Veel gamen: daar leer je systeemdenken, aanpassingsvermogen en samenwerking onder druk van, zo wordt vaak verondersteld. En dat zijn skills waar menig werkgever ook van zegt ernaar op zoek te zijn. Maar de praktijk blijkt toch weer eens anders dan gedacht. Uit een recent Duits experiment blijkt namelijk dat (fictieve) sollicitanten die gamen als buitenschoolse activiteit vermeldden, lager werden ingeschat op geschiktheid voor de functie dan een gelijkwaardige sollicitant die volleybal op z’n cv vermeldde.
Het onderzoek, Game Over or Game Changer?, werd gepubliceerd in het Journal of Personnel Psychology. Onderzoeksauteur Johannes M. Basch en zijn collega’s wilden onderzoeken hoe de gamingvaardigheden van sollicitanten hun kansen op een baan en de kwaliteit van hun cv beïnvloeden tijdens de voorselectie. Ze voerden een onderzoek uit waarin ze gaming en deelname aan een teamsport, vermeld als buitenschoolse activiteiten op cv’s, met elkaar vergeleken. Ze vergeleken deze twee niveaus van vaardigheid: neutraal/gemiddeld en hoog.
Liever geen Legend?
In de twee groepen vermeldde het cv van de deelnemers in de ene groep dat de sollicitant een diagonale aanvaller was in de derde nationale volleybalcompetitie en teamcaptain. In de andere groep speelde de sollicitant in de Prime League van het spel League of Legends. De Prime League is de officiële Duitstalige League of Legends-competitie, georganiseerd door uitgever Riot Games. De resultaten toonden aan dat de (fictieve) sollicitant die gamen als buitenschoolse activiteit vermeldde, lager werd ingeschat op de kans op een baan dan de sollicitant die volleybal vermeldde.
Probleemoplossend vermogen, strategisch denken, hand-oogcoördinatie, snelle besluitvorming en het vermogen om complexe regelsystemen te leren: je zult het met gamen allemaal vast wel onder de knie krijgen, maar blijkbaar geven werkgevers toch de voorkeur aan meer sportieve types. Al speelt natuurlijk wel mee dat het hier ging om een (fictieve) vacature voor een client services advisor, waarbij de onderzoekers wel poogden – in eigen woorden: ‘een balans te bieden tussen technologische, interpersoonlijke en teamvaardigheden, om te voorkomen dat één specifieke vaardigheid te veel nadruk kreeg.’
Meer onderzoek is nodig…
De auteurs van de studie merken op dat de formulering van hun fictieve vacature de deelnemers mogelijk ertoe heeft aangezet om meer nadruk te leggen op interpersoonlijke skills dan op computervaardigheden. Hierdoor zou volleybal, als teamsport die interpersoonlijke communicatieve vaardigheden vereist, relevanter kunnen lijken voor de functie dan de auteurs aanvankelijk bedoeld hadden. ‘Toekomstig onderzoek is dan ook nodig om de beperkingen van onze studie aan te pakken en te onderzoeken of deze effecten variëren tussen verschillende sectoren, functie-eisen en organisaties’, concludeerden ze.
Internetbubbels, Instagram en TikTok, maar ook: een protestgeneratie die weer de straat op durft te gaan om van zich te laten horen: de digital natives van de nieuwe generatie Z komen eraan op de arbeidsmarkt. Maar wat moet je dit jaar echt van ze weten? We gaan er 27 januari (véél) dieper op in. Maar hier alvast een voorproefje: Generatie Z…
#1. … Wil zich ontwikkelen
Vraag je Nederlandse werknemers naar hun goede voornemens op het werk, zoals pensioenaanbieder BeFrank recent heeft gedaan, dan antwoorden álle leeftijdscategorieën vooral: een betere balans vinden tussen werk en privé. Alle leeftijdscategorieën? Nee, er is een groep die iets anders bovenaan heeft staan, en dat is – je raadt het al: Generatie Z. Bij hen is een cursus, training of opleiding gaan volgen de favoriet. Ook het aandragen van nieuwe ideeën scoort bij deze leeftijdsgroep een stuk hoger als goed voornemen dan bij andere generaties.
Uit Amerikaans onderzoek blijkt trouwens sowieso een behoorlijk (en groeiend) verschil tussen wat werkgevers aanbieden en wat Gen Z zegt te zoeken in een (eerste) baan. De kans op leren en ontwikkelen, een grote voorkeur voor Gen Z, blijkt bijvoorbeeld slechts in een minderheid van de geanalyseerde vacatureteksten een prominente plek te hebben.
#2. … Wil zelf niet managen
Manager worden? Dat staat bij Gen Z minder hoog op het verlanglijstje dan bij andere generaties. Sterker nog: volgens recent Deloitte-onderzoek ziet ruim 90% van de Gen Z’ers zichzelf géén manager worden. En dat zou wel eens kunnen leiden tot een leiderschapscrisis, waarschuwen experts in MT/Sprout. De jonge generatie associeert een managementrol vooral met stress, bureaucratie en beperkte waardering. ‘Veel gedoe voor weinig extra voordeel’, zo wordt een leiderschapsfunctie gezien. En bovendien: lastig, en vaak ook nogal eenzaam. Zelf zeggen ze meer te zien in ontwikkeling in vaardigheden en expertise, inhoud en zingeving.
‘Manager worden? Veel gedoe voor weinig extra voordeel.’
Volgens ondernemers en leiderschapscoaches werkt de traditionele manier om jongeren te verleiden – status, titel of privileges – niet meer. Jonge medewerkers hechten vooral waarde aan inhoudelijke bijdragen: projecten, probleemoplossing en betekenisvol werk. Daarnaast willen ze geen langdurige verplichtingen aangaan. Een managementrol voelt al snel als vastleggen, terwijl deze generatie juist flexibiliteit en autonomie nastreeft. Dat biedt echter ook kansen, zo wordt gesteld: je kunt hierdoor namelijk ook jonge talent behouden zonder per se leidinggevende posities te hoeven creëren.
#3.… Wil ook niet gemanaged worden
De rol van de leidinggevende is voor de jongeren overigens wél essentieel. volgens Deloitte ziet Gen Z een slechte manager nog altijd als belangrijke reden om een organisatie te verlaten. Ze willen dus zelf geen manager worden, maar stellen wél hoge eisen aan goed leiderschap. En uit het generatieonderzoek van Ormit Talent onder ruim 1.200 werkende Nederlanders blijkt dat 3 op de 5 Gen Z’ers vinden dat managers te veel mensen tegelijk moeten aansturen, wat leidt tot hoge werkdruk, stellen ze. Ook denkt liefst 56% van deze generatie beter te functioneren in een zelfsturend team, een stuk meer dan bij babyboomers (38%) en Gen X (40%).
‘Gen Z pleit niet voor mínder leiderschap, maar voor een andere balans tussen zelfstandigheid en begeleiding.’
Ook opvallend: waar slechts 13% van de babyboomers en 17% van Gen X de manager in de toekomst overbodig acht, ligt dat bij Gen Z op maar liefst 38%. Gen Z heeft desondanks wel duidelijk voor ogen wat ze belangrijk vinden in een manager. Vooral vertrouwen in het team (27%), kennis van de werkzaamheden (25%) en het in hun kracht zetten van teamleden (24%) noemen ze als belangrijke eigenschappen. ‘Gen Z pleit dus niet voor mínder leiderschap, maar voor een andere balans tussen zelfstandigheid en begeleiding: met leiders die vertrouwen geven en hen helpen hun talenten te benutten’, concludeert Ormit-directeur Ingrid van Tienen.
#4. … Wil géén A.I.-coaching
Leiders die vertrouwen geven, dat betekent dus níet: A.I.-coaching. Dat is in elk geval de duidelijke opinie van Eva van Leeuwen, oprichter van Young Heroes, een bedrijf dat andere organisaties helpt bij het neerzetten van een sterke early-career experience. ‘Uiteraard zetten we zelf A.I. volop in bij de doorontwikkeling van ons platform, maar nooit ten koste van écht menselijk contact. Uit alle onderzoeken blijkt dat Gen Z een generatie is die als geen ander behoefte heeft aan authenticiteit en écht contact. […] Met een A.I.-chatbot los je dat niet op’, zo is ze van mening.
‘Gen Z is een generatie die als geen ander behoefte heeft aan authenticiteit en écht contact.’
Doordat Gen Z opgegroeid in de digitale realiteit, missen zij vaak de connectie met de echte realiteit, stelt Van Leeuwen. ‘Wij moeten ze helpen om het echte leven en het digitale leven te combineren. Want daar lopen ze vast. En dat gebeurt op de werkvloer, want daar wordt alles opeens heel erg echt.’ Het huidige HR-beleid van veel organisaties past maar slecht bij deze generatie, ziet ze. ‘Dat gaat de komende jaren knellen. Organisaties beseffen nog niet wat voor uitdagingen eraan komen en denken dat open kantoortuin en kunnen thuiswerken de oplossing is.’
#5. … Wil wél connectie
Gen Z is juist naarstig op zoek naar verbinding, stelt bijvoorbeeld ook Generations at Work-directeur Kim Jansen: ‘Ergens bij horen en bijdragen aan een gezamenlijk doel.’ Ze noemt het ‘dan ook niet verwonderlijk dat juist jongeren zich weer meer aansluiten bij kerkgenootschappen, politieke activistische groeperingen of spirituele levenswijzen. Trends als fandoms, Discord-communities en zelfs de manosphere – wat je er ook van vindt – laten zien dat jongeren focus, gemeenschap en houvast zoeken. Hier is het overzichtelijk, hebben ze richting en maken ze onderdeel uit van een club. Prettiger dan ronddolen in een onzekere buitenwereld.’
Juist door 24/7 connected te zijn is deze generatie ‘uit connectie’ geraakt, aldus de auteur van Het generatie-effect. ‘We vervloeken ze om hun relatie met hun smartphone en hun onvermogen tot het maken van oogcontact of het plegen van een belletje. Maar het is juist mijn generatie die gefaald heeft de context te creëren waarin ze hun sociale vaardigheden konden ontwikkelen…’ Wil je Generatie Z binden, benutten, boeien en behouden? Creëer dan een organisatie ‘waarin alles een ‘wij’ en ‘samen’ wordt nageleefd. Zet in op relationeel leren, gezamenlijke rituelen, collectieve intelligentie’, benadrukt ze.
#6. … Zit niet op jobboards
Maar eerst natuurlijk de vraag: waar bereik je Gen Z eigenlijk? En dat is heus niet alleen op TikTok of Instagram, zo blijkt. Maar traditionele jobboards? Daar vind je ze inderdaad minder dan andere generaties, zo bleek tijdens recente arbeidsmarkttrendsessies bij Intelligence Group. Slechts een klein deel van de starters en studenten vindt een baan via een vacaturesite. Waar dan wel? De data wijzen duidelijk één kanaal aan: het persoonlijke netwerk. Vrienden, familie, medestudenten en docenten spelen een doorslaggevende rol in de zoektocht naar werk. Dit benadrukt: een tevreden starter is vaak je beste ambassadeur voor andere Gen Z’ers.
Ook op TikTok en Instagram vinden opvallend weinig starters hun (eerste) baan.
Op de tweede plaats staat overigens een kanaal dat nog vaak wordt onderschat: stage- en afstudeerplekken. Een succesvolle stage fungeert in de praktijk vaak als de meest waardevolle sollicitatieprocedure, waarbij zowel jij als werkgever als de student kunnen beoordelen of er echt een match is. Andere effectieve kanalen zijn campus recruitment en directe benadering via platforms als LinkedIn. Opvallend is de rol van sociale media: hoewel kanalen als Instagram en TikTok veel worden ingezet voor employer branding, vinden juist relatief weinig starters hier daadwerkelijk hun (eerste) baan.
#7. …En wil vooral niet (te) veel forenzen
We hadden 6, 7 feitjes beloofd, dus vooruit, hierbij nog eentje dan. We schreven er al eerder over, maar uit (niet geheel belangeloos) onderzoek van hybride werkplekaanbieder IWG blijkt dat Gen Z weliswaar graag naar kantoor komt (voor die broodnodige verbinding), maar dat ze wel moeite hebben met de tijdvretende pendel op en neer. In het onderzoek zegt 36% van de 18–24-jarigen dat een flexibele werkplek dichtbij huis stress zou verminderen en de werk/privébalans zou verbeteren. Van de Gen Z-respondenten zegt zelfs 40% het best te presteren dichter bij huis, veel meer dan bij de andere generaties.
‘Gen Z heeft geen probleem met het kantoor – alleen met de afstand ernaartoe.’
Als ‘always-online’-generatie werkt Gen Z vaker asynchroon, aldus de onderzoekers, maar daardoor heeft 36% moeite om ‘af te schakelen’; iets waar hybride werken volgens hen ook goed tegenwicht bij kan bieden. ‘Voor Gen Z gaat hybride werken verder dan alleen flexibiliteit: het versterkt hun identiteit, welzijn en gevoel van echte verbinding: 64% zegt dat hybride beleid hen aanmoedigt collega’s vaker persoonlijk te ontmoeten en teamwork te versterken.’ De conclusie, zo stellen ze enthousiast: ‘Gen Z heeft geen probleem met het kantoor – alleen met de afstand ernaartoe.’
Meer weten?
Op 27 januari 2026 leer je in Rotterdam van experts Laura Bas, dataspecialist Sabine Veldkamp en een nog ‘geheime’ werkgever die uitblinkt in young professionals, alles over hoe je Gen Z bereikt via authentieke verhalen en short video’s.
Naast de gebruikelijke terug- en vooruitblikken hadden we in december 2025 natuurlijk het Rapport-Wennink over onze economie van de toekomst, en Netflix dat zowel Warner Bros als HBO Max wist in te lijven. Ook overleed Brigitte Bardot, werd Marco Borsato vrijgesproken, en besloot AVROTROS af te zien van deelname aan het Eurovisiesongfestival 2026. Internationaal voerden de Verenigde Staten aanvallen uit op zowel Syrië, Nigeria, en Venezuela en kreeg ook de EU ervan langs van ‘vredespresident‘ Trump. Ook de aanslagen in het Australische Bondi Beach trokken veel aandacht.
In december 2025 verscheen het langverwachte rapport-Wennink over onze economie van morgen.
Politiek gezien was het bezoek van Zelensky aan de Tweede Kamer opmerkelijk, net als het aanhoudende gedoe rond de Russische tegoeden die in Europa liggen opgeslagen. En dan waren er natuurlijk ook nog de falende plannen van BBB-minister Wiersma aangaande het mestbeleid. Maar wat speelde er zich tussendoor in december 2025 nog meer allemaal af dat voor Nederlandse recruiters van belang is? Een overzicht, in 7 delen.
#1.Aanhoudend wisselende berichten
Nog altijd veel wisselende berichten over de arbeidsmarkt. Aanhoudende krapte blijkt nog altijd hand in hand te kunnen gaan met stijgende werkloosheid en dreigende berichten over minder banen voor jongeren. Is in 2025 een kantelpunt bereikt, zo vroeg het FD zich af, terwijl bij onze zuiderburen de arbeidsmarkt inmiddels ‘slabakt‘ en tegelijk De Telegraafop dezelfde dag nog de trom slaat over het ‘werkgelegenheidswonder’ dat Nederland de afgelopen jaren meemaakte. Moet je als werkzoekende nu dus hoopvol zijn, of juist bang worden? Het antwoord zal – zoals zo vaak – ergens in het midden liggen en in 2026 duidelijk worden.
#2.Een hond als arbeidsvoorwaarde
Leuk verhaal voor de juridische fijnproevers in Trouwover 7 opmerkelijke arbeidsconflicten in het afgelopen jaar. Zo leren we dat je niet zomaar ontslagen kunt worden als je bij veehouders langs moet, maar weigert in de buurt van varkens te werken, en dat je het niet héél lang kunt volhouden om 3 banen van 40 uur in de week te combineren. Maar nog een veel slechter idee: de dood van je zoon in scène zetten, compleet met vervalste rouwkaart en factuur voor de grafsteen.
Op recruitmentgebied leren we hier bijvoorbeeld dat een hond meenemen naar het werk een verworven arbeidsvoorwaarde kan worden. Ben je dat al in het begin van de arbeidsrelatie overeengekomen, dan kun je dat als werkgever niet meer zomaar wijzigen, blijkt uit het geval van een fysiotherapeut, die al 6 jaar zijn hond meeneemt naar de praktijk, maar plots te horen krijgt dat dat niet langer zou zijn toegestaan. De rechter geeft de man gelijk: deze arbeidsvoorwaarde mag de nieuwe eigenaar van de praktijk niet eenzijdig intrekken.
#3.ASML ware groeibriljant
Ook veel aandacht in december 2025 voor onderzoek van de Volkskrant naar de grootste werkgevers van Nederland. Hierbij veel overheden, zoals Defensie, de Politie en de Belastingdienst, maar ook een aantal opvallende bedrijven, zoals ASML, dat zijn personeelsbestand in 6 jaar met 76% zag toenemen, tot 21.811 arbeidsplaatsen, en Total Care Holding (waar schoonmaakbedrijf CSU uit Uden en thuiszorgorganisatie Tzorg onder vallen). Dit bedrijf heeft nu zo’n 32.000 medewerkers, goed voor (naar schatting) ruim 24.000 voltijdbanen, een ruime verdubbeling ten opzichte van 6 jaar geleden.
#4. Initiatieven om kloof te dichten
Veel initiatieven deze maand die wijzen op hardnekkige kloven op de arbeidsmarkt, en die op een of andere manier proberen te dichten. Zo was er in december 2025 opvallend veel (landelijke) aandacht voor de Blind Auditions van de HBO/WO-inspiratieweken van het UWV, en maakten SER Diversiteit in Bedrijf en AWVN/De Normaalste Zaak bekend de komende 3 jaar 4 nieuwe regionale inclusiedesks op te zetten, waar werkgevers terecht kunnen voor kennis en informatie over inclusie en diversiteit.
AWVN-directeur Lisette van Breugel en SER-voorzitter Kim Putters. Foto: Paula Zimmerman.
Ondertussen organiseerde onder meer de Goldschmeding Foundation in Boost in Amsterdam de eerste van een aantal theatervoorstellingen over een inclusieve arbeidsmarkt, bedoeld om IT-werkgevers in contact te brengen met nieuwkomers in Nederland. In het eerste kwartaal van 2026 volgen twee nieuwe werkgevers-edities van de voorstelling Denkend aan Holland, onder meer in Utrecht.
In ongeveer dezelfde tijd vond in de Amsterdamse Nieuwe Kerkstraat ook een bijzonder initiatief plaats: de opening van de pop-up Bakkerij van Waarde (foto boven). Hier konden inwoners en andere belangstellenden twee dagen lang zogeheten ‘Ter Apeltaart‘ kopen, gebakken door vluchtelingen, met smaken uit verschillende landen. Met de actie wilde Vluchtelingenwerk aandacht vragen voor de belemmeringen die vluchtelingen ervaren bij hun stappen op de arbeidsmarkt door lange wachttijden en ingewikkelde regelgeving.
Een heel ander initiatief was dan weer te vinden in het zuiden van Nederland, waar jongerenplatform Spelbrekers werd gelanceerd, een initiatief van Brainport Development, Fontys Hogescholen, Summa, Ter AA, Technische Universiteit Eindhoven en het lokale bedrijfsleven om voldoende talent op te leiden en ontwikkelen voor de Nederlandse semiconindustrie. Streamer StreamwithLien en studenten nemen de kijker daarvoor onder meer in een videoserie mee op avontuur in de regio. Van een bezoekje aan NTS tot gamen op de fabrieksvloer van VDL: je ziet het allemaal (als je wil).
#5. De zorg blijft zorgenkindje
Het personeelstekort bij bijvoorbeeld borstkankeronderzoek kost nu al tientallen levens per jaar, meldde het RIVM deze maand. Maar als de voortekenen niet bedriegen, wordt dat de komende jaren er niet beter op. Volgens de laatsteArbeidsmarktprognose zorg en welzijngroeit het tekort in de zorg gestaag door, van zo’n 75.700 medewerkers in 2025 tot, naar verwachting, 304.800 in 2034; een toename van meer dan 300%. Al kunnen de gesloten ‘zorgakkoorden’ wel helpen, zo verwacht het ministerie van VWS, en hebben we dan in 2034 nog ‘slechts’ een tekort van 227.000 werkenden in de zorg- en welzijnssector.
Sinds eind 2021 ligt het aantal openstaande vacatures in de zorg al structureel hoger dan ontstane vacatures. De grootste tekorten zijn de komende jaren te verwachten in de ouderenzorg, en bij de beroepsgroepen verzorgenden en verpleegkundigen en maatschappelijke hulp en dienstverlening. In verhouding tot de grootte van de beroepsgroepen is het verwachte tekort ook relatief groot onder de specialisten ouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten, GZ-psychologen, klinisch neuropsychologen, klinisch psychologen, verslavingsartsen en psychotherapeuten, huisartsen en sociaal geneeskundigen.
‘Met betere arbeidsvoorwaarden waren veel van de 148.860 vertrekkers in 2025 mogelijk wél gebleven.’
Vakbond FNV spreekt in een reactie op de laatste arbeidsmarktprognose van een ‘nadere crisis waarin de toegang tot de zorg voor veel Nederlanders een muur wordt in plaats van een deur.’ Reden ‘voor een luid alarmsignaal‘, stelt Elise Merlijn, bestuurder FNV Zorg & Welzijn en betrokken bij het arbeidsmarktprogramma AZW. ‘De situatie wordt onhoudbaar. We zien dat zelfs met extra beleid de tekorten gigantisch blijven. Er is veel meer nodig. Met betere arbeidsvoorwaarden, minder werkdruk en meer zeggenschap, waren veel van de 148.860 vertrekkers in 2025 mogelijk gebleven in zorg en welzijn.’
#6. Ook restauratiesector luidt alarmklok
Nog een branche die in december 2025 de noodklok luidde: die van de restaurateurs. En dan dit keer eens niet de restauranthouders, maar restaurateurs in de andere betekenis: de opknappers van ons bestand aan monumenten. Het deze maand verschenen rapport Samen, anders kan het niet, opgesteld door bureau IVEM in opdracht van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM), spreekt zelfs van een ‘verborgen restauratiecrisis‘: door een groeiend tekort aan vakmensen dreigen restauratieprojecten steeds vaker vertraging op te lopen, duurder te worden of in kwaliteit achteruit te gaan.
Uit het onderzoek blijkt dat de restauratiesector jaarlijks honderden gespecialiseerde vakmensen tekort komt. Het gaat daarbij om nieuwe instroom, maar ook om ervaren krachten op alle niveaus: van restauratiemedewerkers en ambachtslieden tot uitvoerders, adviseurs en projectleiders. En de tekorten zijn niet tijdelijk, maar structureel. Het leidt bij ERM-directeur Christian Braak tot een oproep tot meer samenwerking, om zo opleidingen te versterken, nieuwe vakmensen te werven, en bestaande expertise te behouden. ‘Bijsturen is essentieel: zonder goed personeel geen kwaliteit, vakmanschap, verduurzaming of herbestemming.’
#7. ‘Solliciteren deuk in zelfvertrouwen’
Zo op het eerste gezicht heeft ze heel veel mee. Jong (27), wit, contentcreator, podcastmaker, afgestudeerd ‘met grote onderscheiding’ in kunstwetenschappen en archeologie. Maar van solliciteren heeft de Vlaamse Anna-Livia Smekens toch haar buik meer dan vol, vertelde ze in december 2025 aan Flair. ‘Toen ik pas afgestudeerd was, ben ik meteen beginnen te solliciteren, maar de arbeidsmarkt is er momenteel echt niet goed aan toe. Ik krijg heel vaak een mail terug waarin staat dat ik het nét niet ben geworden. Dat werkt heel demotiverend. Ondanks alle complimenten wil op de arbeidsmarkt – cru gezegd – niemand mij.’
Solliciteren zorgt zo voor een deuk in haar zelfvertrouwen, vertelt ze. ‘Die afwijzingen voelen telkens heel persoonlijk, ook al weet ik dat ik het zo niet mag opnemen.’ Maar als het voor iemand als Smekens al zo’n effect heeft, is dat voor anderen waarschijnlijk echt niet minder. Zullen we als recruiters daarom onderling dan met elkaar beloven dat we in 2026 gaan zoeken naar manieren om al die andere sollicitanten niet eenzelfde demotivatie en deuk in het zelfvertrouwen te bezorgen, en tegelijk de beste mensen voor onze vacatures te blijven vinden?
In de rubriek ‘De maand in werving’ belichten we trends en ontwikkelingen voor iedereen in de wereld van recruitment. In december 2025 iets belangrijks over het hoofd gezien? Meld het ons! En beluister hier de podcast over de afgelopen maand, waarin Geert-Jan Waasdorp en Peter Boerman nog eens op volledig eigen wijze het nieuws van achtergrond en commentaar voorzien:
Diversiteit was een paar jaar geleden misschien wel de meest gebruikte buzz-term in recruitment. Congressen werden er over vol gesproken, een wet erover sneuvelde hier maar ternauwernood, vrijwel iedereen leek er wereldwijd wel mee bezig, met name na de omvangrijke Black Lives Matter-protesten. En het bleek nog te werken ook. Maar dit jaar lijkt alles anders, niet in de laatste plaats in de VS, waar sinds begin dit jaar Donald Trump opnieuw de presidentiële scepter zwaait. Niet alleen verbood hij in de eerste maand van zijn termijn al alle DEI-programma’s, nu gaat hij zelfs nog een stap verder en op jacht naar bedrijven die nog wél aan diversiteit (zeggen te) doen.
Omdat het nog niet zo makkelijk is om in te grijpen in de keuzes die bedrijven eigenstandig maken (zeker niet als je je nog enigszins als economisch liberaal wilt blijven profileren), zoekt Trump nu zijn toevlucht tot de zogeheten False Claims Act, eigenlijk bedoeld als anti-fraudewetgeving, waarmee de overheid in staat is geld terug te vorderen dat verloren is gegaan door fraude. Op basis hiervan is hij onderzoek gestart naar bedrijven als Google en Verizon, meldde deWall Street Journal zondag. Ook bedrijven in de auto-industrie, farmaceutische industrie, defensie en nutsbedrijven zouden onderwerp van het onderzoek zijn.
Google schrapte al
Het onderzoek naar Google is des te meer opmerkelijk, omdat het bedrijf eerder dit jaar al duidelijk maakte al zijn programma’s op het gebied van diversity, equality and inclusion te schrappen, ook om nog in aanmerking te kunnen komen voor overheidscontracten. Waar in eerdere jaarverslagen van moederbedrijf Alphabet bijvoorbeeld nog stond dat Google ‘zich inzet om diversiteit, gelijkheid en inclusie onderdeel te maken van alles wat we doen en om een personeelsbestand te ontwikkelen dat representatief is voor de gebruikers die we bedienen’, is die zinsnede in het meest recente jaarverslag al verdwenen.
In 4 jaar tijd verdubbelde het aantal zwarte leidinggevenden bij Google.
Google, goed voor zo’n 180.000 werknemers wereldwijd, stelde destijds in een verklaring: ‘We zetten ons in voor een werkomgeving waar al onze medewerkers kunnen slagen en gelijke kansen hebben. Het afgelopen jaar hebben we onze programma’s die ons daarbij moeten helpen, herzien’, […] ook ‘naar aanleiding van recente rechterlijke uitspraken en presidentiële decreten over dit onderwerp.’ Volgens Google’s laatste diversiteitsrapport steeg de vertegenwoordiging van zwarte mensen in de top van het bedrijf van 2,6% in 2020 naar 5,1% in 2024. Het aandeel vrouwen in leidinggevende functies steeg van 26,7% in 2020 naar 32,8%.
Als we praten over de toekomst van werk en A.I., zien we vaak twee uitersten. Aan de ene kant: robots nemen alles over en iedereen raakt werkloos. Aan de andere kant: A.I. maakt ons werk alleen maar leuker en makkelijker, en levert méér banen op, niet minder. De werkelijkheid ligt – natuurlijk, zoals altijd – ergens in het midden. Volgens recente onderzoeken, onder andere van Gartner, IDC en het World Economic Forum (WEF), staan we niet voor een ramp, maar voor wat zij noemen: Jobs Chaos. Geen einde van werk, maar een periode van snelle, rommelige en voortdurende verandering.
Er komt geen massale werkloosheid. Integendeel.
Laten we dus maar meteen een misverstand wegnemen. Er komt geen massale werkloosheid. Integendeel. Het World Economic Forum schetst in het Future of Jobs Report 2025juist een opvallend optimistisch beeld: tussen nu en 2030 worden naar schatting 170 miljoen nieuwe banen gecreëerd, terwijl 92 miljoen verdwijnen. Dat betekent een netto groei van 78 miljoen banen wereldwijd. Gartner voorspelt zelfs dat A.I. meer banen creëert dan vernietigt, maar dit effect begint pas vanaf 2028. Waar zit dan de chaos? In de snelheid en schaal.
Alle industrieën geraakt
Vanaf 2028 zullen wereldwijd elk jaar meer dan 32 miljoen banen sterk veranderen. Dit is geen eenmalige reorganisatie, maar een permanente staat van verandering. Om je een idee te geven: dat betekent dagelijks 150.000 banen die evolueren door upskilling en 70.000 banen die volledig worden herschreven. Voor medewerkers betekent dit iets fundamenteels: de klassieke functiebeschrijving verdwijnt. Je wordt niet meer aangenomen voor één vaste rol, maar voor een set vaardigheden die regelmatig zal veranderen en waarvan 39% ervan tegen 2030 verouderd kan zijn.
Jobs Chaos is niet zozeer destructief, als wel radicaal onrustig.
Dit is Jobs Chaos: niet zozeer destructief, maar wel radicaal onrustig. Het WEF-onderzoek naar 78 miljoen nieuwe banen laat zien dat de groei breder verdeeld is dan veel mensen denken. Niet alleen technische banen zullen groeien. Ook zorg, onderwijs, bouw, landbouw en diensten krijgen meer mogelijkheden door demografische en economische trends. Dit suggereert dat Jobs Chaos alle industrieën raakt, niet alleen de digitale.
Geen HR-probleem
Daarnaast veranderen vaardigheden sneller dan ooit. Ongeveer 39% van de huidige vaardigheden zal tegen 2030 verouderd zijn, een daling van 44% in 2023 en 57% in 2020. Dit is goed nieuws: het suggereert dat meer werknemers (50%) bijscholing volgen dan voorheen (41% in 2023). Maar het tempo van verandering blijft gigantisch. De skills-gap is het grootste struikelblok op de arbeidsmarkt. Van de werkgevers geeft 63% aan dat het gebrek aan juiste vaardigheden hun grootste obstakel is om klaar te zijn voor de toekomst. Dit is niet een HR-probleem, het is een bedrijfsstrategieprobleem.
Generatieve A.I. is handig, maar nog vrij passief.
De motor achter de chaos: van chatbot naar Agentic AI. Tot nu toe gebruikten we vooral generatieve A.I., denk aan ChatGPT die teksten voor je schrijft. Handig, maar nog vrij passief. Vorig jaar kwam daar ineens Agentic AI bij: systemen die zelf actie ondernemen. Ze plannen afspraken, regelen bestellingen, verwerken facturen en nemen beslissingen binnen vooraf ingestelde regels. Ze werken niet voor je, maar eerder mét je, als een digitale collega.
Samenwerken met AI-agents
IDC verwacht dat tegen 2027 40% van de grote bedrijven ter wereld agentic AI zal adopteren, en dat tegen 2026 al 40% van de functies bij deze bedrijven zal inhouden dat werknemers samenwerken met AI-agents. Tegelijkertijd waarschuwt Gartner dat 40% van de agentic AI-projecten zal falen vanwege hoge implementatiekosten en complexiteit. Dit is waar Jobs Chaos werkelijk voelbaar wordt: mensen voeren minder taken zelf uit, maar moeten veel meer toezicht houden, strategische keuzes maken en digitale assistenten sturen.
In Nederland ziet de Sociaal-Economische Raad een specifiek risico waaraan we beter nu al aandacht kunnen besteden. A.I. kan veel van de taken overnemen die traditioneel door stagiairs en junior medewerkers worden uitgevoerd: eerste analyses, klantcontact, basisonderzoek, data-entry. Dat klinkt efficiënt. Maar het roept tegelijk een ernstige vraag op: als A.I. voortaan het leerwerk doet, hoe bouwt de volgende generatie dan expertise op? Senior specialisten worden niet vanzelf gemaakt. Daar zijn jaren van ervaring, gemaakte fouten en begeleiding voor nodig.
De Junior Trap
Zonder gerichte aanpak, zoals expliciete mentorprogramma’s of gerichte junior-trainingen, dreigt er een gat te ontstaan. Over enkele jaren hebben we mogelijk té veel AI-tools en te weinig ervaren professionals die weten hoe je ze inzet. Dit is de Junior Trap: efficiëntie vandaag kan een talent-crisis morgen betekenen. Nederland zet al vol in op versnelde automatisering; 86% van Nederlandse bedrijven implementeert A.I. sneller dan veel anderen. Dit vergroot het risico, maar ook de kans: bedrijven die nu in human capital investeren, zijn straks klaar om te winnen.
Hoe blijf je als organisatie overeind in deze Jobs Chaos?
Hoe blijf je als organisatie overeind in deze chaos? Niet door alleen in technologie te investeren, maar juist: door de mens centraal te stellen. Organisaties die proberen mensen louter te vervangen verliezen vaak juist hun innovatiekracht. Ze verliezen ook werknemers: Deloitte’s onderzoek naar Stagility toont aan dat 75% van werknemers meer stabiliteit wil, terwijl 85% van executives zeggen dat wendbaarheid nodig is. De bedrijven die winnen zijn degenen die de combinatie van beide leveren: stabiliteit en wendbaarheid tegelijk.
Niet sentimenteel
Wat betekent dat? Een mix van:
Zekerheid: Medewerkers weten dat hun rol evolueert, maar dat ze niet zomaar vervangen worden.
Vertrouwen: Duidelijke communicatie over hoe A.I. hun werk verandert, niet vervangt.
Ruimte om te groeien: Investering in opleiding, vooral van junior talent, zodat ze de volgende fase van hun carrière kunnen bereiken.
Dit is niet sentimenteel, het is strategie. Bedrijven met stabiele, goed getrainde teams presteren beter onder druk dan bedrijven met hoge verloop en gaten in expertise. 2028 lijkt ver weg, maar de fundering wordt vandaag gelegd. Jobs Chaos betekent niet het einde van werk, het is de start van een fundamenteel nieuwe manier van werken. Het gaat niet meer om het vullen van vaste vacatures, maar om het managen van een voortdurende verbinding tussen mens en digitale agenten. Organisaties die nu investeren in:
Opleiding – vooral van junior talent,
Mensgerichte transformatie – A.I. als hulpmiddel, niet als vervanging
Stabiliteit naast wendbaarheid – zodat medewerkers kunnen groeien in onzekerheid
… zullen straks floreren. De rest loopt het risico niet alleen inhoudelijk, maar ook cultureel, verdwalen in de chaos. De toekomst van werk is niet tech-first. Het is human first, powered by A.I.
De opkomst van A.I. en AI-agents verandert werkprocessen wereldwijd. Recente analyses van internationale onderzoeksinstituten tonen aan dat een aanzienlijk deel van het werk kan worden geautomatiseerd. Het McKinsey Global Institute (beeld boven) becijfert dat 57% van alle werkuren technisch te automatiseren is met de huidige generatie A.I.-systemen. Tegelijk nuanceert MIT CSAIL dat slechts 11,7% van die taken vandaag de dag al economisch haalbaar is. Dit verschil tussen potentieel en haalbaarheid, de zogenoemde Implementation Gap, bepaalt wie straks profiteert van A.I. en wie achterblijft.
Minder dan 5% heeft A.I. al daadwerkelijk operationeel in workflows.
Dit artikel onderzoekt de implicaties van A.I. voor Nederlandse organisaties, met een focus op arbeidsmarktdynamiek, skills, werving en governance. Deze analyse combineert data van 5 internationale onderzoeksinstituten uit meer dan 130 publicaties uit de periode 2023 tot 2025. Cijfers zijn geïnterpoleerd naar de Nederlandse context met CBS-data over A.I.-adoptie, sectorale verdelingen en organisatieomvang. Nederlandse casusdata zijn gebruikt via de BCG AI Adoption Benchmark 2025. En dan blijkt bijvoorbeeld dat minder dan 5% A.I. daadwerkelijk operationeel heeft in workflows.
Veel gebruikt, maar weinig adoptie
Deze cijfers tonen aan dat er een groot verschil bestaat tussen wat A.I. kan doen en wat organisaties daadwerkelijk implementeren. Voor Nederlandse organisaties betekent dit dat vroege actie cruciaal is om competitief te blijven. CBS-cijfers tonen aan dat 95% van Nederlandse organisaties A.I, gebruikt, maar dat slechts 5% meetbare productiviteitswinst rapporteert. De sectorale adoptie verschilt daarbij aanzienlijk:
Informatie & Communicatie: 58% adoptie
Retail: 50% adoptie
Zorg en onderwijs: 42% adoptie
Daarnaast is er een duidelijke organisatiegrootte-kloof: bedrijven met 10 tot 50 werknemers realiseren slechts 8 tot 13% adoptie, terwijl organisaties met meer dan 500 medewerkers 48% adoptie rapporteren. Een geverifieerde casus: BCG rapporteert dat Nederlandse financiële instellingen gemiddeld 30% productiviteitsverbetering realiseerden bij vroege A.I.-adoptie in backoffice processen, gecombineerd met een 15% reductie in handmatige taken.
Pas op voor agent sprawl
De verschuiving van taken naar A.I. verandert de inhoud van functies aanzienlijk. Volgens BCG verschuiven rollen van uitvoerende taken naar workflow-regie en A.I.-validatie. Het World Economic Forum voorspelt dat 44% van de vaardigheden binnen 5 jaar verandert. Wat betekent dat voor HR en recruiters?
Oordeelsvorming en kwaliteitscontrole: Supervisie van A.I.-output
Proces- en projectregie: Orkestratie van A.I.-gestuurde workflows
Creativiteit en conceptueel denken: Taken die A.I. niet kan repliceren
Digitale adaptiviteit: Snel leren omgaan met nieuwe tools en systemen
44% van de vaardigheden verandert binnen 5 jaar.
Gartner waarschuwt voor agent sprawl: het ongebreideld inzetten van A.I. zonder menselijke supervisie kan leiden tot compliance- en ethische risico’s. In Nederland heeft dit praktische HR-implicaties:
Functioneringsgesprekken en taakherontwerp moeten A.I.-impact meenemen
Re-integratie en reskilling worden wettelijk onderdeel van arbeidsvoorwaarden
Governance-structuren moeten duidelijk toezicht op A.I.-gestuurde processen waarborgen
Strategische urgentie
Gartner stelt dat CIO’s en CHRO’s 3 tot 6 maanden hebben om een Agentic AI-strategie vast te stellen. BCG toont aan dat slechts 5% van organisaties nu al AI ready is. Deze koplopers realiseren 2 keer hogere omzetgroei en 40% meer kostenbesparing dan achterblijvers. Organisaties die wachten, lopen het risico een adoptiekloof te ervaren die exponentieel groter wordt.
Koplopers realiseren 2 keer hogere omzetgroei en 40% meer kostenbesparing.
Wat staat HR-afdelingen daarom te doen?
Skills audit: Bepaal per functiecluster de verhouding ‘uitvoerend vs. regisserend’ werk
Reskilling budget: Reserveer minimaal 15% van HR-budget voor AI-fluency-training (Gartner-richtlijn)
Governance-commissie: Stel een ‘human-in-the-loop’-comité op voor A.I.-beslissingen met werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers (EU AI Act compliance)
Werving pivot: Schrap ‘5 jaar ervaring met Excel’ uit functieprofielen; vervang dat door ‘Kan financiële afsluiting orkestreren met A.I.-validatie’ (MIT skill framework)
Organisaties die deze stappen voor het tweede kwartaal van 2026 implementeren, realiseren 40% snellere adoptie dan achterblijvers, stelt BCG. Organisaties hebben nu nog een venster van 6 tot 12 maanden om workflows, skillsbeleid en governance aan te passen, wil men de versnellende tweedeling tussen koplopers en achterblijvers voorkomen. Het advies is duidelijk: focus niet op het schrappen van banen, maar op het herontwerpen van taken, het valideren van A.I.-output en het trainen van medewerkers in nieuwe, regisserende rollen.
Op de valreep van het nieuwe jaar nog (een aankondiging van) een mooie campagne, en opnieuw eentje met betrekking tot de eerste levensbehoefte: water. Hadden we vorige maand al de campagne van de verenigde Waterschappen in de spotlight, voor deze laatste editie van 2025 is de aandacht gericht op de ‘droge humor’ die de campagne van de brede Vereniging van de Waterbouwers kenmerkt, en die zich vooral focust op de doelgroep van 12 tot 20 jaar. Onder de slogan ‘Hou het lekker droog’ krijgen zij komische beelden voorgeschoteld, vol ‘droge’ en herkenbare situaties waaruit het belang van de waterbouw naar voren komt.
‘Vraag nu aan een middelbare scholier wat waterbouw is, en je wordt waarschijnlijk glazig aangekeken…’
‘Stap één is bekendheid’, vertellen Erwin Holterhues, Adviseur Arbeidsvoorwaarden & Sociale Zaken, en Isolde Struijk, bestuurslid en liaison voor het thema Mens bij de kerngroep die zich bij de waterbouwers bezighoudt met de vraag: hoe zorgen we ervoor dat een carrière in de sector aantrekkelijk is en blijft voor de volgende generatie? ‘Vraag nu aan een middelbare scholier wat waterbouw is, en je wordt waarschijnlijk glazig aangekeken’, aldus Holterhues. ‘Het zal wel iets zijn met drinkwater of loodgieterij. Dat beeld willen we omvormen met deze arbeidsmarktcampagne, die hopelijk zoveel mogelijk jongeren bereikt.’
2 doelgroepen
De campagne is ontwikkeld samen met Stichting O&O-fonds Waterbouw. Voor lidbedrijven is er een toolbox beschikbaar met basismateriaal, ‘waarmee de campagne zich op een eenduidige manier kan verspreiden, met ruimte voor een personal touch vanuit het eigen bedrijf’, aldus Holterhues. ‘We gaan ons in eerste instantie puur richten op die herkenbaarheid’, vult Struijk aan. ‘Het is al een hele stap vooruit als we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen überhaupt weten wat waterbouw is.’
‘Het is al een hele stap vooruit als we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen überhaupt weten wat waterbouw is.’
De campagne richt zich specifiek op 2 doelgroepen. Ten eerste de groep jongeren van 12 tot 16 jaar die nog een studiekeuze moet maken. Ze moeten scherper op het netvlies krijgen wat waterbouwers doen, en welk toekomstperspectief een carrière in de waterbouw biedt. De tweede doelgroep is 16 tot 20 jaar en heeft veelal een studiekeuze gemaakt, maar kan daarbinnen nog specialiseren. Denk aan studenten civiele techniek, die nog een minor richting de waterbouw kunnen kiezen.
Ouders aan boord
‘Voor beide doelgroepen geldt dat het maatschappelijke belang en de duurzaamheidsaspecten van de sector goed naar voren dienen te komen’, aldus Struijk. ‘Het gaat hier om betekenisvol werk met perspectief en goede verdiensten. Het is noodzakelijk om ook de ouders aan boord te krijgen. Zij spelen immers een grote rol in de studiekeuze van hun kind.’
‘Het gaat hier om betekenisvol werk met perspectief en goede verdiensten.‘
De campagne is nog niet overal uitgerold. Zo is de bijbehorende site momenteel nog niet geüpdatet. Holterhues: ‘In de aanloop naar de campagne organiseren we eerst nog allerlei inspiratiesessies, waar vooral ook de HR- en communicatieprofessionals van lidbedrijven aansluiten om mee te denken. Zij weten immers wat werkt. Hun feedback is belangrijk.’ Struijk vult aan: ‘Zodra de campagne echt begint, zou het fijn zijn als zo veel mogelijk organisaties de campagneberichten actief gaan delen.’
Beurzen, gastlessen en meer
Beiden benadrukken dat de (aankomende) campagne slechts een onderdeel is van een breder pallet aan initiatieven om als sector meer bekendheid te krijgen onder de doelgroepen. Zo is de maritieme sector in de volle breedte (maken, varen en havens) te vinden op de vier grote landelijke onderwijsbeurzen. Daarnaast is er doe-het-zelf-lesmateriaal voor scholen beschikbaar en heeft het O&O-fonds Waterbouw een ‘waterbouwambassadeur’ in dienst die zich vooral richt op het basis-, voortgezet- en MBO-onderwijs om daar uit te leggen wat er voor nodig is om met droge te voeten in ons lage land te (blijven) wonen.
‘Docenten merken dat de lessen een positieve invloed op de leerlingen hebben.’
‘Net zo belangrijk zijn de gastlessen die onze lidbedrijven steeds vaker op scholen geven’, aldus Holterhues. Win-win, noemt hij dat. ‘Want niet alleen krijgen de bedrijven zo de kans om hun business te promoten. Ook doen leerlingen waardevolle inzichten op waarmee ze hun geleerde theorie aan de waterbouwpraktijk kunnen koppelen. Docenten merken dat de lessen een positieve invloed op de leerlingen hebben, omdat ze beter snappen ‘waarom ze leren wat ze leren’.’ De nieuwe arbeidsmarktcampagne zal naar verwachting begin 2026 aftrappen, en daarna minstens 3 tot 5 jaar in de lucht blijven.
Wil je jouw wervingscampagne hier ook onder de aandacht brengen? Mail dan kort wat achtergronden, doelstellingen en beeldmateriaal, en wie weet vind je hier dan straks ook jouw inspanningen terug.
Recruiters werken nog steeds met vacatureteksten, functieprofielen en cv-selectie alsof het werk van vandaag hetzelfde is als 10 jaar geleden. Maar onder de oppervlakte schuift iets dat fundamenteler is dan krapte, vergrijzing of flexibele contracten. Want het is niet het contract dat sterft, maar de functie erachter. Werk wordt anders opgebouwd, anders uitgevoerd en anders verdeeld. De vaste baan blijft als juridische vorm bestaan. Maar wat mensen daadwerkelijk doen binnen die baan, dat verandert radicaal. Werk verandert sneller dan functies kunnen volgen.
Systemen nemen steeds meer beslissingen; mensen behandelen vooral de uitzonderingen.
McKinsey toont al jaren aan dat minder dan 5% van alle beroepen volledig te automatiseren is. Dat klinkt geruststellend, maar in zo’n 60% van de beroepen kan minstens 30% van de taken worden geautomatiseerd. Dat betekent: de baan blijft, maar de kern van het werk verschuift. Routinetaken verdwijnen, beslissingen worden deels door systemen genomen en mensen behandelen vooral de uitzonderingen. Zo ontstaat de holle baan: een functie die op papier nog ‘vol’ lijkt, maar waarvan de routinetaken verdwijnen of veranderen, zonder dat de functie omschrijving meebeweegt.
Herverdelen op basis van skills
Wat betekent dit voor recruiters? Eén ding: functietitels zeggen steeds minder over wat iemand daadwerkelijk moet kunnen. De praktijk: werk wordt al herverdeeld op basis van skills. Deze verschuiving is geen theorie. Ze is al zichtbaar, in Nederland en wereldwijd. Een paar voorbeelden?
#1.Unilever – interne mobiliteit op basis van skills
Unilever ontwikkelde het FLEX Experiences-platform, waarmee medewerkers zich kunnen inschrijven op interne projecten op basis van hun vaardigheden. Tijdens de coronapandemie werden in het eerste kwartaal van 2020 al enkele duizenden medewerkers snel verplaatst naar andere activiteiten. Gedurende het jaar liep dit op tot ruim 8.000 medewerkers. Deloitte rapporteerde dat in de eerste fase meer dan 300.000 uren aan capaciteit werd herverdeeld; latere rapporten noemen zelfs meer dan 700.000 uren. De les: werk beweegt sneller dan functies, en vaardigheden bepalen de richting.
#2.Radiologie – A.I. neemt taken over én verhoogt kwaliteit
Een grote Deense studie toont dat het gebruik van A.I. in borstkankerscreening via mammografie:
het detectiepercentage verhoogt (van 0,70% naar 0,82%)
het vals-positiefpercentage reduceert van 2,39% naar 1,63% (32% reductie)
én de werkdruk voor radiologen verlaagt met 33,5%
Dit is geen sciencefiction: routine verdwijnt, complexe casuïstiek blijft en de baan verschuift mee.
3.ING – data- en A.I.-skills voor al het personeel
ING trainde via de Analytics Academy meer dan 50.000 medewerkers in data awareness, en certificeerde ruim 5.000 medewerkers als Analytics Sponsor, Business Translator of Data Scientist. Data en A.I. worden zo geen specialistische eilanden meer, maar onderdeel van vrijwel elke rol. De impact is groot … en ongelijk verdeeld. Het World Economic Forum verwacht een radicale verschuiving in taakverdeling richting 2030:
zuiver menselijk werk daalt van 48% naar 29%
geautomatiseerde taken groeien licht van 22% naar 26%
mens-machine samenwerking explodeert van 30% naar 45%
Dit is cruciaal: werk wordt niet simpelweg vervangen, maar steeds intensiever geïntegreerd met technologie. Nederland loopt hierin voorop: volgens ING Research is 43% van de Nederlandse banen A.I.-complementair, het hoogste percentage in Europa. Maar die transformatie raakt niet alle functies gelijk:
juniorrollen verdwijnen het snelst (administratie, basisondersteuning);
middensegmentrollen veranderen inhoudelijk door A.I.-samenwerking;
seniorrollen worden strategischer.
Dit betekent ook: de klassieke carrièreladder brokkelt af. Voor HR en recruitment wordt de vraag: welke skills hebben we nodig? En wie kan die ontwikkelen?
De nieuwe standaard: werven op skills in plaats van functietitels
In een wereld van holle banen en snel veranderende taken is het logischer om te kijken naar:
vaardigheden in plaats van cv’s;
potentieel in plaats van functiehistorie;
interne mobiliteit in plaats van externe instroom
leerbaarheid in plaats van jaren ervaring
Organisaties als Unilever, ING en Rabobank laten zien hoe snel werk opnieuw vormgegeven kan worden als je werving en mobiliteit rond skills organiseert.
Conclusie: als werk verandert, moet werving mee veranderen
Vacatures beschrijven steeds minder wat werk daadwerkelijk is. Cv’s beschrijven steeds minder waar iemand toe in staat is. Functietitels zijn bijna waardeloos als voorspellende maatstaf. De zekerheid van de vaste baan komt niet terug. Maar er komt iets krachtigers voor terug: het vermogen om te leren, te schakelen en jezelf opnieuw uit te vinden. Recruiters die dat begrijpen, werven niet meer voor functies, maar voor vaardigheden, toekomst en groei. En blijven zo ook zichzelf relevant houden.
Vernietigt A.I. banen? Zitten we straks allemaal werkloos thuis? De vrees is wijd verspreid, maar de werkelijkheid lijkt toch echt een andere te zijn. A.I. vernietigt geen banen, het creëert ze juist, zo kun je in elk geval concluderen uit twee recente onderzoeken. Zo bracht investeringsbedrijf Vanguard recent zijn Outlook voor 2026 naar buiten, en daaruit concluderen ze dat ‘de angst voor automatisering de realiteit op de arbeidsmarkt overtreft. Hoewel A.I. onze werkprocessen misschien al is beginnen te veranderen, de rol ervan in het verklaren van de recente vertraging in de banengroei wordt overschat.’
Ja, specifieke beroepen hebben te maken gehad met banenverlies als gevolg van A.I.-automatisering, stellen de onderzoekers. Maar dat is nu eenmaal een ‘veelvoorkomend gevolg van technologische disruptie.’ Maar als A.I. écht wijdverspreide banenverliezen zou veroorzaken, zou dat ook zichtbaar moeten zijn in de algemene trends op de arbeidsmarkt. In plaats daarvan presteren de ongeveer 100 beroepen die het meest blootgesteld zijn aan A.I.-automatisering de afgelopen jaren juist béter dan de rest van de arbeidsmarkt wat betreft banengroei en reële loonstijgingen.
‘Onevenredige last’
Dit suggereert dat de huidige A.I.-systemen over het algemeen de productiviteit van werknemers verhogen en de taken van werknemers verschuiven naar activiteiten met een hogere toegevoegde waarde, aldus de onderzoekers. ‘Ondertussen weerspiegelen de uitdagingen voor starters op de arbeidsmarkt wel de onevenredige last die een arbeidsmarkt met een laag wervingspercentage kan leggen op jongere werknemers. Deze dynamiek is waarneembaar in alle beroepen, zelfs in beroepen die nauwelijks door A.I. worden beïnvloed.’ En dus daar ook niet meteen een gevolg van, zo luidt de conclusie.
‘Technologische verandering gaat historisch gezien over decennia, niet over maanden.’
Een soortgelijke conclusie valt ook te trekken uit ander recent onderzoek, van het Budget Lab van Yale University, dat eveneens laat zien dat er in de 3 jaar sinds de lancering van ChatGPT in november 2022 nog zeker géén sprake is van grootschalig banenverlies door A.I. De onderzoekers vonden bijvoorbeeld geen bewijs dat beroepen die veel met A.I. te maken hebben (high-exposure) sneller banen verliezen dan andere beroepen. Hoewel er veel angst is, noemen de onderzoekers de ‘A.I.-banen-apocalyps’ daarom vooralsnog ‘grotendeels speculatief’. ‘Technologische verandering gaat historisch gezien over decennia, niet over maanden.’
A.I. of afkoeling?
Interessante kanttekening in hun data is evenwel dat er wel een lichte verschuiving zichtbaar is bij jongvolwassenen (20-24 jaar). Dit zou kunnen wijzen op een impact op junior functies, maar het kan ook door de algemene afkoeling van de economie komen, denken de onderzoekers. Dan is A.I. soms een mooi excuus om maar niet meer in jongeren te hoeven investeren. De data laten namelijk ook zien dat er de afgelopen jaren nauwelijks verandering is in de aandelen van beroepen die veel of weinig staan blootgesteld aan automatisering en A.I. Dus waarom zou dat ineens betekenen dat A.I. banen vernietigt?
‘Sinds de komst van ChatGPT wordt de arbeidsmarkt over het algemeen eerder gekenmerkt door stabiliteit dan door ontwrichting’, aldus de onderzoekers. ‘Ondanks de vrees voor een dreigende apocalyps, vertoont de arbeidsmarkt over het algemeen meer continuïteit dan een onmiddellijke ineenstorting. Het percentage werknemers in functies met een hoge, gemiddelde en lage blootstelling aan A.I. bleef opmerkelijk stabiel. Net zo hebben we onderzocht of werknemers die door A.I. hun baan kwijtraakten, zichtbaar zijn in de werkloosheidsstatistieken. We vonden echter geen patroon van toenemende blootstelling aan A.I. onder werklozen.’
Huis (niet) in brand
De slechtere arbeidsmarkt die vooral jongeren nu treft? Het zou te simpel zijn om dat volledig aan A.I. toe te schrijven, concluderen de onderzoekers dan ook. Het zou best kunnen dat in sommige beroepen dat inderdaad het geval zou zijn. Maar over de hele linie is dat niet zo, durven ze wel te stellen. ‘Onze methodologie mist misschien het equivalent van een klein brandje op het fornuis op de arbeidsmarkt, maar zou duidelijk detecteren als het huis in brand staat.’ En ook, stellen ze: ‘De impact van generatieve A.I. op de werkvloer is vergelijkbaar met eerdere technologische verschuivingen.’
‘De impact van generatieve A.I. op de werkvloer is vergelijkbaar met eerdere technologische verschuivingen.’
Deze patronen zullen ‘wellicht verrassend zijn voor degenen die snelle arbeidsverdringing door A.I. verwachten’, zeggen ze begripvol. ‘Maar hoewel de resultaten de meest alarmerende krantenkoppen tegenspreken, zijn ze wel opvallend consistent met eerdere voorbeelden. Zelfs transformatieve technologieën zoals de computer en het internet hadden decennia nodig, en niet slechts enkele maanden, voordat hun impact zich volledig manifesteerde op de werkvloer. Dat komt doordat adoptie van technologie aanvullende investeringen, culturele veranderingen en regelgeving vereist.’ En hoewel de beginfase van A.I. íetsjes sneller gaat, lijkt het daar ook op.
Alomtegenwoordigheid
Waarom vóélt het bij veel mensen nu dan toch anders? Dat heeft met gemak en ‘alomtegenwoordigheid’ van generatieve A.I. te maken, stellen ze. ‘Op het eerste gezicht lijkt deze A.I. beter gepositioneerd voor snellere verspreiding op de werkvloer dan eerdere technologieën. In tegenstelling tot de geleidelijke verspreiding van computers, voelt de toegang tot ChatGPT en modellen als Google Gemini, Microsoft Copilot en Anthropic’s Claude direct aan, meer vergelijkbaar met sociale media. De implementatie kent veel minder obstakels: geen dure hardware, geen bekabeling en voor sommige gebruikers zelfs helemaal geen kosten.’
Mensen gebruiken A.I. wel, maar het maakt nog nauwelijks beroepen overbodig.
Gebruikers hebben vaak direct toegang tot nieuwe generatieve A.I.-functionaliteiten zodra ze beschikbaar komen. ‘Alsof ze een lichtschakelaar omzetten.’ Dat leidt er volgens de onderzoekers toe dat in de praktijk opvallende verschillen ontstaan tussen waar A.I. nuttig zou kúnnen zijn (blootstelling) en waar het daadwerkelijk wordt gebruikt. ‘Recente gebruiksgegevens van ChatGPT laten ook een beeld zien van achterblijvende en leidende sectoren, met informatietechnologie aan de top en een ongelijkmatig gebruik in andere sectoren.’ Onder meer regulering speelt daarbij volgens de onderzoekers een belangrijke rol.
Waakzaamheid
‘De toekomstige gevolgen voor de arbeidsmarkt kunnen niet alleen voortkomen uit bredere implementatie, maar ook uit verschillende vormen van implementatie’, stellen ze. ‘De eerste, gemakkelijk te behalen resultaten van chatbotgebruik, zoals blijkt uit de huidige data, vormen mogelijk niet het grootste risico voor banen. Sterker nog, veel van dit chatbotgebruik zal eerder gericht zijn op het verbeteren van taken dan op automatisering, waarbij werknemers chatbots gebruiken om hun efficiëntie en prestaties te verbeteren, en waarbij banen niet verdwijnen.’ Zoals ook zelfs tekstschrijvers nu weer een comeback in populariteit lijken te maken.
‘De eerste resultaten van chatbotgebruik vormen niet het grootste risico voor banen.’
Een beetje ChatGPT gebruiken bij je werk, daar word je niet meteen overbodig van, lijken de resultaten dus te suggereren. ‘De grootste risico’s komen niet voort uit chatbots die taken versnellen, maar uit bedrijven die complete workflows herontwerpen om deze te automatiseren.’ Het is echter nog te vroeg om te weten hoe ontwrichtend dit zal zijn, stellen ze, of in welk tempo dit gaat gebeuren. ‘Zonder heldere, tijdige analyses lopen we het risico zowel te overreageren op ingebeelde crises als te onderreageren op daadwerkelijke ontwrichtingen.’ De toekomst vereist dus nog wel steeds een flinke portie waakzaamheid, waarschuwen ze.
Als je talent wilt aantrekken, kun je niet meer om employer branding heen. Maar dat begrip komt in vele soorten en maten. Deze 3 bedrijven hebben elk hun eigen aanpak, maar wisten daarmee wel recent wat media-aandacht binnen te halen. Wat kunnen andere organisaties daarvan leren?
#1.Alpina Group: zonder opsmuk
Een vacature zetten is tegenwoordig niet meer genoeg, aldus Sonja Stalfoort, directeur Marketing & Communicatie bij de Alpina Group, top-3-speler in het financieel intermediaire landschap, met zo’n 3.000 aangesloten financieel adviseurs. ‘Employer branding is een vanzelfsprekend onderdeel van hoe we werken en wie we zijn’, vertelde ze recent tegen AMweb. ‘In aansluiting op onze corporate branding hebben we een eigen aanpak ontwikkeld die onze cultuur en manier van samenwerken weerspiegelt. […] Bewust zonder veel opsmuk: onze cultuur spreekt voor zich en dat maakt ons herkenbaar en geloofwaardig.’
Bij Alpina wordt employer branding niet specifiek als strategie toegepast, vertelt ze. ‘Maar we werken er wel degelijk gestructureerd aan. We bouwen onze zichtbaarheid stap voor stap uit, passen accenten aan op basis van nieuwe inzichten en geven medewerkers de ruimte om authentiek het verhaal van ons bedrijf uit te dragen.’ En dat dan vooral lokaal georiënteerd. ‘Onze locaties en teams zijn het gezicht naar de markt en naar potentiële medewerkers. Dat onderscheidt ons in de branche en zorgt ervoor dat we talent aantrekken dat anders buiten bereik zou blijven.’
#2. Social Deal: eigen playbook
In 2010 richtten Bart Oosterholt en Rens van den Berg Social Deal op om klanten onvergetelijke ervaringen aan te bieden tegen een aantrekkelijke prijs. Nu heeft de organisatie 300 medewerkers en meer dan 60 miljoen verkochte deals op de teller. Achter die groei schuilt een fundamenteel besef: zonder betrokken medewerkers lukt het niet. ‘Je moet intern waarmaken wat je extern belooft’, zegt Oosterholt in een interview met Adformatie. ‘Als wij klanten onvergetelijke momenten bieden, moeten onze medewerkers diezelfde energie, creativiteit en warmte binnen het bedrijf ervaren. Alleen dan kunnen zij echt ambassadeurs van ons verhaal zijn.’
Om de externe merkbelofte van making memories that last a lifetime in de bedrijfscultuur te verankeren, ontwikkelde IDEA-bureau THG Creative Agency het interne The Dealmakers Playbook (zie foto boven). Gedurende een jaar creëerde THG via live-experiences en digitale communicatiemiddelen een omgeving waarin medewerkers konden groeien, verbinden en plezier beleven. Van koffiedates, workshops en coaching tot wijnproeverijen, sportcompetities en live kwartaalupdates. ‘Employer engagement on steroids’, aldus Oosterholt.
‘Onze reis naar Kroatië zorgde voor een verdrievoudiging van het aantal sollicitaties in 3 maanden.’
Hoogtepunt was een 4-daagse SAIL-reis naar Kroatië voor alle medewerkers. Door de massale socialmedia-shares van voor, tijdens en na die reis groeide de aantrekkingskracht van Social Deal enorm. ‘Het zorgde voor een verdrievoudiging van het aantal sollicitaties in 3 maanden’, zegt Oosterholt. Met een mediabereik ter waarde van 125.000 euro had The Dealmakers Playbook een positieve impact op het werkgeversmerk. Zo steeg de gemiddelde diensttijd van medewerkers van 24 naar 33 maanden, wat de onboardingkosten van nieuwe medewerkers aanzienlijk verlaagde, vertelt Oosterholt verder.
#3. De Politie: Operatie 1337
De Politie is natuurlijk al langer een bekende als het om employer branding gaat. Recent zette de organisatie een nieuwe stap hierin, met Operatie 1337, een gratis online game in 4 episodes die spelers laat ervaren hoe het is om te werken aan complexe cybercrimemissies. Met de game met realistische opdrachten – variërend van data-analyse tot ransomware en legal hacking – wil de organisatie technisch talent interesseren voor teams als Team High Tech Crime (THTC) en het Digital Intrusion Team (Digit), waar de vraag naar cyberspecialisten snel groeit.
Volgens de politie sluit de game aan op eerdere campagne-inzichten, waarin inhoud van het werk, innovatie en maatschappelijke impact belangrijke overstapmotieven bleken. De game is ontwikkeld door Robot Kittens, in nauwe afstemming met Tweakers Partners, THTC en Digit. Een logische keuze, aldus Milan van Vugt, Head of Content & Partnerships bij Initiative, tegen MarketingTribune. ‘In de driehoek politie, Tweakers en Initiative hebben we al vaker succesvol samengewerkt, maar met Operatie 1337 hebben we die eerdere samenwerkingen écht overtroffen.’
Hoe ver staat jouw organisatie al met zijn arbeidsmarktcommunicatie en employer branding? De Stand van Werven, het jaarlijkse onderzoek naar de prioriteiten van professionals in recruitment en arbeidsmarktcommunicatie, schijnt er licht op, en is nog in te vullen tot begin januari 2026. Daarna zullen via deze site ook veel meer resultaten van dit onderzoek bekend worden gemaakt.
Maarten Brand is al 25 jaar werkzaam in het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt. Hij ziet van dichtbij hoe stageplekken schaarser worden, jongeren onzeker raken over hun plek op de arbeidsmarkt en bedrijven zoekend zijn naar hun rol. ‘Je ziet het ook in de cijfers‘, zegt Brand. ‘Het aantal jongeren in mbo en hbo loopt terug. En binnen die kleinere groep kiezen steeds minder studenten voor sectoren waar de tekorten juist het grootst zijn: techniek, zorg, bouw. Die assen lopen simpelweg niet gelijk.’
‘De jeugdwerkloosheid stijgt nu ook voor het eerst weer.’
Sommige opleidingen trekken nog volle klassen, andere zijn zichtbaar aan het leeglopen. ‘Er zijn opleidingen waarbij je bijna moet hoesten en je hebt al een baan, zoals in de techniek op niveau 4’, zegt hij. ‘Maar op lager mbo-niveau zie je juist problemen. En in sectoren waar bedrijven zelf onzeker zijn over hun toekomst, zakken de stageplekken weg. Dat is nieuw. Je ziet het nu ook terug in de jeugdwerkloosheid die voor het eerst weer stijgt.’
Het spook onder het bed
Brand ziet hoe A.I.-discussies deze ontwikkeling nog eens versterken, vaak zonder dat organisaties het zelf goed doorhebben. ‘A.I. is voor veel bedrijven een spook onder het bed’, zegt hij. ‘Als je maar vaak genoeg hoort dat A.I. banen gaat vervangen, dan ga je ernaar handelen. Ook als het feitelijk nog helemaal niet gebeurt. Bedrijven denken: A.I. gaat starterswerk overnemen, dus laten we nu maar geen starters aannemen. Dat idee leidt dan al tot minder instroom, of het nu terecht is of niet.’
‘Daarbij versterkt het de onzekerheid die al in het systeem zit. Bedrijven twijfelen over A.I. en jongeren voelen dat. Dat zie je vervolgens concreet terug: startersfuncties die preventief worden geschrapt, afwijzingen zonder duidelijke reden, teams die klussen bij zichzelf houden ‘omdat A.I. het straks toch doet’, en sollicitatiegesprekken waarin jongeren vooral moeten bewijzen dat ze wél relevant blijven.’
‘In sollicitatiegesprekken moeten jongeren nu vooral bewijzen dat ze wél relevant blijven.’
Tegelijkertijd ziet hij dat jongeren het onderwerp soms met dezelfde dubbelheid benaderen: nieuwsgierig, vaardig, maar ook bezorgd. Uit onderzoeken blijkt dat veel jongeren verwachten dat zij moeten omscholen of zelfs van carrière moeten switchen. ‘Begrijpelijk’, stelt Brand. ‘Ze horen dat startersfuncties verdwijnen, zien cijfers over jeugdwerkloosheid, en vragen zich af of er straks nog plek voor hen is. Dat doet iets met hun zelfvertrouwen. Ze zijn niet bang voor A.I., maar eerder dat er straks geen plek is voor hen om ermee te leren werken. Die onzekerheid raakt hun zelfvertrouwen nog voor ze überhaupt een carrière kunnen beginnen.’
De brug breekt af
Het grootste risico dat hij ziet, is niet zozeer dat A,I, banen overneemt, maar dat het leerpad naar die banen onder druk komt te staan. ‘Seniorfuncties blijven bestaan. Maar hoe word je senior als het werk dat je vroeger als junior deed nu niet meer beschikbaar is? Je krijgt een gat tussen laag- en hooggeschoolde functies. Die brug moet je bouwen door ervaring op te doen, maar als die brug smaller wordt, vallen jongeren eraf voordat ze de oversteek kunnen maken.’
Het is volgens hem nog te vroeg om te zeggen hoe dit zich ontwikkelt. ‘Het kan ook dat de A.I.-hype over een paar jaar afneemt. Maar één ding weet ik zeker: je wordt niet vervangen door A.I., je wordt vervangen door iemand die beter met A.I. kan omgaan. Dat vraagt dus vooral om wendbaarheid.’
Onderwijs beweegt te langzaam
Het onderwijs heeft een groot aandeel in een goede overgang tussen school en werk, benadrukt Brand. Kwalificatiedossiers doen er 3 tot 4 jaar over om te worden aangepast, terwijl sectoren veel sneller veranderen. Daardoor lopen school en praktijk steeds vaker uiteen. ‘Neem de autotechniek’, zegt hij. ‘De elektrificatie van auto’s verandert het werk ingrijpend. Maar wat studenten op school leren, loopt achter op wat ze in de werkplaats moeten kunnen. En dan krijgt de school de schuld, of het bedrijf. Terwijl het systeem simpelweg niet wendbaar genoeg is.’
‘Het systeem is vaak simpelweg niet wendbaar genoeg.’
Ook het hbo sluit volgens hem niet altijd meer aan op het werkende leven. ‘Het heeft de afgelopen decennia te veel naar de universiteit gekeken en te weinig naar het mbo. Daardoor zijn er opleidingen ontstaan die populair zijn, maar niet per se passen bij wat Nederland nodig heeft. Neem communicatie of rechten: prima opleidingen, maar de vraag is of we er zó veel van nodig hebben, zeker nu A.I. juist veel van dat werk kan automatiseren.’
Je bedrijf = je mensen
Ondanks de onzekerheid is Brand ervan overtuigd dat bedrijven er verkeerd aan doen om starters buiten de deur te houden. ‘Je bedrijf is je mensen’, zegt hij. ‘Als je denkt dat A.I. die gaat vervangen, leef je in een illusie.’
‘Jongeren zijn vaak early adopters. Dat is precies wat bedrijven nodig hebben.’
Hij pleit ervoor om jongeren juist te betrekken bij de technologische veranderingen. Stages en leerwerkplekken worden daarom belangrijker dan ooit. ‘Jongeren zijn vaak early adopters. Dat is precies wat bedrijven nodig hebben.’ Niet junioren die alleen uitvoerend werk doen, maar mensen die kunnen meebewegen, vragen stellen, nieuwsgierig zijn en snappen wat A.I. wel en niet kan. Senioren brengen ondertussen iets anders: ervaring, context, vakmanschap, zegt hij. ‘Je hebt die mix nodig. Dat is de kern van A.I.-vaardige teams: nieuwsgierigheid én ervaring bij elkaar. Als je de instroom weglaat, haal je 1 van die 2 pilaren onderuit.’
Wat Brand vooral belangrijk vindt: leer jongeren omgaan met de technologie en met de ethiek eromheen. ‘Jongeren moeten begrijpen hoe je een prompt schrijft, maar nog belangrijker is de beoordeling van wat A.I. je voorschotelt. Snapt iemand waarom een tekst onjuist is? Kan iemand inschatten wat de gevolgen zijn?’
Generaties hebben elkaar nodig
In zijn adviespraktijk ziet Brand hoe generaties elkaar soms misverstaan. Jongeren worden gezien als moeilijk, veeleisend of vooral geïnteresseerd in thuiswerken. Dat beeld klopt volgens hem maar deels. ‘Jongeren willen best hard werken’, zegt hij. ‘Ze weten alleen niet altijd hoe het moet. En we mogen niet vergeten dat we hen zelf hebben opgevoed om kritisch mee te denken. Dan kunnen we niet verwachten dat ze in organisaties ineens overal ‘ja en amen’ op zeggen.’ Hij ziet in die tegenstelling juist een mooie kans. ‘Jongeren zijn cultuurveranderaars. Ze brengen een update mee. Maar als je ze in een bedrijf stopt dat cultureel nog op Windows 95 draait, dan draaien ze zelf binnen een jaar ook op Windows 95.’
‘Als je ze in een bedrijf stopt dat cultureel nog op Windows 95 draait, draaien ze zelf binnen een jaar ook op Windows 95.’
Brand ziet grote kansen, maar ook de stappen die nog moeten worden gezet. In het onderwijs, in organisaties en in beleid. ‘We moeten de manier waarop werk, leren en opleiding georganiseerd zijn opnieuw durven ontwerpen’, zegt hij. ‘Als het werk verandert, moet onderwijs en beleid mee veranderen.’ Hij adviseert organisaties dan ook om te investeren in jonge mensen. ‘Zie hen niet als kostenpost maar als fundament, en wees duidelijk over wat je van hen verwacht. Je krijgt er creativiteit, energie en nieuwe denkwijzen voor terug. Maar alleen als je de brug naar die toekomst niet afbreekt voordat ze hem kunnen oversteken.’
Meer weten?
Op 27 januari 2026 leer je in Rotterdam van experts Laura Bas, dataspecialist Sabine Veldkamp en een nog ‘geheime’ werkgever die uitblinkt in young professionals, alles over hoe je Gen Z bereikt via authentieke verhalen en short video’s.
I’d like to add you to my professional network. Het was jarenlang de standaardzin die je kreeg voorgeschoteld als mensen niet de moeite hadden genomen om een persoonlijke boodschap toe te voegen aan een connectieverzoek bij LinkedIn. Inmiddels is die zin als officiële suggestie verdwenen, en laat LinkedIn het invulveld alweer een hele tijd gewoon default leeg, tenzij je zelf iets invult. Maar de zin leeft desondanks voort in de memosphere van het internet, waar blijkt dat de toepasbaarheid van de zin schier oneindig is.
Zo ontdekte designer Frank Chimero bijvoorbeeld al vrij snel dat je eigenlijk elke cartoon in The New Yorker wel van dit onderschrift zou kunnen voorzien, en dat het dan nog steeds grappig zou blijven (waar The Atlanticvervolgens ook weer hilarisch over berichtte). Maar ook op Reddit deed de zin het een tijdje goed als bijschrift bij enkele min of meer bizarre foto’s.
En op Twitter bleken ze het effect van de zin soms ook verbluffend goed te begrijpen.
“Hi, I’d like to add you to my professional network on LinkedIn”
De oorzaak is een beetje onduidelijk en onverklaarbaar, zoals dat wel vaker gaat met internethypes. Maar op een of andere manier leek de caption deze week op Bluesky ineens een heuse comeback te maken.
Klassieke filmscènes krijgen er ineens een heel andere lading door.
En ja, dan blijkt de zin inderdaad ook echt een behoorlijk universele binnenkomer (en bron van humor) te kunnen zijn, die van toepassing kan zijn bij nagenoeg elke foto.
Ook in Nederland
Ook in Nederland is de ironische humor ervan inmiddels behoorlijk ontdekt.
Waarbij bijvoorbeeld ook de bekende arbeidsmarkteconoom Ronald Dekker een duit in het zakje deed.
En anderen scherp laten zien dat die ene zin niet altijd neutraal is, maar ook meteen kan worden opgevat als maatschappelijk commentaar.
Zo zie je maar weer: je kunt wel proberen je verleden uit te wissen. Maar als ‘professioneel netwerk’-platform zou je toch moeten weten dat dat zo makkelijk heus niet gaat. Het internet vergeet immers zelden iets. Al komt zelfs op LinkedIn zelf de beroemde zin nog wel eens terug, zij het dan weer in de vorm van andere klassieke memes…