Waarom de meeste referralprogramma’s nog altijd falen

Vraag eens rond onder recruiters wat ze als de beste, goedkoopste en meest effectieve bron van werving zien, en de kans is groot dat je als eerste antwoord krijgt: referrals. Goede via-via-werving staat dan ook al jaren hoog op menig prioriteitenlijstje en een helder referralprogramma geldt inmiddels als een musthave. Maar de resultaten in de praktijk? Die lijken toch een heel ander verhaal te vertellen. Sterker nog: slechts 2% van de organisaties slaagt erin om meer dan 30% van de medewerkers actief te betrekken bij referral recruitment, terwijl 38% niet verder komt dan maximaal 10%, blijkt uit recent onderzoek.

Het aantal organisaties dat meer dan 30% van zijn hires via referral realiseert, is hard aan het dalen.

En misschien nog wel het meest opvallende: dat aantal succesvolle organisaties is nog hard aan het dalen ook. In 2024 was het nog 6% van de respondenten die zei ruim 30% van de medewerkers via referral binnen te krijgen, nu is dat nog slechts 2%, zo blijkt. ‘Veel werkgevers worstelen met het activeren van hun eigen medewerkersnetwerk en met het bouwen van een duurzaam, gedragen referralprogramma’, concludeert onderzoeker Michael Boud dan ook, met gevoel voor understatement. ‘Dat is confronterend. Maar precies die paar koplopers laten zien: het kán wel.’

Weinig zicht

Wat in het onderzoek verder opvalt: bij veel organisaties ontbreekt nog steeds het inzicht in de eigen cijfers. Maar liefst 41% geeft bijvoorbeeld aan geen zicht te hebben op de huidige gemiddelde cost-per-hire. Ook geeft 37% van de deelnemers aan niet eens te weten hoeveel medewerkers bij hen meedoen aan het beschikbare referralprogramma. Daarnaast blijkt het vaak te ontbreken aan actieve interne promotie. Zo zegt slechts 7% van de organisaties structureel recruiters of HR-professionals structureel in te zetten om medewerkers continu te activeren om potentiële medewerkers aan te dragen.

Bij veel referralprogramma’s is ook feedback niet goed geregeld, constateert Boud. ‘Bij 18% van de organisaties hoort een medewerker nooit wat er met zijn of haar tip gebeurt. Die radiostilte ondermijnt motivatie. Juist terugkoppeling en waardering zijn de motor onder herhaalgedrag.’ Ook een goede tool kan helpen om de bereidheid bij medewerkers te vergroten, constateert hij. ‘Slechts 5% werkt met een aparte tool. De rest vertrouwt op losse e-mails of mond-tot-mond. Dat maakt sturen, meten en opschalen onnodig moeilijk en vaak zelfs nagenoeg onmogelijk.’

Oorzaken

Hoe komt het dat referralprogramma’s zo vaak stranden in goede bedoelingen? Voor een deel komt dat door pragmatische bezwaren, en gebrek aan expertise. Sommige organisaties (12%) lijken daarnaast te denken dat medewerkers ook zonder structuur of incentives ’toch wel’ goede kandidaten zullen aandragen. Terwijl de grootste bottleneck volgens Boud zelden het ontbreken van een programma is, maar juist bijna altijd gebrek aan medewerkersbetrokkenheid.

‘Bij de meeste respondenten blijft de betrokkenheid steken onder de 5%, terwijl toppresteerders richting 63% gaan.’

‘Bij de meeste respondenten blijft die betrokkenheid steken onder de 5%, terwijl toppresteerders richting de 63% gaan. Activatie en communicatie zijn daarmee geen bijzaak, maar de motor onder elk succesvol referralprogramma.’

Ambassadeurschap ontstaat niet uit een formulier, een pagina of een tool, benadrukt hij. ‘Het ontstaat doordat mensen zien dat het ertoe doet. Dat leidinggevenden het voorleven. Dat het normaal is om trots iemand mee te nemen. Wie wil dat medewerkers meedoen, moet het makkelijk, zichtbaar en leuk maken. De hoogste betrokkenheid ontstaat niet op een pagina, maar via persoonlijke en directe kanalen: korte berichten, concrete oproepen, zichtbare successen. Dáár gaat het leven. Niet als losse actie, maar als vast onderdeel van hoe mensen in een organisatie samenwerken en groeien.’

De bonus

De meerderheid van de organisaties in het onderzoek (65%) beloont een succesvolle referral met een geldbedrag (vaak tussen de 500 en 1.000 euro). De gemiddelde bonus wordt elk jaar ietsjes hoger, maar 93% geeft aan nooit intern te hebben onderzocht of méér geld hun medewerkers ook écht extra motiveert. ‘Men gaat er dus vaak op gevoel van uit dat een hogere bonus tot meer referrals leidt’, aldus Boud. ‘De data vertellen echter een ander verhaal. Organisaties die een hogere bonus bieden realiseren niet meer referrals dan zij met een lagere bonus. Met andere woorden: een (hoger) geldbedrag is geen garantie voor succes.’

‘Een (hoger) geldbedrag is geen garantie voor succes.’

Wat wél verschil maakt? Het moment en de frequentie van belonen. Van de 2% organisaties die meer dan 30% van zijn hires via referral recruitment realiseert, kent de overgrote meerderheid een systeem van gefaseerde en directe beloning van hun medewerkers in plaats van een eenmalige bonus (bijvoorbeeld na afloop van de proeftijd).  ‘Onze bevinding is dat te laat belonen de medewerker feitelijk verantwoordelijk maakt voor iets waar hij of zij geen invloed op heeft (het wel of niet  slagen van de nieuwkomer). Een enorme demotivator. Beloon liever direct na de aanname, zodat de link tussen actie en beloning helder blijft.’

Slimmer bedacht

Software op zichzelf verandert geen cultuur, stelt Boud. ‘Maar wat ik in de praktijk steeds zie, is dit: zonder goede infrastructuur blijft elke referralstrategie klein en kwetsbaar. Dan blijft het een losse actie, geen systeem. Organisaties die structureel 30% of meer van hun hires via via realiseren, hebben het niet slimmer bedacht, maar beter georganiseerd. Ze hebben het zo ingericht dat meedoen makkelijk is, bijdragen zichtbaar zijn en waardering snel volgt. Zodat het juiste gedrag vanzelfsprekend en herhaalbaar wordt. En precies dát maakt het schaalbaar.’

‘Goede referralsoftware is geen luxe.’

De benchmark laat volgens hem dan ook een zeer consistent patroon zien: organisaties die erin slagen 30% of meer van hun hires via referrals te realiseren, draaien hun programma niet op spreadsheets, inboxen of geïmproviseerde processen, maar werken met structuur, systemen en automatisering. ‘Geen toeval’, zegt hij er ten overvloede bij. ‘Goede referralsoftware is geen luxe, maar wat moderne referralprogramma’s daadwerkelijk laat werken. Het automatiseert fasegewijze beloning, maakt aandragen en delen moeiteloos, zichtbaar en meetbaar. En het belangrijkste: het verandert referral van een proces in dagelijks gedrag.’

Meer weten?

De volledige benchmark-onderzoeksresultaten kun je hier downloaden.

Lees ook

Weer 7 min of meer nieuwe HR- en recruitment-podcasts om in de gaten te houden

Heuglijk nieuws voor Werf& zelf: de eigen de Monkey Rock-podcast, gehost door Tjesca Honnef-Kuytenbrouwer (EN HR solutions) en Geert-Jan Waasdorp (Intelligence Group), staat inmiddels helemaal bovenaan in de top 10 van Nederlandse HR-podcasts. Maar ook verder valt er natuurlijk nog genoeg interessants te beluisteren in podcastland. Zoals de NS-podcastserie over beter interviewen, of De recruiter aan het woord van Joris Verhoeven. Waar de ene een korte serie de lucht ingooit, blijken anderen juist over een lange adem te beginnen. Welke min of meer nieuwe tips hebben daarbij onze speciale interesse?

#1. De Arbeidsmarkt Ontcijferd

We besteedden er al wel eens eerder kort aandacht aan, maar hij kreeg nog geen plekje in eerdere podcast-overzichten. Die schade halen we daarom nu graag in, want dat verdient deze podcast van het UWV wel. Misschien wat late to the party (het eerste jaar is net achter de rug), maar de combinatie van korte gesprekken met experts (van maximaal 10 minuten), plus een update van de laatste cijfers van de arbeidsmarkt in die maand, blijft in elk geval wel boeien. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, zoals de Duitsers plachten te zeggen.

#2. DetAIchering 

Nog een stuk nieuwer is de podcast DetAIchering, een initiatief van Joinuz, waarin de detacheerder elke maand de raakvlakken tussen A.I. en detachering wil gaan aftasten. Initiatiefnemer is algemeen directeur Tristan van Heerdt (foto boven, rechts), die samen met marketingmanager Joy Buijsse (links) en diverse A.I.-experts (zoals Maikel Neelen van Tigris) onderzoekt hoe technologie het recruitment- en detacheringsproces blijvend verandert. ‘Begin 2025 richtten we bij Joinuz een eigen podcastruimte in, die we tot nu toe vooral intern gebruikten. Nu is het moment gekomen ook extern van ons te laten horen’, aldus Van Heerden.

#3. JINC Podcast

Het kan je misschien ontgaan zijn, maar afgelopen november was het weer de Week van de Gelijke Kansen. ANBI-instelling JINC, die samen met bedrijven en scholen vecht voor een samenleving waar je achtergrond niet je toekomst bepaalt, greep dat aan voor een 5-delige podcastserie waarin presentator Maaike Muis laat horen hoe Nederland samen werkt aan kansengelijkheid. Met niet alleen de wethouder van de gemeente Leiden bijvoorbeeld, maar ook met iemand als bijvoorbeeld Misja Vroom, CEO van Domino’s Benelux.

Ook nog leuk om te vermelden: de Gelijke Kansen Rap die 3 leerlingen van het Segbroek College voor de gelegenheid maakten samen met Colling Seintje van RapXpress:

#4. Dromen en doen

Het is niet echt een recruitment-podcast natuurlijk, maar hé, kennisplatform Onderneming.nl werd vorig jaar tijdens de jaarlijkse Website van het Jaar-verkiezing wél uitgeroepen tot Beste Website van 2025 in de categorie Carrière, waarmee het 12 genomineerden achter zich liet, waaronder grote uitzenders en vacaturebanken. Dus mogen we hun podcast hier ook wel vermelden, toch? Of beter gezegd: podcasts, want ze hebben er zelfs 2: Dromen en doen, vol succesverhalen van ondernemers, en Van Start tot Ster, met eh… eigenlijk hetzelfde recept. Voor wie van dit soort heldenverhalen maar geen genoeg kan krijgen, zullen we maar zeggen.

#5. Het HR Halfuurtje

Sinds mei 2024, dus niet echt meer een nieuwe ster aan het firmament te noemen, en waarschijnlijk ook wel iets té veel HR voor de gemiddelde recruiter, met vragen als: hoe kom je onder de strafheffing fossiele auto 2027 uit? Maar wie daar een beetje selectief mee omgaat, kan best nog wat interessante informatie oppikken uit de gesprekken tussen hosts Rutger en Bregje Mollee, over bijvoorbeeld functieprofielen, de 4-daagse werkweek en de vraag: hoe behoud je medewerkers in de nog altijd krappe arbeidsmarkt?

#6. Confetti at Work

Nog een podcast die zich meer richt op de meer algemene HR-medewerker dan op de gespecialiseerde recruiter is Confetti at Work, de podcast van HR-softwareleverancier HoorayHR, waar om de week weer andere gasten aanschuiven bij CEO Theo Schroen. Ook op YouTube te volgen trouwens.

#7Bureau Blaauw on Tour

Bureau Blaauw is een boutique werving- en selectiebureau, specifiek gericht op hr-professionals voor vaste functies en interim posities. In hun nogal onregelmatig verschijnende podcast On Tour spreken ze met ervaren HR-managers over de inhoud van concrete opdrachten. Hoe bereiken ze de resultaten die opdrachtgevers gedurende een afgebakende periode willen zien? Ook met aandacht voor onderwerpen als Equal Pay, co-creatie en de candidate experience bij recruitment.

Bonus: Offer Accepted

Voor de inmiddels min of meer traditionele buitenlandse podcast in dit soort overzichten, nu de spotlight op de al sinds 2023 lopende podcastserie van softwareleverancier Ashby, die ook steeds weer interessante gasten achter de microfoon ziet kruipen, zoals Jan Tegze, om over alle mogelijke recruitmentthema’s te sparren. Met name als het gaat om sollicitatiegesprekken proberen ze hier echt de diepte wel op te zoeken.

Of luister meer podcasts:

Het einde van de vacature (en wat ervoor terugkomt)

Stel je voor: je plaatst een vacature en krijgt 95 sollicitaties binnen. Dat is wel wat anders dan 2021, toen het gemiddelde nog 28 was. Een stijging van 239% in 4 jaar tijd, aldus recente data van Greenhouse. En LinkedIn meldt dat er wereldwijd inmiddels gemiddeld 11.000 sollicitaties per minuut binnenkomen, een toename van 45% op jaarbasis. Maar hier komt de pijnlijke waarheid: die explosie aan sollicitaties betekent niet dat je plots 239% meer relevante kandidaten hebt. Het betekent eerder dat je 239% meer ruis hebt.

‘Volume is koning geworden.’

A.I. heeft van solliciteren een soort gratis massaproductieproces gemaakt. Kandidaten genereren in seconden een op maat gemaakt cv en motivatiebrief. Ze hoeven geen IT-afdeling, geen budget, geen goedkeuring. Gewoon een eenvoudige prompt, en klaar is kees. Het gedrag als gevolg? Solliciteren op alles wat ook maar enigszins past. Volume is koning geworden.

Voorspelbare reactie

De reactie van werkgevers op dit alles is tot nu toe voorspelbaar geweest: meer screeningslagen, meer automatische afwijzingen, meer tests, meer A.I.-scoring. Maar dat lost vooral het verkeerde probleem op. Je wordt beter in sneller afwijzen, niet in sneller de juiste mensen vinden. Want het traditionele vacaturetrechtermodel – publiceren, wachten, filteren – was gebouwd op een premisse die nu kapot is: ‘relevante kandidaten solliciteren wel, irrelevante niet.’ A.I. heeft die aanname naar de prullenbak verwezen.

De dingen die je niet kunt massaproduceren zijn precies de signalen die ertoe doen: hoe voelt het om in dit specifieke team te werken? Hoe worden beslissingen genomen, hoe gaat het team met conflict om, hoe werkt feedback hier? Waarom past deze persoon, met precies deze achtergrond, nu in dit team? Dat zijn de signalen die iemand tillen van ‘interessant’ naar ‘ik wil dit’.

‘Iedereen kan nu meer profielen vinden.’

A.I. is briljant in het genereren van tekst, maar hopeloos in het genereren van waarheid. En die waarheid krijg je niet uit een geautomatiseerde filter. Dus verschuift het zwaartepunt: van posten en filteren naar matchen en overtuigen – vóórdat er überhaupt een sollicitatie is. De winnaars in dit nieuwe landschap zijn niet de teams die meer profielen kunnen vinden. Iedereen kan nu meer profielen vinden. De winnaars zijn de teams die de juiste mensen vroeg vinden én ze snel genoeg kunnen overtuigen om in te stappen.

Time-to-signal

Hiring-windows zijn namelijk aan het krimpen. A.I. of niet; de beste kandidaten wachten nog altijd niet braaf tot jouw proces klaar is. Ze worden in meerdere gesprekken getrokken en beslissen snel. Tegelijkertijd brokkelt bij kandidaten het vertrouwen af: meer ruis, meer automatisering, meer fraude. Gartner voorspelt dat in 2028 wel eens 1 op de 4 kandidaatprofielen wereldwijd nep kan zijn. Time-to-signal wordt daarom een nieuwe KPI: hoe snel kun je genoeg écht het signaal creëren dat de juiste persoon erin duikt, en de verkeerde persoon vroeg afhaakt?

Dit is precies waar ook nieuwe platforms op inspelen. Vashly, dat eind deze maand vanuit Stockholm officieel van start gaat, combineert A.I.-talentzoekopdrachten over ongeveer 1 miljard publieke profielen, ultra-gepersonaliseerde outreach-sequenties en wat zij een ‘scherpe team pitch‘ noemen, oftewel: een heldere, eerlijke uitleg over hoe het team echt werkt. ‘Als tools gelijk zijn, zijn mensen het verschil. Wij helpen teams de juiste mensen te vinden, ze te laten geven om je organisatie, en te laten antwoorden voordat iemand anders dat doet.’

‘De vacature als middelpunt van recruitment? Die tijd loopt ten einde.’

Het punt is niet: meer automatisering. Het punt is: het terugwinnen van het signaal. Van profiel naar relevante boodschap naar geloofwaardige teamcontext naar reactie, zonder dat je verdrinkt in nepprofielen en A.I.-gegenereerde sollicitaties. Voor Nederlandse recruiters betekent dit een fundamentele vraag: blijf je wachten bij de brievenbus tot de ruis je opvreet, of ga je de straat op om het gesprek te voeren voordat de vacature online staat? De vacature als middelpunt van recruitment? Die tijd loopt ten einde. Niet omdat vacatures verdwijnen, maar omdat de echte wedstrijd al beslist is voordat ze verschijnen.

Over de auteur

Dit artikel is geschreven door Carwan Rasoal, Founder & CEO van Vashly.

Lees ook

Reflectie op het Singapore-model: durven we een fundamentele keuze te maken?

In Singapore wordt arbeid niet gezien als een afgeleide van migratiebeleid, maar als een strategische hulpbron voor nationale ontwikkeling. De mens en concreet: zijn of haar vaardigheden, inzetbaarheid en ontwikkelpotentieel staan centraal. Migratie is daar geen risico dat beheerst moet worden, maar een vraagstuk dat actief wordt vormgegeven in dienst van economische veerkracht, innovatie en maatschappelijke stabiliteit. Die visie maakt dat profilering en skills geen administratieve bijzaak zijn, maar het fundament onder beleid.

Profilering en skills zijn in Singapore geen administratieve bijzaak, maar het fundament onder beleid.

Nederland vertrekt vanuit een ander uitgangspunt. Hier verdwijnt de mens tussen systemen die primair zijn ingericht op risicobeheersing, juridische afbakening en institutionele autonomie. Elke organisatie heeft haar eigen definities, data, timing en IT. Het gevolg is een model waarin controle voorafgaat aan ontwikkeling, en waarin mensen zich van loket naar loket bewegen zonder dat iemand het geheel overziet. Het probleem is daarbij niet technologie, die is in Nederland goed, maar governance: wie ontwerpt het systeem, vanuit welk mensbeeld, en met welk doel op de lange termijn?

Ander uitgangspunt

Het Singaporese model laat zien wat er kan gebeuren als je die volgorde omdraait. Vaardigheden, waarden en interesses belangrijker maken dan diploma’s zorgt voor een arbeidsmarkt die sneller kan schakelen. Werkgevers als partners behandelen in plaats van als verdachten, zorgt voor voorspelbaarheid en wederzijds vertrouwen. Data zien als een publieke asset met duidelijke spelregels, baseert beleid op real-time inzicht in plaats van schattingen achteraf. En arbeidsmigratie expliciet positioneren als onderdeel van de arbeidsmarkt, niet als los migratiedossier, laat samenhang ontstaan tussen instroom, inzet, ontwikkeling en doorstroom.

‘Singapore bouwt een economie rond de waarde van mensen.’

De effecten daarvan zijn niet alleen zichtbaar op korte termijn, maar stapelen zich op. Op middellange termijn leidt dit tot betere matching, minder verspilling van talent en hogere arbeidsproductiviteit. Op lange termijn ontstaat een wendbare economie die sneller kan inspelen op technologische en demografische veranderingen, met meer vertrouwen van burgers in de overheid. Singapore bouwt zo een economie rond de waarde van mensen; Nederland probeert juist mensen passend te maken binnen bestaande systemen.

Wie kan dit doen?

Een cruciale (maar vaak onuitgesproken) realiteit is dat dit type verandering niet kan worden gerealiseerd met dezelfde mensen, structuren en logica die het huidige systeem hebben voortgebracht. Eigenaarschap van data en publieke waarden hoort bij de overheid, maar uitvoering vraagt om nieuwe vormen. De 2 routes die nu domineren (óf alles bij de overheid beleggen, óf alles overlaten aan de markt) zijn volgens mij te beperkt gedacht.

‘Een realistisch en toekomstbestendig alternatief ligt juist in een publiek-private tussenlaag.’

Een realistisch en toekomstbestendig alternatief ligt juist in een publiek-private tussenlaag: een nieuwe uitvoeringsvorm waarin overheid, werkgevers en uitvoerende partijen samenwerken rond één geïntegreerd talentdossier en één logica van skills en inzetbaarheid. De overheid blijft eigenaar van data en kaders, maar mandateert de uitvoering aan een aparte entiteit met eigen mensen, governance en IT-architectuur. Niet als klassiek loket, maar als ecosysteem dat de volledige levenscyclus van talent ondersteunt: van instroom tot ontwikkeling en doorstroom.

Niet in één keer

Zo’n model hoeft niet in één keer nationaal te worden uitgerold. Juist door te starten met gerichte pilots regionaal of sectoraal kan Nederland bewijzen dat het anders kan: eenvoudiger, mensgerichter en effectiever. Niet door Singapore te kopiëren, maar door het onderliggende principe serieus te nemen. Door niet over loketten, procedures en bevoegdheden te praten, maar over het mensbeeld dat daaronder ligt. Want juist dát verschil verklaart waarom landen als Singapore structureel andere keuzes maken dan Nederland.

‘De wens voor meer grip op arbeidsmigratie is breed gedeeld.’

De kernvraag is daarmee niet of Nederland grip wil op arbeidsmigratie. Die wens is breed gedeeld. De echte vraag is of we durven te kiezen voor een ander uitgangspunt: van controle naar regie, van loketten naar levenscycli, van migratiebeheer naar talentstrategie. Dat is geen technische keuze, maar een fundamentele. En juist daarin ligt het toekomstig concurrentievermogen van Nederland besloten.

Over de auteur

Ben Wienk is

Lees ook

‘De uitzend-cao heeft meer impact op de vraag naar jongeren dan A.I.’

Op de Global Talent Strategy and Intelligence Conference in september gonsde het ineens overal rond: zorgen over de toenemende jeugdwerkloosheid. Niet alleen in de VS, maar ook in China en bijvoorbeeld Zweden. Ook in Nederland hoor je er steeds meer over. En steeds vaker wordt ook A.I. als hoofdschuldige aangewezen. Maar Nicky Blom, directeur van SUSA flexibel studentenwerk, zet daar zo haar twijfels bij. ‘De markt verandert sinds het afgelopen anderhalf jaar. Bedrijven worden voorzichtiger, maar ik merk niet dat jongeren minder nodig zijn’, zegt ze.

‘Bedrijven worden voorzichtiger, maar ik merk niet dat jongeren minder nodig zijn.’

Volgens Blom is het niet alleen de opkomst van A.I., maar zijn vooral de onzekerheid over economische ontwikkelingen, geopolitieke spanningen, wetgeving en in het bijzonder de aangescherpte uitzend-cao grote spelbrekers. Daar al die ontwikkelingen stapelt onduidelijkheid bij organisaties zich op: wat is de impact? Vervolgens schroefden ze eind vorig jaar de instroom van jongeren terug of zetten een hold op wervingen. Wat maakt de cao zo’n gamechanger? ‘De kosten zijn niet eens het enige probleem, voor veel bedrijven is vooral de onduidelijkheid reden tot bevriezing in besluitvorming. Maar dat was 2025. Nu is het 2026.’

De kanteling ingezet

Sinds eind 2025 ziet Blom echter een duidelijke omslag. ‘Organisaties durven weer keuzes te maken. De onrust is er nog steeds, maar het is een soort constante geworden. De vergrijzing zet door, er is nog steeds krapte. En wij zitten nu al in een wervingspiek van jongeren.’ Die piek komt zelfs eerder dan gebruikelijk. Normaal gesproken start de wervingsperiode rond februari/maart. ‘Eind vorig jaar viel de uitzend-cao meer op zijn plek met de regelgeving. Daardoor moesten organisaties wel groeien en investeren.’

En wat dan met die zorgen over A.I.? ‘Ik vind de positieve effecten van A.I. voor jongeren groter dan de negatieve. A.I. kan heel veel faciliteren en automatiseren, zoals repetitief werk en administratieve taken. Daardoor kunnen jongeren zich focussen op wat hen uniek maakt: creativiteit, probleemoplossing en menselijke interactie.’

‘Ik vind de positieve effecten van A.I. voor jongeren groter dan de negatieve.’

Dat maakt A.I. voor haar vooral een enabler. ‘De vaardigheden die we van jongeren vragen verschuiven daarmee wel. Vooral de human skills worden belangrijk. Denk aan samenwerken, communiceren analyseren en kritisch denken. Werkgevers moeten jongeren de ruimte geven om die skills te ontwikkelen. Dat doe je niet door ze alleen achter een scherm te zetten met A.I.-tools. Daag ze uit, geef ze verantwoordelijkheid en laat ze samenwerken met ervaren collega’s.’

Juist meer laten zien

Jongeren die van nature zwakker zijn in technische aspecten krijgen door A.I. juist de kans om zich met creativiteit meer te laten zien. ‘Dat zijn eigenschappen die A.I. niet kan vervangen. Maar we moeten wel oppassen dat we niet alleen maar focussen op de impact van A.I. op banen. Hoe verandert A.I. de werkinhoud en hoe zorgen we voor een goede voorbereiding van jongeren? Dat begint al tijdens stages en bijbanen.’

‘We moeten oppassen niet alleen te focussen op de impact van A.I. op banen.’

‘Ik vind het gaaf om te zien wat er gebeurt binnen klantcontact‘, vertelt ze enthousiast. ‘A.I. biedt trainingstools in call centers, bijvoorbeeld bij banken waar studenten werken. Vroeger kreeg je misschien één keer in de maand een terugkoppeling over je skills. Nu krijg je dat real-time, direct na een gesprek.’ Die directe feedback werkt, ziet Blom. ‘Hier leren jongeren alleen maar van. Bijvoorbeeld hoe je net iets anders had kunnen inspelen op een situatie in een gesprek.’ Maar ook hier geldt volgens haar wel een waarschuwing: ‘Combineer het wel altijd met menselijke feedback en begeleiding.’

Jobcarving

Gelukkig heeft Blom genoeg concrete oplossingen voor organisaties die het verschil willen maken en willen investeren in jongeren. ‘Geef heldere verwachtingen over hoe een loopbaan binnen jouw organisatie eruitziet, wat het salaris is, hoe de feedback werkt, welke leidinggevende je hebt. Is dat een leidinggevende die goed aansluit op die jongere doelgroep? Hoe ziet de onboarding eruit? Als dat niet goed is ingeregeld, wordt de druk op jongeren alleen maar hoger. Niet weten waar je naartoe moet werken, niet weten wat je te wachten staat: dat geeft onzekerheid.’

‘Jongeren moeten een omgeving krijgen waarin ze kunnen groeien.’

En die onzekerheid vertaalt zich vaak direct in mentale druk, weet ze. ‘Jongeren moeten een omgeving krijgen waarin ze kunnen groeien.’ Bijvoorbeeld via jobcarving, een ontwikkeling die Blom van harte toejuicht. ‘Functies worden opgedeeld en delen worden eruit gehaald die passend gemaakt worden voor de jongere doelgroep. Dat is een mooie ontwikkeling die de komende jaren doorgaat.’

Buddy-systemen

En wat moeten we met iets als stageplaatsen? ‘Als je niet investeert in stagiairs en bijbanen, investeer je niet in je eigen toekomst. Juist nu je krapte hebt op de arbeidsmarkt, is het belangrijk om jongeren al vroeg te binden. Dan leren ze over werkritme, omgaan met collega’s en professioneel gedrag. Skills die je op school niet zo snel leert.’

@sundayfloatingfoodbar

AI maakt bij ons geen kans!! 💪🏼💪🏼 #horeca #sundayaandepoel #fyp #voorjou

♬ origineel geluid – Sunday Floating Foodbar

Blom pleit daarnaast voor realisme in verwachtingen. ‘Jongeren komen niet volledig klaargestoomd de arbeidsmarkt op. Ze hebben soms moeite met prioriteiten stellen of assertief communiceren. Maar dat zijn geen onoverkomelijke problemen. Het zijn ontwikkelpunten die je met goede begeleiding kunt adresseren. Dat gaat soms alleen al om een vast aanspreekpunt of een buddy-systeem waarin een ervaren medewerker de jongere meeneemt.’

‘Als je deze groep aan de kant zet, ben je niet bezig met je eigen toekomstbestendigheid.’

Volgens de SUSA-directeur is A.I. in ieder geval niet de échte uitdaging voor de problemen onder jongeren. ‘Onduidelijkheid over regelgeving, onvoldoende investering in begeleiding en niet matchen van opleidingsniveau met marktbehoefte: dát zijn de echte uitdagingen. Maar die zijn op te lossen. Werkgevers: besef dat jongeren misschien anders zijn dan vorige generaties, maar niet minder waardevol. Integendeel. Als je deze groep aan de kant zet, ben je niet bezig met je eigen toekomstbestendigheid.’ 

Meer weten?

Op 27 januari 2026 leer je in Rotterdam van experts Laura Bas, dataspecialist Sabine Veldkamp en een nog ‘geheime’ werkgever die uitblinkt in young professionals, alles over hoe je Gen Z bereikt via authentieke verhalen en short video’s. 

GenZspiratie

Meer lezen?

Is de Eightfold-zaak de meteoriet die alle A.I. in recruitment zal wegvagen?

Een meteoriet. Een zaak die alle A.I. in recruitment wel eens illegaal kan maken. Zeker waar het gaat om het verwerken van gegevens van kandidaten. Hoe dan ook een zaak met enorme impact. De superlatieven zijn niet van de lucht, nu een aantal sollicitanten het Amerikaanse Eightfold hebben aangeklaagd omdat het – illegaal – rapporten zou samenstellen die bedrijven gebruiken om sollicitanten te screenen zonder dat zij daarvan weten. Al is het natuurlijk nog afwachten wat de uitkomst van de zaak is, de schrik zit er in elk geval al goed in bij veel van de techpartijen (en de vele investeerders) die in deze branche actief zijn.

Op de eigen site rept het bedrijf verder volop over ‘verantwoordelijke A.I.’

Eightfold houdt zich zelf vooralsnog behoorlijk stil. Mede-oprichter Ashutosh Garg heeft inmiddels wel een boodschap geplaatst over ‘A.I. you can trust‘, als gevolg van ‘Recente berichten over A.I. bij werving en selectie die een debat op gang hebben gebracht over transparantie, gegevensrechten en eerlijkheid’, zonder verder expliciet naar de rechtszaak te verwijzen. Op de eigen site rept het bedrijf verder ook volop over ‘verantwoordelijke A.I.’ en ‘Onze toewijding aan innovatie, technische uitmuntendheid en transparantie, met als doel de wereld om ons heen te verbeteren.’ 

Introverte teamspeler

Maar daar denken diverse werkzoekenden dus inmiddels heel anders over. Het zijn sollicitanten Erin Kistler en Sruti Bhaumik die er een collectieve actie van maakten, waarin Eightfold wordt beschuldigd van schending van de Fair Credit Reporting Act, een wet die eigenlijk is bedoeld om consumenten het recht te geven om kredietrapporten die worden gebruikt bij leningen in te zien en aan te vechten. Maar de wet strekt zich volgens de aanklagers dus ook uit tot het domein van recruitment, en daarom worden door Eightfold hun rechten geschonden, zo stellen ze.

Beiden denken dat de tools van Eightfold een rol speelden bij hun afwijzing.

Eightfold maakt talentprofielen van werkzoekenden die persoonlijkheidsbeschrijvingen bevatten zoals ’teamspeler’ en ‘introvert’, rangschikt hun kwaliteit van opleiding op een schaal van 0 tot 5 en voorspelt hun toekomstige functietitels en werkgevers, aldus de aanklacht. Kistler solliciteerde naar functies bij verschillende bedrijven die Eightfold gebruiken, waaronder PayPal, en Bhaumik solliciteerde bij bedrijven zoals Microsoft, aldus de klacht. Beiden hebben een natuurkundige of technische opleiding en ruim 10 jaar ervaring. Geen van beiden werd aangenomen, en beiden denken dat de tools van Eightfold daarbij een rol speelden.

Bovendien, zo stellen ze, hebben ze ook nooit bericht gehad dat Eightfold gebruikt werd, en ook nooit de kans gekregen om de gegevens over zichzelf in te zien en eventuele fouten die de A.I.-systemen in hun beoordeling maken aan te vechten. En dat mag niet, aldus de aanklacht, die trouwens niet alleen verwijst naar de FCRA, maar ook naar enkele Californische consumentenbeschermingswetten. ‘Er is geen A.I.-vrijstelling op deze wetten, die al decennialang een essentieel instrument zijn om sollicitanten te beschermen tegen misstanden door derden die winst maken door informatie over en beoordelingen van sollicitanten te verzamelen.’

Niet de eerste

Het is zeker niet de eerste rechtszaak over het gebruik van A.I. in recruitment. Het omstreden HireVue had waarschijnlijk de primeur, maar vorig jaar kwamen daar bijvoorbeeld de Workday-zaak bij, de aanklacht tegen de assessmentmethodes die Aon gebruikt, en de zaak tegen het gebruik van iCIMS-software, die volgens de klager discriminerend zou werken. En ook Hirevue lag vorig jaar opnieuw onder vuur, nadat een dove (inheemse) sollicitant beweerde dat het geautomatiseerde video-interview dat ze hield bij financiële softwareleverancier Intuit niet goed was ondertiteld, waardoor ze ten oprechte op achterstand zou zijn gezet.

‘Als de aanklagers in het gelijk worden gesteld, zijn de gevolgen groot.’

Maar de zaak tegen Eightfold lijkt zo op het eerste gezicht wel wat verstrekkender te zijn en meer impact te gaan maken. Als de aanklagers in het gelijk worden gesteld, zijn de gevolgen waarschijnlijk groot voor zo’n beetje alle systemen die kandidaten en sollicitanten op wat voor manier dan ook beoordelingen meegeven. En laten nu net steeds meer organisaties op dit soort systemen vertrouwen, teneinde wijs te worden aan de stortvloed aan (door A.I. gemaakte) sollicitaties die tegenwoordig vaak op hen afkomt.

Over zichzelf afgeroepen

Eightfold heeft de zaak overigens ook wel een beetje over zichzelf afgeroepen. In marketingmateriaal rept het bedrijf vol trots over ‘de profielen van meer dan 1 miljard werkenden in elke functie, professie, industrie en geografie denkbaar.’ Niet zo moeilijk om te bedenken dat de organisatie níet van al die miljard mensen de expliciete toestemming heeft gekregen om met hun gegevens aan de slag te gaan. En dat het dan ook nog een black box hanteert als het erom gaat wat er met die data precies gebeurt, dat maakt het er natuurlijk ook niet makkelijker op. Zeker niet nu steeds meer van zulke A.I.-systemen ook vaak blijken te hallucineren.

‘Dit bedrijf staat niet boven de wet. Dit is geen wildwest.’

‘Het feit dat dit bedrijf gebruik maakt van een of andere geavanceerde A.I.-technologie en dat durfkapitaal dit steunt, betekent niet dat het boven de wet staat. Dit is geen wildwest’, aldus David Seligman, directeur van Towards Justice, dat de rechtszaak ondersteunt. ‘A.I.-systemen zoals deze nemen beslissingen die levens veranderen. En wij staan ​​voor een keuze: laten we hen (en hun investeerders) ons voor de gek houden en onze markt kapen? Of zorgen we ervoor dat ze zich aan de wet houden en de meest elementaire zaken zoals eerlijkheid, transparantie en nauwkeurigheid garanderen? Dat is waar deze zaak om draait.’

De meteoriet

Iemand als recruitmentgoeroe Matt Charney ziet de zaak ook als een wake-up call voor de industrie. Hij heeft het over een ‘meteoriet’ die is ingeslagen, een seismic shift, een ‘zeldzame gebeurtenis’ die wel eens kan leiden tot ‘ingrijpende veranderingen in hoe bedrijven werknemers vinden en hoe kandidaten bedrijven vinden’. En hij ziet ook wel kansen voor de aanklagers. ‘Deze rechtszaak voelt niet aan als een willekeurige hinderlaag of ongelukkig misverstand. Het voelt niet aan als een kleinzielige klacht, noch als een poging geld af te troeven, en er lijken geen duidelijke motieven voor wraak te zijn in deze zoektocht naar schadevergoeding.’

Ook volgens Charney gaat het in deze zaak ook echt niet alleen om Eightfold, maar om alle leveranciers in de branche. En ook echt niet alleen om een zaak in Amerika. ‘Het gaat niet over één bedrijf, of zelfs over één product, functie of feature. Het is veel, veel groter dan dat’, schrijft hij. ‘Het is een waarschuwing voor elke leider in talent acquisition dat A.I.-governance nog lang niet is vastgesteld en dat elke aanbieder die beweert dat zijn oplossing volledig compliant is, terwijl het in feite veel te vroeg is om die bewering te doen, daarmee een risico loopt.’

‘Dit líjkt belangrijk’

Maar advocate Heather Bussing nuanceert dat standpunt toch ook wel weer. Op HR Examiner schrijft ze onder meer: ‘Deze zaak lijkt belangrijk, totdat je beseft dat er absoluut niets in de wet staat dat werkgevers verbiedt om beslissingen te nemen op basis van de beschikbare gegevens. Zelfs als ze een beslissing nemen op basis van onvolledige of onjuiste informatie, hoeven ze die beslissing niet te herzien. Ze hoeven de persoon alleen maar de mogelijkheid te geven de informatie te corrigeren, wat op dat moment toch niet meer uitmaakt, omdat de persoon de baan al niet heeft gekregen.’

Zelfs als ze besluiten op basis van onvolledige of onjuiste informatie, hoeven werkgevers die beslissing niet te herzien.’

‘Dit is een eenmalige gebeurtenis die een tijdje zal voortduren en dan weer verdwijnt. Er zullen op korte termijn nog wel wat soortgelijke rechtszaken volgen. Maar in de praktijk zal dit probleem vanzelf verdwijnen, omdat het verstrekken van de formulieren voor kennisgeving en toestemming bij sollicitaties niet zo’n groot probleem is’, verwacht ze. Het komt ook altijd neer op een zakelijke beslissing, zegt ze. ‘In de VS draait het om geld. Dat bepaalt de afweging of het risico om gepakt te worden het waard is de wet te overtreden. En er zijn genoeg mensen die bereid zijn dat risico te nemen.’ Wordt ongetwijfeld nog vervolgd dus…

Lees ook

Grip op arbeidsmigratie: het kán, als we kiezen voor het model van Singapore

De discussie over arbeidsmigratie in Nederland zit muurvast in een moeras van gebrekkige data, versnipperde loketten en politieke semantiek. Terwijl beleidsmakers debatteren over schattingen die variëren van 220.000 tot 1,7 miljoen mensen (volgens recent onderzoek van Intelligence Group), draait de economische motor van de ‘BV Nederland’ op een grotendeels onzichtbare beroepsbevolking. Als we echt regie willen voeren, moeten we stoppen met polderen in de mist van versnipperde loketten en kiezen voor één centrale regisseur. Singapore laat zien dat dit geen utopie is, maar een kwestie van slimme organisatie.

‘We moeten stoppen met polderen in de mist van versnipperde loketten.’

Wie in Nederland probeert te achterhalen hoeveel arbeidsmigranten er precies zijn, stuit al snel op een administratief doolhof. De oorzaak van deze onzekerheid is niet een gebrek aan goede wil bij ambtenaren, maar een fundamenteel weeffout in de organisatie: de versnippering van loketten. Momenteel wordt arbeidsmigratie beheerd door een veelvoud aan instanties die zelden tot nooit met elkaar in afstemming zijn, laat staan in overeenstemming. Denk hierbij aan de IND, Belastingdienst, het UWV en de RNI-regeling. Nog los wat er parallel gebeurt bij uitzenders, detacheerders, economic boards en het COA.

Systeem zonder regisseur

Al deze partijen en loketten wisselen nauwelijks onderling data uit. Het resultaat is een systeem zonder regisseur, waarbij de overheid achter de feiten aanloopt zodra misstanden ontstaan in de huisvesting of op de werkvloer. Het waarom hiervan is een groot vraagteken, aangezien Nederland in het zo slecht organiseren en afstemmen de uitzondering is, bepaald niet de regel. Sterker nog, bijna elk land op de wereld regelt het beter. Vreemd voor een land dat wereldkampioen is onder andere logistieke organisatie. Terwijl de Nederlandse arbeidsmarkt ook nog eens één van de kleinste ter wereld is, waarvoor ingewikkeldheid helemaal niet nodig is.

‘We halen een constante instroom van kwetsbare mensen binnen.’

Het huidige Nederlandse model kan het best worden omschreven als een systeem van permanente tijdelijkheid. We halen een constante instroom van kwetsbare mensen binnen om de gaten in de arbeidsmarkt te vullen, vaak in laagbetaalde sectoren. Maar omdat we niet precies weten wie ze zijn, wat hun competenties zijn of hoe lang ze blijven, behandelen we hen als een tijdelijke restpost. Dit is geen duurzame strategie voor een land dat wil excelleren in innovatie.

Liever in de mist

De constante beschikbaarheid van goedkope, ongeziene arbeid remt de prikkel voor bedrijven om te investeren in automatisering, robotisering en verhoging van de arbeidsproductiviteit. Waarom zou een bedrijf investeren in een dure machine als er altijd een (onzichtbare) stroom aan goedkope en makkelijk uit te buiten migranten beschikbaar zijn om het werk handmatig te doen? We subsidiëren hiermee indirect een laagwaardige economie, terwijl we de grip op onze samenleving verliezen. Precies datgene waar ondernemend Nederland (rapport-Wennink) en stemmend Nederland wel om schreeuwt.

‘De constante beschikbaarheid van goedkope arbeid remt de prikkel om te investeren in productiviteit.’

Het complexe, niet-afgestemde systeem omzetten in iets eenvoudigs is letterlijk: heel simpel. Het wekt dan ook alleen maar verbazing waarom dit nog geen realiteit is. Net zoals met de overbodige vakkrachtenregeling lijkt het toch alsof de krachten die ‘verslaafd zijn’ aan goedkope arbeid, hier uiteindelijk regie voeren samen met een overheid die graag in de mist blijft varen.

Het Singapore-model

Als we kijken naar Singapore, zien we een radicaal ander beeld. Daar wordt arbeidsmigratie niet gezien als een probleem dat moet worden beheerst, maar als een strategisch instrument voor nationale groei. Centraal hierin staan de Ministry of Manpower (een Singapore Government Agency) en het jobboard MyCareersFuture. De arbeidsmarkt is hier: het visitekaartje van het land. Waar Nederland de controle uit handen heeft gegeven aan de markt en de bureaucratie, houdt Singapore de touwtjes strak in handen via één integraal portaal.

De arbeidsmarkt is hier het visitekaartje van het land.

Wat we van Singapore kunnen leren:

#1. Kwaliteit boven kwantiteit

Het systeem is gericht op (schaarse) skills en competenties. Men kijkt eerst naar wat de economie nodig heeft om te innoveren en stemt daar het migratiebeleid (de toegang tot de arbeidsmarkt) op af.

#2. Verplichte transparantie

Werkgevers zijn in Singapore verplicht hun vacatures op een centraal platform te plaatsen. Dit creëert een gelijk speelveld. Buitenlandse werknemers worden pas toegelaten als de koppeling tussen hun specifieke skills en een vacature bewezen is. Afwijken van deze richtlijn en procedure is niet toegestaan.

#3. Digitale koppeling

In Singapore is er een directe, digitale link tussen de vacature en de visumaanvraag. Er is geen ’tussenruimte’ waar mensen buiten het zicht van de overheid kunnen verblijven of werken.

#4. Data als fundament

De overheid in Singapore beschikt over real-time data. Ze weten precies wie er binnen is, voor welk werk, tegen welk salaris en met welke vaardigheden. Dit maakt het mogelijk om direct bij te sturen op basis van feiten in plaats van schattingen.

Voorstel: 1 centraal loket

Om de regie ook in Nederland te herstellen, is een drastische sanering nodig. We moeten afscheid nemen van de versnipperde loketten en toewerken naar één centraal Loket Arbeidsmigratie. Dit loket moet de enige poort worden tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Het opheffen van de RNI-sluiproute en het integreren van de taken van de IND, UWV en de polisadministratie, en de Gemeenten (BRP-registratie) in dit ene loket is de enige manier om grip te krijgen op de kwantiteit en kwaliteit van de migratie.

Nu loont het nog om illegalen te laten werken, maar dat houdt met dit soort boetes en maatregelen wel op.

Iedereen die werkt op Nederlands grondgebied moet aangemeld zijn (en vergund) via dit ene Loket Arbeidsmigratie. Ook elke opdracht en vacature – hoe klein of groot ook – moet eerst via het loket kenbaar zijn gemaakt aan de markt. Werkgevers en bureaus die hiervan afwijken moeten én zwaar beboet worden (>20.000 euro per gebeurtenis) én de toegang tot de internationale arbeidsmarkt voor minimaal 3 jaar ontzegd worden. Nu loont het nog om illegalen te laten werken, maar dat houdt met dit soort boetes en maatregelen wel op.

De uitvoering: overheid of mandaat?

De vraag is wel wie dit loket moet runnen. Er zijn twee serieuze opties:

#1. De Overheid als eigenaar

Een nieuwe uitvoeringsorganisatie onder regie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit garandeert democratische controle, maar brengt het risico met zich mee van de stroperigheid die we kennen van huidige overheidssystemen. Het UWV heeft niet het trackrecord nu nog meer uitvoeringstaken aan te kunnen. De IND zou deze rol eventueel wel op zich kunnen nemen.

#2. Gemandateerde uitvoering door de markt

Een andere (zeer interessante) optie is om de uitvoering uit te besteden aan de partijen die de arbeidsmarkt van binnenuit kennen, zoals de ABU/NBBU (uitzendbranche), of een organisatie als Randstad, Adecco, RGF Staffing of Manpower. Het is ook te beleggen bij werkgeversorganisaties als AWVN of VNO-NCW, die de regie moeten willen voeren om de juiste skills toe te laten, gezien de vakkrachtenregeling en het rapport-Wennink. Ook de VNG zou een optie kunnen zijn. Al geniet uitbesteding misschien politiek niet de voorkeur, om snelheid te maken is dit misschien wel een serieuze optie.

Om snelheid te maken is uitbesteding misschien wel een serieuze optie.

Uiteraard moet dit ondersteund worden door strenge wetgeving en publiekrechtelijke handhaving. Dit combineert de snelheid en efficiëntie van de markt met de borging van het publiek belang. De overheid fungeert in dat geval als toezichthouder op de data en de naleving, terwijl de uitvoering bij de sociale partners ligt.

Voordelen van het Singapore-model

Wat zijn de voordelen van de aanpak zoals Singapore het doet?

#1. Veiligheid en bescherming van migranten

Door één loket te creëren (en de rest af te schaffen), verdwijnt de schimmige onderwereld van malafide tussenpersonen. Elke migrant die binnenkomt en op Nederlands grondgebied werkt is geregistreerd, heeft een gekoppelde werkgever en een gevalideerd contract. Dit maakt uitbuiting nagenoeg onmogelijk, omdat het systeem direct een signaal geeft bij afwijkende patronen.

#2. Gelijk speelveld voor werkgevers

In het huidige systeem worden integere werkgevers weggeconcurreerd door partijen die de mazen in de wet (zoals de RNI-regeling) opzoeken. Eén centraal loket dwingt iedereen door dezelfde digitale poort, wat eerlijke concurrentie op basis van kwaliteit en innovatie stimuleert. Daarbij moet elke opdracht en vacature eerst gepubliceerd zijn, maar ook geaccordeerd op basis van schaarste en economische relevante voor de BV Nederland.

#3. Financiële prikkels voor skills-ontwikkeling

Net als in Singapore kan Nederland financiële prikkels (zoals heffingen of premies) koppelen aan het centrale loket. Bedrijven die migranten binnenhalen voor sectoren waar we als land willen groeien (de kennis-as), worden gefaciliteerd. Bedrijven die enkel leunen op laagwaardige arbeid zonder innovatieplan, worden geprikkeld om te investeren in hun eigen personeel of technologische oplossingen.

#4. Transparantie en beleidsregie

Met 1 bron van waarheid over de instroom kan de overheid eindelijk beleid maken op basis van feiten. We weten dan of de 1,7 miljoen arbeidsmigranten waarover Intelligence Group spreekt daadwerkelijk nodig zijn, wat ze bijdragen aan de schatkist en waar de druk op de publieke voorzieningen (zorg, wonen) ontstaat.

Conclusie: Durf te kiezen voor eenvoud

De situatie in Nederland is onhoudbaar geworden, niet vanwege de migranten zelf, maar vanwege het onvermogen van onze overheid om de regie te voeren. We verschuilen ons achter complexe regels en versnipperde verantwoordelijkheden, terwijl de oplossing in de kern zeer eenvoudig is. Daarbij moeten we ons realiseren dat Nederland een heel kleine arbeidsmarkt is van ‘slechts’ 10 tot 11 miljoen personen (inclusief arbeidsmigranten). Er is derhalve geen enkele aanleiding om het zo complex te organiseren.

Iedereen weet dat ons huidige model van permanente tijdelijkheid een doodlopende weg is.

Iedereen weet dat ons huidige model een doodlopende weg is. Door bestaande loketten op te heffen en te kiezen voor het model van Singapore – één centraal, digitaal en skills-gericht loket – herstellen we de grip op migratie. Of de overheid dit nu zelf doet of dit onder strikt mandaat belegt bij een markt- of branchepartij: de focus moet verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit. Dan wordt arbeidsmigratie weer een visitekaartje voor een moderne, goed functionerende arbeidsmarkt in Nederland, in plaats van bron van maatschappelijke onrust. Het kan eenvoudig, als we de moed hebben de regie echt terug te pakken.

Extra: kernpunten uit de Singapore-analyse

  • Integrale koppeling: Vacature en visumaanvraag zijn één proces.
  • Regie op skills: Toelating op basis van wat de economie tekortkomt, niet op basis van wat toevallig beschikbaar is.
  • Modern werkgeverschap: Verplichte centrale vacaturemelding zorgt voor maximale transparantie.
  • Datagedreven: Geen schattingen meer, maar real-time inzicht in de werkelijke omvang en impact van migratie.

Lees ook

 

Hoe Defensie steeds meer inzet op wat de kandidaat-militair kán en wíl

Het is nogal een uitdaging waar Defensie zich voor gesteld ziet. In 2030 moeten er 100.000 mensen werken. In de jaren erna moet dit aantal zelfs doorgroeien tot 200.000, zo zijn de plannen. Dat betekent dat er dit jaar alleen al zo’n 14.000 (militaire) vacatures zijn te vervullen. En dat is best een opgave, als je nagaat dat er vorig jaar in totaal 4.600 militairen zijn aangenomen, naast zo’n 2.600 burgers. Als je dan nagaat dat er in 2025 zo’n 25.000 sollicitanten nodig waren voor die 4.600 aannames, kun je zelf makkelijk uitrekenen hoe groot de wervingsbehoefte dit jaar in totaal is: ongeveer 3 keer zo groot dus.

Rogier Burgwal, voluit ‘accounthouder BS/COMMIT/DOSCO bij Ministerie van Defensie’, maar begrijpelijker gezegd: hoofdverantwoordelijke voor de instroom van burgers bij Defensie, vertelt er nuchter over tijdens een netwerkmiddag voor arbeidsmarkt(data)specialisten op het 370 jaar oude marineterrein in hartje Amsterdam, waar nu nog onder meer de selectie van verse rekruten plaatsvindt. Maar ook hij laat wel doorschemeren dat de wervingsopgave voor Defensie dit jaar écht groot is, misschien wel groter dan ooit. Want de arbeidsmarkt is nog altijd krap. En waar haal je dan ineens 3 keer zoveel sollicitanten vandaan?

Strakkere funnel

De oplossing, zo legt Burgwal uit, zit hem in een aantal dingen. Zo wil Defensie onder meer de funnel ‘strakker trekken’; oftewel: zorgen dat een groter percentage van de sollicitanten uiteindelijk ook (vrij letterlijk) in dienst komt. ‘Dat minder dan 1 op de 5 sollicitanten ook militair wordt, vinden wij te weinig, zeg ik eerlijk.’ Een andere oplossing is een transformatie naar meer ‘skills- en aanbodgedreven werven’, zoals hij het noemt. Kort gezegd: meer kijken naar wat de kandidaat kán (skills) en wíl (aanbod). Minder uitgaan van de vacatures en hun voor buitenstaanders vaak onbegrijpelijke jargon, maar meer kijken: waar kan iemand nu het best terecht?

‘Eigenlijk is het idee: we proberen altijd iemand te matchen.’

‘Eigenlijk is het idee: we proberen altijd iemand te matchen’, aldus Burgwal. Helemaal open solliciteren is het nog niet, dat vraagt handmatig te veel tijd, zegt hij. Maar het idee is wel: zeker voor jonge mensen is er altijd wel een passende functie te vinden. Hij spreekt in dit verband ook van ‘watervallen’: kandidaten die solliciteren op functie A, maar uiteindelijk toch op functie B worden gewezen. Al leidt dat ook wel eens tot ’tranen op de gang’, bekent hij. ‘Als je droom al je hele leven is om bij de marechaussee te komen, vind je het niet altijd leuk als je erop gewezen wordt dat je misschien beter bij de landmacht kunt gaan.’

Prinses Amalia

Buiten is onder meer de sintelbaan te zien waarop kandidaten onder meer rondjes moeten rennen om hun fysieke gesteldheid aan te tonen. Binnen vertelt Burgwal over de vele instroomroutes die Defensie tegenwoordig kent. Van de reguliere instroom (de ‘spijkerbroeken’, zoals ze het hier noemen), tot het succesvolle Dienjaar, en van het Defensity College (voor militaire werkstudenten, bekend van prinses Amalia) tot het (vrijwillige) MDT-traject en het min of meer recent begonnen NWT, oftewel: de Nationale Weerbaarheidstraining, die er vooral voor moet zorgen dat we straks voldoende reservisten paraat hebben staan.

Buitenaanzicht van het Amsterdamse Marineterrein

De werving voor al die trajecten vindt zoveel mogelijk datagedreven plaats, legt Burgwal uit. Een eigen op maat gemaakt dashboard, gebouwd op het Giant Data Dashboard van Intelligence Group, helpt daarbij als het gaat om te bepalen waar de meeste kandidaten zich bevinden, en wat hun voorkeuren zijn. Ook is intern de hele candidate journey onder de loep genomen, om te analyseren waar de meeste uitval zich in het proces bevindt. ‘De eisen zijn vaak wettelijk, dus daar kunnen we niet veel aan veranderen’, legt hij uit. ‘Maar als blijkt dat veel kandidaten bijvoorbeeld uitvallen op het hardlopen, kunnen we hen daar wel beter op voorbereiden.’

Functietaxonomie

Maar dan, over naar de grootste verandering voor dit jaar: de overstap naar meer aanbodgedreven werving. Oftewel: het kijken naar wat een kandidaat allemaal kan, en daar een passende functie bij zoeken. Maar een probleem diende zich daarbij al wel snel aan, merkte Burgwal. ‘We waren bezig met een HR-vlootschouw. Toen kwamen we erachter dat er 20.000 verschillende functies zijn bij Defensie, op 80.000 medewerkers, echt bizar veel. Een ware wildgroei aan van alles en nog wat. En dan hadden we ook vaak te maken met militaire taken skills, die meestal lastig te matchen zijn met wat op de rest van de arbeidsmarkt gewoon is.’

Vandaar dat Defensie nu werkt aan een nieuwe ‘functietaxonomie’, volgens Burgwal ‘zeg maar: de vlinders en vogels van de Biologieles’, die in elk geval overzicht moet brengen, en bepaalde skills en profielen tot op 4 niveaus bij elkaar moeten brengen. De gedetailleerde functiebeschrijvingen blijven daarbij bestaan, maar er komen daarnaast functiefamilies, een functiecategorie, en een functieprofiel, waaraan skills ‘hangen’, zoals Burgwal het uitdrukt. En zo moet het makkelijker (en makkelijker te automatiseren) worden om mensen met bepaalde skills aan bepaalde functies te koppelen.

Soldaat Genie

‘In principe’ wil Defensie de taxonomie (die aansluit bij bekende taxonomieën als ISCO, ESCO, en CompetentNL) aan het eind van dit jaar af hebben, zegt Burgwal. Het gebeurt niet handmatig, benadrukt hij. ‘Maar het zijn natuurlijk wel 20.000 functies.’ Ook de teams in de operatie moeten trouwens wel willen meedenken met het nieuwe systeem, benadrukt hij. ‘Is het een vacature? Of is het een project? Kunnen we een werkstudent gebruiken? Is het iets voor een reservist? In sommige functies is de behoefte zo groot, dan hebben we zelfs meer mensen nodig dan er nu op school zitten. Dan helpt het dus om anders te leren kijken.’

‘We assessen niet alleen steeds de interne pool, maar stellen ook steeds de profielen bij.’

Dat betekent dus ook: volop mensen assessen, en skills afleiden uit onder meer opleiding en ervaring, ook van het huidige personeel, en vervolgens in gesprek gaan over wat iemand precies wil. ‘Ook qua strategische personeelsplanning is dit buitengewoon interessant’, aldus Burgwal. ‘We assessen niet alleen steeds de interne pool, maar stellen ook steeds de profielen bij. De ict’er van nu is immers ook niet meer de ict’er van 10 jaar geleden.’ En het betekent ook: andere vacatures, vertelt hij. ‘Ik ga niet meer werven met de functietitel: Soldaat Genie. Maar de engineers waar het om gaat zien dan: Defensie zoekt constructeurs. Een belangrijk verschil.’

Pang! pang!

Afbreken is altijd makkelijker dan opbouwen, verzucht Burgwal op een gegeven moment. Defensie heeft jarenlange bezuinigingen achter de rug, en moet nu dus weer flink aan de bak om op volle sterkte te komen. De geopolitieke situatie helpt daar echter wel bij, zegt hij. ‘Ik voel in de organisatie wel: het gaat weer ergens over. In plaats van: bij welke reorganisatie werk jij? Dat zorgt echt voor ander elan. Jarenlang zijn we belachelijk gemaakt: “ze moeten ‘pang! pang!’ roepen”. Dat is nu wel veranderd. Iedereen ziet nu wel weer het belang ervan in dat we een goede krijgsmacht kunnen laten zien.’

Lees ook

Voor je verdere carrière blijkt je eerste baan meer bepalend dan je opleiding

Met een hoge opleiding kom je verder, hoor je vaak. Uit recent onderzoek van Columbia University en het National Bureau of Economic Research blijkt echter iets anders: het is vooral de eerste baan die bepalend is voor later succes. En dat geldt vooral ook voor de economische omstandigheden tijdens afstuderen. Studenten die de pech hebben om tijdens een economische recessie af te studeren, verdienen zo tot wel 10 jaar minder dan starters die het geluk hebben tijdens hoogtijdagen de arbeidsmarkt op te stromen.

Afgestudeerden met een lager inkomen begonnen bij bedrijven die 18% minder betaalden.

In de steekproef van het onderzoek voorspelt geen enkel ander aspect van de achtergrond of ervaring van studenten hun latere inkomen zo goed als wat ze verdienen in hun eerste baan na het afstuderen. Die eerste salarissen verklaren bijna de helft van de variatie in salarissen na 5 jaar, gevolgd door de sector waarin de student terechtkomt (goed voor nog eens 11%), hun studierichting (10%) en het gemiddelde loon bij hun eerste werkgever (7%). In totaal zijn dus 3 van de 4 belangrijkste voorspellers kenmerken van de eerste baan, wat benadrukt hoeveel invloed de eerste baan kan hebben op latere resultaten.

Minder doorgroei

In het onderzoek valt ook op dat afgestudeerden met een lager inkomen minder vaak al vóór hun afstuderen hebben gewerkt bij hun eerste werkgever na hun studie (34% versus 40%). Opvallend is volgens de onderzoekers ook dat het verschil in het gemiddelde salaris van het eerste bedrijf aanzienlijk groter is dan het verschil in de startsalarissen van de afgestudeerden zelf (zelfs in procenten). Met andere woorden: afgestudeerden met een lager inkomen beginnen gemiddeld bij bedrijven waar ze mogelijk minder doorgroeimogelijkheden hebben.

Afgestudeerden met een gemiddeld lager inkomen komen vaker terecht bij bedrijven met lagere lonen en verdienen ongeveer 12% minder 5 jaar na hun afstuderen, zelfs na correctie voor cijfers, studierichting en universiteit. Afgestudeerden die vóór of kort na hun afstuderen een vaste baan vinden en daar minstens 2 jaar blijven, verdienen later duizenden euro’s meer, zo blijkt. ‘Het verraste ons hoeveel inkomensverschil tussen afgestudeerden met een laag en hoog inkomen verklaard kan worden door verschillen in die eerste baan’, aldus hoofdauteur Judith Scott-Clayton, hoogleraar aan het Teachers College van Columbia University.

Vroege planning

Het onderzoek volgde 80.000 afgestudeerden van een groot openbaar universiteitssysteem. Zelfs onder studenten met hetzelfde gemiddelde cijfer, studierichting en universiteit bleef er een verschil van bijna 5.000 dollar in inkomen bestaan, 5 jaar na afstuderen, grotendeels dus te verklaren uit de eerste baan. ‘Het is vrij gebruikelijk dat afgestudeerden in die eerste jaren periodes van werkloosheid, een laag inkomen of baanwisselingen meemaken’, aldus Scott-Clayton. ‘Maar het is niet voor iedereen even moeilijk.’

‘Elke extra 1.000 dollar bij je eerste baan vertaalt zich in 700 dollar extra inkomen 5 jaar later.’

Vroege planning blijkt belangrijk: slechts 33% van de afgestudeerden met een lager inkomen had al een baan voordat ze afstudeerden, vergeleken met 39% van hun leeftijdsgenoten met een hoger inkomen. Ook waar je begint, bepaalt waar je terechtkomt: afgestudeerden met een lager inkomen begonnen bij bedrijven die gemiddeld 18% minder betaalden, en waar hun toegang tot training, doorgroeimogelijkheden en professionele netwerken beperkter was. Het startsalaris is eveneens bepalend: elke extra 1.000 dollar bij je eerste baan vertaalt zich in 700 dollar extra inkomen 5 jaar later. Daarnaast betaalt stabiliteit zich uit: minstens 2 jaar bij je eerste baan blijven, correleerde met een bijna 7.000 dollar hoger inkomen 5 jaar na afstuderen.

Slecht nieuws

Het onderzoek betekent over het algemeen slecht nieuws voor starters die nu net de arbeidsmarkt opkomen. Nu het zo moeilijk is om een entry level job te bemachtigen, blijkt ook nog eens dat je dat verschil in de toekomst maar moeilijk zult inhalen. Scott-Clayton raadt studenten daarom aan vroegtijdig te beginnen met zoeken, en vooral ook contact op te nemen met professoren, alumni-netwerken, mentoren en medestudenten. Ook adviseert ze werkzoekenden goed te kijken naar waar ze het meest zullen kunnen leren, niet alleen waar ze het meest kunnen verdienen. En raadt ze aan minimaal 2 jaar bij die eerste baan te blijven.

Meer weten?

Op 27 januari 2026 leer je in Rotterdam van experts Laura Bas, dataspecialist Sabine Veldkamp en een nog ‘geheime’ werkgever die uitblinkt in young professionals, alles over hoe je Gen Z bereikt via authentieke verhalen en short video’s. 

GenZspiratie

Meer lezen?

 

Over de vaak doodse stilte na het jawoord (hoe je on- en preboarding te verbeteren is)

Stel: je doet je geliefde een huwelijksaanzoek, krijgt een dolgelukkig ‘ja’, en verdwijnt dan ineens voor 2 maanden van de aardbodem. Geen berichtje. Geen kaartje. Alleen maar: doodse stilte. Klinkt als het recept voor een gegarandeerde break-up, toch? Toch behandelen veel organisaties hun nieuwe medewerkers precies zo. Contract getekend, champagne open… en dan begint het radiostilzwijgen. Geen welkomstmail. Nul contact met het team. Geen plan. Nul aandacht.

Slechts 12% van de werknemers beoordeelt hun inwerkervaring als ‘uitstekend’.

Dit is geen horrorverhaal, dit is de realiteit voor veel bedrijven. Onderzoek van Brandon Hall Group toont aan dat organisaties met sterke onboarding 82% hogere retentie en 70% hogere productiviteit behalen. Toch beoordeelt slechts 12% van werknemers hun inwerkervaring als ‘uitstekend’. Ruim een derde van nieuwe medewerkers in Nederland verlaat de organisatie binnen 6 maanden. Nog ernstiger: 70% van alle nieuwe medewerkers besluit binnen de eerste maand of ze blijven of niet. Oftewel: je hebt gemiddeld slechts 44 dagen om iemand te overtuigen. Hier ligt een enorme kans voor werkgevers die wél investeren.

De eerste 90 dagen bepalen alles

De 3 voornaamste redenen waarom nieuwe medewerkers vertrekken, volgens Enboarder: verkeerde verwachtingen over de functie (30,3%), gebrek aan verbinding met team en bedrijf (19,5%), en een slechte onboarding-ervaring (17,4%). Deze 3 factoren verklaren samen dus bijna 70% van het vroege verloop. De financiële impact is onvermijdelijk. Vervangingskosten liggen tussen 50 en 200% van het jaarsalaris. Voor MKB-bedrijven in Nederland bedragen de totale kosten door mismatches en verloop gemiddeld 265.000 euro per jaar. Elke vertrekkende medewerker met een salaris van 50.000 euro kost dus minstens 25.000 euro. In het slechtste geval loopt dat op tot 100.000 euro.

Generatie Z blijft gemiddeld slechts 1,1 jaar bij een werkgever. Dit is aanmerkelijk korter dan eerdere generaties. Dit zegt niet dat Gen Z disloyaal is. Ze vertrekken niet uit een baan, ze vertrekken uit een gebrek aan perspectief. Na salaris is beperkte doorgroeimogelijkheid de belangrijkste reden om op zoek te gaan naar iets anders. Tegelijk is hybride werken de norm geworden. In Nederland werken mensen steeds vaker thuis, wat onboarding ingewikkelder maakt. Het positieve nieuws: hybride inwerking scoort het beste op tevredenheid (75%), hoger dan volledig fysiek kantoor (73%) of volledig remote (71%).

Preboarding: begin vóór dag 1 

Van alle bedrijven heeft 60% helemaal geen preboarding-proces. Een gemiste kans. De periode tussen contractondertekening en de eerste werkdag is namelijk cruciaal om vertrouwen op te bouwen en het verschil te maken. Dus stuur welkomstinformatie. Introduceer de buddy al vóór dag 1. Regel systeemtoegang. Dit kan de retentie verbeteren met 82%, dezelfde impact als een geheel verzorgd onboardingprogramma.

De meest cruciale persoon is altijd: de directe manager.

Maar het gaat niet alleen om de buddy. De meest cruciale persoon is altijd: de directe manager. De manager bepaalt of de onboarding van een nieuwe medewerker slaagt of faalt. De manager moet ook de voorbereidingen treffen: de rol beschrijven, het team informeren, verwachtingen helder stellen. En in de eerste week moet de manager dagelijkse check-ins doen om eventuele roadblocks vroegtijdig op te sporen. In maand 2 en 3 schakelt de manager over naar wekelijkse 1-op-1-gesprekken. Na 90 dagen voert de manager een officieel evaluatiegesprek.

De buddy, een ervaren medewerker die fungeert als aanspreekpunt voor vragen over teamprocessen, organisatiecultuur en het maken van interne verbindingen, is de persoonlijke gids. Uit Microsoft-onderzoek blijkt dat nieuwe medewerkers die minimaal 8 keer met hun buddy afspreken in de eerste 90 dagen, zich 97% sneller productief voelen. Het effect is groot: 23% meer tevredenheid na week 1, oplopend tot 36% meer tevredenheid na 90 dagen. Bedrijven met buddy-systemen zien 61% meer retentie. Het succes zit in het duo: de manager bepaalt richting en verantwoording. De buddy zorgt voor dagelijkse begeleiding en sociale integratie.

Het 30-60-90-dagenplan

Een gestructureerd plan geeft nieuwe medewerkers houvast en duidelijkheid. Zo’n plan bestaat als het goed is uit 3 fasen, elk met eigen focus, doelen en activiteiten.

Dag 1-30: Leren, oriënteren en aarden

In de eerste maand draait het om kennismaken en opnemen van de cultuur. De nieuwe medewerker leert de organisatie kennen: wat doen we, waarom doen we het, hoe doen we het? De focus ligt op relaties opbouwen met teamleden en sleutelcontacten.

  • Concrete activiteiten: Een rondleiding door het kantoor (of digitaal voor remote), introducties met collega’s en directe leidinggevende, systeem- en softwaretraining, en kennismaken met de buddy. Zorg voor dagelijkse check-ins in de eerste week, een kort gesprekje van 5 minuten helpt al enorm. Veel nieuwe medewerkers voelen zich overweldigd. Regelmatig contact maakt het draaglijk. Na week 1 schakelt de manager over naar 2 tot 3 keer per week contact.
  • Doelen voor deze fase: Alle systemen werken, de nieuwe medewerker voelt zich welkom, eerste relaties zijn opgebouwd.

Dag 31-60: Bijdragen, samenwerken en groeien

In de tweede maand verschuift de focus naar actieve deelname. De nieuwe medewerker begint met praktische taken die direct bijdragen aan team- en bedrijfsdoelen. Dit is geen droogjes-omdraaien – het moet betekenisvolle werk zijn dat iets oplevert.

  • Concrete activiteiten: Eerste projecten oppakken onder begeleiding, feedback ontvangen van manager en team, meer zelfstandig werken, en deelnemen aan team-activiteiten. Wekelijkse 1-op-1-gesprekken zijn nu essentieel. Deze gesprekken draaien niet om controle, maar om ondersteuning.
  • Doelen voor deze fase: Eerste bijdragen leveren, zelfstandigheid toenemen, feedback-loops opbouwen.

Dag 61-90: Uitvoeren, eigenaarschap en stabilisatie

In de derde maand voelt de rol bekend aan. De nieuwe medewerker werkt grotendeels zelfstandig, neemt initiatief en denkt mee. Dit is de fase van volwassen bijdragen.

  • Concrete activiteiten: Onafhankelijk werken aan projecten, mentoraat van buddy naar meer gelegenheidscontact, maandelijkse manager check-ins, en voorbereiding op het 90-daagse evaluatiegesprek. Na dag 90 voert de manager een formeel gesprek. Geen oordeel, een reflectie. Wat ging goed? Wat kan beter? En wat zijn de volgende stappen?
  • Doelen voor deze fase: volledige productiviteit bereiken, eigenaarschap voelen, vast verankerd zijn in het team.

Vrienden maken

Maar liefst 87% van nieuwe medewerkers zegt te hopen vrienden te maken op het werk. Toch zegt 20% ook dat hun werkgever daar niets voor doet. Dit is een cruciale mismatch. Stimuleer daarom ook sociale verbinding: lunchafspraken met verschillende teamleden, een informele koffie-introductie met collega’s, en teamactiviteiten in de eerste week.

Met een gestructureerd onboardingplan is de medewerkerstevredenheid gemiddeld 2,6 keer hoger. Verschillende organisaties tonen hoe zulke effectieve onboarding eruitziet en leveren concrete inzichten op. Een paar voorbeelden:

#1. Notion: werk dat resulteert, van dag 1

Notion hanteert het principe Build While You Learn. Nieuwe medewerkers werken niet aan trainingsmateriaal, ze werken aan echte features die live gaan. Een nieuwe engineer laat zich koppelen aan een senior collega, maar blijft eigenaar van het werk. Binnen 10 dagen leveren ze hun eerste pull request in. Dit geeft onmiddellijk het gevoel: ik ben onderdeel van dit team, mijn werk telt. Wat we hiervan leren: nieuwe medewerkers willen direct bijdragen. Niet eerst leren, daarna werken, tegelijk doen, met begeleiding.

#2. HubSpot: cohort-based onboarding op schaal

HubSpot werft tientallen mensen per maand, dus ze moesten een model vinden dat schaalbaar én persoonlijk is. Hun oplossing: groepen nieuwe medewerkers die dezelfde week starten vormen een cohort. Ze volgen samen een curriculum, werken samen aan groepsopdrachten, vormen ondersteuningsgroepen. Na 90 dagen hebben ze samen een ‘afstudeercerremonie’. Dit creëert kameraadschap en normalisering van vragen. Wat we hiervan leren: nieuwe medewerkers voelen zich minder alleen in hun onzekerheden. Peers zijn minstens zo waardevol als mentoren.

#3. Google: buddy-systeem dat echt werkt

Google staat bekend om zijn uitgebreide buddy-systemen en het betrekken van nieuwe medewerkers (‘Nooglers‘) bij betekenisvolle projecten. Wat we hiervan leren: de buddy moet voelen hoe het is om nieuw te zijn. Dat maakt het verschil.

#4. Zappos: cultuur boven competentie

Zappos investeert zwaar in cultuuroverdracht. Alle nieuwe medewerkers doorlopen meerdere weken customer support training, ongeacht hun uiteindelijke functie. Zappos ziet dat je eerder een medewerker kunt trainen voor technische vaardigheden dan voor cultuur en waarden. Bovendien bieden ze medewerkers 2.000 dollar bonus aan als ze na de training besluiten dat dit niet de juiste plaats voor hen is. Klinkt gek, maar het werkt: de 3% die vertrekt, was toch niet gebleven. De 97% die blijft, is volledig gealigneerd met de cultuur. Wat we hiervan leren: investeer in waarden en cultuur, niet alleen in skills. En accepteer dat niet iedereen past.

Zappos Graduation Party, bron

De wittebroodsweken 

Terug naar het begin van dit verhaal, waarin je net een huwelijksaanzoek hebt gekregen. De eerste maanden zijn magic – aandacht, enthousiasme, regelmatig contact. Maar dan? Verdwijnen velen in de sleur. Met nieuwe medewerkers gebeurt vaak hetzelfde. Contract getekend en plotseling radiostilte. Maar het kan dus ook anders. Met: gerichte aandacht. Een helder plan. Regelmatig contact. Een buddy en een betrokken manager.

Behandel nieuwe medewerkers hetzelfde als je een nieuw huwelijk behandelt: met aandacht, tijd en intentie.

De keuze is eenvoudig. Behandel nieuwe medewerkers hetzelfde als je een nieuw huwelijk behandelt: met aandacht, tijd en intentie. Of accepteer dat ze na 3 maanden weer op LinkedIn (of Tinder) zitten. De volgende keer dat je een contract verstuurt, vraag jezelf af: hoe zien de wittebroodsweken eruit? Want die eerste 90 dagen bepalen of het een lange, gelukkige relatie wordt of een dure mismatch.

Over de auteur

Dit verhaal is geschreven door Data & AI Recruiter Jan van der Laan, alias The DataFather.

Lees ook

BREAKING: Vrouwelijke zzp’ers verdienen – voor het eerst – méér dan mannen

Ook onder zzp’ers kenden vrouwen lange tijd een gemiddeld lager inkomen dan mannen. Dit kwam deels doordat vrouwen relatief vaker actief zijn in beroepen en sectoren met een lager uurtarief, maar ook na die correctie bleef een verschil bestaan dat uitsluitend door gender kon worden verklaard. De afgelopen jaren, met name sinds 2020, hebben vrouwelijke zzp’ers echter een flinke inhaalslag gemaakt. Sterker nog: het gemiddelde uurtarief van vrouwen ligt inmiddels hóger dan dat van mannen, blijkt uit de nieuwste editie van de Talent Monitor, het kwartaalrapport van Intelligence Group en HeadFirst Group over de arbeidsmarkt voor zzp’ers.

Sinds 2007 is het inkomen van vrouwen per jaar gemiddeld 4,1% gegroeid, waar dit voor mannen over die jaren heen gemiddeld slechts 2,0% was. Deze inhaalslag wordt volgens de onderzoekers waarschijnlijk gedreven door een combinatie van factoren:

  • Veranderde samenstelling van de zzp-populatie: meer vrouwen zijn recent ingestroomd in hoger geprijsde specialistische en seniorrollen.
  • Selectie-effect: vrouwen die kiezen voor zzp-schap vormen relatief vaker de ’top’ van de markt (meer ervaring, niche-rollen), terwijl de mannelijke zzp-populatie breder is, met ook meer midden- en lagere tariefsegmenten. Dit trekt het mannelijke gemiddelde omlaag.
  • Kraptesectoren: in sectoren zoals ICT, waar de tarieven momenteel dalen, zijn relatief veel mannelijke zzp’ers actief. In blijvende kraptesectoren, zoals de zorg, zijn juist relatief veel vrouwen actief.
  • Gelijkheid: er is meer tarieftransparantie en aandacht voor gelijke beloning, waardoor de eerder ‘onverklaarde’ kloof in het nadeel van vrouwen grotendeels is verdwenen.

Enkele andere opvallende bevindingen uit het rapport over de arbeidsmarkt voor zelfstandige professionals:

#1. Handhaving DBA had effect

De handhaving op schijnzelfstandigheid heeft aantoonbaar effect gehad. In vergelijking met de periode vóór 2025 is in het afgelopen jaar een groter aantal zzp’ers overgestapt naar loondienst. Per saldo daalde het aantal zzp’ers met circa 80.000 personen, bijna 8% van het totaal. Het aandeel zzp’ers binnen de Nederlandse beroepsbevolking nam daarmee af van 11,1% naar 10,3%. Vooral direct na de handhaving op schijnzelfstandigheid steeg het aantal zelfstandigen dat terugkeerde naar loondienst. In het eerste kwartaal van 2025 verdubbelde het percentage bijna, van 2,3% naar 4,4%, maar in de 2 kwartalen daarna daalde dit snel weer.

Van een structurele aardverschuiving is dan ook nog geen sprake (al kan 2026 hierin nog een omslagjaar worden, maar gaf ook de KVK recent nog aan dat het aantal nieuwe inschrijvingen van zelfstandigen de afgelopen maanden weer wat toeneemt). De grootste relatieve daling zien we bij middelbaar opgeleide zzp’ers. In deze groep nam het aantal zelfstandigen met 11,4% af ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Bij hoogopgeleide zzp’ers is de daling aanzienlijk beperkter (-4,0%). Dit suggereert dat hoogopgeleide zelfstandigen vooralsnog minder gevoelig zijn (of lijken) voor de handhaving op schijnzelfstandigheid.

#2. Flexmarkt wordt kopersmarkt

  • Opdrachtgevers ontvangen momenteel per opdracht 4 keer zoveel aanbiedingen van zzp’ers en detacheringsbureaus als op het dieptepunt van de coronapandemie (Q4 2021).
  • Opdrachten zonder reacties zijn inmiddels zeldzaam.
  • De arbeidsmarktactiviteit stijgt licht, wat kan wijzen op toenemende onzekerheid onder professionals.
  • Zzp’ers (dit wordt niet gemeten onder gedetacheerden) worden minder vaak actief benaderd door opdrachtgevers dan voorheen.
  • In specifieke functiegebieden, met name de ICT, staan uurtarieven al onder druk.

#3. Kleine tariefstijging verwacht

De verwachte tariefstijging voor 2026 bedraagt slechts 1,0%, en is daarmee in historisch perspectief uitzonderlijk laag  te noemen. Vanuit het toenemende aanbod van zzp’ers en inflatie bezien zou zelfs een tariefdaling verdedigbaar zijn. In de praktijk is dat echter onwaarschijnlijk, omdat de tarieven van zzp’ers en gedetacheerden vaak (in)direct gekoppeld zijn aan cao-indexeringen.

Na het eerste kwartaal van 2025 is de grens van 100 euro per uur voor het gemiddelde uurtarief van hoogopgeleide white collar-professionals doorbroken. Het verschil met blue collar-werkenden neemt echter af, omdat de totale markt momenteel sterker stijgt dan het white collar-segment. Vooral frontline workers, zoals verpleegkundigen en callcentermedewerkers, én blue collar-werknemers in bouw en techniek op mbo 3-4 niveau boeken momenteel duidelijke vooruitgang in tarieven.

#4. Grote verschillen per groep

De tariefontwikkeling verschilt sterk per beroepsgroep en niveau. Waar voorheen vooral generieke marktontwikkelingen bepalend waren, spelen nu andere factoren een grotere rol:

  • De toenemende vraag naar medior en senior professionals stuwt de gemiddelde tarieven.
  • De afnemende vraag naar junioren hangt waarschijnlijk samen met enerzijds een opgebouwde arbeidsreserve in de afgelopen jaren en anderzijds de impact van A.I.-ontwikkelingen.
  • Voor het eerst is te zien dat sommige professionals met een middelbare beroepsopleiding een hoger uurtarief ontvangen dan hoogopgeleiden binnen hetzelfde functiegebied.
  • De A.I.-impact op de tarieven van zzp’ers lijkt nog mee te vallen: juist beroepen die onder druk staan door de opkomst van A.I., zoals de klantenservice, secretariële functies en medewerkers personeelsadministratie, zijn afgelopen jaar de tarieven het hardst gestegen.

Alles lezen?

Download hier de eerste Talent Monitor van 2026

Talent Monitor

Meer weten?

Lees hier alle recente cijfers over de arbeidsmarkt:

Arbeidsmarkt in cijfers

Lees ook

Gemeentes blijven kampen met krapte, maar wat zijn de oplossingen?

Als ergens de krapte op de arbeidsmarkt nog zeker op de agenda staat, dan is het wel bij gemeentes. Het tekort aan ambtenaren wordt steeds nijpender en is geen tijdelijk probleem meer, meldde de NOS gisteren, op basis van onderzoek van het A&O-fonds Gemeenten. ‘Het personeel van gemeenten is meer vergrijsd dan de landelijke beroepsbevolking’, aldus onderzoekster Patricia Honcoop. Over 10 jaar bereikt ruim 30% van de ambtenaren de pensioenleeftijd (tegen 23% van de gehele beroepsbevolking). ‘Dit is een nieuwe situatie die we nog nooit eerder hebben meegemaakt in Nederland’, aldus Honcoop.

Over 10 jaar bereikt ruim 30% van de huidige ambtenaren de pensioenleeftijd.

De verwachting is dat het lastig blijft om de ontstane vacatures op te lossen. Zeker nu ook het aantal taken van gemeentes alleen maar toeneemt, terwijl er tegelijkertijd (zwaar) bezuinigd wordt, en de cao niet veel ruimte biedt om op salarisgebied het verschil te maken met de rest van de arbeidsmarkt. Creatieve oplossingen zijn dan ook geboden. Waar denken de gemeentes daarbij zelf aan? De bijgeleverde rapporten en opgehaalde verhalen geven in elk geval wel een aantal denkrichtingen, die ook voor andere branches mogelijk inspiratie kunnen bieden. We pikken er een zevental uit.

#1. Een gemeentepool 

Arnhem heeft een paar 100 vacatures per jaar. Opvullen gaat niet altijd makkelijk – en daardoor kwamen recent bijvoorbeeld projecten rondom de energietransitie en het opknappen van een winkelcentrum stil te liggen. De gemeente begon 2 jaar geleden daarom met een gemeentepool. Daarbij werft Arnhem kandidaten op motivatie en vaardigheden – niet naar aanleiding van een vacature. Dit trekt mensen aan uit allerlei vakgebieden die vervolgens intern kunnen doorgroeien. ‘Je bent niet vanaf het begin een projectmanager. Maar onze poolers gaan aan de slag bij allerlei projecten en kunnen dan vanzelf doorstromen’, aldus een woordvoerder.

Bron

#2. De ‘doorwerkambtenaar’

Met de aankomende uitstroom van veel ambtenaren dreigt ook een verlies van kennis en ervaring. Daarom loopt sinds mei vorig jaar in de gemeenten Westland, Rijswijk, Midden-Delfland en Maassluis de proef ‘Doorwerkambtenaar‘. Zoals de naam al doet vermoeden is die proef bedoeld voor ambtenaren die na hun pensioen graag nog (parttime) willen blijven werken. ‘Gemeenten willen natuurlijk graag verjongen’, zegt businessmanager Wybe Schuitema. ‘Maar wie gaat die mensen goed inwerken? Ook daarvoor kun je gepensioneerden inzetten.’

‘Je kunt nieuwe mensen aannemen, maar vind ze maar eens.’

Momenteel doen dus 4 gemeenten mee aan de 2-jarige pilot, maar de belangstelling groeit, ziet Schuitema. ‘Ik verwacht dat er dit jaar tientallen gemeenten zullen aansluiten. Het is een nieuwe optie op de menukaart tegen het personeelstekort. Je kunt nieuwe mensen aannemen, maar vind ze maar eens. Je kunt extern inhuren, maar dan praat je over enorme bedragen.’

Wybe Schuitema (l) en collega Ton Sels (r), bron

#3. Meer skillsgericht werken

Het A&O fonds Gemeenten biedt ook een uitgebreid pilotprogramma rond Skillsgericht Werken, waaraan 7 gemeenten meedoen: Amersfoort, Druten-Wijchen, Den Haag, Haarlemmermeer, Schagen, Sudwest Fryslan en Zaanstad. Voor de pilot in Schagen meldden zich bijvoorbeeld 60 medewerkers aan, op een totaal van 450 ambtenaren, schreef gemeentesecretaris Eva van der Bruggen recent in Binnenlands Bestuur. ‘Waar we voorheen keken naar wat iemand nog mist aan ervaring of opleiding, en daarop inzetten, voeren we nu het gesprek over wat iemand juist graag doet. En wat we kunnen doen om dat werkplezier te vergroten.’

‘We moeten het werk doen met mensen die misschien niet 17 diploma’s hebben.’

Het helpt volgens haar bij het behoud van jonge ambtenaren. ‘Maar het mooie aan deze methode is dat die toepasbaar is op elke medewerker. En waar we nu nog vooral de blik hebben op talent inzetten binnen de eigen organisatie, zou dit in de toekomst natuurlijk ook met andere organisaties in de regio kunnen werken. We gaan nou eenmaal naar een steeds krappere arbeidsmarkt de komende jaren. Dat betekent dat we het werk moeten doen met mensen die misschien niet 17 diploma’s hebben, maar wel het talent om richting een bepaalde rol te ontwikkelen.’

#4. Intern opleiden

Hebben ‘gewone’ gemeentes al te maken met een krappe arbeidsmarkt, dat geldt natuurlijk helemaal voor de eilandgemeentes. Bij de gemeente Terschelling, waar zo’n 90 mensen werken in 6 teams, zijn ze daarom vorig jaar gestart met het zogenoemde talentprogramma Talent Lokaal Centraal. ‘Werken waar je woont’ staat hierbij centraal: alleen eilandbewoners met hbo-denk- en werkniveau konden zich aanmelden voor dit traject. Van de 43 bezoekers aan de informatieavond hebben er uiteindelijk 42 gesolliciteerd naar een opleidingsplek. Na ontwikkelassessments zijn er vorig jaar 14 in het 2-jarige traject gestart.

‘We hebben nu mensen uit de horeca, het onderwijs, maar ook mensen die zeevarend waren.’

De deelnemers vormen samen een intern projectbureau, en volgen een in company opleiding tot ‘Adviseur Lokale Overheden’, zodat ze ook niet van het eiland af hoeven. In het tweede jaar volgt een specialisatie (Juridische Zaken, Omgevingswet, Financiën of Sociaal Domein). Naast hun opleiding worden ze breed ingezet en werken ze door de hele organisatie in allerlei projecten. ‘De groep is ontzettend gevarieerd, we hebben mensen uit de horeca, het onderwijs, maar ook mensen die zeevarend waren’, aldus directiesecretaris Mandy Rieks.

Bron

#5.Werkbelevingsweek

En dan zijn er ook nog gemeentes die de oplossing vinden in het meer open zetten van de deuren. Zoals de Werkorganisatie Druten Wijchen (WDW), die vorig jaar tijdens de zogeheten Werkbelevingsweek besloot hun panden open te stellen voor geïnteresseerden. Elke domeinmanager gaf hierbij een presentatie en tientallen collega’s gingen 1-op-1 in gesprek met de 75 opgekomen geïnteresseerden in hun vakgebied. ‘Een succes’, aldus Corporate Recruiter Rian Waterval. ‘Het gaat hier niet om vacatures vullen, maar om kennismaken met de organisatie. Het was echt een feestje, om met z’n allen hieraan te kunnen bijdragen.’

‘Het was echt een feestje om met z’n allen hieraan te kunnen bijdragen.’

‘We konden echt sámen laten zien wie we zijn’, vervolgt Waterval. ‘We horen terug dat mensen een ander beeld hebben gekregen van de gemeente. Ik denk dat de persoonlijke gesprekken hier ook aan hebben bijgedragen, je kunt dan echt samen de diepte in. we hebben dit principe nu ook toegevoegd aan onze arbeidsmarktcommunicatie. Bij een groot aantal vacatures zetten we er nu bij: heb je van tevoren behoefte aan een koffiegesprek? Kom dan even langs. Dat werkt, onlangs zijn er een paar mensen even komen babbelen en sfeer proeven. Zo’n gesprek is winst voor alle partijen.’

Bron

#6. Datagericht werken

In de gemeente Haarlemmermeer zoeken ze de oplossing voor de krapte in: meer datagericht werken. ‘Van kortetermijndenken en reactief, naar lange termijn en proactief werken’, zoals teammanager HRM Jessica van de Wetering-Groen (midden op de foto) het uitdrukt. Dat betekent onder meer: het inschakelen van data-analisten, die interne data naast bijvoorbeeld gegevens uit de A&O Personeelsmonitor leggen. ‘We kijken verder dan alleen naar data’, aldus HR-businesspartner Kiki Jonkman. ‘Zo nemen we bijvoorbeeld ook opgaven mee die invloed hebben op ontwikkeling; waar moeten functies groeien en waar verwachten wij schaarste? Welke gaps zien we aankomen die we moeten overbruggen?’

‘Welke gaps zien we aankomen die we moeten overbruggen?’

Zo ontwikkelde de gemeente traineeships voor functies met schaarste. Ook haalt Haarlemmermeer veel data uit bijvoorbeeld exitgesprekken, vult collega Nicole Bijvoets aan. ‘Wat kunnen ze ons meegeven waar wij op kunnen adviseren een aantrekkelijk werkgever te worden en blijven? Of kijkend naar arbeidsmarktkrapte: we vertalen samen met de managers analyses tot een plan op schaarse profielen.’ Van de Wetering: ‘We hebben ook een interventie toegepast na de eerste 100 dagen dat mensen bij ons in dienst zijn. Met een vragenlijst gaan we dan na wat hun ervaringen zijn en of die matchen met hun verwachtingen.’

Bron

#7. Onderling samen werken

We begonnen dit overzicht al met het idee van een gemeentepool, maar dat idee is natuurlijk ook breder op te vatten. En dat gebeurt inmiddels ook volop: steeds meer gemeentes slaan de handen ineen om sámen bepaalde schaarse profielen aan te trekken. In 2025 waren er al 35 van zulke ambtelijke samenwerkingen, shared service centra en gezamenlijke werkorganisaties. Zoals bijvoorbeeld de in 2022 gestarte Fryske Flekspool, een project van de gemeenten Leeuwarden en Súdwest-Fryslân, samen met de provincie en het waterschap aldaar, om 15 medewerkers wisselend en flexibel over alle overheden te kunnen inzetten.

Ook op het gebied van werving zijn er inmiddels zulke initiatieven, zoals het gezamenlijke Werken in Friesland. En Platform31 is dan weer een samenwerking om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving op gang te brengen en te houden. In onder andere Gelderland en Utrecht werken verschillende gemeenten daarnaast samen in een traineeprogramma voor jong talent. En in 6 provincies hebben decentrale overheden via een aanbesteding aan de markt een dienstencentrum/expertteam opgezet, waarop alle samenwerkingspartners een beroep kunnen doen voor complexe vragen.

Lees ook