en delen 5 8 10 6
Luisterboeken 7 5 9 10
(Digitale) krant lezen 26 5 11 18
Gemiddeld aantal 4,6 4,5 5,5 5,1

Maar ook gaming, livestreams volgen, influencers volgen en zelf content maken zijn uniek voor deze doelgroepen. En natuurlijk een combinatie van alle vier (mee-gamen met livestreamende influencers):

Waar is de krant gebleven?

Gekeken naar ‘selectiviteit’ (oftewel: wordt dit mediakanaal (veel) minder of meer dan gemiddeld gebruikt?) valt op dat de (digitale) krant bij de studenten helemaal onderaan staat. Alleen de wo-studenten blijken de krant nog enigszins in hun mediamix een plekje te hebben gegeven. Maar ook als het gaat om (lineair) tv kijken en radio luisteren scoren alle studenten beduidend minder dan de rest van de beroepsbevolking. Alleen in het lezen van (digitale) boeken en magazines zit de groep academische studenten nog enigszins op het Nederlands gemiddelde, al is dat over de hele linie niet heel hoog te noemen.

Met al deze manieren om ze te benaderen wordt het er bepaald niet makkelijker op.

In het onderzoek benoemen de ondervraagde Nederlanders gemiddeld 4,6 kanalen als favoriete mediabesteding. De hbo- en wo-studenten zitten daar ruim boven met het gebruik van 10 tot 20% meer kanalen. Anders gezegd: deze doelgroepen zijn op meerdere kanalen te bereiken. Of: hun mediagebruik is nog meer versnipperd. Met al deze manieren om ze te benaderen wordt het er ook bepaald niet makkelijker op. Makkelijker is als de concentratie binnen één of enkele kanalen groot is.

Verschillen naar opleidingsniveau

Verder valt in het onderzoek op dat enerzijds de verschillen als gehele generatie groep met de rest van Nederland groot zijn, maar dat tegelijkertijd de verschillen tússen de studentengroepen ook niet onopgemerkt mogen blijven. De mediastrategie die voor de mbo-doelgroep effectief zal zijn, is dat dus ook niet per definitie meteen voor de andere laatstejaars studenten. Al staat als een paal boven water dat moderne employer branding-strategieën op de campus sterk zullen moeten voortbouwen op:

  • De inzet van social media, Instagram, TikTok en Youtube
  • Het hebben van eigen video-creators
  • Stimuleren van influencers/top-voices binnen de eigen organisatie of aansluiten bij belangrijke influencers buiten de organisatie
  • Meenemen van Spotify, en live- en on-demand streamingskanalen

Voor de verschillende doelgroepen valt verder op:

Mbo-studenten

Veel meer op entertainment

  • Gaming
  • Shoppen
  • Live streams volgen via onder andere Twitch en Youtube

Hbo-studenten

Een combinatie tussen entertainment en informatie: infotainment

  • Gaming
  • Shoppen
  • DM via social media (denk ook aan kanalen als Telegram en Snapchat)
  • On-demand streamingdiensten
  • Podcasts
  • Educatie (via app, website, online workshop, webinar)

Wo-studenten

Meer op de inhoud. Kanalen die meer dan de rest zijn genoemd, maar niet noodzakelijk heel veel in absolute zin:

  • (Digitale) boeken en kranten
  • Educatie (via app, website, online workshop, webinar)
  • Podcasts
  • Luisterboeken
  • En natuurlijk ook on-demand streamingdiensten en DM via social media


Nieuwe campusstrategie nodig

Conclusie: voor werkgevers en bureaus die sterk inzetten op campusrecruitment en waarvoor een sterk werkgeversmerk belangrijk is, is het aanvullen van het team met specifieke kennis van TikTok of nieuwe skills zoals videocreatie een must om de aansluiting te houden met de doelgroep. Een advertentie in een magazine of billboard wordt simpelweg niet meer gezien, omdat ze op hun eigen scherm kijken terwijl ze een billboard passeren. Oftewel: de snelheid en spelregels veranderen, evenals de kanalen en de vormen van communiceren. Maar wie de data heeft, kan de doelgroep toch altijd te bereiken.

Lees ook

Steeds meer mensen actief op zoek naar (ander) werk; ook steeds meer vaste contracten 

Hoewel het totale arbeidsaanbod niet groter wordt, wordt het voor werkgevers in de huidige arbeidsmarkt wel iets makkelijker om vacatures (sneller) te vervullen als een grotere groep mensen actief zelf op zoek is naar werk. Bovendien kan het de productiviteit vergroten als mensen een baan vinden die beter bij ze past. Een hoog verloop kan de arbeidsproductiviteit echter ook schaden, zeker als het gaat om zogenaamde ‘regretted losses’. Vandaar dat interne mobiliteit enorm belangrijk is om de mensen die wel goed op hun plek zitten, te behouden en te laten groeien in productiviteit, aldus de onderzoekers.  

Nieuw record vaste contracten 

Een andere opvallende ontwikkeling die zich doorzet in het derde kwartaal van 2024 is de toename van het aandeel vaste contracten onder mensen die recent een (andere) baan hebben gevonden (baanvinders). Dat aandeel is gestegen tot 47,0%. Een nieuw record, terwijl er in het vorige kwartaal ook al sprake was van een record.  

Maar liefst 47% van de mensen die recent een (andere) baan hebben gevonden kreeg meteen een vast contract.

Het is een teken dat hoewel de economie hapert en de arbeidsmarkt licht afkoelt, werkgevers nog steeds zitten te springen om personeel. De krapte is namelijk in het derde kwartaal licht afgenomen, maar nog altijd groot. Vaste contracten worden sneller gegeven om personeel te werven én te behouden. De werknemer heeft, gezien de krapte op de arbeidsmarkt, bovendien nog steeds een sterke onderhandelingspositie en kan – om verschillende redenen, zoals de wens om een huis te kopen – een vast contract ‘afdwingen’. 

‘Een adempauze’

Naast de duidelijke opgaande trends van het aantal actieve baanzoekers en het aantal vaste contracten is er op veel andere plekken juist sprake van stabilisatie. Het aandeel baanwisselingen, de sourcingsdruk (kort gezegd: het aantal mensen dat benaderd wordt door werkgevers) en de verwachte zoekduur laten de laatste tijd weinig beweging zien. Ook de werkloosheid ligt al geruime tijd op min of meer hetzelfde niveau, aldus Arbeidsmarkt in Cijfers. 

Werkgevers hebben de komende maanden een unieke mogelijkheid een deel van hun lastige vacatures in te vullen.’

‘De arbeidsmarkt lijkt even een adempauze te nemen. Er is meer aanbod, minder verloop en de krapte neemt iets af, al is deze nog volop aanwezig. De handhaving van de wet DBA per 1 januari 2025 zal ook voor extra bewegingen zorgen, waarbij een deel van de zzp’ers naar een tijdelijk of vast dienstverband bij werkgevers en detacheerders zal bewegen’, aldus Geert-Jan Waasdorp, directeur arbeidsmarkt van de onderzoekende Intelligence Group. ‘Werkgevers hebben in die maanden een unieke kans een deel van hun lastige vacatures in te vullen. Hopelijk doen ze dat, want de kans dat de markt daarna weer krapper wordt is groter dan dat het makkelijker wordt om mensen te vinden.’

Lees ook

‘Minstens helft kandidaten vindt het prettig als A.I. het hele recruitmentproces afhandelt’

Met artificial intelligence hun beleving verbeteren en versnellen? Kandidaten zijn er helemaal klaar voor, aldus het nieuwe GRID Talent Trends Report van Bullhorn. Zo zegt 74% van de door hen ondervraagde 275 kandidaten in de Benelux zich op hun gemak voelen met A.I. bij de werving als dit het recruitmentproces versnelt. Nog eens 72% heeft geen probleem met communicatie op basis van A.I. als het niet betekent dat wordt ingeleverd op de persoonlijke touch. Over het geheel genomen zegt minstens de helft van de kandidaten het zelfs prettig te vinden als A.I. het hele recruitmentproces zou afhandelen.

Dit geldt over het algemeen voor kandidaten uit alle leeftijdsgroepen en alle bedrijfstakken, aldus de onderzoekers. Wat volgens hen een enorme kans oplevert voor bureaus die hier snel op weten in te spelen. Want als A.I. ergens bij kan helpen, dan is het wel communicatie met de kandidaat. En juist die communicatie blijkt voor de kandidaat steeds belangrijker. Zo zegt 43% van de kandidaten één keer per week – of zelfs vaker – iets te willen horen van recruiters, een communicatieniveau dat eigenlijk alleen met technologie haalbaar is. ‘En tijdige communicatie zorgt weer voor loyaliteit van kandidaten’, aldus de onderzoekers.

GRID 2024_Talent Trends Report_Benelux Graphs_V3_G

Duidelijke verwachtingen 

Kandidaten zijn volgens het onderzoek over het algemeen vrij duidelijk over wat ze verwachten van recruiters en hun bureaus: tijdige plaatsing in de juiste baan, duidelijke communicatie en technologie die het proces soepel laat verlopen. Ze geloven dat A.I. de matching kan verbeteren, de screening stroomlijnen en administratieve taken kan vereenvoudigen, zodat recruiters zich kunnen richten op de meer menselijke aspecten, zoals reskilling en betrokkenheid creëren. En kandidaten zijn er klaar voor dat A.I. een grotere rol gaat spelen bij recruitment, zolang de technologie het maar waarmaakt.

GRID 2024_Talent Trends Report_Benelux Graphs_V3_J

Het goede nieuws daarbij: kandidaten tonen een behoorlijk hoge loyaliteit naar hun recruitmentbureaus. Van de ondervraagde inhuurmedewerkers zou 73% weer met hun recruitmentbureau willen werken (ongeveer evenveel als vorig jaar). Ook hier is communicatie trouwens belangrijk: van de kandidaten die minstens één keer per week iets van hun recruiters horen, zegt 84% met hen te willen blijven werken. En bieden recruiters een nieuwe opdracht aan voordat de vorige is afgelopen, dan is de loyaliteit ook maar liefst 80% (vergeleken met 60% als dat niet gebeurt). En zelfs 88% als kandidaten in die tijd hebben kunnen profiteren van omscholingsprogramma’s.

GRID 2024_Talent Trends Report_Benelux Graphs_V3_K

Banen vinden, liefst nu!

Meer dan de helft (56%) van de kandidaten koos hun huidige recruitmentbureau op basis van positieve ervaringen, van henzelf of van iemand anders. Dit is een verschuiving ten opzichte van de 48% van vorig jaar. Op de vraag wat de grootste waarde is die recruiters bieden, was het antwoord duidelijk: dat ze kandidaten de juiste banen snel kunnen aanbieden. En op een verwante vraag over wat ze verwachten dat recruitmentbureaus voor hen doen, antwoorden de meeste kandidaten (55%) dat ze geschikte vacatures moeten vinden en voorstellen. Het nauwkeurig sourcen en screenen blijft het voordeel dat recruitmentbureaus hebben ten opzichte van vacaturebanken, en gespecialiseerde expertise is wat bureaus helpt zich te onderscheiden van hun concurrentie.

GRID 2024_Talent Trends Report_Benelux Graphs_V3_B

Van de kandidaten verwacht 87% dat bureaus hen binnen 20 dagen weten te plaatsen. En ook dit geldt grotendeels voor alle sectoren en leeftijdsgroepen. Bureaus zouden daarom op zoek moeten gaan naar ‘manieren om het proces te stroomlijnen en hun recruiters moeten wapenen met technologieën om het matchen van vacatures sneller en nauwkeuriger te laten verlopen om medewerkers te behouden en opnieuw in te zetten’, aldus de onderzoekers.

GRID 2024_Talent Trends Report_Benelux Graphs_V3_D

En veel meer communicatie, graag!

Kandidaten willen trouwens niet alleen dat recruiters snel voor hen een baan vinden. Ze willen ook – en vooral – dat ze beter met hen gaan communiceren. Over het algemeen is 60 tot 75% van alle respondenten weliswaar (zeer) tevreden met de hele recruitment lifecycle bij een bureau, er blijkt ook nog heel wat te verbeteren.

GRID 2024_Talent Trends Report_Benelux Graphs_V3_H

Zo vindt bijna de helft van de ontevreden kandidaten het sollicitatieproces onduidelijk (49%), de recruiters te traag (42%) en de formulieren te ingewikkeld (34%). Bijzonder verontrustend is verder dat 42% van de ontevreden kandidaten zegt dat hun recruiters niet begrijpen wat ze zoeken in een baan. Daar valt dus nog wel wat vooruitgang te boeken – al dan niet met inzet van A.I.

GRID 2024_Talent Trends Report_Benelux Graphs_V3_I

Lees het hele onderzoek

Benieuwd naar het hele onderzoek? Download het hier:

GRID Talent Trends Report

Lees ook

‘Commerciële belangen kunnen dataverwerking zonder GDPR-toestemming rechtvaardigen’

Een uitspraak van het Europese Hof in een zaak rondom de Nederlandse tennisbond KNLTB, daar besteden we op deze site doorgaans niet zo snel aandacht aan. Maar nu is er toch wel iets bijzonders aan de hand. Wat precies? Nou, op een vraag die de Nederlandse Rechtbank al in 2022 aan het Hof stelde, kwam vorige week eindelijk antwoord. En dat antwoord kan wel eens verregaande gevolgen hebben. Het Hof oordeelde namelijk dat een commercieel belang ook best gezien kán worden als een gerechtvaardigd belang onder de GDPR – op voorwaarde dat het niet onrechtmatig is. 

‘Gegevens scrapen, mits zorgvuldig afgewogen tegen de rechten van de betrokkenen, kan dus legaal zijn.’

Kort gezegd komt dit er op neer dat bijvoorbeeld het scrapen van gegevens, mits zorgvuldig afgewogen tegen de rechten van de betrokkenen, legaal zou kúnnen zijn. En de Autoriteit Persoonsgegevens in mei dit jaar misschien wat kort door de bocht was, toen het stelde dat scrapenbijna altijd illegaal’ is. ‘Deze uitspraak is ontzettend belangrijk’, stelt Laurens Waling, chief evangelist van 8vance, een van de Nederlandse bedrijven die erop zat te wachten. ‘Het kan bedrijven zoals de onze helpen om data op een verantwoorde manier te gebruiken zonder de privacywetgeving te overtreden.’

Wat was er aan de hand?

Eerst maar even terug. Wat was er ook alweer aan de hand? De Autoriteit Persoonsgegevens legde in 2020 de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) een boete op van 525.000 euro voor het onrechtmatig verstrekken van persoonsgegevens van leden aan twee sponsoren: TennisDirect en Nederlandse Loterij Organisatie. De KNLTB verdiende hier geld aan. De sponsoren gebruikten de gegevens vervolgens om de leden te benaderen met een promotionele actie. Mag niet, aldus de AP. De leden hadden hier immers niet expliciet toestemming voor gegeven. En dus werd de AVG overtreden, stelde de Autoriteit.

De KNLTB kreeg in 2020 een boete van 525.000 euro voor het verstrekken van gegevens van leden aan sponsoren.

Maar was dat wel zo? Had de tennisbond hier niet een gerechtvaardigd belang om dit te doen, ook al was dit misschien vooral een commercieel belang? Het Europese Hof van Justitie moest er dus zelfs aan te pas komen om die vraag te beantwoorden. En hoewel het Hof zich vorige week niet uitsprak over de zaak van de tennisbond zelf, zei het wel ‘dat een commercieel belang van de verwerkingsverantwoordelijke (bijvoorbeeld verkoop van advertentieruimte) aangemerkt kán worden als een gerechtvaardigd belang’. En: ‘dit belang hoeft niet uit de wet te volgen of in de wet te zijn opgesomd, maar mag niet in strijd zijn met de wet.’

Afwegingstoets

Het is nu aan de rechtbank Amsterdam om deze uitleg toe te passen op de beroepsprocedure in kwestie en de commerciële belangen van de KNLTB af te wegen tegen de privacyrechten van de leden. Maar de implicatie van de uitspraak van het Europese Hof gaan wel verder dan alleen dat. ‘Het Hof somt behulpzaam de van toepassing zijnde voorwaarden op en laat ook doorschemeren dat er in dit specifieke geval mogelijk niet aan is voldaan, maar laat het (terecht) aan de verwijzende rechter over om dat te bepalen’, schrijft bijvoorbeeld Simon Hania, Global Data Protection Officer bij Uber op LinkedIn.

‘De rechten en vrijheden van individuen mogen niet zwaarder wegen dan het belang van de organisatie.’

De uitspraak heeft invloed op ‘hoe entiteiten het gebruik van persoonlijke gegevens zonder toestemming voor commercieel gewin rechtvaardigen en benadrukt de rechten van individuen’, legt Hania uit. Zo moet de verwerking van de gegevens ‘strikt noodzakelijk’ zijn om het ‘gerechtvaardigde belang’ te bereiken. Maar tegelijkertijd is er volgens het Hof sprake van een ‘afwegingstoets’: de rechten en vrijheden van individuen mogen niet zwaarder wegen dan het belang van de organisatie.

Wat zijn de implicaties?

Wat een en ander nu precies betekent voor de wereld van recruitment, is nog afwachten. Maar Laurens Waling is in elk geval blij met weer een extra stapje duidelijkheid. Zijn bedrijf verzamelt gegevens van miljoenen publieke profielen om deze geanonimiseerd te gebruiken voor het trainen van hun A.I.-systemen. Met deze niet-herleidbare data analyseerden ze loopbaanpaden van mensen en koppelden die aan vaardigheden uit miljoenen vacatures en opleidingen, om zo de matching van talenten en banen te verbeteren. Dit belang is natuurlijk heel anders dan dat van de tennisbond die gegevens van leden doorverkoopt, maar toch.

8vance ziet de uitspraak van het Europese Hof als steun in de rug.

Ook 8vance probeert immers al langer duidelijkheid te krijgen over wat nou precies een ‘gerechtvaardigd belang’ is om met geanonimiseerde persoonsgegevens te werken, zonder dat de gebruiker daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. En de uitspraak van het Europese Hof ziet het wat dat betreft als steun in de rug. ‘De uitspraak bevestigt dat een commercieel belang kan worden aangemerkt als een gerechtvaardigd belang. En dat zo’n gerechtvaardigd belang niet bij wet hoeft te zijn vastgesteld. Dat geeft ons de overtuiging dat we door kunnen met waar we bezig zijn: een beter werkende arbeidsmarkt.’

Lees ook

Waarom je vacatureplatformen niet (alleen) moet beoordelen op het aantal sollicitanten dat ze leveren

SmartServices kampte een tijdje geleden met een dalende hire-ratio. Hoewel het aantal sollicitanten op hun online geplaatste vacatures wel gelijk bleef, nam het aantal daadwerkelijke hires af, waardoor ook de kosten per hire opliepen. De druk neemt toe, wat te doen? Uit een root-cause analysis bleek vervolgens dat veel kandidaten afhaken vanwege verkeerde verwachtingen. Tijdens sollicitatiegesprekken valt op dat kandidaten vaak negatief reageren zodra ze de details van de functie beter begrijpen.

Te veel kandidaten blijken (onaangenaam) verrast tijdens de sollicitatiegesprekken.

Wat blijkt, na doorvragen hierover: de vacaturetekst is te vaag of misleidend. De beschrijving van de functie-eisen en verantwoordelijkheden is niet specifiek genoeg, zodat kandidaten (onaangenaam) verrast worden tijdens de sollicitatiegesprekken. Tijd voor actie dus. De vacatureteksten worden aangepast: er komt een duidelijke en gedetailleerde functieomschrijving, met concrete beschrijvingen van verantwoordelijkheden, plus duidelijke communicatie over salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden. En ook nog: een verbeterde opmaak. Korte paragrafen en bulletpoints moeten de tekst voor iedereen makkelijk leesbaar maken.

Minder tijd verspild

Het resultaat laat zich al snel gelden. Al na 3 maanden blijkt het aantal afhakers tijdens de sollicitatiegesprekken met 30% afgenomen, en geven veel kandidaten aan dat de kwaliteit van de sollicitatiegesprekken is verbeterd. Mede hierdoor dalen de gemiddelde kosten per hire. Niet alleen wordt er nu minder marketingbudget verspild, maar ook wordt er minder tijd besteed aan ongeschikte kandidaten. Ergo: er komen beter passende kandidaten binnen, voor minder geld. En dat eigenlijk alleen maar door de vacatureteksten te herschrijven en de verwachtingen helder te communiceren.

‘We willen duidelijk maken dat je online vacatureplatformen niet alleen moet beoordelen op het aantal sollicitanten.’

Het is een van de voorbeelden die te vinden is in een nieuwe whitepaper van Werkzoeken.nl, met 1 miljoen bezoekers en 7.500 actieve bedrijven per maand het
op één na grootste vacatureplatform van Nederland. Het bedrijf wil hiermee vooral laten zien wat een datagedreven en vergelijkende aanpak kan opleveren in recruitment. ‘We willen duidelijk maken dat je online vacatureplatformen niet alleen moet beoordelen op het aantal sollicitanten, maar vooral op de kwaliteit van de
kandidaten en de intake-ratio. Hoe meer geschikte kandidaten, hoe groter de kans op meer hires.’

De CPA van een AI-architect

Denk je bijvoorbeeld dat een cost-per-applicant van 60 euro hoog is? Dat is misschien ook wel zo. Maar wat als je bedenkt dat het gaat om een vacature voor een AI-architect, waarvoor de CPA in de gehele markt 70 euro is, en de afgelopen maanden zelfs 80 euro? Dan valt het relatief weer mee. En zo moet je eigenlijk naar al je vacatures kijken, aldus de whitepaper. Dus: de kosten per vacature relateren aan het type functie, de markt, de tijd en de kosten op vergelijkbare platforms. ‘Om dit goed te laten werken, is een sterke samenwerking tussen Marketing en Recruitment essentieel, met daarbij duidelijke metrics en een gedeeld dashboard.’

‘Een sterke samenwerking tussen Marketing en Recruitment is essentieel, met daarbij duidelijke metrics en een gedeeld dashboard.’

In de whitepaper delen de auteurs onder meer 11 tips om de intake-ratio te verhogen, zodat je wervingscampagnes succesvoller worden. Het gaat er daarbij bijvoorbeeld om de samenwerking tussen de afdelingen Marketing en Recruitment zo te verbeteren, dat ze in elk geval dezelfde doelen nastreven – en die ook in meetbare KPI’s vertalen. ‘Bijvoorbeeld: verhoog het aantal bemiddelbare kandidaten per sollicitatie van 10% naar 12,5% (een groei van 25%) binnen 6 maanden. Of: verhoog het aantal bemiddelbare kandidaten elke maand met 3%. Of: verlaag de time-to-fill naar 30 dagen voor 80% van de vacatures in het komende kwartaal.’

Appels met appels

Vervolgens kunnen de marketeers zich focussen op het aantrekken van gekwalificeerde kandidaten, terwijl de recruiters zich kunnen richten op het omzetten van deze kandidaten in hires. ‘Als je dan ook nog gebruik maakt van hetzelfde dashboard en dezelfde metrics, worden de effecten van een wervingscampagne voor iedereen eenvoudiger te identificeren en te analyseren. De kans is ook groter dat er dan sneller consensus ontstaat over de te volgen koers en de bijbehorende doelstellingen en handelingen.’

Wat voor de ene functie op een bepaalde tijd werkt, hoeft dat niet voor de andere ook te doen.

In de whitepaper worden vervolgens allerlei mogelijke metrics behandeld, van campagnekosten tot click-through-rates, en van de cost-per-applicant en de time-to-respond tot de Cost Per Qualified Lead en de intake-ratio, oftewel: het percentage kandidaten dat door de eerste screening komt en wordt uitgenodigd voor een gesprek. Al moet je daarbij wel steeds blijven opletten appels met appels te vergelijken – en niet met peren, waarschuwen de auteurs. Wat voor de ene functie op een bepaalde tijd werkt, hoeft dat immers niet voor de andere ook te doen.

Bezint eer ge begint

Ze halen daarvoor ook een quote van Einstein aan, die ooit gezegd schijnt te hebben: ‘Als ik een uur had om een probleem op te lossen, zou ik 55 minuten nadenken over het probleem, en 5 minuten over de mogelijke oplossing.’ Oftewel: ‘Bezint eer ge begint. We adviseren dan ook om de problemen eerst goed te analyseren en te definiëren. Bedenk pas daarna de mogelijke oplossingen.’ Zoals het bovenstaande voorbeeld van SmartServices ten overvloede onderstreept.

Lees meer

Benieuwd naar de hele whitepaper over data-driven samenwerken voor succesvolle wervingscampagnes?

Download

4 niet zo heel grote, maar wel verrassend sterke employer brands (en wat je van hen kunt leren)

De beste employer brands ooit kiezen? Oei, dat is bijna zoiets als je favoriete kind kiezen, zegt Marcel van der Quast op een gegeven moment. ‘Het antwoord is voor mij onmogelijk te geven. Ik heb zo ontzettend veel voorbeelden in mijn hoofd en archief, want ik ben het hele jaar door (en al heel veel jaar) bezig met employer branding, arbeidsmarktcommunicatie en recruitment marketing.’ Toch vroegen we hem, net als enkele andere experts op dit gebied, de afgelopen maanden een paar favorieten te noemen (en waarom). Het leverde een paar verrassende keuzes op. Zoals deze 4:

#1. Abdij Koningshoeven: alle details kloppen

Als juryvoorzitter van de Werf& Awards zag Marion de Vries de afgelopen jaren veel mooie dingen voorbij komen. Zeer onder de indruk was ze in 2021 van de campagne waarmee Abdij Koningshoeven nieuwe monniken probeerde te werven. ‘De candidate journey van een potentiële monnik kan wel 10 jaar duren’, zegt De Vries. ‘Dat weten ze bij deze Abdij maar al te goed. Ze willen ook dat mensen de beslissing heel bewust nemen. Van deze kleine ‘werkgever’ kan menig grote werkgever op dit gebied nog heel veel leren.’

Wat maakt de case voor haar zo uniek? ‘Elke stap tot en met onboarding – en dat zijn er veel – van de candidate journey is in kaart gebracht en wordt met communicatie ondersteund op een multimediaal platform: eNovice.nl. Elke stap wordt door een monnik met een video toegelicht. Maar ook details zie je terug: hoe ziet de habijt eruit, wat laat je achter als je intreedt, wat doe je met banktegoeden, en ga zo maar door. Alles klopt. Ook de serene uitstraling. Een schitterend voorbeeld van snappen wat er bij jouw kandidaat leeft, die kandidaat centraal zetten en daarmee ook heel duidelijk maken waar je als organisatie voor staat.’

#2. Pentascope: bevlogen leider

Employer branding-expert Ton Rodenburg, strategy director en oprichter van Clubgeist, noemt niet zozeer een paar favoriete werkgeversmerken, maar kijkt vooral naar wat succesvolle merken nou echt onderscheidt. Daarbij komt hij onder meer op organisaties met hoge energie, die elke dag moeten presteren. En maatschappelijke impactmakers als NS (de reis van morgen begint bij jou), Alliander: ‘de energietransitie is onmogelijk zonder jou’, de Politie (‘maak er politiewerk van’), NGO’s als Warchild of Oxfam en ‘geboren’ do-good-bedrijven als Triodos of Patagonia (‘Zeer aantrekkelijke bakens in de strijd voor een betere wereld.’)

Engbert Breuker

Wat volgens Rodenburg ook belangrijk is voor een sterke employer brands: een bevlogen leider. ‘Iemand van wie je denkt: voor hem of haar zeg ik mijn baan op’. In zijn loopbaan heeft hij een aantal keer zulke mensen ontmoet. ‘Inspirerende en authentieke mensen, met visie, integriteit, verbindingskracht en charisma.’ Een paar voorbeelden? ‘Het bevlogen Pentascope van Engbert Breuker, het visionaire Humanitas van Hans Becker, het ‘vierdaagse’ Afas van Bas van der Veldt of ‘alles voor een glimlach’ Pieter Zwart (Coolblue). Stuk voor stuk ondernemers die enthousiasme, groei en ondernemerschap inspireren en voeden.’

#3. Amstelring en Lievegoed: werven met humor

Samen met mede-oprichter Remke Vloeimans specialiseert employer marketing-strateeg Michelle Schroen zich met iD Employer Marketing in het effectief profileren van werkgeversmerken. Daarbij gaat het hen zowel om externe campagnes maken, als om interne aspecten zoals Employer Engagement, om medewerkers te behouden en te activeren. En dat is niet alleen voor grote corporates interessant, zegt ze. ‘Oók kleinere organisaties kunnen het verschil maken door te focussen op hetgeen ze écht onderscheidend en uniek maakt en deze boodschap laten zien daar waar hun doelgroep zich bevindt.’

Je medewerkers inzetten als ambassadeurs is daarbij belangrijk zegt ze. Maar ook humor helpt. ‘Kijk bijvoorbeeld naar Amstelring of naar Lievegoed, een zorgorganisatie die eigenwijs durft te benoemen wat iemand anders misschien wel denkt. Dat je dit statement dan ook weet door te vertalen op de site door de beginnen met ‘ANTROPOWATTES?’ kan ik echt enorm waarderen.’ Het gaat trouwens altijd om de doorvertaling naar de hele candidate journey, benadrukt ze. ‘Hierin missen veel organisaties nog wel eens de boot, door heel eenzijdig een boodschap te presenteren, maar dit niet door te vertalen in hun eigen socials, de werkenbij-site en de interne communicatie. Gemiste kans, want je moet ook werken aan het behoud van je mensen en ze het gevoel van purpose laten beleven.’

#4. Topicus: eigen IT-bier

Zoals gezegd, Marcel van der Quast, docent bij de Academie voor Arbeidsmarktcommunicatie en maker van de podcast ‘Hier is AMC’, vindt het lastig een top-5 samen te stellen. ‘Het zijn appels en peren’, zegt hij. Maar als hij dan toch moet kiezen, dan noemt hij bijvoorbeeld het clubgevoel dat Coolblue continu uitstraalt, de kerstpuzzel van de AIVD, de ‘Zuivere Koffie’ die je bij DJI in je onboardingspakket meekrijgt, en het volledige spectrum van employer branding van de NS (waar hij zelf de afgelopen 2,5 jaar heeft gewerkt).

Dat clubgevoel van Coolblue vindt hij ook terug bij een van zijn andere favorieten: Topicus. ‘Deze IT-club uit Deventer laat zien dat ze van alles doen met elkaar, naast het leveren van goede IT. Van inhoudelijke conferenties tot goede feesten. En ze maken een eigen biertje, de Topicus Gifkikker.’ Een voorbeeld van goede employer branding, aldus Van der Quast. ‘Het geheel laat vooral zien waar je voor staat — en waarom je mensen het leuk en interessant vinden om er te werken. Juist in de IT-wereld, waar je als werkgever écht je best moet doen om te laten zien waarom je bijzonder bent, snappen werkgevers dat hun cultuur belangrijk is om gevoel te geven aan de arbeidsmarkt.’

Dit zijn de 10 zzp-oplossingen die zich aandienen, als reactie op handhaven Wet-DBA

Onzekerheid krijgt nu in sneltreinvaart grip op opdrachtgevers en zzp’ers. Kunnen ze straks nog wel samenwerken, nu de Belastingdienst heeft aangekondigd vanaf 1 januari 2025 met 80 nieuwe medewerkers de wet DBA te gaan handhaven? De paniek is ook niet geheel onterecht, als je kijkt naar de potentiële boetes op termijn en claims die óók zzp’ers straks kunnen leggen op werkgevers.

Gunnen zzp’ers het straks weer aan bureaus om al hun marges af te romen?

Zoals dat gaat met beleidswijzigingen is nu al duidelijk dat een aantal bedrijven hiervan heel erg gaat profiteren, terwijl ook een groot aantal, zeker bedrijven die grotendeels afhankelijk zijn van zzp-bemiddeling, een mokerslag tegemoet kunnen zien. Tenzij ze tijdig een passend antwoord kunnen formuleren. Detacheren, als duurdere vorm van uitzenden, lijkt daarin de meest voor de hand liggende oplossing voor bureaus en werkgevers. Maar zullen zzp’ers zitten te wachten om weer in loondienst te komen en gunnen ze het bureaus om al hun marges af te romen?

10 opties

Het minst ondernemende en meest zekerheidszoekende deel van zzp’ers zal deze stap zeker willen zetten. Maar die zouden er ook voor kunnen kiezen ergens in dienst te gaan. (Werkgevers, let op: de komende 3 tot 6 maanden hebben jullie een unieke kans om talent aan te trekken!). Maar een groot deel van de zzp’ers, en zodoende ook de opdrachtgevers, neigt naar heel andere oplossingen. Welke dat zijn? Hieronder zetten we – de op dit moment – bij mij bekende opties op een rij. Daarbij heb ik niet geprobeerd volledig te zijn. Maar het geeft wel een beeld.

#1. Opdrachten worden primair weggezet onder detacheringsbureaus

  • Veilige oplossing voor opdrachtgevers
  • Heel aantrekkelijke oplossing voor bureaus
  • Geen (financieel) aantrekkelijke oplossing voor zzp’ers.

#2. Opdrachten worden omschreven als statement of work (SOW)

  • Professionele en veilige oplossing voor opdrachtgevers
  • Nieuwe dienstverlening en meer risico voor bureaus
  • Oplossing voor zzp’ers. Vraagt meer ondernemerschap.

#3. Zzp’ers laten zich verlonen via verloning.nl

  • Interessante oplossing voor opdrachtgevers
  • Stevige concurrent voor bureaus
  • Voor zzp’ers verandert er nauwelijks iets (klein verlies van marge)

#4. Zzp’ers gaan werken via een midlance-constructie

  • Veilige oplossing voor opdrachtgevers
  • Aantrekkelijke positionering van bureaus, kleine inlevering van marge
  • Zzp’ers gaan in loondienst, en kunnen financieel profiteren van eigen ondernemerschap

#5. Zzp’ers gaan werken bij detacheerders met ‘werkgeverschap op maat’.

  • Veilige oplossing voor opdrachtgevers
  • Aantrekkelijke positionering van bureaus, grote inlevering van marge. Voorbeeld is Loyal Interim
  • Zzp’ers gaan in loondienst, en kunnen financieel profiteren van eigen ondernemerschap en hebben werkgeverschap à la carte

#6. Zzp’ers gaan een maatschap aan

  • Veilige oplossing voor opdrachtgevers
  • Concurrerend met bureaus
  • Zzp’ers gaan meer ondernemen. Complexe oplossing

#7. Zzp’ers gaan werken in een coöperatie

  • Veilige oplossing voor opdrachtgevers
  • Concurrerend met bureaus
  • Zzp’ers gaan meer werken als ondernemer. Interessante oplossing, zeker als bijvoorbeeld brokers, bemiddelaars en commerciële tussenpartijen deze gaan aanbieden.

#8. Zzp’ers en werkgevers doen niets. Te weinig capaciteit om te handhaven en mogelijk wordt straks toch weer alles terug gedraaid

  • Opdrachtgevers nemen een gecalculeerd risico
  • Bureaus nemen een gecalculeerd risico
  • Zzp’ers nemen een gecalculeerd risico

#9. Zzp’ers gaan terug in loondienst

  • Voor opdrachtgevers die last van de krapte op de arbeidsmarkt hebben, is dit een unieke kans om mensen uit de markt te halen
  • Concurrentie voor bureaus van werkgevers die mensen uit de markt willen halen
  • Zzp’er neemt geen risico, kiest voor veiligheid en is zzp’er-af

#10. Zzp’ers laten zich ‘bemiddelen’ via een detacheerder, broker of uitzendbureau

  • Veilig voor opdrachtgevers
  • Lucratief voor bureaus
  • Zzp’ers worden een melkkoe

Conclusie: regie vereist

Van opdracht-/werkgevers wordt nu vooral gevraagd om professioneel regie te nemen op de arbeidsmarkt, zowel qua inhuur als recruitment. Daarin zijn relevante arbeidsmarktdata van Giant essentieel om niet met een kluitje in het riet te worden gestuurd, zowel als het gaat om wervingshaalbaarheid van mensen in loondienst als om uurtarieven van flex. Een investering die zich eenvoudig terugverdient, zelfs voor kleine werkgevers. Maar over het algemeen hoeven opdrachtgevers zich, mits ze zich houden aan een A4-tje spelregels, sowieso niet veel zorgen te maken.

Bureaus die sterk leunen op zzp-bemiddeling zullen hun markt razendsnel zien opdrogen.

Wat wel duidelijk is: bureaus die sterk leunen op zzp-bemiddeling zien hun markt razendsnel opdrogen. Zij moeten het over een andere boeg gooien, waarbij detachering of het faciliteren van bijvoorbeeld coöperaties opties zijn. Detacheerders lijken op het eerste oog winnaars, zeker als het hen lukt voldoende zzp’ers te verleiden naar loondienst. Maar die vijver lijkt onvoldoende groot voor de vraag en de concurrentie van bureaus op de markt groot. Daarbij zorgt een nieuwe generatie detacheerders die een deel van hun marge overhevelen aan de (ex-)zzp’ers en werkgeverschap-as-a-service aanbieden ook voor extra concurrentie.

En voor de zzp’er dan?

En voor de zzp’er dan? Als ik het zo bekijk, hoeft er voor hem of haar ook niet veel te veranderen. Allereerst zou mijn advies zijn om in gesprek te gaan met je opdrachtgever(s) om te informeren naar hun beleid. Informeer ook, mocht je dat willen, naar de mogelijkheid van een dienstverband. Daarnaast zou ik me goed laten informeren en nadenken wat je zélf wil. Dat is sterk afhankelijk van je beweegredenen op de as van zekerheid/veiligheid (loondienst), vrijheid en beloning voor arbeid.

Uiteindelijk blijft flexibilisering een trein die doordendert en waarbij de geest echt niet meer terug in de fles komt.

Maar dat gezegd hebbende, als je het goed organiseert, hoeft er volgens mij niet veel te veranderen. Sterker nog, er zijn heel veel vormen denkbaar die (marge-technisch) aantrekkelijker zijn dan hoe je het nu organiseert. Misschien is het handhaven van de wet DBA in die zin wel een blessing in disguise voor de hele Nederlandse arbeidsmarkt. Flexibele arbeid gaat de komende maanden zeker een spannende tijd tegemoet, maar uiteindelijk blijft flexibilisering een trein die doordendert en waarbij de geest – met of zonder DBA of VBAR – echt niet meer terug in de fles komt.

Lees ook

Foto boven

7 tips om meer succes te boeken in staffing en recruitment aan de hand van data

‘De beste manier om de time-to-hire te verlagen? Dat is in mijn ogen door deze inzichtelijk te maken. Dit heeft in bijna alle gevallen die ik ken geleid tot een daling. Recruiters zijn over het algemeen competitief ingesteld en zullen proberen kandidaten steeds sneller aan te nemen.’ Dirk Meeuws, Head of Products bij Mysolution, is er helder over: het ‘buikgevoel’ (alleen) leidt bij recruitmentbeslissingen zelden tot de beste resultaten. Wat heb je daarbij nog meer nodig? Het juiste gebruik van data.

Zoals managementgoeroe Peter Drucker ooit al zei: ‘Wat je niet kunt meten, kun je niet managen.’

In een nieuwe e-guide legt Meeuws samen met zijn collega’s uit wat er allemaal komt kijken bij zo’n datagedreven benadering van recruitment. Van dataverzameling tot dashboarding, en van source tracking tot Power BI; alle relevante termen en onderwerpen komen daarbij voorbij. Want zoals managementgoeroe Peter Drucker ooit al zei: ‘Wat je niet kunt meten, kun je niet managen.’ Een principe wat volgens Mysolution ook prima toepasbaar is op werving en selectie in de staffingbranche. Een paar tips uit hun e-guide om je efficiëntie te verhogen:

#1. Experimenteer met vacatureteksten

Door bestaande data te analyseren, kun je vaststellen welke vacatureteksten de meeste gekwalificeerde sollicitaties aantrekken. Probeer eens verschillende functietitels, of varieer in salariscategorieën. Je kunt ook formuleringen in de functieomschrijving aanpassen om met A/B-testen te bepalen welke de meest positieve
reacties oproept. Door slim gebruik te maken van data-analysetools kun je zo misschien ook minder voor de hand liggende patronen herkennen, die je helpen je
data beter te begrijpen en te interpreteren.

#2. Werk met leadscoring

Een effectieve methode om kandidaten te vinden die van baan willen veranderen, is een beoordelingssysteem invoeren dat is gebaseerd op de activiteiten van de kandidaten tijdens het sollicitatieproces. Elke activiteit krijgt een bepaalde score die optelt tot een totale score. Zo kun je inschatten hoe betrokken (‘heet’) of terughoudend (‘koud‘) een kandidaat is. Zo’n Leadscoring-systeem biedt je een snel en geautomatiseerd overzicht van welke kandidaten momenteel bijzonder relevant zijn. Zo kun je efficiënter beslissen op welke kandidaten je je middelen moet concentreren.

#3. Maak een dashboard en neem actie

Als je in een dashboard de belangrijkste bedrijfskengetallen visualiseert, is vaak al snel duidelijk waar actie vereist is. Zo bleek bij een klant met een lange time-to-hire dat weergave van dit getal al bewustzijn creëerde voor de nodige veranderingen. Deel van het actieplan wat volgde was bijvoorbeeld de invoering van een 15 minuten durend screeningsgesprek. Hierdoor kon het aantal daadwerkelijke sollicitatiegesprekken van 20 naar 8 worden teruggebracht. Dit verhoogde de efficiëntie van het gehele wervingsproces en verminderde het aantal afwijzingen met 60%, wat op zijn beurt een positief effect had op de kandidaatervaring.

#4. Gebruik Lean-management-methodes

Met Lean-managementtechnieken werk je proactief aan de stroomlijning van wervingsprocessen en bevorder je alleen werk dat echte waarde toevoegt. Zo kun je verspilling verminderen en de productiviteit verhogen. Maar daarvoor zijn data onmisbaar. Hoeveel werkuren zijn er bijvoorbeeld in de afgelopen 6 maanden gemaakt? Zijn er daarin mogelijkheden om de werkprocessen efficiënter te maken? Door de analyse van tijdregistratiegegevens kun je gebieden met over- of onderbezetting identificeren. En daarop actie ondernemen, als je merkt dat een belangrijk kengetal afwijkt van de koers.

#5. Kies voor source tracking

In marketing is het belangrijk heel goed bij te houden welke inspanningen welke resultaten opleveren, vooral als deze gepaard gaan met extra kosten. Aan de hand van data kun je een begrip ontwikkelen van hoeveel budget en middelen je in welke kanalen moet investeren om bemiddelbare kandidaten te bereiken en daarmee je omzetdoel te realiseren. Het zogeheten source tracking kan hierbij een nuttige methode zijn. Door de bronnen te identificeren die je de beste (en de meeste) kandidaten leveren, kun je je marketingbudget zo gericht en kosteneffectief mogelijk inzetten.

#6. Gebruik een Data Warehouse

In de staffingbranche stromen doorgaans veel data binnen. Maar zelfs de meest uitgebreide dataverzameling levert geen voordelen op als de data niet effectief en veilig worden verzameld, georganiseerd, verwerkt en toepasbaar worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld via een zogeheten Data Warehouse, zoals de oplossing Snowflake, die speciaal is ontwikkeld voor de eisen van grote B2C-bedrijven en een snelle en efficiënte gegevensverwerking mogelijk maakt. Gegevens uit het Data
Warehouse kunnen vervolgens worden geïmporteerd in Business Intelligence (BI)-software zoals Power BI of Tableau om betekenisvolle inzichten te verkrijgen.

#7. Zorg voor zoveel mogelijk datahygiëne

Wie een interne digitalisering binnen het eigen bedrijf heeft meegemaakt, weet dat een schone database essentieel is voor het implementatiesucces van een nieuwe oplossing. Vooral in de staffingbranche veranderen de gegevens van kandidaten en de wensen en behoeften van klanten echter vaak, waardoor het soms moeilijk is om altijd up-to-date te blijven, laat staan de gegevens goed te beschermen. Maar hoe beter data in bestaande systemen worden onderhouden, hoe eenvoudiger
je deze in nieuwe systemen kunt overzetten of hoe beter deze data kunnen dienen als basis voor moderne technologieën zoals A.I.

Om de kwaliteit van je gegevens te waarborgen, is het daarom raadzaam deze regelmatig te controleren en op te schonen. Implementeer processen die duplicaatcreatie voorkomen, onvolledige datasets aanvullen en verouderde informatie regelmatig bijwerken. Een goed CRM- of ATS-systeem zal deze vorm van data-opschoning al geïntegreerd hebben. Door je medewerkers bovendien duidelijke richtlijnen voor gegevensinvoer te geven, kun je de kwaliteit van nieuw ingevoerde data vanaf het begin hoog houden en jezelf veel werk achteraf besparen.

Meer weten?

De e-guide Datagedreven succes in staffing en recruitment biedt een uitgebreide blik op hoe datagedreven werken bedrijven in de staffingbranche kan helpen om zowel hun wervingsprocessen als hun algemene bedrijfsvoering te verbeteren. Lees er hier alles over:

E-guide

‘Scale-ups hebben veel moeite om gekwalificeerd personeel aan te trekken’

Snelgroeiende bedrijven lijken voor de buitenstaander vaak een heel spannende en aantrekkelijke plek om te werken. Maar in de praktijk blijkt het voor scale-ups juist heel moeilijk om de juiste mensen aan te trekken. De snelle groeiers ontbreken bijvoorbeeld al jaren in de lijstjes met meest favoriete werkgevers onder afgestudeerden. En in recent onderzoek van financieel dienstverlener Mollie, uitgevoerd onder 250 beslissers werkzaam bij groeibedrijven, blijkt werving en selectie tot de grootste groeipijnen van zulke scale-ups te behoren.

Scale-ups ontbreken al jaren in de lijstjes met meest favoriete werkgevers van afgestudeerden.

Maar liefst 2 op de 3 beslissers (67%) zegt in dit onderzoek dat hun scale-up moeite heeft om gekwalificeerd personeel aan te trekken en te behouden in de concurrerende arbeidsmarkt. Dit terwijl ze deze krachten wel hard nodig hebben om het bedrijf verder te laten groeien. Daardoor wil het ook nog wel eens gebeuren dat ze mensen een promotie geven zonder dat ze eigenlijk daaraan toe zijn of daar voldoende expertise voor hebben. Iets wat bij zo’n 35% van de groeibedrijven blijkt te gebeuren, aldus het onderzoek.

‘Ik wens u veel personeel’

De snelle groei van een bedrijf bijhouden kan een uitdaging zijn, vooral als het gaat om het aantrekken van nieuw talent, erkent ook Stefanie Richheimer, VP Benelux bij Mollie. ‘Gekwalificeerd personeel is vaak lastig te vinden en vraagt ook om hogere loonkosten. Wat we vaak zien, is dat start-ups wel willen investeren in ervaren medewerkers, maar niet altijd over de financiële middelen beschikken om dit ook daadwerkelijk te doen. Tegelijkertijd zorgt niet-ervaren personeel dan vaak ervoor dat er sneller fouten insluipen, kansen worden gemist of dat het management vaak zelf moet bijspringen in de dagelijkse operatie.’

‘Uiteindelijk verdient een investering in personeel zichzelf meer dan terug.’

Uiteindelijk kost dat ook weer geld, aldus Richheimer. ‘Daarom is het belangrijk om per functie goed te kijken naar de vaardigheden en ervaring die nodig zijn om het bedrijf naar een hoger niveau te tillen, ook al vraagt dit om een investering’, zegt ze. ‘Het personeel is namelijk een cruciale factor in de kwaliteit van het product of de dienstverlening. Uiteindelijk verdient deze investering zichzelf dan ook meer dan terug.’

Medewerkersparticipatie

En heb je als scale-up het geld niet om gekwalificeerd personeel aan te trekken? Dan kun je het ook proberen met: medewerkersparticipatie. Dat is in Nederland nog altijd nogal onontgonnen gebied. Althans: het neemt wel lichtjes toe, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht voor de Stichting Nederlands Participatie Instituut (SNPI), maar is desondanks nog steeds relatief onbekend. Zo geeft maar liefst 88% van alle 600 ondervraagde managers hier aan niet of nauwelijks bekend te zijn met medewerkersparticipatie. ‘Terwijl je toch zou denken dat Nederland een ideale cultuur hiervoor heeft’, aldus onderzoekster Anne-Sophie Halbertsma.

‘Nederland blijkt in Europa bepaald geen koploper te zijn op dit gebied.’

Winstdelingen komen nog wel relatief vaak voor. Maar (certificaten van) aandelen voor medewerkers? Dat is eerder een zeldzaamheid. ‘Nederland blijkt in Europa ook bepaald geen koploper te zijn op dit gebied’, aldus Halbertsma. Wel zegt 17% van de ondervraagden ’te overwegen’ medewerkersparticipatie en/of winstdelingen te implementeren in de toekomst. Zo zegt 11% van de managers in minstens een vorm van medewerkersparticipatie geïnteresseerd te zijn, en 7% in minstens één winstdelingsvorm.

‘Werknemers lopen ook risico’

Het zou niet alleen een manier voor scale-ups kunnen zijn om toch schaars gekwalificeerd personeel aan te kunnen trekken, maar er is volgens Halbertsma ook inhoudelijk een rechtvaardiging voor te vinden. ‘De legitimiteit van winsten die vooral naar de eigenaar gaan, is vaak gebaseerd op het risico dat de eigenaar zou nemen. Maar medewerkers investeren ook in een bedrijf, met kennis en arbeid en zij lopen ook risico. Daarmee zou je ze ook kunnen zien als investeerders in een bedrijf. En dan is het misschien ook logisch om ze te belonen voor hun inzet.’

‘Medewerkers investeren ook in een bedrijf, met hun kennis en arbeid. Daar mag je ze ook voor belonen.’

Dat kan volgens haar dus bijvoorbeeld door een variabel deel van hun beloning aan te bieden dat meebeweegt met de ontwikkelingen van het bedrijf waar zij dus medeverantwoordelijk voor zijn. ‘Aan de andere kant, zou je dit ook kunnen zien als een vorm van risicospreiding vanuit de werkgever’, zegt ze. ‘Vanuit dat perspectief zou je verder kunnen beredeneren dat medewerkers dan meer zeggenschap zouden moeten verkrijgen in hoe het bedrijf gerund wordt. Dan is medewerkersparticipatie dus ook interessant.’

Actieve lobby

Sinds 2015 is het stimuleren van aandelenopties om belemmeringen voor met name start-ups en scale-ups weg te nemen ook een politiek thema. Het duurde evenwel tot 2023 voordat (beperkte) fiscale aanpassingen werden ingevoerd om dit meer te stimuleren. Momenteel wordt dan ook nog steeds een actieve lobby gevoerd, onder andere door Techleap, om de fiscale optieregelingen te verruimen. Aandacht voor andere vormen van medewerkersparticipatie, met andere onderliggende doelstellingen, blijft vooralsnog echter beperkt.

‘Je zou denken dat Nederland eigenlijk de ideale cultuur voor medewerkersparticipatie heeft.’

‘Je zou denken dat Nederland eigenlijk de ideale cultuur voor medewerkersparticipatie heeft’, aldus Halbertsma. ‘Er is welvaart, we hebben een sterke vorm van (mede)zeggenschap in bijvoorbeeld ondernemingsraden, en we concurreren met internationale bedrijven voor talent. Daarnaast hebben we hoogopgeleide professionals die ermee kunnen omgaan, een grote MKB-sector en grote, internationaal opererende, innovatieve bedrijven. Kortom: er lijken veel kansen te zijn voor het versterken van medewerkersparticipatie.’ Wat volgens haar dus met name voor scale-ups een uitkomst zou kunnen zijn.

Kamerbrief

Staatssecretaris Folkert Idsinga (Fiscaliteit en Belastingdienst) informeerde de Tweede Kamer recent nog over de uitkomsten van een onderzoek naar mogelijke fiscale belemmeringen voor het toekennen van winstdelingen en werknemersparticipaties aan werknemers. Daaruit blijkt dat zulke arbeidsvoorwaarden wel degelijk kunnen leiden tot een hogere motivatie van werknemers, meer binding met het bedrijf en makkelijker behoud van werknemers. Ook onderkent het kabinet dat start-ups en scale-ups hiermee een concurrerende beloning kunnen bieden, in tijden dat de winst nog niet vanzelfsprekend is.

‘Zeker aan de onderkant van het inkomensgebouw is het de vraag of het wenselijk is dat een deel van het risico bij werknemers ligt.’

Het kabinet geeft daarom aan het onderzoek naar een fiscale regeling voor medewerkersparticipatie bij start-ups en scale-ups nog voort te zetten. Wel met onderkenning van het nadeel dat bij dit soort participatie ook een deel van het (ondernemers)risico bij werknemers zal liggen, wat ‘financiële flexibiliteit’ van hen vraagt. ‘Het is de vraag in hoeverre dit wenselijk is, zeker aan de onderkant van het inkomensgebouw’, aldus de staatssecretaris. ‘Ook kan een grotere focus op financiële werknemersparticipatie de (semi-)publieke sector minder interessant als werkgever maken, aangezien dit niet mogelijk is in deze sector.’

Lees ook